BMW kondigt radicale stijlbreuk aan

© Gocar
door Gocar.be - Hans Dierckx
gepubliceerd op om

"Al in vroegste fase van dit project besloten we om zowat alles te veranderen aan de BMW’s zoals we ze vandaag kennen”, aldus de Nederlandse hoofdontwerper Adrian Van Hooydonk in een interview met de website Motor1.com. “Van elk stukje technologie tot elk stukje design, het wordt helemaal nieuw.”

Dat de aankomende generatie BMW’s radicaal gaat breken met het verleden, zal voor sommige liefhebbers van het Duitse merk goed nieuws zijn. De jongste generatie ontwerpen stuitte immers vaak op forse kritiek, niet in het minst die van modellen als de 7 Reeks, iX of XM. De tekenafdeling van het merk worstelde het voorbije decennium ook duidelijk met het voorwielaangedreven platform en de proporties van compactere modellen als de 2 Reeks Gran Coupe of de huidige X2.

Desondanks bleef het merk goed in de markt liggen. Wereldwijd blijft het al jarenlang Mercedes voor in de categorie van de luxemerken, met een verkoop van 2,2 miljoen auto’s. In België is BMW zelfs al jaren absolute marktleider.

P90584484_highRes_vdx-dynamic

Nieuwe modelgeneratie

Het houdt de Beiers niet tegen het geweer van schouder te veranderen, met een reeks nieuwe elektrische auto’s onder de naam ‘Neue Klasse’, naar analogie met een reeks even vernieuwende modellen in de jaren 60. De eerste, de iX3, komt in de loop van 2025.

De oefening was, aldus Van Hooydonk (foto onder), “hoe we de essentie van BMW naar voor kunnen brengen met minder elementen, minder lijnen en minder details.” Prototypes en conceptauto’s, en ook al recente modellen als de 5 Reeks en X3, tonen effectief een duidelijke terugkeer naar minimalisme, met grote en minder door sierlijnen onderbroken oppervlakken, en een radicaal hertekende neus.

De fameuze nieren, waarmee BMW’s altijd van ver herkenbaar waren, worden voortaan uitgerokken over de ganse breedte van de auto, met de koplampen aan weerszijden ingewerkt.

“Het wordt een zodanig grote stap dat het bijna zal lijken alsof we één modelgeneratie hebben overgeslagen”, aldus de Nederlander, die al sinds 2009 de leiding heeft over de liefst 700 man sterke ontwerpafdeling van de BMW-groep.

P90584082_highRes_adrian-van-hooydonk-

Gebeitelde positie

Dat een hoofdontwerper zo lang in positie blijft, is hoogst uitzonderlijk, zeker gezien de kritiek die vaak luid weerklonk op de producten die onder zijn auspiciën naar buiten kwamen. De Nederlands-Limburger is al sinds 1992 aan boord bij BMW, en beide partijen blijken erg trouw aan elkaar.

Zelfs tijdens de regelmatige turbulenties op de ontwerpafdeling, die mogelijk de inconsistente kwaliteit van werk verklaren. Vorig jaar werd Domagoj Dukec, verantwoordelijk voor de vormgeving bij het merk BMW, bijvoorbeeld nog bij zustermerk Rolls-Royce geparkeerd en kreeg Maximilian Missoni, afkomstig van Polestar, de leiding over de Beierse divisie.

Dukec zat zelf nauwelijks 5 jaar, en dus minder dan 1 modelgeneratie, op die stoel. Ook zijn voorganger Jozef Kaban was destijds weggestuurd naar Rolls-Royce; of “Siberië”, zoals een waarnemer het smalend noemde, en daar een half jaar later alweer vertrokken. Voordien hadden invloedrijke topontwerpers als Karim Habib, Anders Warming en Benoit Jacob ook al hun biezen gepakt in München (Warming is inmiddels weer aan boord).

Het Bangle-tijdperk

Ook begin deze eeuw brak BMW al eens radicaal met zijn eigen huisstijl, onder de Amerikaanse hoofdontwerper Chris Bangle, die vandaag geregeld genoemd wordt als bezieler van een hele generatie ontwerpers.

De stijlbreuk volgde na een periode waarin de Duitsers naar eigen zeggen een eindpunt hadden bereikt in de vormtaal van de jaren 80 en 90. Bangle gooide, met behulp van nieuwe ontwerp- en productietechnieken, het roer helemaal om.

Ontwerpen als de eertijdse 7 en 5 Reeks werden aanvankelijk verguisd, maar sommige weerstonden de tand des tijds prima en ogen soms 20 jaar na datum nog steeds fris. In het Bangle-tijdperk zag BMW zijn verkoop ook spectaculair groeien en groeide het uit tot de nummer één onder de luxemerken. Afwachten of de nieuwe generatie modellen hetzelfde effect gaat sorteren.

Meer

Studie: Belgen rijden minder snel dan hun reputatie doet vermoeden

Hoe rijden Belgische automobilisten echt? Volgens de studie van Coyote, gebaseerd op data van hun gebruikers, veel rustiger dan vaak wordt aangenomen. In zones waar 120 km/u is toegestaan, ligt de gemiddelde snelheid opvallend lager. In de provincie Luik rijden bestuurders gemiddeld 91 km/u, in de regio Bergen 90 km/u en in het arrondissement Ath 94 km/u. In Vlaanderen is de spreiding groter: Antwerpen noteert de laagste gemiddelde snelheid met 81 km/u op snelle wegen, terwijl Roeselare en Tielt oplopen tot 102 km/u.Ook in de stad blijven bestuurders duidelijk onder de limiet. Waar 50 km/u geldt, liggen de gemiddelde snelheden tussen 38 en 48 km/u in Wallonië en tussen 37 en 43 km/u in Vlaanderen. Brussel bevindt zich in dezelfde vork, al liggen de snelheden op de grote verkeersassen er structureel lager. Dat heeft een logische verklaring: Brusselaars gebruiken minder vaak de autosnelweg en op de Ring geldt bovendien een limiet van 100 km/u. Met deze cijfers wordt het moeilijk om het cliché van de Belg die altijd het gaspedaal vloert vol te houden. De studie van 2025 is gebaseerd op miljoenen ritten van Coyote-gebruikers. Die groep bestaat voor 81% uit mannen, met een gemiddelde leeftijd van 47 jaar en gemiddeld 24.600 kilometer per jaar op de teller. De analyse bevestigt ook een trend: het totaal aantal gereden kilometers blijft dalen. Vrouwen zijn eveneens opgenomen in de studie en rijden, weinig verrassend, gemiddeld rustiger. In Wallonië hanteert 89% van hen een zogenaamde ecologische rijstijl, tegenover 79% van de mannen. In Brussel is dat 90% tegenover 86%. In Vlaanderen is de tendens gelijkaardig, al staan daarover geen gedetailleerde cijfers in het rapport. Op de autosnelweg is het snelheidsverschil tussen mannen en vrouwen trouwens minimaal: niet meer dan 1 km/u. Wallonië: informatie verandert gedragDe studie brengt ook minder evidente inzichten aan het licht. In Wallonië waarschuwt Coyote bestuurders in realtime voor ongevalgevoelige zones, gevaarlijke bochten en risicotrajecten. Dat gebeurt dankzij een samenwerking met de regionale overheid en de lokale politie.Zo werden op de A3 in Milmort (provincie Luik) in 2024 nog 72 ongevalgerelateerde incidenten geregistreerd. Opvallend: sommige van die trajecten zijn verdwenen in de ranglijst van 2025. Volgens het rapport is dat geen toeval en meldt expliciet dat het aantal herhaalde ongevallen op die locaties daalt in vergelijking met het jaar voordien. Vincent Hébert, algemeen directeur van Coyote Systems Benelux, zegt daarover tevreden: “Onze systemen zijn echte rijhulpmiddelen geworden. Ze veranderen het gedrag van bestuurders en begeleiden hen op de gevaarlijkste trajecten. De data tonen jaar na jaar dat dit werkt.” De Waalse cijfers lijken die stelling inderdaad te staven.Vlaanderen: hardnekkige zwarte puntenIn Vlaanderen ligt de situatie anders. Omdat er geen vergelijkbaar akkoord bestaat, krijgen bestuurders er geen specifieke waarschuwingen voor regionale ongevalzones. De gevolgen zijn zichtbaar in de cijfers: dezelfde zwarte punten keren jaar na jaar terug. De Antwerpse Ring ter hoogte van Borgerhout telt tot 95 gemelde incidenten. De Kleine Ring in Berchem overschrijdt de 80. Op de R0 in Zaventem worden zelfs 151 kritieke gebeurtenissen geregistreerd, een van de hoogste cijfers uit de hele studie. De conclusie lijkt duidelijk: zonder gerichte informatie verandert het rijgedrag niet. Brussel: tussen twee wereldenDe positie van Brussel zit ergens tussen beide regio’s in. De hoofdstad werkt samen met Coyote en de lokale politie, maar ongevalgevoelige zones blijven talrijk. Op de R0 is dat het geval in Anderlecht (34) en Vorst (32). Ook de Rogiertunnel staat in de lijst, met 29 incidenten. De afgelegde afstanden zijn er wel korter dan in de andere regio’s. Daardoor is de blootstelling aan snelwegrisico’s kleiner, maar tegelijk neemt de druk op het verzadigde stadsnet toe. Een opvallend detail: in Brussel nemen vrouwen vaker ’s avonds het stuur dan in de twee andere regio’s. Staat van de wegen: grote regionale verschillenNiet alleen rijgedrag speelt een rol, ook de staat van de wegen. En daar zijn de verschillen eveneens groot. In Wallonië registreert de Chaussée Brunehault in Haulchin 205 meldingen van beschadigd wegdek. De Rue de Namur in Châtelet telt er zelfs 208. Rond Luik overschrijdt de A3 in Vottem de 190 meldingen. In Brussel concentreren problemen zich onder meer op de R0 in Anderlecht (191 meldingen) en de Lambermontlaan in Schaarbeek (96). In Vlaanderen liggen de cijfers duidelijk lager. De A17 in Bellegem komt bijvoorbeeld tot 42 meldingen, ver onder de Waalse en Brusselse niveaus. De conclusie is onmiskenbaar: Vlaamse wegen worden merkbaar beter onderhouden.Files blijven een constanteDe zones met de meeste files werden ook in kaart gebracht en zijn weinig verrassend: Antwerpen, Brussel en Gent blijven de belangrijkste knelpunten. Ook dat bevestigt het onderzoek van TomTom. Misschien is de belangrijkste conclusie echter een andere. Bestuurders rijden minder, blijven vaker binnen hun eigen regio en leggen gemiddeld kortere afstanden af. Kortom, Belgen rijden dus minder snel én minder ver dan enkele jaren geleden. Blijft de vraag: als systemen zoals Coyote het rijgedrag op gevaarlijke trajecten aantoonbaar kunnen verbeteren, waarom worden zulke oplossingen dan niet breder ingezet in plaats van steeds meer flitspalen te plaatsen?Die vraag wordt relevanter omdat het aantal snelheidsovertredingen in België elk jaar nieuwe records breekt, terwijl 70% daarvan minder dan 10 km/u boven de limiet ligt. Het zijn doorgaans niet deze bestuurders die de dodelijke ongevallen veroorzaken. De overheid zal wellicht antwoorden dat flitspalen net helpen om de snelheid te drukken. Dat klopt waarschijnlijk deels. Maar deze studie suggereert ook iets anders: realtime informatie kan minstens even effectief zijn, zonder de bestuurder pal tegenover de overheid te plaatsen.

