Key takeaways
- N-VA-ministers Annick De Ridder en Zuhal Demir zijn het oneens over de verantwoordelijkheid voor het falende vervoer in het speciaal onderwijs.
- Door budgettaire impasses moet De Lijn cruciale buslijnen schrappen.
- Structurele hervormingen moeten in de plaats komen van louter verhogingen van de financiering om de structurele tekortkomingen in het openbaar vervoer op te lossen.
Er is een machtsstrijd ontstaan tussen de N-VA-ministers Annick De Ridder (Mobiliteit) en Zuhal Demir (Onderwijs) over het beheer van het busvervoer voor leerlingen in het speciaal onderwijs. Dit geschil is verergerd na een dodelijk ongeval in Buggenhout. Dat brengt een structurele terughoudendheid aan het licht om de verantwoordelijkheid voor deze problematische sector op zich te nemen. Hoewel het regeerakkoord aanvankelijk voorzag in een verschuiving van deze verantwoordelijkheid naar het departement Onderwijs, verzet minister Demir zich tegen deze maatregel.
Financiële impasses en politiek risico
Het meningsverschil draait voornamelijk om financiële beperkingen. Minister De Ridder heeft De Lijn verboden middelen uit andere begrotingsbronnen te herbestemmen. Ze staat erop dat men zich houdt aan de toegewezen 139 miljoen euro. Demir stelt dan ook dat zij een gekort budget zou overnemen. Hierdoor aarzelt zij om de rol te aanvaarden.
Politieke insiders suggereren echter dat de terughoudendheid minder te maken heeft met geld en meer met het vermijden van de negatieve publiciteit die gepaard gaat met dit falende systeem.
Directe gevolgen voor het schoolvervoer
Deze budgettaire impasse heeft onmiddellijke praktische gevolgen. Omdat De Lijn gebonden is aan het basisbudget, is het vervoersbedrijf al begonnen met het schrappen van verschillende buslijnen en het beëindigen van contracten met onderaannemers. Scholen worden gewaarschuwd voor deze bezuinigingen. Er wordt binnenkort een nieuwe, beperkte dienstregeling verwacht.
De huidige crisis is het gevolg van langdurig structureel falen. Vijfentwintig jaar geleden verschoof de verantwoordelijkheid van Onderwijs naar Mobiliteit, waarbij De Lijn de organisatie overnam. Sindsdien is het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs met 17 procent gegroeid tot meer dan 56.000. Ondanks dat de vorige regering het jaarlijkse budget verdubbelde van 70 naar 139 miljoen euro, blijft het systeem gebrekkig functioneren. Veel leerlingen hebben nog steeds te maken met slopende reistijden, soms tot wel vier uur per dag. Sommigen brengen buitensporig veel tijd in de bus door, ondanks dat ze dicht bij hun school wonen.
Zoektocht naar structurele oplossingen
Voormalig minister van Mobiliteit Lydia Peeters stelt dat het simpelweg verhogen van de middelen onvoldoende was en dat een uitgebreide structurele hervorming noodzakelijk was, maar nooit is doorgevoerd. Mogelijke oplossingen, zoals het invoeren van centrale opstapplaatsen in plaats van huis-aan-huisvervoer, hebben gemengde resultaten opgeleverd in proefsteden als Leuven en Antwerpen, aangezien sommige leerlingen ernstige behoeften hebben die het delen van hubs onmogelijk maken. Andere suggesties zijn onder meer het aanscherpen van de criteria om in aanmerking te komen voor gratis vervoer, hoewel dit een politiek gevoelige stap blijft.
Uiteindelijk vereist de weg vooruit meer lokale voorzieningen voor speciaal onderwijs en verbeterde veiligheidsnormen voor chauffeurs en passagiers. Totdat de ministers hun territoriale geschil oplossen en zich committeren aan een echte hervorming, blijven de 45.000 leerlingen en hun gezinnen gevangen in een onstabiel en inefficiënt vervoerssysteem.
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

