Waarom gebeuren er zo veel ongevallen met e-steps?

© Gocar
door Gocar.be - Robin Van den Bogaert
gepubliceerd op om

Dat er meer ongevallen met e-steps gebeuren, komt uiteraard omdat er ook meer e-steps in het verkeer rondrijden. Zo is het aantal afgelegde kilometers met een deelstep of eigen step verdrievoudigd tussen 2020 en 2022 (van 0,47 miljoen naar 1,49 miljoen gereden kilometers). Het aantal letselongevallen met een e-step is in dezelfde periode echter verviervoudigd: van 409 in 2020 naar 1.748 in 2022. Zowel in 2021 als in 2022 vielen vier doden te betreuren. Verkeersinstituut Vias analyseerde de pv’s van honderd letselongevallen met e-steps in Brussel in 2020.

Ongevallen op kruispunten

Opvallend: de meeste ongevallen met e-steps gebeuren aan kruispunten (29%). Vaak worden e-steps geraakt door een auto die naar rechts of links draait, terwijl de e-step rechtdoor rijdt (12%). Er gebeuren ook veel ongevallen (14%) op een kruispunt waarbij een e-step en een auto elkaar kruisen en een van de twee partijen geen voorrang verleent. Enkele ongevallen waren dan weer te wijten aan drank- en druggebruik van de e-stepgebruiker.

E-steps

Alcohol en drugs

Bij ongeveer een kwart van de ongevallen was er geen tegenpartij betrokken (23%). Vaak gebeuren ze door onvoorzichtig rijgedrag (13%). Bestuurders zijn onder invloed van alcohol en drugs waardoor ze de controle over hun e-step verliezen. Er gebeurden ook enkele ongevallen waarbij een passagier vervoerd werd (wat nu verboden is). Maar ook externe factoren kunnen aan de basis liggen (10%). Denk bijvoorbeeld aan de kleine wielen die vast geraken in rioolputjes of een gat in het wegdek.

Nog meer oorzaken

Vias ziet nog enkele andere oorzaken van ongevallen met e-steps. Vooral jongere e-stepgebruikers steken vanop het voetpad onvoorzichtig en snel de straat over op een zebrapad, waardoor ze aangereden worden (11%). Uit de analyse blijkt dat er ook met voetgangers en fietsers aanrijdingen zijn (9%). Net zoals fietsers worden ook e-stepgebruikers (4%) het slachtoffer van autobestuurders die hun portier openzwaaien zonder te kijken. In een aantal ongevallen gebeurde het ongeval op het moment dat een wagen een parkeerplaats probeerde te verlaten of op te rijden (6%).

Nieuwe regels

Het is intussen een jaar geleden dat scherpere regels voor e-steps van kracht werden in ons land. Tot voor juli 2022 mochten e-steps nog stapvoets op het voetpad rijden (tot 6 km/u), maar nu mag dat niet meer. Ook een passagier vervoeren is verboden en de bestuurder moet minstens zestien jaar zijn. Volgens Vias is er nog ruimte voor verbetering door bijvoorbeeld de helmdracht verplicht te maken of vaker te controleren op overdreven snelheid en alcoholgebruik.

De bevoegde minister van Mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo) is zich bewust van de risico’s van e-steps: “We houden de ontwikkelingen rond de veiligheid van e-stepgebruikers nauwlettend in de gaten. Indien nodig zullen we zeker niet twijfelen om bijkomende wijzigingen aan te brengen in de regelgeving, om zo de verkeersveiligheid te verhogen.”

Meer
© Gocar

Brandstofprijzen stijgen vanaf dinsdag 14 april: waarom het nog veel erger kan worden

De FOD Economie maakte er maandag geen geheim van: de maximumprijzen voor brandstoffen stijgen vanaf dinsdag 14 april 2026. Euro 95 RON E5 wordt 3 cent duurder en kost voortaan 1,894 euro per liter. Diesel B7 stijgt 4 cent en komt uit op 2,22 euro per liter. Voor een volle tank van 50 liter diesel betaal je dus 2 euro meer dan gisteren. Dat lijkt bijna verwaarloosbaar. Toch is dit misschien nog niet het einde.Honderd dollar per vatWant deze stijging past in een bredere beweging. De olieprijzen staan al weken onder druk door de aanhoudende spanningen in het Midden-Oosten. En net nu heeft Donald Trump een blokkade van de Straat van Hormuz afgekondigd die strategische doorgang waarlangs ongeveer 20% van de wereldwijde olievoorziening passeert. Die zelfs gedeeltelijk blokkeren, betekent potentieel een forse knauw aan het wereldwijde aanbod. De markten reageerden meteen: vrijdag 10 april noteerde een vat Brent nog op 94,4 dollar. Sindsdien is de prijs opnieuw boven de symbolische grens van 100 dollar gestegen. Een stijging van meer dan 6%. De realiteit onder ogen zien: dit voorspelt weinig goeds.Wanneer de olieprijs stijgt, volgen de gevolgen aan de pomp met een vertraging van enkele dagen. Als de spanningen in de Golf dus niet snel luwen, zijn nieuwe prijsstijgingen onvermijdelijk. Vanuit de Belgische regering blijft het vooralsnog oorverdovend stil over eventuele steunmaatregelen.

door David Leclercq

Nissan Juke: een erg speciale reeks vlak voor zijn pensioen

Hoewel Nissan op onze markt vrij discreet blijft, is de Japanse constructeur nog altijd aanwezig. Zijn kleine cross-over Juke, met SUV/coupé-allures, blijft even origineel als vroeger. Deze tweede generatie werd gelanceerd in 2019 en staat op het CMF-B-platform van de alliantie Renault-Nissan-Mitsubishi, dat ook als basis dient voor de Renault Captur. Het merk lanceert nu een nieuwe gelimiteerde reeks van zijn kleine Juke.Een vleugje JapanDeze Nissan Juke Redline Limited Edition is erg exclusief, want hij wordt gebouwd in slechts 75 exemplaren voor België en Luxemburg. Maar wat maakt hem dan zo speciaal? Een vleugje Japan, zegt de constructeur. Je moet wel goed zoeken om zijn Japanse roots echt te zien… Toch oogt deze editie best geslaagd. De Juke Redline Limited Edition is gebaseerd op de N-Design-uitvoering, de meest dynamische versie uit het gamma, en voegt daar enkele specifieke decoratieve elementen aan toe. Het meest opvallende element is de tweekleurige lak in parelwit met Fuji-rood dak, een knipoog naar de kleuren van de Japanse vlag. Op de linker voorvleugel vind je bovendien een subtiele verwijzing terug. Deze speciale reeks staat op specifieke 19-duims lichtmetalen velgen. Ook het interieur werd (lichtjes) aangepast, vooral met rode stiksels op de bekleding (kunstleder/Alcantara), het dashboard en de middenconsole. Alleen benzineDe Nissan Juke bestaat als benzineversie (1.0 driecilinder turbo met 114 pk) of als ‘zelfopladende’ hybride (een aandrijflijn van Renault-oorsprong met een 1.6-benzinemotor en elektromotor, goed voor een gecombineerd vermogen van 143 pk). Deze Redline Limited Edition is echter alleen verkrijgbaar met de klassieke benzinemotor, standaard gekoppeld aan een gerobotiseerde versnellingsbak met zes versnellingen en dubbele koppeling. Hij kost 34.500 euro. Zoals alle Nissans geniet ook deze Juke van tien jaar/200.000 km garantie, op voorwaarde dat hij onderhouden wordt binnen het erkende netwerk.Nieuwe elektrische Juke volgend jaarDeze speciale reeks is wellicht de laatste van de huidige Juke, want het model zou tegen het einde van dit jaar of begin volgend jaar met pensioen gaan. De nieuwe generatie gooit het over een andere boeg en verliest zijn uitlaten, want hij wordt alleen nog als elektrische versie aangeboden. Net zoals de nieuwe Nissan Micra, die een kloon is van de Renault 5 E-Tech. De nieuwe Juke deelt zijn platform met de Nissan Leaf, Ariya en Renault Mégane E-Tech, maar behoudt wel zijn SUV/coupé-stijl. Meer info volgt binnen enkele maanden…

door Olivier Maloteaux

Kia daagt elektrische Renault 5 uit

Kia bestormt de markt van de elektrische auto in alle richtingen. Het huidige gamma biedt voor elk wat wils en in zowat elk formaat, met de stedelijke SUV EV2, de compacte EV3, de gezinsgerichte EV5, de grote EV9, maar ook de compacte berlines EV4/EV4 Fastback en de grote EV6 voor lange ritten. Vergeet ook de bestelwagen PV5 en zijn afgeleide versie voor personenvervoer niet. Dat brede elektrische aanbod groeit de komende jaren nog verder.Grote elektrische ambitiesKia heeft net zijn strategie voor 2030 voorgesteld en wil tegen dan wereldwijd meer dan 4 miljoen voertuigen verkopen, tegenover iets meer dan 3 miljoen vandaag. Elektrisch rijden speelt daarin een sleutelrol: Kia wil zijn verkoop in dat segment verviervoudigen, met een doel van 1 miljoen elektrische wagens per jaar vanaf 2030, tegenover ongeveer 250.000 vandaag. Om meer klanten te winnen, wil Kia een elektrische stadswagen in het B-segment lanceren, specifiek voor Europa. Die batterij-elektrische wagen staat gepland voor volgend jaar en zou EV1 kunnen heten. Het zou gaan om een verlaagde versie van de mini-SUV EV2, die ook exclusief voor Europa ontwikkeld werd en in Slowakije gebouwd zal worden. EV1 op basis van EV2?Kia maakt deel uit van de Hyundai Motor Group, die bij ons al een elektrische stadswagen verkoopt: de Hyundai Inster (op het K1-platform van de groep). De toekomstige elektrische stadswagen van Kia zou echter gebruikmaken van de meer geavanceerde technische basis van de mini-SUV EV2 (E-GMP-platform, dat ook dient voor de EV3/EV4 en EV5). Die nieuwe stadswagen zou dus logisch EV1 kunnen heten, al heeft de constructeur daar officieel nog niets over bevestigd. De auto zou minder dan 4 meter lang worden en dus de strijd aangaan met de Renault 5 E-Tech (en zelfs de Twingo E-Tech), maar ook de Citroën ë-C3 of Fiat Grande Panda Electric. Het wordt de goedkoopste elektrische Kia: sommige geruchten spreken over een basisprijs van ongeveer 20.000 euro. Daarmee zou hij dichter bij een Renault Twingo E-Tech zitten dan bij de R5. Afwachten.Offensief op alle frontenNaast deze elektrische stadswagen wil Kia ook zijn gamma elektrische bedrijfsvoertuigen uitbreiden. Boven de PV5 verwachten we de grotere bestelwagen PV7 in 2027 en de zeer grote PV9 in 2029. Naast dat elektrische offensief blijft Kia ook hybrides en modellen met verbrandingsmotor bouwen. De Zuid-Koreaanse constructeur ziet het dus groot én breed.

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Tot meer dan 25.000 euro… voor wat gereedschap?