door David Leclercq
© Gocar

TEST EVO Cuatro: de moeilijke kunst van goedkoop rijden

De Italiaanse groep DR Automobiles was tot voor kort onbekend in België en werd in 2006 opgericht door voormalig autocoureur Massimo Di Risio. In plaats van lokaal auto’s te ontwikkelen, kwam hij op het idee om Chinese wagens van Chery als kit te importeren en ze te assembleren in zijn fabriek in Macchia d’Iserna. Het bijzondere aan DR Automobiles is dat het design licht wordt aangepast om de oorsprong te camoufleren.De formule kende al snel commercieel succes in Italië en de modellen volgden elkaar snel op. In 2024 werd DR Automobiles door de Italiaanse mededingingsautoriteit (AGCM) veroordeeld tot een boete van 6 miljoen euro. De reden: misleidende handelspraktijken, omdat het bedrijf zijn auto’s voorstelde als in Italië gebouwd, wat eigenlijk niet het geval was.Dat heeft DR Automobiles niet tegengehouden om ook naar het buitenland uit te breiden, onder meer naar Spanje, Frankrijk en sinds iets meer dan een jaar ook België. De Luikse groep Bounameaux zorgt in ons land voor de distributie, voorlopig via twee concessies, al wordt het netwerk de komende maanden verder uitgebreid.Bij DR Automobiles is niets eenvoudig. Dat begint al bij een hele reeks merken waarin het moeilijk is om het overzicht te bewaren: naast DR als generalist is er ICH-X, dat een terreinwagen produceert geïnspireerd op de Jeep Wrangler, Sportequipe met twee meer premium-SUV’s, Tiger met SUV’s die op design mikken en tot slot Evo, eerder het budgetmerk dat verantwoordelijk is voor de Cuatro die hier aan bod komt. Look zonder extravagantieOp het eerste gezicht heeft de EVO Cuatro een stijl zonder extravagantie, die wat gedateerd oogt tegenover wat de Europese concurrentie vandaag aanbiedt. Deze compacte SUV heeft een licht verhoogde motorkap, uitgesproken wielkasten en een dynamische daklijn waardoor hij aangenaam oogt, maar zonder meer. Hij heeft zelfs wat weg van een Seat Arona.Toch straalt het design een beetje dynamiek uit, met een brede grille, smalle koplampen en beschermende carrosserie-elementen die zijn avontuurlijke kant benadrukken. Revolutionair is het niet, maar het geheel oogt harmonieus en niet verkeerd voor een model dat onder de grens van 20.000 euro wordt aangeboden. De standaard 18-duims lichtmetalen velgen geven hem bovendien een meer premiumuitstraling dan zijn prijs zou doen vermoeden.Met een lengte van 4,40 m, een breedte van 1,83 m en een hoogte van 1,65 m is het formaat van de Cuatro geschikt voor de stad. Zijn wielbasis van 2,63 m garandeert een degelijke binnenruimte voor een gezin. De koffer biedt 450 liter, een perfect correcte waarde voor dit segment, uitbreidbaar tot 1.100 liter wanneer je de achterbank neerklapt. Goed uitgerustBinnenin bevestigt de EVO Cuatro zijn pragmatische positionering. De presentatie blijft eenvoudig en sommige harde kunststoffen herinneren duidelijk aan het budgetkarakter van het model. Toch oogt de assemblage degelijk en is de standaarduitrusting bijzonder uitgebreid voor dit prijsniveau. Zo krijg je onder meer een multimediasysteem (in het Engels) met een aanraakscherm van 10,25 duim, een 360°-camera, parkeersensoren voor en achter, een snelheidsregelaar, een USB-poort, smartphoneconnectiviteit en een elektrische handsfree kofferklep.De binnenruimte is een van de sterke punten van deze auto. Dankzij de royale wielbasis hebben de passagiers achterin verrassend veel beenruimte, zeker gezien de compacte afmetingen van de wagen. Enkele leuke details, zoals decoratieve inzetstukken in de deurpanelen, zorgen ervoor dat je je behoorlijk goed voelt in deze Evo. Atmosferische motorOnder de motorkap gebruikt de EVO Cuatro een atmosferische viercilinder van 1,5 liter met 117 pk en 136 Nm koppel. Deze motor vind je ook terug in sommige modellen van Jaecoo en Omoda. Dat is logisch, want die merken behoren tot Chery, de fabrikant van deze auto die in China verkocht wordt als Chery Tiggo 4 Pro. De motor is gekoppeld aan een manuele vijfversnellingsbak.Voor wie nog meer wil besparen, is er ook een Cuatro met lpg-installatie. Die wordt in de fabriek gemonteerd en gebruikt techniek van de Italiaanse specialist BRC. In die uitvoering verliest de Cuatro wel wat kracht en blijft er nog 114 pk en 132 Nm over. Evo biedt het model ook aan met een CVT-transmissie. In dat geval krijgt de Cuatro een turboversie van deze motor met 117 pk en een hoger koppel van 210 Nm.Een blik op de technische fiche van Evo leert dat de techniek ver verwijderd is van het huidige technologische niveau, met CO₂-uitstoot van respectievelijk 158 g/km voor de lpg-versie, 179 g/km voor de benzineversie met manuele bak en 168 g/km voor de CVT. Vrij hoge waarden die fiscaal allesbehalve gunstig zijn. Gebrek aan reservesVoor onze test leende Bounameaux ons enkele dagen een Cuatro met lpg. Het gebruik is eenvoudig: de elektronica start de auto op benzine en schakelt daarna automatisch over op vloeibaar petroleumgas.Wanneer je de zetel instelt, merk je meteen dat het stuur helaas niet in de diepte verstelbaar is, wat lastig is als je lange benen hebt. De rijpositie wordt dan een compromis, een beetje zoals in een auto uit de jaren negentig.Bij de positieve verrassingen noteren we de degelijke geluidsisolatie en de vering die het rijcomfort bevordert. De versnellingspook staat iets hoger en valt goed in de hand. De bediening maakt echter vrij veel lawaai, wat de rust in het interieur verstoort.Het zwakke punt van de Cuatro is vooral zijn matige atmosferische motor, die bij hernemingen snel zijn grenzen toont. Met een sprint van 0 tot 100 km/u tussen 11,5 en 13 seconden is de Evo Cuatro duidelijk geen snelheidsduivel. Zelfs wanneer je hem hoog in de toeren jaagt om het maximale uit zijn vermogen te halen – dat pas bij 6.150 tr/min beschikbaar is – lijkt deze kleine Chinese SUV altijd wat buiten adem. In werkelijkheid voelt hij zich veel beter wanneer je rustig rijdt en het beperkte koppel van 132 Nm benut. Grote dorstDe constructeur kondigt voor de benzineversie een gemiddeld verbruik van 8,2 l/100 km aan volgens de WLTP-cyclus. In de praktijk mag je rekenen op 8 tot 9 liter, afhankelijk van je rijstijl. Deze relatief hoge waarden zijn deels te wijten aan het ontbreken van een turbo. De lpg-versie verbruikt nog iets meer, maar het prijsverschil aan de pomp maakt hem uiteraard interessanter. Interessante prijs?Het valt niet te ontkennen dat de Evo Cuatro een mooie binnenruimte biedt, een uitrusting die je eerder in een hoger segment verwacht en een geruststellende garantie van vijf jaar of 100.000 km. Helaas verpest de zwakke atmosferische motor uit een ander tijdperk het plaatje. We hadden liever de turboversie gezien, die alleen met de CVT-bak wordt aangeboden. Die zou de CO₂-uitstoot verlagen en tegelijk betere prestaties bieden. Kijk je naar de concurrentie, dan staat de Dacia Duster Eco-G 120 het dichtst bij de Cuatro op papier. Met vergelijkbare uitrusting kost die 23.490 euro, iets meer dan 2.000 euro boven de Chinese SUV die in lpg-versie 21.400 euro kost.Dat prijsverschil is natuurlijk niet onbelangrijk, maar de Dacia rijdt aangenamer, verbruikt minder en is fiscaal interessanter. Bovendien ligt zijn restwaarde hoog, terwijl die van de Evo nog een groot vraagteken is, aangezien het merk pas sinds kort in ons land aanwezig is. ConclusieNiet alles aan de Evo Cuatro is negatief, integendeel. Maar zijn technologisch verouderde en weinig krachtige motor in de benzine- en benzine/lpg-versies verhindert dat hij echt een interessante deal wordt. Je mag er echter van uitgaan dat DR Automobiles, eigenaar van het merk Evo en partner van het Chinese Chery, snel zal bijsturen met een turbomotor die enkele zwakke punten van de Cuatro corrigeert, zonder grote impact op de verkoopprijs. De Evo Cuatro lpg in cijfers Voor Interessante prijs
 Complete uitrusting
 5 jaar of 100.000 km garantie Binnenruimte Cons Verouderde atmosferische motor
 Stuur niet in diepte verstelbaar
 Onaangename bediening versnellingsbak
 Traag infotainmentsysteem

