Levering nieuwe Air Force One loopt jaar vertraging op; wordt wellicht ook 500 miljoen dollar duurder

Amerikaans president Joe Biden en zijn echtgenote Jill stappen uit Air Force One op de luchtmachtbasis Andrews. – Andrew Harnik/AP

De Amerikaanse vliegtuigbouwer Boeing heeft de regering van de Verenigde Staten gevraagd de prijs van twee nieuwe exemplaren van Air Force One – het presidentiële vliegtuig – te herzien. Daarbij zou de kostprijs voor de levering 500 miljoen dollar hoger liggen dan oorspronkelijk was afgesproken.

Dat heeft Darlene Costello, vicedirecteur logistiek van de Amerikaanse luchtmacht, tijdens een hoorzitting in een commissie van het Amerikaanse Congres gezegd. 

Toeleverancier

Door een conflict met een toeleverancier zouden de vliegtuigen bovendien pas twaalf maanden later kunnen worden geleverd dan eerder was voorzien. Dit betekent dat huidig president Joe Biden niet meer tijdens zijn huidige ambtsperiode op het nieuwe vliegtuig beroep zal kunnen doen.

Boeing sloot drie jaar geleden met de Amerikaanse overheid een akkoord om tegen eind 2024 twee nieuwe exemplaren van het type 747-8 te leveren. Daarbij werd ook een prijs van 3,9 miljard dollar voor de oplevering van de twee toestellen afgesproken.

In maart raakte echter bekend dat Boeing met zijn toeleverancier GDC Technics in conflict was geraakt. GDC Technics was een van de bedrijven die mee met Boeing aan de bouw van het nieuwe presidentiële vliegtuig werkte.

In april vroeg GDC Technics vervolgens een bescherming tegen faillissement aan. Hierdoor dreigen volgens Boeing een aantal vertragingen. ‘Bovendien heeft ook de uitbraak van de coronacrisis de productie verstoord’, aldus de Amerikaanse vliegtuigbouwer. ‘Daardoor zou het bijzonder moeilijk worden om de oorspronkelijke deadlines voor de leveringen te respecteren.’

Trump

Het contract voor Air Force One heeft al eerder met budgetperikelen moeten afrekenen. Voormalig president Donald Trump had al laten weten niet tevreden te zijn met de prijs die Boeing voor de leveringen wou aanrekenen.

Als compromis had Boeing daarop voorgesteld dat twee exemplaren van het type 747-8 die oorspronkelijk bedoeld waren voor de Russische luchtvaartmaatschappij Transaero, die inmiddels failliet is verklaard, voor Air Force One zouden worden aangepast.

Costello benadrukte dat de legerleiding de vraag van Boeing onderzoekt. Daarbij zal volgens haar worden bekeken of de problemen met GCC Technics en de coronapandemie daadwerkelijk aan de basis van de vertragingen hebben gelegen.

Verder merkte ze op dat er voor de huidige presidentiële toestellen mogelijk nog een extra onderhoudscyclus zou kunnen worden ingelast. Daardoor zouden de huidige vliegtuigen operationeel kunnen blijven tot hun vervangers zijn geleverd.

(tb)