“De wagen is compleet, inclusief zijn originele gereedschapsset.” Zo’n detail kan de waarde van een Duitse berline uit de jaren tachtig met enkele tientallen of zelfs honderden euro verhogen. Maar bij een Ferrari of een echt icoon ligt dat helemaal anders. De aanwezigheid van een volledige gereedschapsset kan letterlijk enkele tienduizenden euro’s toevoegen aan de waarde van de auto… die op zich vaak al één of meerdere miljoenen euro waard is.Dat verklaart meteen waarom wat gereedschap een klein fortuin kan opleveren. En het gaat uiteraard niet alleen om gereedschap: alles wat rond een auto hangt en zijn waarde kan verhogen, wordt snel gegeerd. Eigenaars die hun wagen willen vervolledigen, verzamelaars die dol zijn op bijzondere objecten en speculanten: je begrijpt snel waarom boekjes, bagage, brochures en zelfs hoezen echte schatten worden…25.000 euroOp de RM Sotheby’s-veiling in Monaco van 25 april 2026 wordt een set voor een Ferrari 288 GTO geschat tussen 20.000 en 25.000 euro. De waarde van het geheel ligt dus veel hoger dan die van de afzonderlijke stukken: het bevat een set schroevendraaiers, sleutels, een krik, een gevarendriehoek en een inspectielamp.Alles hangt af van de autoHoe mythischer de auto, hoe duurder de bijhorende accessoires uiteraard worden. Tijdens recente veilingen van RM Sotheby’s zagen we prijzen oplopen tot 26.400 euro voor een gereedschapsset van een Ferrari F40, tijdens de verkoop in Parijs in 2025.Het fenomeen stopt niet bij gereedschap of Ferrari’sOp maat gemaakte bagage volgt dezelfde logica. Opnieuw in Monaco wordt een blauwe aktetas in krokodillenleer van Bugatti geschat tussen 10.000 en 15.000 euro, net als een volledige bagageset en accessoires van het merk. Ook hier betaal je voor zeldzaamheid, afwerking, beperkte oplage en het aura van de constructeur.Fangio, de betaalbare optieLijkt zo’n prestigieuze gereedschapsset je wel wat, maar heb je geen 25.000 euro op overschot – wat begrijpelijk is – weet dan dat er ook even mythische, maar veel betaalbaardere alternatieven bestaan. Tijdens dezelfde veiling in Monaco wordt namelijk de persoonlijke gereedschapsset van Juan Manuel Fangio aangeboden.Facom-tools, een lederen etui van Hermès, de initialen van de kampioen, familiale herkomst en een echtheidsbrief… Je zou denken dat de prijs minstens even hoog ligt als die van de eerder genoemde sets, want dit stuk is uniek en behoorde toe aan een van de grootste kampioenen ooit. Maar niets is minder waar: de schatting ligt tussen 2.500 en 4.500 euro. Dat blijft natuurlijk een stevig bedrag, maar het verschil met Ferrari is groot. Daar is een logische verklaring voor. De set van Fangio heeft een enorme historische waarde, maar maakt geen deel uit van een auto waarvan de prijs stijgt dankzij die ontbrekende stukken. Het is een herinneringsobject, geen ontbrekend puzzelstuk in een peperduur verzamelproject… Met andere woorden: een prachtig stukje geschiedenis, maar met een kleinere economische impact.Ontdek alle oldtimers op Autoclassic.be

door François Piette

Ondanks onzekere toekomst werkt Alfa Romeo aan een nieuwe Giulia en Stelvio

De toekomst is eeuwig onzeker ten huize Alfa Romeo, waar langetermijnplannen voortdurend veranderen en waar de afzet al lang eigenlijk te klein is om de investering in een volwaardig gamma te verantwoorden.Maar er is de kip en er is het ei, en daarom blijven de Italianen inzetten op nieuwe producten. Momenteel werken ze volop aan opvolgers voor de Giulia en Stelvio.Volgens het Britse tijdschrift Autocar zullen deze niet enkel met elektrische aandrijving komen, zoals aanvankelijk voorzien, maar wordt het ontwerp omgebouwd om ook verbrandingsmotoren te kunnen dragen. Beide modellen komen in 2028 op de markt. Meerdere snelle variantenDe huidige versies van de Giulia en Stelvio zijn sinds respectievelijk 2015 en 2016 te koop. Vorig jaar verdwenen ze een tijdlang uit het aanbod, maar enkele maanden geleden verlengde Alfa Romeo de productie tot 2027. Zodoende blijft het gamma, met ook de Junior en Tonale, tot nader order bestaan uit 4 modellen.Inmiddels ontwikkelt Alfa opvolgers op het zogenaamde STLA Large-platform van moederhuis Stellantis, dat oorspronkelijk voorzien was voor elektrische aandrijflijnen, met een boordspanning van 400 of 800 volt en een accucapaciteit tot 118 kWh. De architectuur kan ook een oplaadbare hybride aandrijflijn (PHEV) dragen, of zelfs enkel een verbrandingsmotor zonder elektrische ondersteuning, een klein mild hybridesysteem daargelaten.De toekomstige Giulia en Stelvio waren daarop evenwel niet voorzien. Volgens Autocar is de Noord-Italiaanse fabrikant nu bezig met het herwerken van de koetswerken, zodat er voldoende koeling is voor de verbrandingsmotoren. Het zal nodig zijn, want Alfa Romeo plant enkele supersnelle varianten. Deze komen ofwel met de meer dan 500 pk sterke 2,9 liter-V6 van de bestaande modellen, of een even grote zes-in-lijn uit de Charger Daytona van zustermerk Dodge, telkens met drukvoeding. Mogelijk is die laatste wel enkel voor de Amerikaanse markt.Daarnaast voorziet Alfa zelfs nog snellere elektrische varianten, waarbij sprake is van een spurt van 0 naar 100 km/u in een luttele 2 seconden.Daarmee volgt de Milanese autobouwer een andere strategie als zijn Duitse concurrentie, met een aanbod waarin verschillende aandrijflijnen verkrijgbaar zijn in eenzelfde model. BMW gaat het bijvoorbeeld anders aanpakken, waarbij de volgende 3 Reeks met verbrandingsmotoren komt, en de i3 volledig elektrisch is. Nieuwe huisstijlVolgens Autocar zullen de nieuwe modellen getooid zijn in de nieuwe huisstijl die de Spaanse ontwerper Alejandro Mesonero-Romanos, die voordien bij Dacia zat, uittekende voor de Junior.Met een vernieuwde grille en de nummerplaat ditmaal centraal, en niet meer aan de bestuurderskant, gezien dit meer conform Europese regelgeving rond voertuigontwerp is.Beide modellen zullen, net als de huidige versies, van de band rollen in de fabriek van Cassino, ten zuiden van Rome. Daar bouwt ook zustermerk Maserati auto’s. De toekomst van Alfa Romeo?Voor Alfa Romeo is dit een kwestie van volharden, want de afzet is chronisch klein. In 2025 bracht de Italiaanse autobouwer bijvoorbeeld slechts 73.000 auto’s wereldwijd aan de man. Ter vergelijking: BMW zag vorig jaar enkel en alleen van de 3 Reeks al meer dan het zesvoudige over de toonbank gaan.Als onderdeel van de grotere Stellantis-groep kan Alfa het zich weliswaar permitteren om op kleinere schaal te werken, waarbij fabrieken, platformen en technologieën gedeeld worden met andere divisies, maar het blijft toch een prangende situatie, zeker gezien de financiële situatie van het moederhuis. Dat boekte vorig jaar een verlies in van meer dan 22 miljard euro, grotendeels veroorzaakt door enorme afschrijvingen van EV-technologie en productiecapaciteit.Geruchten over een verkoop van Alfa en Maserati door Stellantis aan een andere investeerder of fabrikant steken geregeld de kop op. Zo klonk afgelopen herfst nog dat beide merken, inclusief de fabriek in Cassino, verkocht zouden worden aan investeerders uit de Verenigde Arabische Emiraten. De directie van Stellantis ontkende deze evenwel. De komst van nieuwe modellen lijken in elk geval de bevestiging dat er nog immer een toekomst is voor het iconische Italiaanse merk.

door Hans Dierckx
© Gocar

Grote flitsmarathon op 15 april 2026: dit zal de politie echt controleren in België

Onder de vlag van ROADPOL, het Europese netwerk van verkeerspolitiediensten, brengt de actie van 15 april meer dan twintig lidstaten tegelijk in stelling voor een volledige dag met intensieve controles. België doet mee: de federale wegpolitie coördineert de nationale operatie, met steun van twee derde van de lokale politiezones van het land.Zo wordt op 658 punten gelijktijdig gecontroleerd over het hele grondgebied, van grote autosnelwegen tot straten in woonwijken. Die controledichtheid maakt van deze editie een van de meest ambitieuze ooit in België binnen zo’n Europese operatie.Massale inzetVolgens de politie blijft geen enkel type weg buiten schot: controles vinden tegelijk plaats op nationale snelwegen en secundaire wegen. De editie van 2026 legt wel extra nadruk op gevoelige zones. Zo krijgen schoolomgevingen, zones 30 en trajecten waar kwetsbare weggebruikers vaak komen (voetgangers, fietsers en gemotoriseerde tweewielers) extra toezicht. Net in woonwijken en lokale straten vallen de meeste slachtoffers door overdreven snelheid, niet alleen op grote verkeersassen. © Zone police Boraine/Facebook Scholen en zones 30In november 2025 stelde de vorige Belgische flitsmarathon 50.000 overtredingen vast in 24 uur tijd, bijna allemaal geregistreerd door automatische systemen. De editie van april 2025 was nog veelzeggender, met 1,339 miljoen gecontroleerde voertuigen op één dag, een absoluut record in België. Daarvan was 3,99% in overtreding. De vergelijking tussen de verschillende controlemethodes zegt veel over het gedrag van bestuurders: slechts 1,69% overtredingen aan vaste flitscamera’s, tegenover 8,12% bij controles met mobiele eenheden. Dat betekent dus dat veel automobilisten alleen vertragen op bekende plaatsen waar ze controles verwachten...

door David Leclercq
© Gocar

Liegt BYD over zijn laadvermogen van 1.500 kW? Sommige constructeurs denken van wel …

De Han L en Tang L hebben een schokgolf veroorzaakt in de wereld van snelladen. Dankzij een volledig herwerkte batterijarchitectuur kunnen deze modellen tot 1.000 kW gelijkstroom opnemen en in vijf minuten zo’n 400 kilometer rijbereik recupereren. Die prestaties werden in China ook in praktijktests bevestigd, wat hun geloofwaardigheid versterkt. BYD ging zelfs nog een stap verder: de Denza Z9GT, een ander model van de groep, claimt tot 500 kilometer extra bereik in vijf minuten, met een piekvermogen van 1.500 kW. Cijfers die ronduit ongezien zijn. Toch roepen ze vragen op. Volgens verschillende ingenieurs verdienen zulke prestaties een kritische blik, want achter die indrukwekkende waarden schuilen mogelijk belangrijke compromissen. Record dat vragen oproeptHet is BMW dat de nuance aanbracht in het enthousiasme. Markus Fallböhmer, verantwoordelijk voor batterijproductie bij de constructeur, gaf een duidelijke analyse tegenover journalisten van Car Sales. “Je moet erg voorzichtig zijn met dit soort aankondigingen,” waarschuwde hij. Volgens hem “kun je één prestatieparameter van een batterij optimaliseren, maar dat betekent onvermijdelijk dat je moet inleveren op andere vlakken. Het is als een deken die je naar één kant trekt, waardoor de andere kant bloot komt te liggen.”Concreet kan de tol liggen bij de levensduur van het batterijpakket, het maximale rijbereik of het gedrag bij hoge temperaturen. Volgens Markus Fallböhmer zijn dat precies de parameters die onder druk komen te staan wanneer je het laadvermogen tot zulke extreme niveaus opdrijft.Hij beschuldigt BYD niet van misleiding, maar pleit wel voor nuance. In plaats van zich blind te staren op spectaculaire cijfers, is het volgens hem essentieel om ook de juiste vragen te stellen. BMW critica a BYD y su Flash Charging de 1.500 kW, «hay que tener cuidado con esos anuncios» https://t.co/p1X8hxbDnm— TestCoches (@testcoches) April 5, 2026 De tijd zal het uitwijzenDe opmerking van Fallböhmer sluit aan bij welbekende principes in de elektrochemie. Lithiumcellen die aan zeer hoge laadstromen worden blootgesteld, krijgen te maken met aanzienlijke mechanische en thermische stress, wat hun interne slijtage versnelt. Dat zie je ook terug in de laadcurve: zelfs wanneer een batterij aanvankelijk extreme vermogens aankan, moet het systeem al snel de stroom beperken om schade te voorkomen. Het herhaaldelijk uitvoeren van zulke intensieve laadcycli kan op termijn de bruikbare capaciteit aantasten, en dus ook de levensduur van het batterijpakket verkorten.Tests in China tonen aan dat het systeem vandaag werkt, maar korte praktijktests zeggen niets over de gezondheid van een batterij na 150.000 of 200.000 kilometer. En precies daar ligt de kern van het debat: niet wat vandaag mogelijk is, maar wat op lange termijn overeind blijft. Bij BYD zelf klinkt het antwoord eenvoudig: zes jaar of 150.000 kilometer garantie op de wagen, en acht jaar of 250.000 kilometer op de batterij. Een engagement dat wijst op vertrouwen in de eigen technologie. Maar pas wanneer de eerste gebruikerservaringen zich opstapelen, zal blijken hoe die beloftes standhouden in de praktijk en of de indrukwekkende laadprestaties ook op lange termijn hun prijs hebben.

door David Leclercq
© Gocar

EDITO – Elektrische tweedehandswagen: goed idee, slecht moment?