door Maxime Hérion

MG 4X: het avontuur van de semi-vastestofbatterij

Hoewel de komst van de MG 4X naar Europa nog niet officieel bevestigd is, kan deze wagen een nieuwe generatie compacte elektrische SUV’s aankondigen. Achter zijn naam gaat trouwens geen volledig nieuw model schuil. Hij deelt namelijk heel wat technische elementen met de MG S5. De constructeur heeft het design en de positionering wel aangepast om een modernere auto te creëren.Met 4,39 m lengte, 1,84 m breedte en 1,55 m hoogte bevindt de MG 4X zich duidelijk in het segment van de compacte elektrische SUV’s, tegenover modellen zoals de BYD Atto 2 of bepaalde Europese stads-cross-overs. Zijn wielbasis van 2,75 m belooft een relatief ruim interieur voor de categorie.Esthetisch volgt het model de meest recente stijlkenmerken van MG. Vooral de vernieuwde voorzijde valt op, met een horizontale lichtstrook die de koplampen met elkaar verbindt. Achteraan zien we ook een doorlopende lichtsignatuur, een oplossing die bijna onmisbaar geworden is in het huidige autodesign. Technologisch argumentDe belangrijkste innovatie van de MG 4X zit onder de vloer. De SUV gebruikt namelijk een semi-vastestofbatterij, een technologie die beschouwd wordt als een tussenstap tussen klassieke lithium-ionbatterijen en toekomstige volledige vastestofbatterijen.In tegenstelling tot klassieke batterijen met een vloeibare elektrolyt, gebruikt de semi-vastestofbatterij een elektrolyt in gelvorm met slechts ongeveer 5% vloeistof. Die architectuur verhoogt de veiligheid, omdat de elektrolyt minder ontvlambaar is. Bovendien is hij beter bestand tegen lage temperaturen en zou de duurzaamheid hoger kunnen liggen.MG benadrukt vooral de thermische stabiliteit van deze technologie en zijn vermogen om goede prestaties te behouden in moeilijke klimaatomstandigheden. Toch zorgt deze batterij – ondanks haar veelbelovende karakter – nog niet voor een spectaculaire sprong in rijbereik. Met een capaciteit van 53,93 kWh zou hij volgens de Chinese CTLC-norm een rijbereik van 510 km halen. Die norm is optimistischer dan onze WLTP-cyclus. Redelijke prestatiesMechanisch blijft de MG 4X vrij klassiek. Het model gebruikt een eenvoudige elektrische architectuur met een motor van 163 pk die ongeveer 250 Nm koppel levert. De topsnelheid bedraagt 160 km/u.Aan een snellaadpunt zou de batterij volgens MG in ongeveer 20 minuten van 30 tot 80% laden. Dat is vergelijkbaar met de beste compacte elektrische SUV’s van dit moment. Als echt technologisch laboratorium heeft de MG 4X nog niet al zijn geheimen prijsgegeven. Het interieur werd bijvoorbeeld nog niet onthuld. Wel is al bekend dat het model ontwikkeld werd in samenwerking met de Chinese smartphonefabrikant Oppo en dat het een ultramoderne digitale ervaring moet bieden.Eén ding is zeker: MG blijft zijn wereldwijde expansie versnellen. De SAIC-groep wil de komende jaren meerdere nieuwe geëlektrificeerde modellen lanceren om zijn aanwezigheid op de belangrijkste internationale markten te versterken. Sinds zijn terugkeer op de Britse markt vijftien jaar geleden met de MG6 leverde MG al meer dan één miljoen auto’s in Europa.

door Maxime Hérion
© Gocar

Innovatie: slimme spijkerband die je ook in België kan gebruiken?

