De tijd tikt: hoe kan Europa toekomstige klimaatschade voorkomen?

Er is geen ontkomen meer aan extreem weer en het zal steeds vaker voorkomen. De rampzalige overstromingen van vorige week hebben ons nog een aantal andere zaken duidelijk gemaakt. We hebben sterkere dammen, dijken en afwateringssystemen nodig. Ook een preventiestrategie voor klimaatverandering op lange termijn dringt zich steeds meer op. 

Het is nog steeds moeilijk om de precieze schade die de stortvloeden hebben aangericht in kaart te brengen. In België, Nederland en West- en Zuid-Duitsland zijn er niet alleen gebouwen en bruggen vernield; minstens 150 mensen lieten het leven. Duizenden personen zijn nog steeds vermist.

Er zullen veel mensen nodig zijn voor de wederopbouw van de getroffen steden, maar ook om noodhulp te bieden. Maar de mankracht die we nodig zullen hebben bij het ontwerpen en bouwen van betere infrastructuur om rampen van deze omvang te voorkomen, is nog vele malen groter. Positief daaraan is dat de jobmarkt alleen maar zal groeien.

De verwoestingen maken bovendien duidelijk dat die rampzalige scenario’s van “de toekomst”, zich vandaag al voordoen. Willen we de Europese doelstellingen van 2030 en 2050 halen, dan moet er nu op verschillende gebieden ingegrepen worden.

Foto: C. Hardt / Future Image/ Isopix

Aanpassen wordt prioritair 

Ten eerste moet de infrastructuur dringend mee met haar tijd. Landen zullen een nieuwe soort basisinfrastructuur moeten aanleggen die zowel waterbeheer als landbouw, vervoer, energie en huisvestiging omvat. Dat had eigenlijk al jaren geleden moeten gebeuren.

Zelfs vóór de overstromingen van vorige week, die hoge straten en huizen in modderige puinhopen veranderden, was zowel in Duitsland als in Italië de vervoers- en stedelijke infrastructuur al achteruit aan het gaan. Het gevolg van jaren van bezuinigingen en eerdere overstromingen.

Maar regen is niet het enige water waarmee we rekening moeten houden. Ook de zeespiegel stijgt elk jaar een beetje. Hoeveel het water nog zal stijgen, hangt af van hoeveel de aarde nog zal opwarmen. Hieronder een GIF die het waterniveau toont bij een stijging van slechts 1 tot 3 meter. Een scenario waar we rekening mee moeten houden als we de doelstelling van 2050 niet halen.

via Imgflip

De volgende decennia zullen het tijdperk van de ingenieur worden. Toch kan een ingenieur niet alles. Als de klimaatverandering voortschrijdt en extreme gebeurtenissen zowel in intensiteit en frequentie blijven toenemen, zijn er grenzen aan de mate waarin bouwplannen ons kunnen beschermen. Prioritair blijft dat de uitstoot moet zakken.

Het langetermijndenken

De Europese Unie heeft deze maand een pakket maatregelen gelanceerd om de klimaatverandering aan te pakken. De nadruk ligt vooral op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen – de hoofdreden van de opwarming van de aarde.

Het pakket bestaat uit een lijst maatregelen die nauw met elkaar zijn verweven. Een van die maatregelen is het betalend maken van CO2-uitstoot; het zogenoemde EU-emissiehandelssysteem (ETS). Het systeem geldt in OESO- en G20-landen en legt een CO2-plafond op dat niet overschreden mag worden. Grote uitstoters kunnen dan extra emissies overkopen van een bedrijf dat minder uitstoot produceert. De bedoeling is om de CO2-uitstoot op die manier zo laag mogelijk te houden.

Een zwak punt in dit systeem is dat 60 procent van de koolstofemissies door energieverbruik volledig ongeprijsd blijft, zegt het OESO-rapport “Effictive Carbon Rates 2021”. Dat rapport stelt dat het ETS-systeem maar matig presteert. Bovendien hebben de ETS-landen niet eens een vijfde van de doelstelling gehaald om CO2-uitstoot aan 60 euro per ton te beprijzen.

De effectieve koolstoftarieven zijn ook bijzonder laag in de energiesector en de industrie. Daarbij komt kijken dat de prijzen verschillen van land tot land. De residentiële en commerciële sector zijn wel goed op weg. Zo’n 70 procent van die twee sectoren betalen in een handvol landen al tegen de 60 euro per ton CO2 of meer. 

De kernuitstap

Op dit moment stoot een Belg meer uit dan het gemiddelde van de EU. Dat komt omdat Belgische elektriciteit voornamelijk uit fossiele brandstoffen gehaald wordt. De sluiting van de kerncentrales hebben daarbij een grote rol gespeeld. 

Bij een kernuitstap in 2025 zal de CO2-uitstoot in ons land mogelijk zelfs verdubbelen, meent het Nucleair Forum. Een logisch gevolg als je de belangrijkste koolstofarme elektriciteitsbron (kernenergie) vervangt door een alternatief dat 30 à 40 keer méér CO2 uitstoot. 

Bovendien heeft België momenteel niet de capaciteit om de sluiting van de centrales op te vangen. MR-Kamerlid Marie-Christine Marghem, die in de vorige regering bevoegd was voor Energie, heeft zich daar vorige maand opnieuw over uitgesproken. “De gascentrales die in de plaats komen, stoten meer CO2 uit, de energieprijs zal stijgen en er dreigt een bevoorradingstekort”, zegt ze. 

Optimistische grens

En dat is problematisch als je kijkt naar hoeveel tijd we nog hebben. Om de doelstelling van het Klimaatakkoord van Parijs te halen – die inhoudt dat de stijging van de globale gemiddelde temperatuur wordt beperkt tot een maximum van 1,5°C of 2°C boven het pre-industriële niveau – moeten we onder 443 ppm (deeltjes per miljoen) atmosferische CO2-concentratie blijven. 

Hoewel dat scenario vandaag nog mogelijk is, is het waarschijnlijker dat we net boven de 2°C-grens zullen zitten. Dan bereikt de atmosferische CO2-concentratie 487 ppm in 2050 en stabiliseert ze op 543 ppm. De bedoeling is wel dat de concentratie daarna afneemt. 

Dus als je dacht dat het al te laat was; dat is het zeker niet. Het is pas voorbij als we collectief opgeven. Er wacht ons een constructieve en ecologische toekomst, maar dan moeten we daar wel voor kiezen. En dat doen we beter snel. 

(jvdh)

Meer
Lees meer...
Markten