Wanneer diesel boven 2 euro/l stijgt en benzine diezelfde grens nadert, is de verleiding groot om het roer om te gooien. De cijfers spreken boekdelen: +50% verkoop van elektrische tweedehandswagens bij Cardoen, een Tesla Model 3 die in 25 dagen verkocht raakt terwijl hij vroeger maanden in de showroom stond. Belgen tonen grote interesse in elektrische tweedehandswagens om niet langer afhankelijk te zijn van tankstations. En op papier is dat begrijpelijk: 6,90 euro/100 km voor elektrisch rijden tegenover bijna 12 euro met diesel of benzine. Die redenering lijkt sluitend.Maar de aankoop van een auto, zelfs een tweedehandswagen, is iets anders dan een Netflix-abonnement dat je opzegt als het je niet bevalt...Eerst rekenen, dan tekenenJe mag niet vergeten dat een degelijke elektrische tweedehandswagen zelden minder dan 20.000 euro kost. Daarbovenop komt meestal een hogere verzekeringspremie dan bij een vergelijkbare verbrandingsmotor, door de kostprijs van een batterijvervanging en complexere herstellingen. In Wallonië wordt de belasting op inverkeerstelling (BIV) bovendien berekend op basis van het gewicht: elektrische auto’s zijn zwaarder en dus vaak duurder bij inschrijving. En je moet ook budget voor een laadpaal voorzien, goed voor 800 tot 2.000 euro, afhankelijk van de situatie en de elektrische installatie thuis. Zonder laadpaal ben je aangewezen op publieke laadpunten, waar de prijs per kilowattuur snel hoger kan uitvallen dan een volle tank voor een auto met verbrandingsmotor. Maakt dat elektrisch rijden daarom een slechte keuze? Absoluut niet. Maar het betekent vooral dat je die beslissing weloverwogen moet nemen, met de cijfers in de hand en niet onder druk van de prijzen aan de pomp. De juiste vraag is niet “is elektrisch de moeite waard?” (want op lange termijn is het antwoord ja), maar wel: “past deze overstap vandaag wel binnen mijn persoonlijke situatie?”Wie daarop ja kan antwoorden, vindt op de Belgische tweedehandsmarkt echte opportuniteiten. De anderen wachten beter tot het gezond verstand opnieuw de bovenhand haalt op de frustratie aan de pomp.

door David Leclercq
© Gocar

Komen klassieke hybrides uit China straks massaal en spotgoedkoop onze kant op?

Met de opmars van de elektrische auto leken sommige aandrijvingen ten dode opgeschreven. Klassieke hybrides zonder stekker (vaak afgekort als HEV’s) hoorden daarbij, zeker met het geplande verbod op verbrandingsmotoren tegen 2035. Intussen heeft Europa zijn strategie echter bijgestuurd, met ruimte voor een langer gebruik van verbrandingsmotoren op synthetische of “groene” brandstoffen. En daar komt nu nog een extra factor bij: de opvallende comeback van de klassieke hybride, aangevuurd door Chinese constructeurs.Constructeurs als Changan, Geely en Chery lanceren tegelijk nieuwe hybridesystemen en geven zo een nieuw elan aan een technologie die Toyota al die tijd is blijven verdedigen. Niet zonder reden: in 2025 verkocht Toyota 11,3 miljoen voertuigen, waarvan maar liefst 42% klassieke hybrides, goed voor zo’n 4,7 miljoen stuks. Het bewijst dat de wereldmarkt nog altijd sterk gelooft in deze oplossing. Chinese automakers revive HEV strategy in 2026, focusing on cost, global markets, and new architectures distinct from Toyota hybrids.????https://t.co/atsdkfHJmv— CarNewsChina.com (@CarNewsChina) April 8, 2026 Andere aanpakNu, je moet niet denken dat de Chinezen simpelweg Toyota proberen te kopiëren. Het systeem van de Japanse constructeur is gebaseerd op een planetaire tandwielset, een soort “centrale as” waarin de krachten van de verbrandingsmotor en de elektromotor samenkomen. Daardoor kan elke motor op zijn eigen toerental draaien, volledig onafhankelijk van de andere energiebronnen. Los van de kritiek die soms wordt geuit op het “CVT-achtige” rijgevoel van deze technologie, moet je erkennen dat ze ronduit briljant is en op het vlak van efficiëntie eigenlijk geen gelijke kent.De nieuwe Chinese hybride architecturen kiezen echter voor een radicaal andere aanpak: de zogeheten DHT (Dedicated Hybrid Transmission). Dat is een slimme combinatie van serie- en parallelhybride, met een koppeling als sleutelcomponent.Concreet werkt zo’n DHT volgens drie modi, die automatisch worden aangepast aan de rijomstandigheden. Bij het wegrijden en aan lage snelheden werkt de verbrandingsmotor niet en zorgt enkel de elektromotor voor de aandrijving, net zoals bij een volledig elektrische auto.Wanneer de energievraag toeneemt, bijvoorbeeld bergop, met belading of bij hogere snelheden in de stad, springt de verbrandingsmotor bij. Maar hij fungeert dan uitsluitend als generator: hij wekt elektriciteit op om de elektromotor te voeden, zonder rechtstreeks de wielen aan te drijven. Deze eerste twee modi werken dus in serie. Op de snelweg of bij constante snelheid verandert dat. Dan grijpt de koppeling in en wordt de verbrandingsmotor mechanisch met de wielen verbonden. Dat is de parallelmodus, waarbij energieverliezen door dubbele omzetting worden vermeden. Komt deze methode je niet bekend voor? Inderdaad. Ze bestaat namelijk al bij Honda sinds 2019 en werd zelfs al eerder toegepast op de Honda Accord in de Verenigde Staten vanaf 2014, en daarna op de Honda CR-V i-MMD uit 2018 die ook in Europa werd verkocht.Economische logicaAls Chinese constructeurs deze architectuur in 2026 omarmen, is dat in de eerste plaats een economische keuze. Een klassieke hybride (HEV) heeft immers slechts een batterij van 1 tot 2 kWh, tegenover 10 tot 20 kWh voor een plug-inhybride en 50 kWh of meer voor een volledig elektrische auto. In een markt waar prijzen onder druk staan en marges steeds dunner worden, is dat een doorslaggevend voordeel. Deze strategie moet vooral de competitiviteit van de modellen vrijwaren.Daarnaast is het belangrijk te benadrukken dat in de seriemodi (de eerste twee werkingsstanden dus) de elektromotor volledig instaat voor de aandrijving. De verbrandingsmotor levert op dat moment geen enkele mechanische bijdrage. Dat verklaart ook waarom de elektromotoren in Chinese systemen duidelijk krachtiger zijn dan bij Toyota: ze leveren doorgaans tussen 130 en 180 kW, tegenover ongeveer 100 kW bij de Japanse referentie. Tot slot sluit dit systeem, voor een deel van de rijcyclus, aan bij de logica van EREV’s (Extended Range Electric Vehicles): elektrische auto’s met een range extender, waarbij de verbrandingsmotor uitsluitend stroom opwekt en de elektromotor de aandrijving verzorgt. Maar zijn die Chinese hybrides ook echt efficiënt? Volgens Changan wel: de Eado-berline zou in stadsverkeer slechts 2,98 liter per 100 kilometer verbruiken, terwijl de CS75 Plus SUV op 3,54 liter per 100 kilometer uitkomt. Die cijfers zijn wel gemeten volgens de Chinese CLTC-cyclus.Omgerekend naar de Europese WLTP-norm komt dat neer op respectievelijk 3,7 liter per 100 kilometer en 4,4 liter per 100 kilometer. Nog altijd bijzonder competitieve waarden en zelfs licht beter dan vergelijkbare hybrides van Toyota, zoals de Corolla (4,7 l/100 km) en de nieuwe RAV4 Hybrid (4,9 l/100 km).Europa als volgende stap?Het is zeer waarschijnlijk dat deze technologie zich niet tot de Aziatische markt beperkt, ook al mikken Europese beleidsmakers op een volledige overstap naar elektrisch rijden. China is intussen uitgegroeid tot de trendsetter in de auto-industrie: wat daar vandaag wordt ontwikkeld, verschijnt morgen op andere markten en vaak tegen prijzen waar westerse merken moeilijk tegenop kunnen.Dat patroon zagen we al bij elektrische auto’s, bij verbrandingsmotoren en bij plug-inhybrides. Binnenkort geldt dat wellicht ook voor modellen met een range extender (EREV). De opmars van klassieke hybrides zou dus wel eens hetzelfde traject kunnen volgen.Wat daarbij vooral opvalt: Chinese constructeurs komen uit bij een aanpak die Toyota al twintig jaar verdedigt. De toekomst van de auto ligt niet in één enkele technologie, maar in een mix van oplossingen die is afgestemd op gebruik, markt en context, eerder dan op ideologie. 

door David Leclercq

“Zinloos” goedkoop model opnieuw prioriteit voor Tesla?

De zogenaamde Model 2 was meer dan een hardnekkig gerucht. Het instapmodel met een richtprijs van 25.000 dollar moest Tesla definitief vestigen bij het grote publiek en het bedrijf aan een jaarproductie van 20 miljoen stuks (!) helpen. De plannen voor een budgetmodel hebben effectief gecirculeerd in het hoofdkwartier. Ze maakten zelfs een gerede kans op groen licht, nadat een interne analyse aangaf dat het project de voorkeur genoot boven de autonoom rijdende Cybercab.Vier ingewijden klappen uit de biechtMaar Musk verkiest - uit aandeelhoudersbelang?- visionaire projecten boven marktrealiteit  en schoot het zogenoemde Model 2-project af zodat meer middelen naar de Cybercab konden vloeien die momenteel in productie is. Toen persagentschap Reuters dat nieuws naar buiten bracht werden de journalisten door Musk weggezet als “leugenaars” op X. Maar de berichtgeving klopte. Reuters is lying (again)— Elon Musk (@elonmusk) April 5, 2024 Nu niet meer. Datzelfde Reuters heeft contact gehad met vier ingewijden bij Tesla. Deze vertelden dat Tesla op zijn stappen is teruggekeerd en in het diepste geheim aan de ontwikkeling van een kleine elektrische cross-over werkt. Compacter en goedkoper dan alles wat het merk momenteel aanbiedt. Tesla onthoudt zich van ieder commentaar, maar de bronnen verklappen details die té specifiek zijn en dus geloofwaardig overkomen. Zo zou het geplande voertuig 4,2 meter lang worden en slechts 1,5 ton wegen. Om de factuur ver onder de instapprijs van de Model 3 te duwen, zou Tesla kiezen voor een kleinere batterij en één elektromotor. Actieradius en vermogen zakken mee. Eerst China, dan de restNog een opvallende ‘bekentenis’: drie van de vier bronnen bevestigen dat de productie eerst in Shanghai opstart, met plannen om nadien ook in de VS en Europa te assembleren. Wanneer precies komen we helaas niet te weten, maar gezien de nog prille ontwikkeling moeten we uitkijken richting 2028. Als basis gaat Tesla wellicht het platform van de Model 3 gebruiken Al wordt dat niet door de bronnen bevestigd, maar het zou gewoon de nodige tijd uitsparen. Dat Tesla zo’n bocht maakt, heeft wellicht te maken met de veranderde marktsituatie. De verkoop zwengelt stilaan weer aan, maar blijft ruim onder de verwachtingen. Daardoor zit het merk op een overstock van meer dan 50.000 auto’s. De nicheproducten van het merk scoren ook niet volgens plan. De Cybertruck is een flop en ook het handjevol Cybercabs dat autonome ritten in Austin uitvoert moet toekijken hoe de concurrenten veel sneller opmars maken. Ten slotte is het ook in de vork tussen 20.000 en 30.000 euro dat de elektrische markt het hardst beweegt. Niet alleen in Europa, met de Renault 5 E-Tech, Kia EV2 en de Cupra Raval (om er maar een paar te noemen) maar ook in China, waar Tesla verloren terrein heeft goed te maken.