Het is minder bekend, maar Nokian heeft een lange traditie van pionierswerk. In 1934 bracht het de eerste winterband ter wereld op de markt, en in 1936 de eerste Hakkapeliitta, een premiumlijn van winterbanden. Negentig jaar later bevestigt het bedrijf zijn reputatie met de Hakkapeliitta 01, zeg maar een 'zelfdenkende' spijkerband waarbij de pinnen volledig automatisch reageren op de buitentemperatuur. Zonder een knop of een app dus. Alleen bij vriestemperaturen verschijnen ze op het loopvlak. On-off staat er op de flank van de band te lezen.Scheikunde, geen elektronicaDe technologie heet Double Action Stud Technology, en de magie zit verstopt in het rubber zelf. Onder het loopvlak heeft Nokian een drielaagse samenstelling verwerkt. De kern is een speciaal compound dat verhardt bij vriestemperaturen: het duwt de spijkers naar buiten, waar ze greep bieden op ijs en sneeuw. Stijgt de temperatuur richting of boven het vriespunt, dan wordt de laag zachter en trekt de spijker zich terug. Elke band telt circa 220 wolfraamcarbidespijkers, en is beschikbaar in 124 maten: van 14 tot 22 duim. De chemie achter de werking houdt Nokian bewust geheim, maar het bedrijf heeft wel tien patentaanvragen ingediend. Ook de exacte snelheid waarmee de spijkers reageren op temperatuurveranderingen kon het bedrijf niet in een getal uitdrukken. Maar volgens het merk doet de wisselwerking niets af aan de prestaties. Meer zelfs, de grip op ijs (+10%) en op nat asfalt (+5%) en het effect op het rijgeluid (-1 decibel) zijn gevoelig beter.Waarom heeft Nokian deze band eigenlijk ontwikkeld? In de Scandinavische en Noord-Amerikaanse regio is de winter zo sneeuwzeker dat reguliere spijkerbanden een goede oplossing zijn. Toch blijken de algemeen mildere temperaturen door de klimaatopwarming een rol te spelen. Daardoor rijden deze gebruikers steeds vaker langere pozen op normaal asfalt met hun ‘bijtende’ spijkers. Het gevolg is wegschade en een verhoogde uitstoot van fijnstof. Deze Hakkapeliitta 01 verhelpt dat, omdat hij het beste van twee werelden wil bieden. Wat zegt de Belgische wet?Zou je deze spijkerbanden ook in ons land kunnen gebruiken? In principe wel. De Belgische wegcode verbiedt ze niet, maar heeft er wel regels rond gemaakt en die recent nog bijgewerkt in oktober 2024. Spijkerbanden zijn toegestaan van 1 november tot 31 maart, maar uitsluitend voor voertuigen met een toegelaten maximumgewicht van 3,5 ton. Je moet ook je snelheid aanpassen: maximaal 90 km/u op autosnelwegen en vierbaanswegen, maximaal 60 km/u op alle andere wegen. Bovendien ben je verplicht om achteraan een "60 km/u“-plaat te voeren. Toch is de Hakkapeliitta 01 geen maat voor België, want de wet bepaalt verder dat het aantal spijkers per band maar 110 stuks mag zijn - de helft zoveel als op de Hakkapeliitta 01. Vorig jaar was een verplichting voor winterbanden al ver van de agenda, laat staan spijkerbanden. Deze band is gemaakt voor regio’s met een veel harder klimaat dan het onze. Maar als voorbeeld van wat rubber en scheikunde samen kunnen bereiken, is het zonder meer een mijlpaal.

door Piet Andries

Volkswagen ID.3 Neo: tweede wedergeboorte

Op esthetisch vlak breekt de Volkswagen ID.3 Neo met de stijl die bij de eerste generatie soms als te neutraal werd beschouwd. De Duitse constructeur wil zijn elektrische compacte middenklasser meer karakter geven, onder meer door zich te laten inspireren door de designtaal van de concept cars ID.2all en ID.GTI.De voorzijde werd grondig hertekend. De bumper krijgt expressievere lijnen, terwijl de koplampen een nieuwe, scherpere lichtsignatuur hebben. Ook de motorkap en de wielkasten werden aangepast om de auto meer uitstraling te geven.Nog een opvallende verandering: de tweekleurige afwerking van het koetswerk verdwijnt gedeeltelijk. Bij de vorige ID.3 waren het zwarte dak en de zwarte achterklep een visueel herkenningspunt. Bij de ID.3 Neo worden die elementen doorgaans in de kleur van het koetswerk gespoten, wat zorgt voor een homogener en klassieker uiterlijk. Met die wijzigingen wil Volkswagen de ID.3 dichter bij de stijl van zijn meer traditionele modellen brengen, zonder de identiteit van de elektrische ID-familie te verliezen. Interieur grondig herzienHoewel het exterieur duidelijk evolueert, zullen de grootste verbeteringen vooral binnenin merkbaar zijn. Al bij zijn lancering kreeg de ID.3 kritiek op bepaalde materialen die te eenvoudig werden gevonden en op een matige ergonomie.De Neo-versie pakt die punten aan met een duidelijk verbeterd interieur. Volkswagen belooft meer hoogwaardige materialen en een verzorgdere presentatie om de kwaliteitsbeleving te verhogen.Ook het multimediasysteem wordt gemoderniseerd met een vlottere interface en meer geconnecteerde functies. Het doel is om de digitale ervaring dichter te laten aansluiten bij die van de nieuwste elektrische modellen van de groep.De rijhulpsystemen zouden ook vooruitgang boeken, onder meer dankzij een nieuwe generatie assistentiesystemen die een verder gevorderde semiautonome rijfunctie mogelijk maken op snelwegen en in stedelijke omgevingen. Verwachte technische evolutieTechnisch blijft de ID.3 Neo trouw aan het MEB-platform van de Volkswagen-groep, al worden diverse verbeteringen verwacht. Het huidige gamma biedt al verschillende batterijcapaciteiten, van ongeveer 45 tot 77 kWh, met een rijbereik tot bijna 550 kilometer volgens de WLTP-cyclus. De sportiefste versie, de ID.3 GTX, levert tot 326 pk en bevestigt dat de elektrische compacte middenklasser ook een dynamischer publiek wil aanspreken.Voor de ID.3 Neo zou Volkswagen nieuwe, efficiëntere batterijen kunnen introduceren, namelijk LFP-batterijen (lithium-ijzer-fosfaat), die bekendstaan om hun lagere kostprijs en betere duurzaamheid. Die evoluties zouden het rijbereik verbeteren en tegelijk de productiekosten verlagen, wat cruciaal is op een steeds competitievere markt voor elektrische auto’s. Strategisch modelDat Volkswagen zoveel investeert in deze evolutie, komt omdat de ID.3 een bijzondere plaats inneemt in de strategie van de constructeur. Als eerste model uit de ID-familie dat op grote schaal werd verkocht, belichaamt hij de transitie van het merk naar elektrische mobiliteit. Een revolutie die niet zonder problemen verliep, met veel kritiek op de afwerking, de weinig praktische bediening en enkele softwareproblemen tijdens de ontwikkeling.De concurrentie is de voorbije jaren echter sterk toegenomen. Modellen zoals de Renault Mégane E-Tech, de Tesla Model 3 en tal van Chinese compacte auto’s zijn op het terrein van de ID.3 verschenen. De grondige facelift van de ID.3 Neo moet de carrière van het model dus verlengen tot de komst van de toekomstige elektrische Golf, die later in dit decennium wordt verwacht.

door Maxime Hérion

Ferrari Amalfi Spider: het goede leven in open lucht

De nieuwe Ferrari Amalfi Spider sluit aan bij de stijl van de Roma. Toch heeft het Italiaanse merk verschillende elementen aangepast om de identiteit van het nieuwe model sterker te benadrukken. De voorkant krijgt een moderner design met bijzonder fijne koplampen en een minimalistische grille. De lijnen zijn strak en vloeiend, wat de auto tegelijk sportief en verfijnd maakt.De proporties blijven typisch voor een Ferrari-GT: een lange motorkap, een ver naar achter geplaatst interieur en gespierde wielkasten. Het resultaat is een evenwichtig silhouet dat eerder doet denken aan de elegantie van grote Ferrari-toerwagens dan aan de agressiviteit van supercars met middenmotor.De transformatie naar Spider gebeurt met een stoffen kap met meerdere lagen. Die opent of sluit in 13,5 seconden, zelfs tijdens het rijden tot 60 km/u. Ferrari werkte ook aan de geluidsisolatie om het comfort tijdens lange ritten te behouden wanneer de kap gesloten is. Ondanks het ontbreken van een harde dakconstructie blijft de structuur bijzonder stijf dankzij verschillende specifieke verstevigingen. Expressieve V8Onder de lange motorkap houdt Ferrari vast aan een bekende formule: de 3.9 biturbo-V8 uit de F154-familie. Voor de Amalfi Spider werd deze motor licht aangepast om 640 pk en 760 Nm koppel te leveren.In combinatie met een achttrapsautomaat met dubbele koppeling stuurt de motor al zijn kracht naar de achterwielen. De prestaties horen bij een echte sportwagen: 0 tot 100 km/u duurt ongeveer 3,3 seconden en de topsnelheid ligt boven 320 km/u. Compromis tussen efficiëntie en comfortHoewel de Amalfi Spider indrukwekkende prestaties claimt, werkte Ferrari vooral aan de algemene balans van de auto. Het doel was een GT te bouwen die moeiteloos kilometers kan verslinden en tegelijk trouw blijft aan het sportieve DNA van het merk.Het aluminium chassis wordt gecombineerd met een adaptieve ophanging. Dat systeem past voortdurend de hardheid van de dempers aan om, afhankelijk van de gekozen rijmodus, meer comfort of meer precisie te bieden.De cabriolet krijgt ook een ‘brake-by-wire’-remsysteem, dat al op enkele recente modellen van het merk geïntroduceerd werd. Deze technologie verbetert de remprecisie en optimaliseert tegelijk de verdeling van de remkracht over de wielen.Actieve aerodynamica draagt bij aan de stabiliteit. Achteraan heeft de mobiele spoiler verschillende standen om bij hoge snelheid meer neerwaartse druk te genereren en de wegligging te verbeteren.Modern interieurIn het interieur heeft Ferrari de ergonomie herzien. Na kritiek op bepaalde aanraakbedieningen in recente modellen keert het merk terug naar fysieke knoppen op het stuur, waaronder de beroemde rode startknop.Het dashboard zit wel nog altijd vol technologie. De bestuurder krijgt een digitaal instrumentenpaneel van 15,6 duim, aangevuld met een centraal touchscreen van 10,3 duim. Een derde scherm van 8,8 duim voor de passagier toont prestatiegegevens of bepaalde multimediafuncties.De interieursfeer combineert sportiviteit met luxe, met hoogwaardig leder, aluminium inzetstukken en koolstofvezel. Zoals bij Ferrari gebruikelijk blijft het een 2+2-configuratie, met twee kleine achterzetels die de veelzijdigheid van het model vergroten. GT gemaakt om te reizenIn tegenstelling tot de meest radicale Ferrari’s kiest de Amalfi Spider voor een veelzijdigere aanpak. Hij richt zich op klanten die willen genieten van het prestige en de prestaties van het merk, maar ook dagelijks comfort belangrijk vinden.De koffer biedt 255 liter inhoud met gesloten kap, wat reizen met twee personen mogelijk maakt. Zelfs wanneer het dak open is en het volume krimpt, blijft de Amalfi Spider een van de meest praktische Ferrari’s uit het gamma.DuurMet de Amalfi Spider presenteert Ferrari een elegante en krachtige cabriolet die een rijervaring biedt die past bij alle bolides met het steigerende paard. Hij wordt gepositioneerd als het instapmodel in het universum van Ferrari’s grote GT’s en zou minstens 266.000 euro kosten.Daar komen nog opties bovenop, waardoor de prijs al snel kan oplopen tot meer dan 300.000 euro. De voorbije jaren lijkt Ferrari zich alles te kunnen permitteren, want de klanten blijven volgen en de orderboeken zitten vol. Met levertijden die soms meer dan twee jaar bedragen, verkeert het Italiaanse merk in uitstekende gezondheid.

