Ferrari 250 GTE
De eerste Ferrari in serieproductie met vier zitplaatsen, de 250 GTE, kwam tegemoet aan een duidelijke klantenvraag. Het model kreeg de volledige steun van Enzo zelf, die tweezitsberlinetta’s maar weinig praktisch vond voor dagelijks gebruik. Puristen keken vaak neer op dit type, maar eerlijk is eerlijk: de auto blijft bijzonder aantrekkelijk. Vooraan ligt nog altijd de mythische 3.0 Colombo V12, een blok dat – in een krachtigere versie – ook een zekere 250 GTO aandreef. Het design van Pininfarina is misschien niet het meest sensuele uit Maranello, maar straalt wel een tijdloze elegantie uit.
Waarom stijgt de waarde opnieuw? De reden is bijna tragisch: decennialang werden heel wat GTE’s opgeofferd om als basis te dienen voor replica’s van de 250 GTO of California. De exemplaren die deze ‘slachtpartij’ overleefden, zijn vandaag zeldzaam geworden. Bovendien zijn vierzitters weer in trek, omdat je zo de rijervaring kan delen met anderen.
Vandaag letten verzamelaars extreem nauw op de originele configuratie. Anders dan in de jaren tachtig wil haast niemand nog een rode Ferrari, zeker niet als het om een 2+2 gaat. Je gaat dus beter op zoek naar een originele, meer ‘klassevolle’ kleur. En op financieel vlak? Recente veilingen tonen exemplaren (in de juiste tinten) die vlot boven 400.000 euro uitkomen, terwijl de GTE nog niet zo lang geleden rond 300.000 euro bleef steken.
BMW 3.0 CSi
De BMW E9, gebouwd tussen 1968 en 1975, weigert de neerwaartse trend te volgen. Zijn slanke, elegante lijn maakt er een tijdloos meesterwerk van, terwijl de zescilinders onder de motorkap tegelijk robuust, krachtig én muzikaal zijn. Kortom: een pareltje waarmee je bovendien het hele gezin kunt meenemen.
Zoals vaak is de meest gegeerde versie (naast de uiterst zeldzame CSL) de meest gesofisticeerde: de 3.0 CSi. Let wel: er staan nog heel wat verwaarloosde exemplaren te koop. Als elegante GT is hij geen fan van schreeuwerige seventies-kleuren. Vind je een correct gerestaureerd exemplaar (roest is zijn grootste vijand), dan moet je rekenen op een budget van (ruim) meer dan 65.000 euro. Het groeipotentieel is minder spectaculair dan bij sommige modellen uit de jaren negentig, maar hij blijft een veilige investering.
Alpine A310 viercilinder
De iconische A110 Berlinette bereikte financiële hoogtes, maar lijkt vandaag licht terrein te verliezen. De in 1971 gelanceerde A310 volgt daarentegen een gezondere en stabielere groeicurve. Let wel: het is de versie met viercilinder (1600 VE of VF) die vandaag het verschil maakt, met zijn rij van zes koplampen die hem de uitstraling van een ruimtetuig geeft.
Net als de Ferrari 250 GTE heeft de A310 twee grote troeven tegenover de A110: hij is ruimer voor grotere bestuurders én je kunt er je gezin in meenemen. Bovendien is de viercilinder zeldzamer dan de latere V6 en staat hij bekend als evenwichtiger en vinniger.
Zijn waarde stijgt omdat hij belichaamt wat de moderne auto – op enkele uitzonderingen na – is kwijtgeraakt: een directe connectie met de weg, een pluimgewicht en een totaal gebrek aan rijhulpsystemen. Voeg daar nog een tot de verbeelding sprekend embleem aan toe, en het plaatje klopt helemaal. Een mooi exemplaar wisselt vandaag al van eigenaar voor bijna 50.000 euro.
Lotus Esprit Series 1
Alweer de Esprit? Jazeker en daar is een goede reden voor. We zitten intussen niet meer midden in de Trente Glorieuses, maar dat een auto uit het midden van de jaren zeventig vandaag nog zo stevig in waarde stijgt, is eerder uitzonderlijk. De Esprit werd getekend door maestro Giorgetto Giugiaro en gebruikt de Wedge-stijl (wigvorm) met verbluffende radicaliteit. Het is bovendien de auto van James Bond in The Spy Who Loved Me, die in een onderzeeër verandert, althans op het witte doek…
Van alle Lotus Esprits trekt vooral de allereerste versie de meeste aandacht. Natuurlijk speelt het 007-effect mee, maar er is ook een recente restomod die er expliciet naar verwijst. En dan is er nog zijn grote zeldzaamheid…
Dit model spreekt een nieuwe generatie liefhebbers aan, die strakke en futuristische lijnen verkiezen boven de rondingen uit de jaren vijftig. Zijn zeldzaamheid (zeker in mooie staat) maakt hem tot een solide investering, met prijzen die vandaag schommelen tussen 50.000 euro en 90.000 euro…
Mercedes SL R107
Xavier Molenaar van Oldtimerfarm zei het ons nog onlangs: “Het is allemaal R107 wat de klok slaat!” Deze Mercedes-generatie werd uitzonderlijk lang gebouwd (van 1971 tot 1989) en staat bekend om zijn bijzonder hoge bouwkwaliteit. Hij is duidelijk meer op comfort gericht dan zijn voorgangers, maar net dat maakt hem zo sterk. Je kunt hem moeiteloos het hele jaar door gebruiken. Precies daarin schuilt zijn aantrekkingskracht.
De volledige reeks houdt goed stand op de markt (met uitzondering van de minder gegeerde Amerikaanse versies met hun forse bumpers), en mooie exemplaren gaan vlot boven 30.000 euro. Ons advies? De V8-versies zijn verleidelijk, maar laat zeker ook de zescilinders met manuele versnellingsbak niet links liggen: ze verrassen met hun levendigheid.