door Piet Andries
© Gocar

Ze hebben je misleid: deze constructeurs overdreven het vermogen van hun auto’s

Vandaag, met vermogensbanken die gemakkelijk toegankelijk zijn, nauwkeurige tests en gespecialiseerde fora, riskeert een constructeur die zijn cijfers opsmukt snel ontmaskerd te worden… en zijn geloofwaardigheid te verliezen. Sterker nog: de vermogens die fabrikanten vandaag opgeven, zijn vaak eerder een minimum. Maar er was een tijd waarin de droom die in de brochure werd verkocht mijlenver van de werkelijkheid lag. Tijd om de sjoemelaars van vroeger aan te wijzen…Waarom sjoemelden constructeurs?Omdat vermogen altijd tot de verbeelding sprak. Een indrukwekkend cijfer in een brochure was een krachtig verkoopargument in een tijd waarin snelheid echt verkocht. Denk maar aan een Ferrari met 300 pk, een Jaguar die de 200 km/u overschreed of een muscle car met meer dan 400 pk. Mooie, ronde cijfers die indruk maakten op het grote publiek. Een paar pk meer dan de concurrent en je had al een troef in handen om kopers te verleiden, hun ego te strelen en dus… een hogere prijs te rechtvaardigen. Eerlijk is eerlijk: het ging niet altijd om pure fraude. Soms waren er gewoon andere meetnormen of motoren die onder ideale omstandigheden getest werden. Kortom: sommige constructeurs logen een beetje, anderen profiteerden vooral van een bijzonder gunstig systeem…SAE-normen: het gouden tijdperk van optimistische cijfersJarenlang, vooral in de Verenigde Staten, werd vermogen gemeten op een motor op een testbank, zonder luchtfilter, zonder volledige uitlaat en zonder aangedreven accessoires (SAE Gross-norm). Logisch dat de cijfers in die omstandigheden erg flatterend waren. Ook heel wat Europese constructeurs maakten daar handig gebruik van en bleven bewust vaag over de gebruikte meetmethode…In 1972 schakelde men over naar de SAE Net-norm, die veel dichter bij de realiteit lag. Alleen al die overstap deed sommige auto’s op papier tientallen pk verliezen. Samen met strengere emissienormen en verzekeringen verklaart dat (deels) de spectaculaire terugval van muscle cars. Zo verloren de big blocks van Chevrolet en Ford soms meer dan 100 pk: van meer dan 400 pk aangekondigd naar minder dan 300… Al waren de verschillen in werkelijkheid vaak minder groot.GT’s uit de gouden jaren: mooie ronde cijfersIn de wereld van de grote Europese GT’s uit de jaren vijftig en zestig, net als vandaag, diende vermogen niet alleen om te informeren, maar ook om prestige uit te stralen… en om de concurrent een tik uit te delen. In die context werden cijfers soms naar boven afgerond tot het volgende tiental… en soms zelfs nog veel verder. Beginnen we met een mythe? Jaguar bijvoorbeeld gaf maar liefst 265 pk op voor zijn E-Type. Dat gebeurde volgens die bekende SAE-norm, wat theoretisch neerkomt op zo’n 220 DIN-pk, de Duitse norm die toen gold voor Europese auto’s. In werkelijkheid blijft zelfs dat laatste cijfer licht optimistisch: een standaard E-Type -motor die correct gereviseerd is, levert zelden meer dan 190 à 200 pk.Zelfde verhaal bij Aston Martin met de mythische DB5. Het merk gaf een vermogen van 282 DIN-pk op, een cijfer dat Aston vandaag nog altijd in zijn officiële geschiedenis gebruikt. Maar ook dit is pure fantasie. Zet vandaag een exemplaar op de vermogensbank en je mag je al héél gelukkig prijzen als er nog 250 pk overblijft onder de motorkap.En aan de andere kant van de Alpen? Even vloeken in de kerk: zelfs Ferrari deed eraan mee. De eerste ‘industriële’ GT van het merk, de 250 GT, werd opgegeven met ongeveer 240 pk, althans in zijn braafste versies. Eerlijk gezegd mag je eerder rekenen op ongeveer 200 pk… De 275 GTB die volgde en vandaag een miljoenenicoon is, pakte uit met 280 pk, zelfs 300 pk met zes carburateurs. Mooie, ronde cijfers die indruk maken. Trek er gerust een vijftigtal pk af… De modellen die daarna kwamen, zaten gelukkig dichter bij de werkelijkheid.Eén motor, meerdere vermogensNog bij Ferrari verdient de beroemde V6 met de naam ‘Dino’ eigenlijk een artikel op zich. Afhankelijk van of hij in de bekende Dino van Ferrari lag of in een van de Fiat Dino-modellen, kon deze motor tot 20 pk winnen… of verliezen. We dagen je uit om ze te vinden… Hetzelfde verhaal bij Maserati: de V6 in de Citroën SM werd opgegeven met 170 pk. Specialisten zullen je vertellen dat een seriemotor hooguit 135 à 140 pk levert. Grappig detail: vandaag gebruiken ze dat als excuus om te verklaren waarom hun aanpassingen geen homologatie krijgen… Een aangepaste en opgevoerde SM-motor haalt immers gewoon het fabriekscijfer. Goed om te weten: dezelfde motor, tot in de puntjes afgesteld door Maserati voor gebruik in de Merak, was een stuk krachtiger. En Lamborghini dan? De bekende 4.0 V12 van het merk, die in een hele reeks modellen lag, werd vaak aangekondigd met 350 pk. Sommige specialisten noemen dat een grove overdrijving, terwijl anderen vinden dat een goede motor zo’n 325 pk moet leveren. Omdat we geen Lamborghini bij de hand hebben, kunnen we daar moeilijk over oordelen… Eén ding staat wel vast: doorheen zijn evoluties won de Miura pk’s en ging hij op papier van 350 naar 385 pk. “Een winst die simpelweg ontstond door de brochure opnieuw te drukken”, aldus specialist Simon Kidston.De recente jaren: wanneer overdrijven een publiek probleem wordtWe zeiden het al: vandaag is het spel een stuk riskanter, want klanten controleren. Een bekend voorbeeld? De Ford Mustang SVT Cobra uit 1999. Ford kondigde 320 pk aan, maar tests en feedback van klanten maakten al snel duidelijk dat er iets niet klopte. Op de vermogensbank bleken er een veertigtal paarden te ontbreken. De zaak kreeg zoveel aandacht dat Ford een correctiecampagne opstartte, met als duidelijk doel dat elke aangepaste auto effectief meer vermogen zou leveren dan beloofd. Hier was geen sprake meer van de onschuld van de jaren zestig: een constructeur werd op heterdaad betrapt.Uiteindelijk, zoveel decennia later, is dit alles niet echt teleurstellend en draagt het eerder bij aan de charme van deze schoonheden uit een andere tijd, toch?Ontdek alle oldtimers op Autoclassic.be

door François Piette

Alcohol achter het stuur: waarom sommige Belgen tot tien keer meer kans hebben om gecontroleerd te worden dan anderen

In 2025 voerden de Belgische ordediensten volgens politiecijfers meer dan 2,1 miljoen alcoholcontroles uit. Een indrukwekkend aantal, maar het verbergt grote territoriale verschillen. Dat is des te opvallender, omdat rijden onder invloed een hardnekkig probleem blijft. In de eerste negen maanden van het jaar waren er meer dan 2.800 ongevallen waarbij een bestuurder onder invloed betrokken was. Alleen al in de eerste helft van het jaar vielen er 209 doden op onze wegen. Volgens VIAS gebeuren er dagelijks tien ongevallen met lichamelijke letsels die rechtstreeks gelinkt zijn aan alcoholmisbruik. Toch verschilt, afhankelijk van waar je je in België bevindt, de kans op een ademtest — en de bijbehorende sancties — aanzienlijk. Een situatie die moeilijk te begrijpen is, en vooral moeilijk te rechtvaardigen.Lappendeken van controlesVolksvertegenwoordiger Oskar Seuntjens (Vooruit) vroeg minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke (Les Engagés) om gedetailleerde cijfers over alcoholcontroles door de federale politie. Die schetsen een bijzonder contrastrijk beeld. De verschillen zijn frappant. In Vlaanderen werden in De Haan en Hechtel-Eksel in 2025 meer dan 800 controles per 1.000 inwoners uitgevoerd. Aan de andere kant van het spectrum ligt Sint-Gillis-Waas, waar dat cijfer amper 11 per 1.000 bedraagt. Ook in Wallonië zijn de verschillen groot. In Luik werden bijvoorbeeld slechts 20 controles per 1.000 inwoners geregistreerd. Oftewel elf keer minder dan in Hasselt. En in 175 van de 565 Belgische gemeenten ligt dit cijfer nog lager. Andere cijfers springen eveneens in het oog. Volgens VIAS is 2% van de gecontroleerde bestuurders in overtreding in Wallonië, tegenover slechts 0,8% in Vlaanderen. De conclusie dringt zich op: waar minder gecontroleerd wordt, worden verhoudingsgewijs meer bestuurders onder invloed betrapt. Volgens de verkeersveiligheidsorganisatie zou de controle-intensiteit in Wallonië minstens op het Vlaamse niveau moeten worden gebracht om een echte impact te hebben op het aantal ongevallen.Zelfde promillage, andere sanctiesEen ander pijnpunt was de grote autonomie van de Belgische parketten bij het bepalen van de drempel voor onmiddellijke intrekking van het rijbewijs. In de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg gold al een grens van 0,35 mg/l uitgeademde lucht. In november 2025 sloten ook de parketten van Leuven en Halle-Vilvoorde zich daarbij aan. Elders bleef de limiet echter op 0,50 mg/l. Met andere woorden: eenzelfde alcoholgehalte kon in de ene provincie leiden tot een onmiddellijke intrekking van het rijbewijs, en in de andere slechts tot een boete. Althans, zo was het vóór 28 januari 2026. © PolBRU Facebook Intrekking van vijftien dagenSinds 28 januari 2026 heeft een ministeriële omzendbrief, ondertekend door minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V), een einde gemaakt aan dat lappendeken. De drempel van 0,35 mg/l geldt voortaan overal in het land.Elke bestuurder die die grens overschrijdt, verliest zijn rijbewijs onmiddellijk voor vijftien dagen. De gerechtelijke gevolgen kunnen bovendien veel verder gaan: boetes tot 16.000 euro, een rijverbod van acht dagen tot vijf jaar, een alcoholslot en verplichte medische en psychologische onderzoeken opgelegd door de rechter.De sancties zijn eindelijk geharmoniseerd. Maar de frequentie van controles - een federale bevoegdheid die in de praktijk bij de lokale politiezones ligt - blijft sterk verschillen. Regionale ministers beperken zich tot preventie en kunnen daar dus weinig aan veranderen. De helft van het probleem is opgelost. De andere helft wacht nog altijd op een politieke oplossing …

door David Leclercq

Volkswagen Caddy 2026: facelift, maar zeer subtiel

De nieuwste Caddy verscheen in de herfst van 2020 en zit al aan zijn vijfde generatie. Hij vormt ook de basis voor de Ford Tourneo/Transit Connect. De Caddy blijft beschikbaar als bestelwagen of ludospace, met twee koetswerklengtes: een standaardversie van 4,50 m en een Maxi-variant van 4,85 m. Ook de originele camperversie Caddy California blijft na deze facelift in het gamma, met slaapruimte, een uitschuifbare mini-keuken en een vrijstaande achtertent.Lichte esthetische wijzigingenHoe herken je de gefacelifte Caddy? Dat is niet eenvoudig, want de visuele aanpassingen zijn bijzonder subtiel… Aan de buitenkant valt vooral de nieuwe voorbumper op met aangepaste onderlip, samen met nieuwe koetswerkkleuren en nieuwe aluminium velgen (van 16 tot 18 duim). Volkswagen belooft ook veranderingen in het interieur, met onder meer een groter centraal scherm, al zijn er nog geen beelden van het nieuwe interieur vrijgegeven. Nog altijd veel motorenOnder de motorkap lijkt er weinig te veranderen. We mogen dus uitgaan van het huidige motorengamma, dat bijzonder uitgebreid is. Een volledig elektrische versie staat niet op de planning, maar de Caddy blijft beschikbaar met een brede waaier aan aandrijvingen: benzine (1.5 TSI met 115 pk), diesel (2.0 TDI met 75, 102 of 122 pk) en zelfs een plug-inhybride die de 1.5 benzinemotor van 115 pk combineert met een elektromotor (eveneens 115 pk), samen goed voor 150 pk. Volkswagen kondigt een rijbereik van ongeveer 120 km in elektrische modus aan. De batterij (19,7 kWh) laad je in 2u30 op via wisselstroom (AC) met de 11 kW-boordlader, of via gelijkstroom (DC) tot 40 kW (goed voor 5 tot 80% in 26 minuten). De 2.0 TDI met 122 pk is bovendien beschikbaar met vierwielaandrijving (4Motion). We herinneren er ook aan dat de Caddy gebaseerd is op een personenwagenchassis (MQB-platform, onder meer gebruikt door de Golf) en daardoor goede rijkwaliteiten biedt (wegligging, comfort). De Caddy wordt gebouwd in Polen, in de fabriek van Poznań, en de gefacelifte versies komen in de zomer op de markt. De prijs wordt dan bekendgemaakt.