door Maxime Hérion
© Gocar

Renault wil toch stoppen met verbrandingsmotor in 2030: goede of slechte zet?

De nieuwe topman van Renault, François Provost, heeft duidelijk geen schrik om groot te denken. Hij presenteerde zijn actieplan voor de komende vier jaar. Tegen 2030 wil Renault onder zijn eigen merk twee miljoen wagens per jaar verkopen, 370.000 exemplaren meer dan vandaag. Die sprong van bijna 23% in vijf jaar oogt indrukwekkend op papier, maar vraagt om nuance. Geografisch roept deze groei namelijk vragen op: de helft van de verkopen zal buiten Europa plaatsvinden, tegenover 38% vandaag. Met andere woorden: de constructeur rekent niet in de eerste plaats op onze markten om zijn groei te realiseren. Analisten van het merk met de ruit verwachten duidelijk dat de Europese markt stroef zal blijven. Het is eerder in India, Zuid-Amerika en andere opkomende markten dat de constructeur uit Billancourt zijn toekomst ziet. 36 modellen in 5 jaarOm dat doel te bereiken, plant Renault een ongezien productoffensief: tussen 2026 en 2030 komen er 36 nieuwe modellen in de showroom, tegenover 32 in de vorige cyclus. Het merk Renault zelf zal 12 lanceringen in Europa voor zijn rekening nemen en 14 internationaal. François Provost wil van Renault “de referentie onder de Europese constructeurs” maken. Om dat doel te halen, rekent het merk op een verlaging van zijn productiekosten met 20%. Dat moet onder meer gebeuren door het aantal onderdelen per auto met 30% te verminderen en door artificiële intelligentie te gebruiken om de energiefactuur met 25% te verlagen. De variabele kosten zouden zo gemiddeld met 400 euro per auto moeten dalen. Renault’s ‘futuREady’ Plan Puts India at the Heart of Its Global Growth | Autocar Professional https://t.co/bgCmIHjYNJ— Autocar Professional (@autocarpro) March 10, 2026 Bij Dacia ziet het traject er anders uit, maar het blijft ambitieus. Het lowcostmerk van de groep versnelt zijn elektrificatie: tegen 2030 telt het vier elektrische modellen in zijn gamma, tegenover slechts één vandaag. Twee derde van zijn Europese verkopen zal geëlektrificeerd zijn. De toekomstige Sandero, een absolute bestseller, wordt in meerdere energievormen aangeboden. Dat betekent een echte strategische ommezwaai. Een volledig nieuw model, de Striker, moet ook de aanwezigheid in het C-segment versterken, dat tegen dan een derde van de inschrijvingen zou vertegenwoordigen. Einde van verbrandingsmotor: engagement of intentieNog een andere uitspraak trok tijdens deze presentatie alle aandacht van de waarnemers: Renault kondigde aan dat het vanaf 2030 in Europa alleen nog geëlektrificeerde voertuigen wil verkopen, dus hybrides of volledig elektrische auto’s. De 40% pure brandstofwagens die vorig jaar nog op het Oude Continent verkocht werden, zijn dus gedoemd te verdwijnen.In het segment van de gezinswagens komt er vanaf 2028 een nieuw 800V-platform (concept Renault R-Space Lab). Dat moet laden in 10 minuten en een rijbereik tot 750 km mogelijk maken. Het platform zal ook range extenders met brandstofmotor integreren (waarschijnlijk ontwikkeld met Geely) en wordt voornamelijk in Frankrijk ontwikkeld, in samenwerking met Google voor het ingebouwde besturingssysteem op basis van Android. 90% van de functies van de auto zal op afstand geüpdatet kunnen worden. Bij Alpine zijn de ambities daarentegen naar beneden bijgesteld. Van de vijf lanceringen die oorspronkelijk tegen 2030 gepland waren, vermeldt het officiële persbericht expliciet alleen de volgende generatie van de A110. Topman Philippe Krief verzekerde wel dat er nog drie andere modellen op hetzelfde platform zullen volgen.Hoewel de vooruitzichten er zijn, weten we nu al dat de weg moeilijk wordt. En daar is een reden voor: de financiële ambities blijven bescheiden, met een operationele marge die wordt geraamd tussen 5 en 7%. Dat ligt duidelijk onder de 10% waar de vorige CEO Luca de Meo op hoopte. Het toont aan hoe zwaar de realiteit van de markt weegt.

door David Leclercq
© Gocar

LEZ in Brussel: kakofonie van boetes, 80 of 350 euro?

