Australische wijn breekt veilingrecord

wijnveiling
Isopix

Veel wijnliefhebbers (én media) geloven nog steeds dat de soms stratosferische veilingprijzen die er voor speciale flessen afgehamerd worden exclusief slaan op ‘grote’ Bordeaux of Bourgogne, kortom dat het veilingcircuit vooral een Frans sprookje blijft. Een Australische wijn bewees eerder deze maand het tegendeel.

Ook al vallen de hamers inderdaad 8 op de 10 maal voor Franse labels, toch bezit elk wijnproducerend land wel enkele legendarische cuvées en namen waarvoor (doorgaans anonieme) kopers diep in hun geldbeugel tasten. Uiteraard moet er dan wel aan een paar randvoorwaarden voldaan zijn alvorens de internationale koopmeute in gang schiet. Vooral drie sleutelvragen dienen positief beantwoord:

1. Werd de fles al die tijd in ideale omstandigheden bewaard?

Liefst wisselde ze gedurende haar keldertijd niet frequent van eigenaars, net zoals antieke auto’s ook meer opbrengen als ze nog van de originele koper komen.

2. Is er effectief sprake van schaarste?

Schaarste in termen van zowel kleine productie als zeldzame oogstjaren. Hoe kleiner het overlevingspercentage flessen dat op de markt circuleert, hoe hoger de veilingprijs zal klimmen. Ook het formaat speelt een rol, want zo worden magnums altijd veel duurder verkocht dan hun objectieve 2 x 75cl inhoud.

3. Is de conditie van fles en etiket nog pico bello?

Een voldoende hoge flesseninhoud, een capsule zonder stroopsporen en een zo intact mogelijk label zonder schimmel of ontbrekende informatie blijven een must.

Minder dan 20 stuks

Penfolds Grange 1951

Een fraai recent voorbeeld dat deze criteria cruciaal blijven, is het nieuwe veilingrecord voor een Australische wijn dat dat op 2 juli jongstleden werd gerealiseerd door de topcru ‘Penfolds Grange 1951’. Een mystery buyer uit Melbourne telde maar liefst 103.555 Australische dollar (of omgerekend circa 63.805 euro) neer voor één fles van deze gerenommeerde cru.

Het feit dat het om de allereerste oogst ging van ‘Grange’ en er wereldwijd naar schatting nog minder dan 20 flessen van circuleren, heeft uiteraard het prijskaartje opgezweept.

Of deze 1951 ooit zal ontkurkt en gedronken worden, valt te betwijfelen. Enerzijds blijft de prijs ervan, naarmate de tijd verstrijkt, logischerwijze klimmen, en anderzijds willen veel rijke verzamelaars liefst een volledige collectie uitbouwen waarvan elk oogstjaar deel uitmaakt. De jacht op de schaarse 1951 zal dus jaar na jaar blijven verhevigen.