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Brandstofcrisis: Belgen kiezen massaal voor elektrische tweedehandswagens

Sinds het begin van de brandstofcrisis zien Belgische garages een opvallende verschuiving. Volgens gegevens die L’Écho verzamelde bij grote spelers in de autodistributie, is de verkoop van elektrische tweedehandswagens met 30 tot 35% gestegen in slechts enkele weken, bijvoorbeeld bij Van Mossel, een van de grootste verdelers in de Benelux. Bij Cardoen, een andere specialist in reconditionering, loopt die stijging zelfs op tot 50% vergeleken met dezelfde periode vorig jaar.Bij MyWay, de tweedehandsafdeling van D’Ieteren, namen de online zoekopdrachten naar elektrische wagens met 31% toe tegenover het laatste kwartaal van 2024 en met 42% in vergelijking met het eerste kwartaal van 2025. Dat bevestigt wat onze analisten ook al vaststelden op het online verkoopplatform van Gocar.be: een forse stijging van het aantal zoekopdrachten.Deze rush valt gemakkelijk te verklaren. Met een dieselprijs die vlot boven de 2 euro per liter gaat en benzine die dat niveau nadert, krijgen Belgische automobilisten hun budget steeds moeilijker rond. De prijs van elektriciteit blijft voorlopig stabiel en kan voor sommige gebruikers met zonnepanelen en een digitale meter zelfs negatief uitvallen bij zonnig weer. © Van Mossel Daardoor kijken ook particulieren steeds vaker naar de elektrische auto, want de gebruikskosten liggen een stuk lager dan bij modellen met een verbrandingsmotor. Op basis van de huidige prijzen (2,18 euro/l voor diesel en 1,84 euro/l voor benzine 95) blijft het verschil in kostprijs per 100 km enorm: 11,99 euro voor 100 km met een Golf diesel (verbruik van 5,5 l/100 km), 12,88 euro voor benzine (7 l/100 km) en slechts 6,9 euro met een elektrische auto (18 kWh/100 km), inclusief 20% laadverlies.Tesla, MG4: verkooptijden gehalveerdDe meest spectaculaire evolutie zie je in de verkooptijden. Volgens Indicata, specialist in de analyse van autogegevens die door L’Écho werd geïnterviewd, is de gemiddelde tijd dat een tweedehandswagen in de showroom blijft staan sterk gedaald, vooral bij elektrische modellen. Een radicale ommekeer, want vóór maart-april 2026 konden elektrische tweedehandswagens nog maanden op een parking blijven staan. Die tijd is duidelijk voorbij. Een tweedehands Tesla Model 3 wordt vandaag gemiddeld in 25 dagen verkocht, de helft sneller dan begin dit jaar. De MG4, die financieel toegankelijker is, zag zijn verkooptijd zelfs door vier gedeeld worden: van 207 dagen naar 48 dagen in dit kwartaal. Ook de kleine elektrische Citroën ë-C3 kent een ongeziene populariteit. Vooral compacte en betaalbare modellen stuwen deze markt vooruit. Logisch, want het zijn vooral particuliere kopers die op hun budget letten.Staat van de batterijVoor je de sprong waagt, zijn er enkele aandachtspunten. De batterij blijft uiteraard het belangrijkste onderdeel van een elektrische tweedehandswagen. Om je te beschermen tegen een beperkte levensduur, vraag je best altijd naar de SoH (State of Health). Die waarde drukt in procent uit hoeveel opslagcapaciteit de batterij nog heeft ten opzichte van de oorspronkelijke staat. In België is het sinds 2026 ook mogelijk om die informatie te vermelden op de Car-Pass, wat het voor kopers een stuk eenvoudiger maakt. © Cardoen Ook goed om te weten over de batterijen is dat ze minder snel degraderen dan aanvankelijk werd gevreesd. Een auto van drie jaar oud heeft vaak nog zo’n 90% van zijn oorspronkelijke capaciteit. Veel constructeurs geven een garantie van acht jaar of 160.000 km op de batterij, maar tests tonen aan dat sommige batterijen honderdduizenden kilometers meegaan, tot zelfs 700.000 km in bepaalde gevallen. Vaak overleeft de batterij zelfs de rest van de auto.Handelen vóór prijsstijgingDe tweedehandsmarkt zat dan weer vol met elektrische auto’s. Op het zoekertjesplatform van Gocar.be vind je momenteel heel wat advertenties voor elektrische tweedehandswagens. Maar lang zal dat voordeel wellicht niet duren, want volgens de logica van vraag en aanbod zullen de prijzen stijgen naarmate de vraag verder toeneemt. Maar zal deze gedragsverandering van kopers blijven duren? Dat is allerminst zeker. Alles hangt af van hoe de brandstofprijzen de komende weken evolueren. Toch lijkt er zich een duidelijke onderliggende trend af te tekenen. Oliecrisissen volgen elkaar op en worden steeds heviger. Die context lijkt bij Belgische automobilisten een bewustwording op gang te brengen: ze willen hun koopkracht op lange termijn beschermen. De vraag is dus of opeenvolgende oliecrisissen niet de echte motor zijn van de overstap naar elektrisch rijden.

door David Leclercq
© Gocar

TEST Volvo ES90 2026: de grote comeback van de Zweedse berline?

In een wereld waarin SUV’s zowat alles domineren, had Volvo het al een tijdje niet meer aangedurfd om nog eens een berline te lanceren. Vergeet niet dat de S90 en S60 tot het verleden behoren. Intussen heeft de Zweedse constructeur volop ingezet op SUV’s: de EX30, EX40, EC40, EX90, XC60 en XC90. Dit gamma laat een koetswerkvorm links liggen die nochtans een groot deel van de Volvo-reputatie heeft opgebouwd. De ES90 maakt een einde aan die pauze en betekent de terugkeer naar het segment van de grote (en voortaan elektrische) premiumberlines, tegenover gevestigde waarden zoals de Audi A6 e-tron, BMW i5 en Mercedes EQE. Het voelt dus als een breuk. Of net als een terugkeer naar de roots. Is dat een bewuste keuze? 800VNet als de EX90 waarop hij gebaseerd is, betekent de ES90 technologisch veel voor het merk. Samen met die grote SUV is hij het eerste model van Volvo met een elektrische 800V-architectuur. Daarmee zet hij meteen een grote stap vooruit. Concreet vertaalt zich dat in een DC-laadvermogen van 300 kW voor de Single Motor Extended Range, en zelfs tot 350 kW voor de Twin Motor-versies die deze zomer volgen. Van 10 naar 80% laden duurt slechts 22 minuten. Ter vergelijking: de BMW i5 blijft steken op 205 kW door zijn 400V-architectuur. De ES90 heeft ook een AC-boordlader van 11 kW en standaard een warmtepomp om het rijbereik in koude omstandigheden te beschermen. Voor een Zweedse auto is dat bijna vanzelfsprekend.Voorlopig is alleen de Single Motor Extended Range beschikbaar, met een batterij van 92 kWh bruto (88 kWh netto) en een officieel rijbereik van 662 km volgens de WLTP-cyclus. De Twin Motor-versies volgen deze zomer, met een batterij van 106 kWh en een rijbereik tot 701 km voor de standaardversie en 683 km voor de krachtigere Twin Performance. Comfort als belofteDe ES90 is exact 5 meter lang en heeft een wielbasis van 3,1 meter. Zijn silhouet valt op en balanceert tussen dat van een klassieke berline en een moderne fastback. In plaats van een klassiek kofferdeksel krijgt hij namelijk een grote vijfde deur. De aerodynamica is zorgvuldig uitgewerkt, met een Cx van 0,25, de beste waarde ooit voor een productie-Volvo. De bodemvrijheid van 18 cm en velgen tot 22 duim geven hem een hoge houding die die hem wat SUV-allures geeft. Toch blijft het geheel elegant en meteen herkenbaar.Binnenin omhult de ES90 zijn inzittenden letterlijk met een verzorgde sfeer die trouw blijft aan de Scandinavische stijl, met mooi gekozen materialen, een royale ruimte en een dashboard dat verfijnder is uitgewerkt dan in de EX90. De ES90 krijgt de nieuwste versie van Volvo Car UX, een interface die steunt op Google Automotive.Het centrale scherm van 14,5 duim biedt enkele goed geplaatste snelkoppelingen, maar de volledig digitale bediening blijft een discussiepunt. Het systeem reageert regelmatig traag. De stand van het stuur aanpassen, de spiegels instellen of de stuurweerstand wijzigen? Daarvoor moet je telkens door complexe submenu’s navigeren. Deze kritiek is niet nieuw, maar blijkbaar hebben constructeurs die boodschap nog altijd niet begrepen. In de praktijk werkt de Google-integratie goed. De navigatie is nauwkeurig, de batterij wordt op de achtergrond efficiënt voorverwarmd wanneer je een laadpunt nadert en ook de routeplanning zit goed in elkaar. Minder overtuigend is Pilot Assist, het semiautonome rijsysteem dat in de praktijk nog met verschillende problemen kampt. Fouten in snelheidsherkenning of interpretatie verstoren het rustige karakter van deze grote berline. Hopelijk worden die kinderziektes snel opgelost via over-the-air-updates (OTA).Achterin, gebruiksgemakAchterin valt de lange wielbasis meteen op. De beenruimte is ronduit indrukwekkend en de elektrisch verstelbare rugleuningen (28 tot 33 graden) nodigen uit tot reizen in uitzonderlijk comfort. Het grote glazen dak versterkt het ruimtegevoel, ook al kan het niet open. Je kunt het wel elektrisch verduisteren via een dimfunctie.Toch zijn er enkele minpunten die wijzen op een afwerking die in dit segment beter kan: geen zonnescherm, geen opbergvakken aan de rugleuning van de voorzetels en geen handgrepen aan het plafond. Door de batterij ligt de vloer iets hoger, waardoor achterpassagiers hun voeten wat hoger moeten plaatsen dan in een klassieke berline. Dat is geen dealbreaker, maar kan vermoeiend zijn voor grotere volwassenen.  De koffer biedt 442 liter in vijfzitconfiguratie, wat eerder aan de krappe kant is voor een auto van dit formaat. De achterklep en vlakke laadvloer maken het laden in het dagelijkse gebruik gemakkelijk, terwijl de achterbank met 40-20-40-verdeling voor de nodige flexibiliteit zorgt. De 360°-camera en parkeersystemen zijn mooi meegenomen, maar het zicht naar achteren blijft een probleem door de erg kleine achterruit. Dat doet denken aan de Polestar 4, die zelfs helemaal geen achterruit heeft. En aangezien beide modellen technisch verwant zijn…Op de wegDe Single Motor Extended Range levert 333 pk en 480 Nm en drijft uitsluitend de achterwielen aan. Op papier oogt 333 pk voor 2.410 kg niet echt indrukwekkend (7,2 kg/pk). En dat voel je ook op de weg: de respons is meteen beschikbaar, zoals bij elke elektrische auto, maar het geheel mist wat ademruimte voor een berline van dit kaliber. Wie wat meer verwacht, zal beter af zijn met de Twin Motor-versies, die dat extra duwtje wel bieden. Daartegenover staat dat het weggedrag positief verrast. De auto is zwaar, dat klopt, maar hij gaat daar beheerst mee om. De actieve luchtvering met dubbele kamer (2.690 euro op de twee hogere uitvoeringen) filtert oneffenheden bijzonder goed weg. Zelfs op 21 duim slikt de ES90 slecht wegdek zonder hard over te komen.Het rijgedrag is mooi in balans. De achterkant kan uitbreken, maar dat gebeurt geleidelijk en blijft altijd voorspelbaar. In die zin sluit de ES90 opnieuw aan bij de traditie van de klassieke berline. In de regen blijven tractie en grip ruim voldoende, wellicht dankzij een niet overdreven verhouding tussen gewicht en koppel.De besturing is licht en precies, wat manoeuvreren in de stad eenvoudig maakt, al vraagt het grote formaat wel om wat extra aandacht. De koetswerklijnen zijn namelijk niet altijd even gemakkelijk in te schatten. Op de snelweg komt de ES90 volledig tot zijn recht. Het is bijzonder stil in het interieur. Wind- en rolgeluiden zijn nauwelijks hoorbaar, wat het typische karakter van een echte kilometervreter alleen maar versterkt.Budget en verbruikTijdens onze test van 600 km, grotendeels op de snelweg, kwam het werkelijke verbruik uit op 22 kWh/100 km. Volvo geeft 15,6 kWh/100 km op volgens de gemengde WLTP-cyclus, maar dat lijkt moeilijk haalbaar, zelfs in de stad met veel regeneratief remmen. Het reële rijbereik moet je dus eerder inschatten op zo’n 420 km in dagelijks gebruik, met maximaal 450 km in gunstige omstandigheden. In België wordt de ES90 Single Motor Extended Range aangeboden in drie uitrustingsniveaus. De instapversie Core start vanaf 72.490 euro en omvat onder meer klimaatregeling met vier zones. De Plus-uitvoering kost 75.490 euro en voegt onder andere een Bose Premium-audiosysteem, head-updisplay met Distance Alert en Park Pilot Assist toe. De topversie Ultra loopt op tot 81.490 euro en krijgt daarbovenop een elektrochromisch panoramadak, geventileerde voorzetels en high-definition pixelkoplampen. Een stevig prijskaartje…ConclusieDe ES90 is een geslaagde grote berline. Zijn comfort, stilte en 800V-architectuur zijn echte troeven tegenover de Duitse concurrentie. Maar de Single Motor-versie kan zijn gewicht niet verbergen als het op prestaties aankomt, terwijl de volledig digitale bediening een stap achteruit is voor wie veel tijd achter het stuur doorbrengt. Hoe aantrekkelijk is hij dan? Beperkt, want dit segment is bij ons niet meer zo populair. Volvo zou er goed aan doen om ook een break te bouwen. En misschien komt die er wel… Uiteindelijk vormen vooral de sfeer en het comfort zijn grootste troeven. Voor Comfortabele ophanging en stilte 800V-architectuur en laadvermogen Evenwichtig rijgedrag en goede tractie Royale ruimte achterin Cons Eerder brave motorisatie Volledig digitale ergonomie soms frustrerend Koetswerk moeilijk in te schatten Hoge prijs, beperkt segment De Volvo ES90 Single Motor Extended Range in cijfersMotor: 1 elektromotor, 333 pk en 480 NmBatterij: 92 kWh (88 kWh netto)Aandrijving: achterwielenVersnellingsbak: reductie met één verhoudingL/b/h (mm): 5.000 / 1.940 / 1.550Leeggewicht (kg): 2.410Koffervolume (l): 446 – 1.2560 tot 100 km/u (sec): 6,6Topsnelheid (km/u): 180Verbruik (WLTP, kWh/100 km): 15,6CO₂: 0 g/kmPrijs: 72.490 euroBIV: Vlaanderen: 61,50 euro, Wallonië: 1.170 euro, Brussel: 75,79 euroVerkeersbelasting: Vlaanderen: 102,96 euro, Wallonië en Brussel: 103 euroEcomalus Wallonië: 0 euro