Sinds 1 januari 2025 mogen twee categorieën voertuigen officieel niet meer rijden in de Brusselse lage-emissiezone (LEZ): Euro 5-diesels die ingeschreven zijn tussen januari 2011 en september 2015 en benzinewagens met de Euro 2-norm van vóór 2001. Deze uitsluitingen stonden al lang in de oorspronkelijke kalender van de LEZ, maar de effectieve invoering dreigde nog te worden uitgesteld tot 2027.Een beslissing vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2024 door het blok MR-PS-Les Engagés ging inderdaad in die richting, maar het Grondwettelijk Hof besliste afgelopen september anders en schrapte het uitstel simpelweg. Terug naar af dus. Er werd wel een tolerantieperiode van drie maanden zonder boetes toegekend aan de betrokken bestuurders, zodat de situatie zich kon stabiliseren. Alleen: dat is helemaal niet gebeurd. 80 euro of 350 euro?Volgens de regels die nog altijd op de site van Leefmilieu Brussel staan, bedraagt de eerste boete 350 euro. Bij herhaling kunnen er nog boetes volgen, maar de volgende mag pas verstuurd worden drie maanden na de eerste vastgestelde overtreding.De pas gevormde regering-Dilliès in Brussel wil het systeem echter volledig herzien. Het regeerakkoord voorziet dat de driemaandelijkse boete van 350 euro vervangen wordt door een maandelijkse boete van 80 euro, aangevuld met een jaarlijkse pas van 350 euro. Ook voor professionals en kwetsbare groepen zijn uitzonderingen voorzien. Alleen bestaat deze minder harde aanpak voorlopig alleen in een politiek akkoord en nog niet in de wet. Intussen komt 1 april snel dichterbij…Kakofonie op komst?Minder dan drie weken voor de deadline verwijst Leefmilieu Brussel naar het politieke kabinet, dat immers bevoegd is voor alle mogelijke wijzigingen. Staatssecretaris voor Leefmilieu Ans Persoons (Vooruit) spreekt over werkvergaderingen in de komende dagen en weken, maar zonder details over de inhoud of de uitkomst. Achter de schermen klinkt het dat het praktisch onmogelijk wordt om het wettelijk kader nog vóór 1 april aan te passen. Het meest waarschijnlijke scenario is dat de waarschuwingsperiode zonder boete verlengd wordt via een administratieve omzendbrief, totdat het nieuwe systeem officieel goedgekeurd wordt.Zijn de betrokken automobilisten (toch meer dan 400.000) dan gered? Dat is lang niet zeker. Zonder snelle reactie van de regering kunnen de boetes gewoon volgen, aangezien het systeem volledig geautomatiseerd is. De vraag is dus vooral welke rekening automobilisten gepresenteerd krijgen wanneer ze met een Euro 5-diesel of een Euro 2-benzine naar Brussel rijden. We vroegen het aan advocaat Bruno Gysels, gespecialiseerd in verkeerszaken, om een idee te krijgen van de mogelijke ‘verrassingen’. Hij is niet verbaasd over de situatie:“Of het nu gaat om milieu, parkeren of andere verkeersinbreuken: een klein land als België is erin geslaagd tientallen verschillende regels te creëren. Niemand ziet er nog het bos door de bomen. Zelfs gespecialiseerde juristen niet. Wat moet je dan verwachten van de gewone burger die onmogelijk op de hoogte kan zijn van regels die zo uiteenlopend én voortdurend in beweging zijn?”“Hetzelfde geldt voor de procedures om boetes aan te vechten. Het enige wat ik kan zeggen, is dat de overheden die zo’n wettelijke chaos gecreëerd hebben bovendien instanties hebben die niet altijd voldoende onafhankelijk zijn om de betwistingen te beoordelen en vaak bijzonder streng optreden. Kortom: je moet niet rekenen op veel begrip voor de burger die geconfronteerd wordt met een echt kluwen aan regels”, besluit Bruno Gysels. De automobilisten zijn dus gewaarschuwd.

door David Leclercq
© Gocar

Deze BMW-berline is bestand tegen schoten van zware wapens

De ombouw door INKAS steunt op een volledige bepantsering die voldoet aan de BR6-norm, een bijzonder hoog beschermingsniveau voor een burgervoertuig. Concreet betekent deze certificering dat de auto bestand is tegen schoten van aanvalsgeweren zoals de AK-47 of M16.Om dat veiligheidsniveau te bereiken, werd de structuur van de wagen grondig versterkt. De carrosserie krijgt platen van ballistisch staal en composietmaterialen die speciaal ontworpen zijn om inslagen te absorberen. De ruiten worden vervangen door kogelwerend glas in meerdere lagen, veel dikker dan dat van een gewone auto.Ook de bodem van de wagen krijgt een specifieke versterking om de inzittenden te beschermen tegen explosies van onderen, bijvoorbeeld door granaten of geïmproviseerde explosieven.Ondanks deze ingrijpende aanpassingen zorgde INKAS ervoor dat het uiterlijk bijna identiek blijft aan dat van een klassieke BMW 7 Reeks. Het doel is duidelijk: maximale veiligheid bieden zonder op te vallen.VeiligheidsuitrustingNaast de bepantsering kan de door INKAS aangepaste BMW 760i uitgerust worden met een hele reeks systemen die de bescherming van de passagiers in extreme situaties garanderen. Denk bijvoorbeeld aan een automatisch brandblussysteem in de motorruimte, een zuurstoftoevoersysteem voor het interieur in noodgevallen of een intercom om met de buitenwereld te communiceren zonder de ruiten te openen.De auto kan ook uitgerust worden met versterkte run-flatbanden die blijven rijden zelfs na een lekke band – een essentieel element om snel een gevaarlijke zone te verlaten. Afhankelijk van de wensen van de klant kunnen ook sirenes, stroboscooplichten of andere veiligheidsuitrusting toegevoegd worden. De luxe van de 7 ReeksOndanks deze transformatie tot beschermingsvoertuig blijft de ervaring binnenin trouw aan de geest van de BMW 7 Reeks. Het interieur behoudt alles wat de grote Duitse berline zo beroemd maakt: hoogwaardige materialen, geavanceerde technologie en uitzonderlijk comfort.De passagiers achterin genieten onder meer van het spectaculaire BMW Theatre Screen, een 8K-scherm van 31 duim dat uit het plafond klapt en het interieur omtovert tot een echte mobiele bioscoopzaal. De executive-zetels bieden massage, ventilatie en tal van elektrische verstelmogelijkheden voor optimaal comfort tijdens lange ritten. De geluidsisolatie, die op het oorspronkelijke model al indrukwekkend is, zorgt bovendien voor een bijzonder rustige interieursfeer.V8 onder de motorkapOnder de motorkap behoudt de BMW 760i zijn indrukwekkende 4.4 biturbo-V8, gekoppeld aan een mild-hybridesysteem. Deze motor levert 544 pk en stuurt zijn kracht naar de vier wielen via de xDrive-vierwielaandrijving.Die krachtige aandrijflijn is essentieel om het extra gewicht van de bepantsering en de beschermingsuitrusting te compenseren. Ondanks het extra gewicht blijft de limousine indrukwekkende prestaties neerzetten. Stijgende vraagGepantserde voertuigen zijn al lang niet meer alleen voorbehouden aan staatshoofden of diplomaten. De voorbije jaren is de vraag in verschillende regio’s van de wereld sterk toegenomen, onder meer bij bedrijfsleiders, publieke figuren of vermogende families.In die context spelen gespecialiseerde bedrijven zoals INKAS een cruciale rol door bestaande luxewagens om te bouwen tot echte beveiligingsvoertuigen, al hangt daar een stevig prijskaartje aan. Maar wordt er niet gezegd dat het leven onbetaalbaar is?

door Maxime Hérion

Mercedes VLE: elektrische luxevan

De Mercedes VLE is het eerste model dat op het nieuwe VAN.EA-platform staat, een modulaire architectuur die volledig ontwikkeld is voor de volgende generatie elektrische bedrijfsvoertuigen en monovolumes. Deze technische basis breekt met de vorige generaties, die nog afgeleid waren van modellen met verbrandingsmotor.Mercedes wil zijn vans daarmee duidelijk hoger in het gamma positioneren. Volgens de constructeur kan de VLE het comfort en het rijgedrag van een limousine bieden, terwijl hij tegelijk de veelzijdigheid van een grote monovolume behoudt. Dit model richt zich op een zeer breed publiek. Hij moet zowel grote gezinnen aanspreken als vip-shuttlediensten of privéchauffeurs, twee markten waarin luxevans steeds populairder worden. Comfort en modulariteitMet een configuratie voor maximaal acht passagiers legt de VLE duidelijk de nadruk op ruimte en flexibiliteit. De zetels staan op rails zodat verschillende opstellingen mogelijk zijn, van klassiek gezinsvervoer tot een exclusievere indeling voor chauffeursdiensten.In de meest luxueuze versies kunnen de passagiers achterin genieten van individuele zetels die doen denken aan de businessclass van een vliegtuig, met beensteunen, massagefuncties en elektrische bediening. De ervaring vanbinnen wordt nog versterkt door een indrukwekkend multimediasysteem, met onder meer een uitklapbaar scherm van 31,3 duim in 8K-resolutie voor entertainment van de passagiers.Vooraan profiteert de bestuurder van de nieuwste generatie van het MBUX-systeem, met een dashboard dat gedomineerd wordt door een groot digitaal scherm en een geconnecteerde omgeving met Google-diensten en updates vanop afstand. Elektrische technologie van een nieuwe generatieOnder de vloer krijgt de VLE een NMC-batterij met een capaciteit van 115 kWh, gekoppeld aan een elektrische architectuur van 800 volt. Dankzij die technologie kan hij snelladen tot 320 kW, waardoor je de batterij in ideale omstandigheden van 10 tot 80% kunt opladen in ongeveer twintig minuten.Het officiële rijbereik bedraagt meer dan 700 km volgens de WLTP-cyclus voor de versie met achterwielaandrijving, een opmerkelijke waarde voor een auto van dit formaat. Bij de lancering zijn twee motorisaties voorzien. De VLE 300 levert 272 pk en legt de nadruk op energie-efficiëntie, terwijl de VLE 400 4Matic een tweede motor en vierwielaandrijving toevoegt voor een totaalvermogen van 415 pk. Die laatste sprint van 0 naar 100 km/u in 6,5 seconden, een verrassende prestatie voor een auto van dit formaat.Voor comfort en wendbaarheid biedt Mercedes ook een Airmatic-luchtvering en een systeem met vierwielsturing aan, waardoor de draaicirkel kleiner wordt ondanks de royale afmetingen van de auto. Nieuwe familie premiumvansDe VLE is nog maar de eerste stap in een bredere strategie. Mercedes plant al een nog luxueuzere variant met de naam VLS, bedoeld als het equivalent van een S-Klasse in het universum van de vans.Met dit nieuwe gamma wil het Duitse merk het imago van de monovolume veranderen, een carrosserievorm die lange tijd vooral met bedrijfsvoertuigen of gezinswagens geassocieerd werd. De VLE toont dat dit type voertuig ook luxe, technologie en comfort op lange afstanden kan belichamen.

