In 2025 voerden de Belgische ordediensten volgens politiecijfers meer dan 2,1 miljoen alcoholcontroles uit. Een indrukwekkend aantal, maar het verbergt grote territoriale verschillen. Dat is des te opvallender, omdat rijden onder invloed een hardnekkig probleem blijft. In de eerste negen maanden van het jaar waren er meer dan 2.800 ongevallen waarbij een bestuurder onder invloed betrokken was. Alleen al in de eerste helft van het jaar vielen er 209 doden op onze wegen. Volgens VIAS gebeuren er dagelijks tien ongevallen met lichamelijke letsels die rechtstreeks gelinkt zijn aan alcoholmisbruik. Toch verschilt, afhankelijk van waar je je in België bevindt, de kans op een ademtest — en de bijbehorende sancties — aanzienlijk. Een situatie die moeilijk te begrijpen is, en vooral moeilijk te rechtvaardigen.
Lappendeken van controles
Volksvertegenwoordiger Oskar Seuntjens (Vooruit) vroeg minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke (Les Engagés) om gedetailleerde cijfers over alcoholcontroles door de federale politie. Die schetsen een bijzonder contrastrijk beeld. De verschillen zijn frappant. In Vlaanderen werden in De Haan en Hechtel-Eksel in 2025 meer dan 800 controles per 1.000 inwoners uitgevoerd. Aan de andere kant van het spectrum ligt Sint-Gillis-Waas, waar dat cijfer amper 11 per 1.000 bedraagt. Ook in Wallonië zijn de verschillen groot. In Luik werden bijvoorbeeld slechts 20 controles per 1.000 inwoners geregistreerd. Oftewel elf keer minder dan in Hasselt. En in 175 van de 565 Belgische gemeenten ligt dit cijfer nog lager.
Andere cijfers springen eveneens in het oog. Volgens VIAS is 2% van de gecontroleerde bestuurders in overtreding in Wallonië, tegenover slechts 0,8% in Vlaanderen. De conclusie dringt zich op: waar minder gecontroleerd wordt, worden verhoudingsgewijs meer bestuurders onder invloed betrapt. Volgens de verkeersveiligheidsorganisatie zou de controle-intensiteit in Wallonië minstens op het Vlaamse niveau moeten worden gebracht om een echte impact te hebben op het aantal ongevallen.
Zelfde promillage, andere sancties
Een ander pijnpunt was de grote autonomie van de Belgische parketten bij het bepalen van de drempel voor onmiddellijke intrekking van het rijbewijs. In de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg gold al een grens van 0,35 mg/l uitgeademde lucht. In november 2025 sloten ook de parketten van Leuven en Halle-Vilvoorde zich daarbij aan. Elders bleef de limiet echter op 0,50 mg/l. Met andere woorden: eenzelfde alcoholgehalte kon in de ene provincie leiden tot een onmiddellijke intrekking van het rijbewijs, en in de andere slechts tot een boete. Althans, zo was het vóór 28 januari 2026.
Intrekking van vijftien dagen
Sinds 28 januari 2026 heeft een ministeriële omzendbrief, ondertekend door minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V), een einde gemaakt aan dat lappendeken. De drempel van 0,35 mg/l geldt voortaan overal in het land.
Elke bestuurder die die grens overschrijdt, verliest zijn rijbewijs onmiddellijk voor vijftien dagen. De gerechtelijke gevolgen kunnen bovendien veel verder gaan: boetes tot 16.000 euro, een rijverbod van acht dagen tot vijf jaar, een alcoholslot en verplichte medische en psychologische onderzoeken opgelegd door de rechter.
De sancties zijn eindelijk geharmoniseerd. Maar de frequentie van controles - een federale bevoegdheid die in de praktijk bij de lokale politiezones ligt - blijft sterk verschillen. Regionale ministers beperken zich tot preventie en kunnen daar dus weinig aan veranderen. De helft van het probleem is opgelost. De andere helft wacht nog altijd op een politieke oplossing …