door David Leclercq

Denza, het luxemerk van BYD, komt na de zomer naar België

Nog een Chinese constructeur erbij. Deze keer geen budgetmerk, want Denza is het luxemerk van BYD (Build Your Dreams), dat vorig jaar Tesla voorbijstak als grootste fabrikant van elektrische auto’s ter wereld. Geen kleine speler dus. En Denza wil nog meer technologie bieden dan BYD zelf. Ter herinnering: Denza ontstond in 2010 als een joint venture tussen BYD en de Duitse groep Daimler (het moederbedrijf van Mercedes). Het merk bracht zijn eerste model uit in 2014 en is vandaag volledig in handen van BYD.Imposante en stijlvolle shooting brakeDenza kondigde aan dat het tegen het einde van het jaar aanwezig zal zijn in dertig Europese landen, met meer dan 150 concessies. In eerste instantie brengt het merk de shooting brake Z9GT op de markt. Dat is een indrukwekkende auto (5,20 m lang, dus 20 cm langer dan de Porsche Taycan Sport Turismo), met een design van Wolfgang Egger, een Duitse ontwerper die onder meer werkte voor Audi en Alfa Romeo. Het interieur van deze shooting brake oogt chic en modern, met een gigantisch centraal scherm van 17,3 duim en een head-updisplay van 50 duim.  Elektrisch of hybrideDe Denza Z9GT komt er als plug-inhybride (DM-i) of volledig elektrisch (EV). De eerste combineert een 2.0-benzinemotor met drie elektromotoren (één vooraan, twee achteraan), die samen 776 pk en 1.035 Nm koppel leveren. De drie elektromotoren worden gevoed door een batterij van 64 kWh, goed voor een elektrisch rijbereik van 203 km. De volledig elektrische versie levert in totaal 1.156 pk en 1.210 Nm koppel, en sprint van 0 naar 100 km/u in 2,7 seconden (tegenover 3,6 seconden voor de hybride). Zijn batterij van 122,49 kWh biedt een theoretisch rijbereik van 600 km.Nog een opvallend detail: dankzij vierwielsturing kunnen de Denza Z9GT-modellen zich zijwaarts of in ‘krabmodus’ verplaatsen, bijvoorbeeld om gemakkelijker in en uit smalle parkeerplaatsen te manoeuvreren. Bliksemsnel ladenDe hybride en elektrische Z9GT krijgen geavanceerde bladebatterijen die een bijzonder hoog laadvermogen aankunnen in gelijkstroom, met pieken tot… 1.500 kW, tegenover bijvoorbeeld 400 kW voor de nieuwste Porsche Cayenne Electric. Daardoor zou de hybride versie van 10 naar 70% kunnen laden in 5 minuten en van 10 naar 97% in 9 minuten. Voor de elektrische versie mag je ongeveer het dubbele rekenen, aangezien de batterij twee keer zo groot is. Let wel: momenteel bestaan er in Europa nog geen laadpalen van 1.500 kW, de krachtigste halen vandaag maximaal 600 kW... Gamma breidt uitDe prijs van de Denza Z9GT is nog niet bekend, maar de constructeur heeft al aangekondigd dat het gamma tegen het einde van het jaar wordt uitgebreid met een elektrische instapversie met achterwielaandrijving, goed voor een officieel rijbereik tot 800 km. Er wordt ook een tweede model verwacht: de plug-inhybride monovolume D9, een rivaal voor de Volkswagen Multivan. Kortom, Denza heeft grote ambities en rekent op zijn geavanceerde technologie om klanten te overtuigen.

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Te snel rijden voor een flitser: kan het en levert het ook een boete op?

Niet dat we het aanmoedigen, maar technisch wekt dit verhaal zeker interesse. Alle flitsradars hebben een maximumbereik, wat betekent dat ze boven hun plafond niet langer in staat zijn om de juiste snelheid van de passerende auto te registreren. Een afwijkende meting zou een juridische voedingsbodem kunnen zijn voor de nietigverklaring van een boete. Maar is dat ook zo?Tot 320 km/uHet is natuurlijk niet toevallig dat onze Oosterburen bij Auto Motor und Sport de zaak hebben uitgespit. Alhoewel het aantal toegelaten stroken steeds kleiner wordt en het principe onder hevig vuur komt te liggen door de elektrificatie en de klimaatopwarming, geldt in Duitsland nog altijd de onbeperkte snelheid. Tenzij anders aangegeven. Daarom zet de ‘Polizei’ radars met een brede snelheidsvork in. De veelgebruikte toestellen van het Wiesbadense bedrijf Vitronic meten zo snelheden van 10 tot 320 km/u. Dat is al een behoorlijke rotvaart en voor een radar, die meestal volgens het dopplereffect registreert, wordt de passerende auto dan zélf een flits. Een exacte meting is niet langer mogelijk, want de auto zit te kort in de meetzone. Flitser flitst gewoon doorToch stopt het apparaat niet met flitsen. Een woordvoerster van het bedrijf Vitronic zegt tegenover het Duitse autoblad: "Het meetapparaat maakt ook bij snelheden boven 320 km/u een zaakdossier aan (foto’s, red.) dat als bewijsmateriaal kan worden gebruikt. Het enige verschil is dat bij zulke snelheden niet de concreet gemeten waarde wordt aangerekend, maar enkel de hoogste waarde van het nominale meetbereik.” Met andere woorden, wie tegen de lamp loopt, zal de maximale meetsnelheid als vastgestelde overtreding op zijn bon zien verschijnen. Het ontbreken van een exacte snelheid doet geen afbreuk aan de bewijswaarde. De overtreding staat wettelijk vast, en dat volstaat. Die werkwijze is rechtsgeldig zolang het apparaat geijkt is en de maximummeting correct is uitgevoerd. Ook al is Duitsland toleranter dan België tegenover snelheid, de gevolgen zijn niet mals. Een overtreding van deze grootorde valt onder de hoofding ‘verboden motorvoertuigrace’ of ‘gevaar voor het verkeer’. Dat zijn strafrechtelijke feiten. Naast de geldboete (700 euro) kan een rechter tot twee jaar gevangenisstraf opleggen. Het rijbewijs wordt uiteraard ingetrokken, drie maanden om te beginnen.En op Belgische wegen?Op Belgische wegen kijk je in de lens van andere fabrikanten. In de eerste plaats Gatso (vooral de T-series) en op bepaalde trajecten Jenoptik. De onderliggende logica verschilt niet van Duitsland. Het KB van 12 oktober 2010 (de wettelijke basis voor alle in België goedgekeurde meettoestellen) stelt expliciet dat een snelheidsmeter via een code moet aangeven wanneer de gemeten snelheid het maximale meetbereik overschrijdt. Ook Belgische flitsers stoppen dus niet stilzwijgend aan hun technische bovengrens: ze registreren en signaleren alsnog de overtreding.Gatso publiceert geen bovengrens voor zijn toestellen, maar maakt gewag van een technisch bereik van 500 km/u, zij het dat de gecertificeerde – en dus juridische – snelheid op 250 km/u ligt. Die laagste is dubbel zo laag om de nauwkeurigheid te waarborgen en de gerechtelijke vervolging niet in het gedrang te brengen.Voor zulke extreme snelheden komen bovendien de artikelen 418-420 van het Belgisch Strafwetboek in beeld: onopzettelijke slagen of doodslag door roekeloosheid. Ook voor deze kan een gevangenisstraf worden gevorderd. Conclusie? Te snel voor de flitser bestaat alleen technisch. Juridisch ontlopen deze overtreders hun sanctie niet. Maar hou het vooral veilig onderweg.

door Piet Andries
© Gocar

Tesla klopt BYD opnieuw als grootste verkoper van elektrische auto’s: trendbreuk of toevalstreffer?