door Maxime Hérion
© Gocar

België is een van de laadpaalwalhalla's in Europa

De tijd waarin elektrisch rijden met de nodige ongemakken kwam, ligt nog niet zo ver achter ons. Een combinatie van auto’s met beperkt rijbereik en gebrekkige laadinfrastructuur maakte dat EV-rijders vroeger niet zo zorgeloos de weg op konden als wie met een brandstofauto reed. Die tijden lijken voorbij, zo leren we ook uit de jongste cijfers van het European Alternative Fuel Observatory.Daaruit blijkt zelfs dat België stilaan een echt laadpaalwalhalla is, met momenteel 98.707 publiek toegankelijke oplaadpunten. Enkel Nederland, Duitsland en Frankrijk doen beter. Onze noorderburen staan op de eerste plek, met liefst 202.833 openbare laders. De Duitsers komen daar net achter, terwijl de Fransen toegang hebben tot een kleine 187.000 publieke laadpunten. Alle andere EU-landen hinken duidelijk achterop. Grote vlotenWie met een elektrische auto verder weg rijdt, zal nog het gemakkelijkst kunnen bijladen in Italië (70.039 laders), Zweden (62.517 laders), Denemarken (50.338 laders) en Spanje (46.902 laders). Oostenrijk, Finland, Portugal en Polen vormen de middenmoot, terwijl de rest van de Europese Unie vooralsnog problematisch weinig publiek toegankelijke laadinfrastructuur heeft voor elektrische wagens.Opvallend: Amsterdam alleen al zou met een dikke 16.000 oplaadpunten een Europese middenmoter zijn, na Finland maar voor Portugal.Dat de Lage Landen twee van de vier eerste plaatsen bezetten, is des te opmerkelijker gezien de lage bevolkingsaantallen, vergeleken met de grote EU-landen. Al hoeft het ook niet te verbazen, want de cijfers gaan hand in hand met de grootte van de elektrische vloten in de genoemde landen.Als grootste automarkten van Europa staan Duitsland en Frankrijk ook op dat vlak op kop, met respectievelijk 2,3 en 1,7 miljoen stekkerauto’s bij de jongste telling, eind vorig jaar. Nederland heeft de op twee na grootste elektrische vloot, met zo’n 733.000 stuks. Zij hebben ook nog eens een dik half miljoen oplaadbare hybrides (PHEV’s) op de weg, die eveneens gebruik kunnen maken van de publieke laadinfrastructuur.In België is de kaap van 500.000 EV’s inmiddels zo goed als zeker gerond, al melden de laatste kwartaalcijfers (uit 2025) dus nog 459.000 exemplaren. Opmerkelijk is dat Denemarken en Zweden beter doen, maar dus wel minder laadpalen hebben. Kloof tussen noorden en zuiden van BelgiëEen nadere blik op ons land leert echter wel dat er nog immer een grote kloof gaapt tussen het noorden en het zuiden. Liefst 77% van de laadpunten staat in Vlaanderen. Wallonië heeft 13% en Brussel de resterende 10%. Dat onevenwicht verrast niet, gezien ook de elektrische autovloot overwegend in het noorden van het land zit.Vlaanderen voldoet vandaag ook ruimschoots aan de Europese minimumnorm voor snellaaddekking op hoofdwegen. Wallonië, dat lang bekend stond als een ware ‘laadpalenwoestijn’, is wel bezig aan een inhaalbeweging, en dan vooral in het aantal krachtige snelladers op gelijkstroom (boven 150 kW). Dat is vooral voor reizigers goed nieuws. Waar er vroeger tussen Brussel en Luxemburg nauwelijks opties waren om de batterij snel ‘bij te tanken’, komen er nu stilaan wel snellaadstations op dat traject.Toch zijn er nog extra inspanningen van doen, want een recente studie wees uit dat het aantal elektrische auto’s tegen 2030 op zijn minst gaat verdubbelen, en dat het laadnetwerk dus zal moeten volgen. Studiebureau RetailSonar becijferde dat er tegen het einde van dit decennium ongeveer 200.000 publieke laders nodig zullen zijn.

door Hans Dierckx
© Gocar

België: dit merk ontwikkelt laadpalen met 1.000 kW om in 5 minuten op te laden

De strijd rond de elektrische auto wordt steeds meer op prijs uitgevochten, maar het maximale laadvermogen blijft ook een bijzonder belangrijke factor voor consumenten. Bestuurders willen immers zo weinig mogelijk tijd stilstaan aan een laadpaal, zeker wanneer ze op vakantie vertrekken. Maar heeft dat eigenlijk wel zin? In het beste geval ga je immers maar twee of drie keer per jaar op vakantie.Hoe dan ook hebben de constructeurs de boodschap begrepen en doen ze er alles aan om de snelste laadtijden op de markt te bieden. Vandaag verschijnen steeds vaker auto’s die pieken van ongeveer 400 kW aankunnen, zoals de nieuwe BMW iX3 of de Volvo EX60.Toch stellen die vermogens weinig voor vergeleken met wat er binnenkort aankomt. Een grote constructeur heeft namelijk de uitrol aangekondigd van zogenaamde megawattlaadpalen die tot 1.500 kW leveren. Met zo’n vermogen duurt een ‘tankbeurt’ met elektriciteit niet langer dan tanken met een benzinewagen. @evafocus2 BYD is pushing EV charging to the next level with super-fast new stations. ⚡???? BYD ElectricVehicles FastCharging ♬ Dramatic Tension - Litne Vijf minutenDie constructeur is BYD. Met zijn tweede generatie LFP-batterijen kan het merk de batterij in slechts vijf minuten van 10 tot 70% opladen. Nog opvallender: zelfs bij extreme temperaturen van -30°C blijft die belofte overeind, met een laadbeurt van 20 tot 97% in een twaalftal minuten dankzij een versterkt thermisch beheer.BYD wil geruststellen over deze nieuwe laadcapaciteit. Volgens interne tests zou er zelfs na honderden laadcycli geen enkel risico op ‘thermische runaway’ (oncontroleerbare kettingreactie) bestaan. De constructeur wil zo het vertrouwen van zijn klanten versterken.20.000 stations en een nieuwe standaardBYD wil, net als Tesla, een eigen laadnetwerk uitrollen. Tegen eind 2026 mikt het merk op 20.000 megawattstations op zijn thuismarkt China. Dat aantal moet ook concurreren met de batterijwisselstations van Nio, waar een wissel amper drie minuten duurt. BYD wil ultrasnel laden dus neerzetten als dé referentieoplossing voor intensief gebruik. BYD launches 1,500kW electric car chargers — with a full charge in 9 minutesBYD plans to have 20,000 of the Megawatt Flash charging stations in China in 2026.https://t.co/DchUx79op3— MyBroadband (@mybroadband) March 6, 2026 Natuurlijk doet een vermogen van 1.500 kW dromen, maar is het wel realistisch? Het antwoord is ja. Sterker nog: het is compatibel met alle elektriciteitsnetten en vereist geen netwerkverzwaring. Dat komt door een bijzonder slimme oplossing van BYD: de nieuwe stations beschikken over buffermodules met LFP-batterijen.Concreet halen ze een relatief beperkt vermogen uit het net – ongeveer 100 kW – dat later tijdens het laden wordt vrijgegeven met een piek tot 1.500 kW. Deze volledig nieuwe aanpak vraagt dus geen zware aanpassingen aan het net en is daardoor veel goedkoper dan de hoogspanningsarchitecturen van snellaadstations die we vandaag kennen.Ook in België?Het goede nieuws: deze innovatie van BYD blijft niet beperkt tot China. In België bevestigde de invoerder van de groep in de economische pers dat hij van plan is om ‘flashlaadpalen’ met een zeer hoog vermogen uit te rollen. De eerste exemplaren zouden al dit jaar of in 2027 kunnen verschijnen. Ze zouden pieken tot 1.000 kW, wat al enorm is, aangezien de huidige standaarden rond 350 tot 400 kW liggen – en niet hoger. Zelfs bij laadpalen van 400 kW wordt het vermogen vaak bewust begrensd tot ongeveer 200 kW om het evenwicht te behouden wanneer meerdere auto’s tegelijk opladen. Tot zover klinkt het verhaal uiteraard bijzonder aantrekkelijk. Toch blijft er één vraag: welke auto op de markt kan vandaag zo’n vermogen opnemen? Het antwoord is eenvoudig: geen enkele. Maar volgens BYD komen die eraan. Blijkbaar staat er binnenkort een SUV met zeven zitplaatsen op de planning die deze laadcapaciteit zal ondersteunen.Wat echt interessant is aan de aanpak van BYD, is dat het enorme laadvermogen niet rechtstreeks uit het elektriciteitsnet wordt gehaald. Daardoor kunnen deze ultrasnelle laadpalen vrijwel overal geïnstalleerd worden, zonder zware infrastructuurvereisten. Dat betekent uiteraard niet dat het Belgische elektriciteitsnet geen versterking meer nodig heeft, want de groeiende vraag naar elektriciteit komt niet alleen van auto’s. Investeringen blijven dus noodzakelijk. Maar één ding is zeker: deze BYD-laadpalen – en de auto’s die erbij horen – kunnen het beeld dat veel automobilisten van de elektrische auto hebben grondig veranderen.

