Key takeaways
- De Vlaamse regering overweegt de schrapping van de financiële subsidies voor de regionale luchthavens in Kortrijk, Oostende en Antwerpen.
- Grote operationele verliezen en een gebrek aan verkeer bedreigen de levensvatbaarheid van deze hubs op lange termijn.
- Een betere samenwerking met Brussels Airport biedt een mogelijke weg naar efficiëntie en overleving.
De Vlaamse regering bereidt zich voor om de financiële steun aan de regionale luchthavens in Kortrijk, Oostende en Antwerpen te verminderen. Hoewel de regering momenteel geen volledige sluitingen overweegt, blijft de levensvatbaarheid op lange termijn van deze hubs onzeker. Mobiliteitsminister Annick De Ridder (N-VA) werkt momenteel aan nieuwe subsidieovereenkomsten die gericht zijn op het terugdringen van deze uitgaven. Dat schrijft De Tijd.
Aanhoudende verliezen
Deze regionale luchthavens zijn al lang een twistpunt omdat ze zonder overheidssteun niet kunnen overleven. In 2024 bedroegen de exploitatiesubsidies in totaal 13 miljoen euro, bovenop diverse investeringssubsidies. Desondanks bleven Antwerpen en Kortrijk het hele jaar door verliesgevend, en de bescheiden winst van Oostende was eerder te danken aan een eenmalige betaling van een half miljoen euro dan aan duurzame groei.
De situatie in Antwerpen is bijzonder nijpend. De exploitant wordt momenteel geconfronteerd met een ‘alarmbel’-procedure, waardoor schuldeisers bij de rechtbank de ontbinding van het bedrijf kunnen aanvragen.
Sluiting?
Een kosten-batenanalyse uit 2022 suggereerde dat de sluiting van de luchthavens van Antwerpen en Kortrijk de meest logische stap zou zijn. Minister De Ridder verwerpt dit echter en stelt dat de diamanthandel en de haven van Antwerpen een lokale luchthaven noodzakelijk maken, ondanks de nabijheid van Brussels Airport.
Ze heeft gewezen op recentere gegevens waaruit blijkt dat deze luchthavens een aanzienlijke toegevoegde waarde genereren – 70 miljoen euro voor Antwerpen en 100 miljoen voor Oostende – en heeft eerder al miljoenen uitgetrokken voor infrastructuurverbeteringen.
Politieke druk
Politiek gezien is de kwestie complex. Terwijl sommige leden van de partij Vooruit voorstander zijn van sluitingen, staan de regeringspartners – waaronder cd&v en Vooruit – over het algemeen terughoudend tegenover deze maatregel vanwege lokale belangen in West-Vlaanderen en Oostende. Niettemin bestaat er consensus over het feit dat deze luchthavens zelfvoorzienender moeten worden.
Critici, zoals Groen-parlementslid Bogdan Vanden Berghe, waarschuwen dat het simpelweg korten op de middelen zonder een haalbaar bedrijfsmodel onvoldoende is. Hij stelt dat subsidies zonder een alomvattend herstelplan slechts in een “bodemloze put” worden gestort, en suggereert dat de financiering moet worden bevroren totdat er een duurzaam financieel traject is uitgezet.
Toekomst
De regering heeft de door De Ridder voorgestelde toekomstvisie al driemaal verworpen, onder verwijzing naar het ontbreken van een duidelijke strategie voor economische winstgevendheid. Het huidige plan richt zich op oppervlakkige verbeteringen, zoals het plaatsen van zonnepanelen, het verbeteren van de busverbindingen en het benutten van ongebruikte grond. Volgens experts zijn echter simpelweg te weinig vrachtvluchten en te weinig passagiers om rendabel te zijn.
De nieuwe strategie van de regering legt de nadruk op synergie met Brussels Airport, waar Vlaanderen nu de grootste aandeelhouder is. Door het personeelsbeleid en de veiligheidsmaatregelen op elkaar af te stemmen, hopen de regionale hubs de efficiëntie te verhogen. Bovendien zouden luchthavens zoals Oostende kunnen fungeren als uitwijklocaties voor vracht om de congestie in Zaventem te verlichten. Ironisch genoeg maakt het eigendom van Brussels Airport door de Vlaamse regering het voortzetten van deze regionale subsidies moeilijker, aangezien dit in feite betekent dat de staat zijn eigen concurrenten financiert. (fc)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