De verkoopcijfers van elektrische auto’s in het eerste kwartaal van 2026 zorgen voor een opvallende verrassing. Tesla maakte bekend dat het 358.023 wagens heeft geleverd, een stijging van 6,5% tegenover een jaar eerder. Een degelijk resultaat, al hadden analisten op meer gerekend. De echte verrassing komt echter van de andere kant. BYD, dat in 2025 nog de wereldmarkt domineerde met 2,25 miljoen voertuigen tegenover 1,63 miljoen voor Tesla, strandt nu op 310.389 volledig elektrische auto’s. Dat betekent een scherpe daling van 25,46% tegenover het eerste kwartaal van 2025. Het verschil tussen beide rivalen loopt daarmee op tot meer dan 47.000 stuks, een aanzienlijke kloof. De machtswissel is dus even plots als spectaculair.Die heropleving krijgt nog meer betekenis in een Europese context. Het politieke engagement van Elon Musk, zijn openlijke steun aan Donald Trump en zijn polariserende uitspraken op sociale media hadden geleid tot een ongeziene vertrouwensbreuk. In Europa vertaalde zich dat in georganiseerde boycots, een aangetast imago en kelderende verkoopcijfers. De dalingen liepen op tot 50% op zowat alle markten van het oude continent. En toch hebben de Europese resultaten in het eerste kwartaal wel degelijk bijgedragen aan het herstel van de totaalcijfers van de Amerikaanse constructeur. Komt dat doordat Elon Musk zich intussen wat meer op de achtergrond houdt in de politieke arena? Moeilijk te zeggen. Wat wel duidelijk is: consumenten hebben vaak een kort geheugen. De controverse is gaan liggen, terwijl tegelijk de sterke troeven van Tesla opnieuw op de voorgrond treden, zoals het efficiënte batterijbeheer, het uitgebreide Supercharger-netwerk en de komst van toegankelijkere modellen, zoals de Model Y Standard.Toch is niet alles rooskleurig. In het eerste kwartaal van 2026 produceerde Tesla 408.386 voertuigen, ofwel bijna 50.000 meer dan het er kon leveren. Die oplopende voorraad kan de komende maanden druk zetten op de verkoopprijzen en dus ook op de marges. Tesla sales grew by 6% in Q1, but company has an overproduction problem https://t.co/XqDx5fthyj— Ars Technica (@arstechnica) April 2, 2026 A record 50,000 unsold Teslas are sitting on the lot https://t.co/3Ih6JvSgBu— Automation Workz (@AutomationWorkz) April 2, 2026 China keert zich omDe situatie bij BYD oogt op meerdere vlakken zorgwekkend en gaat duidelijk verder dan één tegenvallend kwartaal. Alle modellen worden getroffen, ook de plug-inhybrides, nochtans een segment waarin de constructeur sterk groeide, maar dat nu een daling van 33,5% op jaarbasis laat zien. Het volledige commerciële model van BYD vertoont daarmee tekenen van verzwakking. De oorzaken zijn bekend: Peking heeft de aankoopsubsidies afgebouwd en tegelijk een einde gemaakt aan de maandenlange prijsoorlog op de Chinese markt. In één klap verliest BYD zo zijn twee belangrijkste groeimotoren. In werkelijkheid volgen beide constructeurs gewoon een heel andere strategie. Waar men dacht dat Tesla vooral nieuwe modellen nodig had, blijkt voor veel kopers een toegankelijkere instapprijs al voldoende. Tegelijk heeft Tesla afscheid genomen van de verouderde Model S en Model X, en focust het merk duidelijker op zijn volumemodellen.BYD richt zijn blik nu op export, en vooral op Europa, om de problemen op de thuismarkt op te vangen. Maar of dat volstaat, is allerminst zeker. Met dalende marges dreigt het merk aan competitiviteit in te boeten. En de vraag blijft of Europese klanten voor een Chinese auto zullen kiezen als die uiteindelijk evenveel kost als een Europese tegenhanger.

door David Leclercq
© Gocar

Brandstof aftappen en brandstofdiefstal: zo vermijd je een onaangename verrassing

Een volle dieseltank is vandaag meer dan 120 euro waard. Aan 2,48 euro/l is brandstof zo waardevol geworden dat sommige mensen zonder aarzelen een twintigtal euro investeren in een slangetje om brandstof af te tappen dat je met een paar klikken online bestelt. Met dat eenvoudige materiaal kan een dief in minder dan tien minuten een tank leegmaken, zonder lawaai en zonder sporen na te laten. Ook benzine blijft niet gespaard aan 1,95 euro/l. Het fenomeen dook al op tijdens de prijsstijgingen door de Oekraïnecrisis in 2022 en lijkt nu opnieuw terrein te winnen.Twintig euro, tien minutenKun je je als automobilist wapenen tegen dit soort diefstal? Je verliest niet alleen brandstof, het gaat vaak ook gepaard met schade, bijvoorbeeld aan de tankklep. De eerste en meest doeltreffende oplossing is je auto parkeren in een afgesloten garage of een ondergrondse parking, waar vaak camera’s hangen. Maar dat is natuurlijk niet voor iedereen weggelegd. Heb je die luxe niet, dan speelt je parkeerplaats een grote rol. Een goed verlichte plek waar veel passage is, schrikt meer af dan een donkere uithoek. Parkeer ook bij voorkeur met de kant van de tankklep tegen een muur of obstakel: dat maakt het een stuk moeilijker voor iemand die snel wil toeslaan. Deze eenvoudige gewoontes kosten niets, maar je moet er wel consequent aan denken. Vaak volstaat het om net iets slimmer te parkeren dan de auto naast je.Tank niet volOok timing speelt een rol bij het voorkomen van brandstofdiefstal. De avond voor een lang weekend of vertrek op vakantie staan auto’s vaak langer stil én met een volle tank. Tank daarom liever op de ochtend van vertrek dan de avond voordien.Op technisch vlak zijn er duidelijke verschillen tussen wagens. Sinds 2006 rust de Volkswagen-groep (onder meer de Volkswagen Golf, Polo en Tiguan, maar ook Audi, Seat, Skoda en Porsche) zijn modellen uit met een vulhals die moeilijk te manipuleren is dankzij een flexibel systeem. BMW en Mini gebruiken een gelijkaardig principe. Ford integreert een anti-aftapsysteem rechtstreeks in de vulopening, terwijl Renault bij sommige modellen kiest voor een afsluitbare tankdop.Andere merken, zoals Hyundai, Mercedes of Smart, houden het bij een tankklep die gekoppeld is aan de centrale vergrendeling. Dat is vaak een fragiel plastic mechanisme dat dieven zonder moeite forceren. Voor auto’s die standaard niet goed beschermd zijn, bestaan er eenvoudige oplossingen. Zo zijn er geperforeerde roosters tegen aftappen die je voor enkele euro’s koopt bij autospecialisten. Die plaats je in de vulhals en verhinderen dat een slang naar binnen kan. Een afsluitbare tankdop vormt een extra barrière. Geen enkele oplossing is waterdicht, maar ze kunnen gelegenheidsdieven met minder materiaal wel afschrikken.Zware boetes voor dievenIn België wordt brandstof aftappen beschouwd als diefstal volgens artikel 461 van het Strafwetboek. Daar staat een gevangenisstraf tot vijf jaar op, aangevuld met een boete tussen 254 en 4.500 euro (inclusief wettelijke opdeciemen). Zijn er verzwarende omstandigheden – bijvoorbeeld als de tankklep geforceerd werd – dan wordt het beschouwd als diefstal met braak. In dat geval kan de straf oplopen tot vijf tot tien jaar gevangenis. Voor slachtoffers blijft het essentieel om klacht in te dienen bij de lokale politie, al is het maar om eventuele schade door de verzekering te laten vergoeden.

door David Leclercq
© Gocar

Diesel aan 2,18 euro en benzine aan 1,84 euro vanaf vrijdag: goed nieuws, maar geen echte oplossing

De FOD Economie publiceerde donderdag de nieuwe maximumprijzen die vanaf vrijdag gelden: diesel (B7) daalt met 30 cent tot 2,18 euro per liter. Benzine 95 (E10) zakt naar 1,848 euro (-9 cent) en 98 (E5) naar 1,921 euro (-10 cent). Deze aanpassingen volgen rechtstreeks uit de daling van de Brent-prijs, die woensdag rond de 98 dollar schommelde na de aankondiging van een staakt-het-vuren in Iran.Te vroeg om te vieren?Het akkoord omvat slechts een wapenstilstand van twee weken. Intussen zet Israël zijn militaire operaties in Libanon voort, waardoor de regio gespannen blijft. Een stabilisatie van de olieprijs rond 95 dollar in de komende twee weken lijkt het meest waarschijnlijke scenario, maar dat blijft onzeker: als het staakt-het-vuren niet standhoudt, kan de prijsdaling snel weer verdwijnen. De volatiliteit op de markten is dus zeker niet verdwenen. De verstoringen op de markten blijven bijzonder groot blijven. Volgens analysebureau Kpler zitten nog altijd 426 tankers met ruwe olie en petroleumproducten vast in de Straat van Hormuz. De productie in de regio is met 11 miljoen vaten per dag gedaald: Irak produceert 78% minder, Koeweit 65% en Saoedi-Arabië 25%. Volgens consultant Wood Mackenzie duurt alleen al het herstel in Irak zes tot negen maanden. In Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein is de situatie niet beter.Jaren, geen wekenDe gasinfrastructuur is nog zwaarder beschadigd dan de olie-installaties. Qatar, een sleutelland voor vloeibaar aardgas, draait momenteel slechts op 84% van zijn capaciteit. Voor twee LNG-productielijnen in Ras Laffan rekent Doha op een herstelperiode van drie tot vijf jaar.Ondanks de prijsdaling vanaf vrijdag blijven er dus heel wat factoren die de markt onder druk zetten. Zo zullen Aziatische landen hun strategische voorraden opnieuw moeten aanvullen na het conflict, wat de vraag naar olie opnieuw zal doen stijgen. De prijzen dalen wel, maar de markt blijft broos, zoals we al aangaven in ons artikel dat verschillende prijsscenario’s schetst op basis van de Brent-olieprijs.

door David Leclercq

Honda verlengt zijn garantie tot 8 jaar

Om het vertrouwen (opnieuw) te winnen, verlengen heel wat autobouwers de garantieperiode op nieuwe wagens. Dat is bijvoorbeeld het geval bij Stellantis, dat te kampen kreeg met grote problemen rond zijn 1.2 PureTech-benzinemotor en daarom een garantie van tien jaar of 180.000 km aanbiedt (onder voorwaarden) op de exemplaren met problemen aan de distributieriem. Stellantis besliste ook om de garantie op de meeste nieuwe wagens te verlengen tot acht jaar of 160.000 km, opnieuw onder voorwaarden (twee jaar volledige dekking, daarna een jaarlijkse verlenging gedurende zes jaar, maar alleen op motor/versnellingsbak/differentieel en op voorwaarde dat het onderhoud binnen het netwerk gebeurt).Kia staat al langer bekend om zijn garantie van zeven jaar of 150.000 km. En dan is er nog Toyota, dat een dekking biedt tot tien jaar en 200.000 km als je het onderhoud binnen het netwerk laat uitvoeren. Maar de voorbije jaren hebben nog heel wat andere constructeurs hun garantie uitgebreid. De nieuwste in dat rijtje is Honda: de garantie op nieuwe auto’s van het Japanse merk gaat van drie naar acht jaar. Hoe werkt het en onder welke voorwaarden?Concreet begint het bij Honda met een basisgarantie van drie jaar of maximaal 100.000 km. Na die periode kan de dekking verlengd worden tot een totale duur van acht jaar of 160.000 km. Onder welke voorwaarden? Het volstaat dat de wagen tijdig en volgens het aanbevolen onderhoudsprogramma wordt onderhouden bij een erkende Honda-dealer of een erkend servicecentrum.Als je dat doet, wordt de garantie na de initiële periode van drie jaar automatisch met twaalf maanden verlengd. En zo gaat het verder, jaar na jaar, tot een maximum van acht jaar of 160.000 km (wat het eerst bereikt wordt). De garantie van acht jaar is gekoppeld aan de wagen en niet aan de eigenaar: ze is dus overdraagbaar bij de verkoop van de auto, wat extra vertrouwen geeft aan wie een tweedehands Honda koopt.Ook voor elektrische modellen en hun batterijDe garantie van acht jaar of 160.000 km geldt ook voor de hybride en elektrische modellen (motor en batterij). De hoogspanningsbatterij van de plug-inhybride en elektrische Honda-modellen wordt bovendien vervangen als de capaciteit tijdens de periode van acht jaar of 160.000 km onder 70% van de oorspronkelijke capaciteit zakt. Honda staat bekend om zijn betrouwbaarheid, maar deze uitbreiding van de garantie tot acht jaar is uiteraard mooi meegenomen.

