Geeft een handelsdeal het pond straks vleugels?

Het Britse pond doet donderdag ondanks een renteverhoging een stap terug. Handelsbesprekingen met de Verenigde Staten en een relatief kleine afhankelijkheid van Russische energie kunnen de komende tijd echter voor wat fantasie zorgen. 

Door alle aandacht die de coronapandemie en de Oekraïne-oorlog opslokken, zou je bijna vergeten dat iets meer dan de twee jaar geleden de brexit-onderhandelingen een kookpunt bereikten. Het duurde even, maar Groot-Brittannië bouwt eindelijk het handelsnetwerk op dat het voor ogen had bij het EU-afscheid. Eind februari werd een vrijhandelsakkoord met Nieuw-Zeeland ondertekend. Het afschaffen van importtarieven en regels kan de onderlinge handel met 60 procent doen stijgen, voorspelt de Britse regering. Eerder werd al een vergelijkbaar akkoord gesloten met Australië. Volgende week beginnen onderhandelingen over een handelsakkoord met de Verenigde Staten in Baltimore. Er staat zelfs al een tweede onderhandelingsronde gepland in het voorjaar. 

Koude douche voor Bojo

Een goede handelsrelatie met de Verenigde Staten was een van de speerpunten van de voorstanders van een Brits vertrek uit de EU. De goederen- en dienstenstroom tussen beide landen is omgerekend bijna 240 miljard euro per jaar waard. Voor premier Boris Johnson was het echter een koude douche dat de Amerikaanse president Joe Biden vorig jaar helemaal geen haast maakte met handelsbesprekingen. Zijn voorganger Donald Trump had de Britten enkele jaren eerder juist een heel goede handelsrelatie in het vooruitzicht gesteld. Als Johnson erin slaagt om er dit jaar toch een mooi akkoord uit te slepen, is dat een flinke opsteker voor de Britse economie. Die opsteker zou overigens zeer welkom zijn. De groei van de Britse economie wordt namelijk behoorlijk afgeremd door allerlei tekorten.

Iedereen weer naar huis

Veel buitenlandse werkers zijn teruggekeerd naar hun thuisland. De krapte in de trucksector en bij vleesverwerkende bedrijven leidt tot bevoorradingsproblemen en tot het ruimen van veel dat eigenlijk voor de slacht bestemd was. De krapte zorgt er ook voor dat de prijzen van allerlei goederen en diensten omhoog schieten. In de loop van het voorjaar kan de inflatie oplopen tot meer dan 8 procent. Net zoals gisteren in de Verenigde Staten gebeurde, heeft de Britse centrale bank de rente verhoogd. In het Verenigd Koninkrijk was dit al de derde renteverhoging op rij. Omdat de beslissing niet helemaal unaniem was, deed het pond toch een klein stapje terug. Desondanks is de munt in euro’s uitgedrukt bijna 10 procent meer waard dan anderhalf jaar geleden. 

Adempauze of trendomkeer?

Aan die opmars is echter een eind gekomen toen de Europese Centrale Bank (ECB) vorige week een voorschot nam op een snellere rentestijging dan waar valutamarkten op hadden gerekend. Toch lijkt de terugval van het pond meer op een adempauze dan op een trendomkeer. Het is namelijk niet zeker of de ECB daadwerkelijk bereid is om flink op de renterem te trappen en daarmee ook het economisch herstel in gevaar te brengen. Daar komt bij dat Groot-Brittannië aanzienlijk minder afhankelijk is van olie en aardgas uit Rusland dan de eurozone. Ten slotte kunnen ook de handelsbesprekingen met de Verenigde Staten het pond een duwtje in de rug geven. Ondanks de uitdagingen voor de Britse economie, is het te vroeg om het pond nu al af te schrijven voor 2022.


De auteur Joost Derks is valutaspecialist bij iBanFirst. Deze column geeft zijn persoonlijke mening weer en is niet bedoeld als professioneel (beleggings)advies.

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20