Hoe klimaatverandering de verwoestende regenval van vorige week heeft aangewakkerd (en hoe we dat weten)

De desastreuze zware regenval en de daaropvolgende overstromingen in ons land en Duitsland, is extreem weer waarvan de intensiteit wordt versterkt door klimaatverandering. Zelfs wetenschappers die in het verleden aarzelden om een ​​extreme weersgebeurtenis expliciet in verband te brengen met klimaatverandering, stellen duidelijk dat klimaatverandering een rol speelde. Waarom?

Waarom is dit belangrijk?

Met meer opwarming zullen dit soort extreem weer-gebeurtenissen steeds vaker voorvallen. En niet alleen ver weg, maar zoals we nu zien, ook bij ons.

Dat Europese politici een directe lijn zouden trekken tussen deze extreme weersomstandigheden en klimaatverandering, is misschien niet zo’n verrassing, aangezien dezelfde week de Europese Unie een uitgebreide reeks voorstellen had aangekondigd om de klimaatnoodsituatie aan te pakken – voorstellen die stuiten op stevige tegenstand uit vele sectoren, waaronder minder welvarende EU-landen of landen die sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen.

Een catastrofale weersgebeurtenis die direct nadat die voorstellen waren aangekondigd, toeslaat, helpt EU-functionarissen zeker te illustreren waarom een ​​dergelijk ambitieus beleid nodig is. Maar het zijn niet alleen beleidsmakers die het verband leggen tussen de overstromingen in Europa en een opwarmende planeet: zelfs wetenschappers die in het verleden aarzelden om een ​​extreme weersgebeurtenis expliciet in verband te brengen met klimaatverandering, stellen duidelijk dat klimaatverandering hier waarschijnlijk een rol speelde.

Deze nieuwe bereidheid om deze expliciete verbanden te leggen, is deels te danken aan de vooruitgang in de attributiewetenschap. In attributiestudies wordt onderzocht wat de invloed van klimaatverandering is op de waarschijnlijkheid van optreden van een specifiek geval van extreem weer is, of op de omvang van de gevolgen.

Betere computers en meer gegevens

Een artikel uit 2004, gepubliceerd in Nature, wordt algemeen beschouwd als het eerste wetenschappelijke artikel over attributie en klimaatverandering. Drie Britse onderzoekers modelleerden daarin hoe menselijke activiteiten de kans op de recordbrekende hittegolf in de zomer van 2003 in Europa vergrootten. Het onderliggende concept dat in deze eerste en daarop volgende studies wordt gebruikt, is vergelijkbaar met de manier waarop we risico’s in de volksgezondheid bepalen: net zoals medische onderzoekers kunnen bestuderen hoe het roken van sigaretten het risico op longkanker bij mensen verandert door gegevens van rokers en niet-rokers te vergelijken, vergelijken attributiewetenschappers gebeurtenissen op onze planeet met die op een hypothetische “Planet B”, een planeet die onaangetast is door de uitstoot van broeikasgassen.

Het modelleren van deze hypothetische planeet kost veel rekenkracht, maar in het afgelopen decennium heeft betere technologie gezorgd voor een hausse in het veld. Onderzoekers hebben geen speciale computerbanken meer nodig om de meeste berekeningen uit te voeren; projecties van de hypothetische, klimaatonveranderde planeet B kunnen op laptops draaien.

Onderzoekers hebben nu ook veel meer gegevens die aantonen hoeveel klimaatverandering de frequentie en waarschijnlijkheid van hittegolven (en branden die daarop volgen), droogte, maar ook intense stormen en hevige regenval beïnvloedt. Met andere woorden, hoe meer extreme weersomstandigheden zich voordoen, hoe meer mogelijkheden wetenschappers hebben om te leren hoe erg de impact van klimaatverandering werkelijk is.

Hoe klimaatverandering extreme regenval kan veroorzaken

In de nu getroffen gebieden in ons land maar ook in Duitsland en Nederlands Limburg, werd op twee dagen tijd bijna evenveel regen geregistreerd als de regio gewoonlijk in een maand ziet. Er zijn twee belangrijke verbanden tussen klimaatverandering en die extreme regenval. Ten eerste kan een warmere atmosfeer meer vocht vasthouden. Volgens de Clausius-Clapeyron-vergelijking kan een temperatuurstijging van één graad de intensiteit van de regenval met 7 procent verhogen.

Maar dat is niet de enige factor. Het tweede punt is dat aan de polen in temperatuur toeneemt met twee tot drie keer de snelheid van aan de evenaar. Dat verzwakt de straalstroom boven ons deel van Europa. In de zomer en de herfst heeft de verzwakking van de straalstroom een ​​domino-effect waardoor langzamer bewegende regenstormen ontstaan. Die blijven dus langer boven eenzelfde gebied hangen en lozen daar meer water. Er is dus een dubbele klap van toenemende intensiteit, maar de regenstormen houden plaatselijk ook langer aan.

(zgb)

Meer
Lees meer...
Markten