door Olivier Maloteaux

Volkswagen: prototype van elektrische ID. Cross gespot

Relatief betaalbare kleine elektrische auto’s duiken steeds vaker op. De Volkswagen-groep moet uiteraard aanwezig zijn in dat segment. Dit jaar wordt de elektrische Polo (ID. Polo) verwacht, maar ook zijn SUV-afgeleide: de ID. Cross. Die laatste werd onlangs gespot in de straten van Amsterdam, enkele maanden voor zijn lancering.Bijna definitief designHet productiemodel krijgt een design dat vrijwel identiek is aan dat van dit gecamoufleerde prototype. De look ligt ook erg dicht bij de ID. CROSS Concept die afgelopen herfst voorgesteld werd. De stijl is sober, typisch Volkswagen. Qua afmetingen is deze kleine stads-SUV 4,15 m lang. Daarmee zit hij tussen de huidige Polo (4,05 m) en de Golf (4,28 m), maar met een hogere daklijn van 1,58 m. De ID. Cross staat op velgen tot 20 duim. 3 motoren en 2 batterijenIn tegenstelling tot de ID.3 zit de motor bij de ID. Cross niet achteraan, maar vooraan (modulair elektrisch MEB+-platform). Het gaat dus om een voorwielaandrijver en je krijgt keuze uit drie vermogens: 115, 135 of 211 pk. Voor de batterij zijn er twee opties: 37 of 52 kWh (netto), met maximaal 420 km rijbereik voor de grootste batterij.Om de kosten te beperken kiest Volkswagen hier voor een klassieke 400 volt-architectuur. Verwacht dus geen spectaculaire snellaadprestaties: het maximale DC-laadvermogen bedraagt 90 kW voor de kleine batterij en 105 kW voor de grote. In beide gevallen duurt het ongeveer 30 minuten om van 10 tot 80% te laden, wat binnen de huidige norm valt. Deze kleine elektrische SUV mag ook een aanhangwagen trekken (tot 1.200 kg). Wanneer en tegen welke prijs?De definitieve, niet-gecamoufleerde versie van de ID. Cross wordt deze zomer officieel voorgesteld, met een marktintroductie in het najaar. De prijs voor België is nog niet bekend, maar in Duitsland mikt Volkswagen op een instapprijs van 28.000 euro. Bij ons ligt die waarschijnlijk in dezelfde lijn.

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Zorgt de nieuwe oliecrisis voor het einde van de onbeperkte snelheid op de Duitse snelwegen?

De onbegrensde snelwegen horen bij Duitsland als pils, pretzels en worst. Hoewel je lang niet op elk stuk Autobahn zo hard mag rijden als je wil, blijven vele Duitsers gehecht aan de vrijheid om af en toe eens stevig door te vlammen. Ook al is die vrijheid grotendeels theoretisch, want in werkelijkheid is het vaak te druk om dit echt langdurig te doen, om nog te zwijgen van de talrijke onderhoudswerken en andere werven die dit in de prakrijk onmogelijk maken.Net zo Duits is het steeds terugkerende debat over die snelheid, zeker wanneer de olieprijs hoog staat. Ook nu ligt het thema weer op tafel, met de oorlog in het Midden-Oosten en blokkade van de Straat van Hormuz, die de olietoever vanuit die contreien onmogelijk maakt en de prijzen omhoog stuwt. Voor en tegenEind maart al deed de milieubeweging en consumentenorganisatie Deutsche Umwelthilfe (DUH) een oproep naar de regering om een snelheidslimiet in te voeren op alle snelwegen, niet van 130 maar van 100 km/u. Ze verwijst daarbij naar de aanbeveling van het Internationaal Energieagentschap (IEA) om in deze oliecrisis zoveel mogelijk brandstof te besparen.Net om die reden werd er tijdens de oliecrisis van 1973 ook een maximumsnelheid van 100 km/u opgelegd in Duitsland. Dat was tijdelijk, maar de referentiesnelheid van 130 km/u die sindsdien geldt, is daar nog een restant van.Volgens de DUH kan een dergelijke snelheidsbeperking op jaarbasis zorgen voor een besparing van 4,7 miljard liter aan benzine en diesel over het ganse land, oftewel 7% van het totale verbruik. Omgerekend in CO2-uitstoot is dat 11,7 miljoen ton, zodat het Duitsland ook kan helpen om de klimaatdoelstellingen te behalen.De Duitse minister van Economie Katherina Reiche (CDU) liet daarop al weten dat er van een snelheidslimiet geen sprake kan zijn, met het argument dat dit nauwelijks wat zal veranderen aan de olieprijzen, gezien die wereldwijd bepaald worden. Ook andere door het IEA voorgestelde maatregelen, zoals minder rijden, zouden volgens de minister geen effect hebben op de prijzen aan de pomp.Reiche pleit integendeel voor een tijdelijke verhoging van de kilometervergoeding, zodat vooral mensen met lagere inkomens minder getroffen worden door de fors gestegen brandstofprijzen aan de pomp. SymbooldossierDe kwestie van de onbegrensde snelheid is bij onze oosterburen ten dele een symbooldossier, omdat een groot deel van de Duitsers hier sowieso nauwelijks gebruik van maakt.Uit een studie van het Institut der Deutschen Wirtschaft (IW) van enkele jaren geleden bleek dat liefst 77% van de automobilisten sowieso nooit harder rijdt dan 130 km/u. Dat is ook de adviessnelheid, ook op de onbeperkte secties.Op de 8.500 kilometer snelweg in het land rijdt slechts enkele percenten (afhankelijk van het tijdstip van de dag) van de Duitse automobilisten sneller dan 160 km/u.De ondervraagden noemden onder andere de hoge brandstofkost als belangrijke reden om de snelheid in de perken te houden. Ook de hoge concentratie die nodig is om snel te rijden, is een reden om maat te houden. Bovendien kan je in Duitsland deels aansprakelijk gesteld worden indien overdreven snelheid de oorzaak is van een ongeval, ook al is het op die plek toegelaten. Stilzwijgende overeenkomstMaar het is ook een symbooldossier omdat een snelheidsbeperking op het Duitse snelwegennet, een van de oudste ter wereld, raakt aan de vrijheid van de burger. Het maakt deel uit van een stilzwijgende overeenkomst tussen overheid en bevolking, die zelf de verantwoordelijkheid krijgt om een maximumsnelheid te kiezen, op de plaatsen waar het is toegelaten. Dat gaat hand in hand met een goede bouwkwaliteit van de infrastructuur en een strenge rij-opleiding.De Duitse autobouwers hebben er ook altijd voor gepleit om hoge snelheden toe te laten op de nationale snelwegen. Zij argumenteren dat het hen steeds gedwongen heeft om producten te maken die voldeden aan de hoge eisen die dat oplegt aan een auto. Niet voor niets komen de beste reiswagens van oudsher uit Duitsland, met Mercedes als voorbeeld bij uitstek. Gaandeweg zijn ook bijna alle andere autobouwers echter hun auto’s gaan ontwikkelen met de Autobahn in het lastenboek, met in het achterhoofd dat elke in Europa verkochte auto er veilig moet kunnen rijden aan een snelheid hoger dan 130 km/u.

door Hans Dierckx

Cupra Raval: stadswagen met veel karakter

Met een lengte van 4,046 m positioneert de Cupra Raval zich als een compacte stadswagen, maar dan wel met een veel uitgesprokener uitstraling dan gemiddeld in dit segment. De Raval wil zich vooral onderscheiden door zijn emotionele benadering van elektrische mobiliteit. Zijn naam verwijst naar de wijk El Raval in Barcelona, bekend om zijn creatieve energie en alternatieve sfeer. Je herkent meteen het expressieve design-DNA van Cupra, met trekjes die doen denken aan de Formentor en de koperen accenten die alle modellen van het merk typeren.De voorzijde krijgt een agressief design met een haaienneus en scherpe lijnen. De matrix-ledkoplampen, gecombineerd met het verlichte Cupra-logo, versterken het hightechkarakter van het model. Aan de zijkant dragen verlichte, verzonken deurgrepen bij aan een betere efficiëntie en een futuristische look.Achteraan zorgen een doorlopende lichtstrip en een opvallende diffuser voor een sportieve uitstraling. De ingenieurs hebben ook sterk ingezet op aerodynamica, met luchtgordijnen vooraan, een achterspoiler en geoptimaliseerde velgen om de luchtweerstand te beperken.Personalisatie speelt een belangrijke rol. De Raval is beschikbaar in zeven koetswerkkleuren, waaronder de opvallende Plasma Iridescent-kleur die van tint verandert afhankelijk van het licht. Daarnaast zijn er verschillende tweekleurige dakcombinaties en tot vijf velgdesigns van 19 duim. Technologisch interieurBinnenin is de Cupra Raval duidelijk gericht op de bestuurder. De licht verhoogde zitpositie en de kuipzetels versterken het sportieve gevoel, terwijl de zwevende middenconsole extra ruimte creëert in het interieur. Het dashboard bestaat uit een digitaal instrumentenpaneel van 10,25 duim en een centraal scherm van 12,9 duim. Voor het eerst bij Cupra draait het infotainmentsysteem op een Android-besturingssysteem, waardoor je rechtstreeks toegang krijgt tot verschillende apps en geconnecteerde diensten.De interieursfeer zit goed in elkaar. De sfeerverlichting biedt zeven verschillende instellingen en wordt aangevuld met dynamische lichteffecten in de deurpanelen. Cupra introduceert ook de ‘Smart Light’, een lichtstrip in het dashboard die visueel bepaalde rij-informatie weergeeft.Afhankelijk van de uitvoering variëren de materialen van 100% gerecycleerd textiel tot hoogwaardig vegan leder. De meest exclusieve versie voegt 3D-geprinte elementen toe en zetels in 3D-gebreid materiaal uit gerecycleerde grondstoffen.Ondanks zijn compacte formaat is de Raval verrassend veelzijdig, met een koffervolume van 430 liter, wat bijzonder ruim is voor een elektrische stadswagen. Nieuw platformOnder de carrosserie gebruikt de Raval het MEB+-platform van de Volkswagen-groep, een doorontwikkeling van de architectuur die al in verschillende elektrische modellen wordt toegepast.De nieuwe generatie elektromotor, APP 290 genaamd, is ontwikkeld om efficiënter te werken en tegelijk de mechanische complexiteit te beperken. Hij wordt gecombineerd met een batterij die dankzij de cell-to-pack-technologie in de vloer geïntegreerd is, wat de energiedichtheid verhoogt en het gewicht verlaagt.Het gamma biedt meerdere combinaties van motoren en batterijen. De basisversies Raval en Raval Plus leveren respectievelijk 116 en 135 pk. De Raval Endurance gaat tot 211 pk. De topversie, Raval VZ (voor Veloz), levert 226 pk en 290 Nm. Daarmee sprint hij in ongeveer 7 seconden naar 100 km/u en haalt hij een topsnelheid van 175 km/u. Deze versie krijgt ook een elektronisch sperdifferentieel en adaptieve DCC Sport-ophanging. Rijbereik en ladenEr zijn twee batterijcapaciteiten: 37 kWh (Raval en Raval Plus) en 52 kWh (Raval Endurance en VZ). Het rijbereik varieert van ongeveer 300 km tot meer dan 450 km voor de Endurance-versie. Bij snelladen met gelijkstroom gaat de batterij van 52 kWh in slechts 23 minuten van 10 tot 80%. De kleinere batterij doet daar 27 minuten over, met een maximaal laadvermogen van 90 kW tegenover 130 kW voor de grotere versie. Cupra zet ook in op Vehicle-to-Load-technologie, waarmee je elektrische toestellen rechtstreeks via de auto kunt voeden.

door Maxime Hérion

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.