De tijd waarin elektrisch rijden met de nodige ongemakken kwam, ligt nog niet zo ver achter ons. Een combinatie van auto’s met beperkt rijbereik en gebrekkige laadinfrastructuur maakte dat EV-rijders vroeger niet zo zorgeloos de weg op konden als wie met een brandstofauto reed. Die tijden lijken voorbij, zo leren we ook uit de jongste cijfers van het European Alternative Fuel Observatory.
Daaruit blijkt zelfs dat België stilaan een echt laadpaalwalhalla is, met momenteel 98.707 publiek toegankelijke oplaadpunten. Enkel Nederland, Duitsland en Frankrijk doen beter. Onze noorderburen staan op de eerste plek, met liefst 202.833 openbare laders. De Duitsers komen daar net achter, terwijl de Fransen toegang hebben tot een kleine 187.000 publieke laadpunten. Alle andere EU-landen hinken duidelijk achterop.
Grote vloten
Wie met een elektrische auto verder weg rijdt, zal nog het gemakkelijkst kunnen bijladen in Italië (70.039 laders), Zweden (62.517 laders), Denemarken (50.338 laders) en Spanje (46.902 laders). Oostenrijk, Finland, Portugal en Polen vormen de middenmoot, terwijl de rest van de Europese Unie vooralsnog problematisch weinig publiek toegankelijke laadinfrastructuur heeft voor elektrische wagens.
Opvallend: Amsterdam alleen al zou met een dikke 16.000 oplaadpunten een Europese middenmoter zijn, na Finland maar voor Portugal.
Dat de Lage Landen twee van de vier eerste plaatsen bezetten, is des te opmerkelijker gezien de lage bevolkingsaantallen, vergeleken met de grote EU-landen. Al hoeft het ook niet te verbazen, want de cijfers gaan hand in hand met de grootte van de elektrische vloten in de genoemde landen.
Als grootste automarkten van Europa staan Duitsland en Frankrijk ook op dat vlak op kop, met respectievelijk 2,3 en 1,7 miljoen stekkerauto’s bij de jongste telling, eind vorig jaar. Nederland heeft de op twee na grootste elektrische vloot, met zo’n 733.000 stuks. Zij hebben ook nog eens een dik half miljoen oplaadbare hybrides (PHEV’s) op de weg, die eveneens gebruik kunnen maken van de publieke laadinfrastructuur.
In België is de kaap van 500.000 EV’s inmiddels zo goed als zeker gerond, al melden de laatste kwartaalcijfers (uit 2025) dus nog 459.000 exemplaren. Opmerkelijk is dat Denemarken en Zweden beter doen, maar dus wel minder laadpalen hebben.
Kloof tussen noorden en zuiden van België
Een nadere blik op ons land leert echter wel dat er nog immer een grote kloof gaapt tussen het noorden en het zuiden. Liefst 77% van de laadpunten staat in Vlaanderen. Wallonië heeft 13% en Brussel de resterende 10%. Dat onevenwicht verrast niet, gezien ook de elektrische autovloot overwegend in het noorden van het land zit.
Vlaanderen voldoet vandaag ook ruimschoots aan de Europese minimumnorm voor snellaaddekking op hoofdwegen. Wallonië, dat lang bekend stond als een ware ‘laadpalenwoestijn’, is wel bezig aan een inhaalbeweging, en dan vooral in het aantal krachtige snelladers op gelijkstroom (boven 150 kW). Dat is vooral voor reizigers goed nieuws. Waar er vroeger tussen Brussel en Luxemburg nauwelijks opties waren om de batterij snel ‘bij te tanken’, komen er nu stilaan wel snellaadstations op dat traject.
Toch zijn er nog extra inspanningen van doen, want een recente studie wees uit dat het aantal elektrische auto’s tegen 2030 op zijn minst gaat verdubbelen, en dat het laadnetwerk dus zal moeten volgen. Studiebureau RetailSonar becijferde dat er tegen het einde van dit decennium ongeveer 200.000 publieke laders nodig zullen zijn.