door David Leclercq
© Gocar

Diesel kost vanaf donderdag meer dan 2 euro: grijpt de Belgische regering in?

De cijfers liegen er niet om: vanaf donderdag 12 maart 2026 bereikt de Belgische maximumprijs van een liter diesel (B7) 2,019 euro, een stijging van 9,6 cent op één dag volgens de FOD Economie. Dit is het hoogste niveaus sinds oktober 2023, een rechtstreeks gevolg van het conflict in het Midden-Oosten, dat geleid heeft tot de effectieve sluiting van de Straat van Hormuz. Sinds het begin van de vijandelijkheden is de prijs van ruwe olie met 30% gestegen en die van aardgas met bijna 60%.IEA haalt zwaar geschut boven, maar…Na deze prijsstijging heeft het Internationaal Energieagentschap (IEA) woensdag een krachtig signaal gegeven door unaniem de vrijgave van 400 miljoen vaten uit de strategische reserve goed te keuren, meer dan het dubbele van wat er in 2022 werd vrijgegeven bij de invasie van Oekraïne. Het cijfer maakt indruk, maar moet in perspectief geplaatst worden: de wereld verbruikt ongeveer 106 miljoen vaten per dag.Die 400 miljoen vaten vertegenwoordigen dus minder dan vier dagen wereldwijde consumptie. Het doel is niet zozeer om weken van schaarste te overbruggen, maar wel om het huidige productietekort op te vullen en vooral een krachtig signaal naar de markten te sturen: de reserves bestaan en zullen gebruikt worden. Alleen hadden de markten deze aankondiging al ingecalculeerd. Resultaat: geen enkele prijsdaling. Een vat Brent-olie werd woensdag aan het einde van de dag nog altijd rond 92 dollar verhandeld, een stijging van meer dan 5%. Wat de Belgische regering kan doenDe vraag die de Belgische politiek nu bezighoudt, is duidelijk: moet er ingegrepen worden om gezinnen te beschermen? Ter herinnering: Frankrijk bestudeert een plafond op de marges van distributeurs en Griekenland heeft dat al beslist. Bij ons vragen verschillende partijen, waaronder Les Engagés, CD&V en PS, om maatregelen. De regering zegt op haar beurt de situatie op te volgen. Maar ze grijpt niet in.In Le Soir hebben verschillende economen de beschikbare opties uiteengezet die volgens hen ingezet moeten worden. Bruno Colmant pleit voor de activering van de omgekeerde cliquet, het mechanisme dat automatisch de accijnzen op brandstoffen verlaagt wanneer de prijzen stijgen, en ook voor het uitstellen van de verhoging van de accijnzen op gas die in april gepland staat in het kader van de taxshift. De econoom verwerpt daarentegen het idee van een prijsplafond, dat volgens hem onrealistisch is. Volgens Philippe Defeyt is het beter om de meest kwetsbare gezinnen te ondersteunen via hun inkomen in plaats van via prijzen, om ongewenste neveneffecten te vermijden die de staat eerder al miljarden hebben gekost. Niet zoals in 2022Het is verleidelijk om een directe parallel te trekken met de energiecrisis van 2022, maar dat gaat te ver. Vandaag noteert olie rond 90 dollar per vat, tegenover een piek van 130 dollar in 2022. Specialisten geloven momenteel niet in een inflatieschok vergelijkbaar met die van 2022-2023 en verzetten zich tegen een overheidsingrijpen dat consumenten niet zou aanzetten hun gewoonten te veranderen. Intussen zullen automobilisten dus geduld moeten hebben. En meer moeten betalen aan de pomp. We herinneren er wel aan dat er alternatieven bestaan. De elektriciteitsprijzen blijven momenteel bijvoorbeeld stabiel, waardoor de elektrische auto duidelijk competitief is, zeker tweedehandsmodellen die tegen sterk verlaagde prijzen verkocht worden.

door David Leclercq

Nooit eerder waren er zo weinig doden op de Belgische wegen: met dank aan de flitspalen?

De cijfers die veiligheidsinstituut VIAS heeft gepubliceerd zorgden voor een “aangename” verrassing: in 2025 kwamen 445 mensen om het leven op de wegen van ons land, tegenover 455 een jaar eerder. Dat is een daling met tien slachtoffers, of 2%. In absolute cijfers blijft die daling bescheiden, maar opvallend genoeg gaat het wel om het laagste aantal sinds het begin van de officiële statistieken. De neerwaartse trend is bovendien zichtbaar in het hele land: Vlaanderen telt nog 234 verkeersdoden (−14) en Wallonië 191 (−6). Alleen Brussel vormt een opvallende uitzondering, met een verdubbeling van het aantal doden: van 10 naar 20, het slechtste resultaat sinds 2022.Kwetsbare weggebruikers, de grote vooruitgangEen van de opvallendste conclusies uit deze recente statistieken is de duidelijke daling van het aantal slachtoffers onder de zogenoemde kwetsbare weggebruikers, zoals fietsers en voetgangers.Het aantal dodelijke slachtoffers onder voetgangers daalde van 70 naar 52, het laagste niveau ooit. Ook bij fietsers tekent zich een gunstige evolutie af: het aantal doden viel terug van 86 naar 79.Er is slechts één categorie weggebruikers waarbij de cijfers verslechteren: de bestuurders van elektrische steps. In 2025 kwamen dertien van hen om het leven, tegenover vier het jaar voordien, meer dan een verdrievoudiging in amper één jaar. Deze stijging houdt verband met de explosieve groei van het aantal ritten met elektrische steps, maar ook met het vaak onervaren profiel van de gebruikers en de nog altijd moeilijke co-existentie met het autoverkeer. © Police Zone Boraine Meer ongevallen met letsel: zoek de foutHet totale aantal ongevallen met gewonden is daarentegen in 2025 met 3% gestegen, van 35.605 naar 36.621 in het hele land. Hoe valt deze stijging te verklaren, gezien de daling van het aantal dodelijke slachtoffers? De verklaring ligt in feite in de ernst van de ongevallen, die voortdurend afneemt. In 2016 waren er 16 doden per 1.000 ongevallen met lichamelijk letsel, en in 2025 is dat aantal gedaald tot 12. Aanrijdingen vinden vaker plaats bij lage snelheden.Repressie: eindelijk een positief resultaat?Hier wordt het debat interessant. VIAS wijst expliciet op de rol van strengere handhaving in deze gunstige evolutie. Zwaardere sancties voor rijden onder invloed, een intensere strijd tegen het gebruik van de smartphone achter het stuur en meer snelheidscontroles zouden het rijgedrag hebben veranderd. Automobilisten zouden dus trager en voorzichtiger rijden … al lijkt dat moeilijk te rijmen met de stijging van het aantal ongevallen. © Police Zone Boraine Het repressieve arsenaal zal bovendien nog verder worden uitgebreid. ANPR-camera’s, die vandaag al worden ingezet om nummerplaten te detecteren, zullen straks ook bestuurders kunnen identificeren die hun gsm in de hand houden. Ook vaste en mobiele radars worden geavanceerder, met systemen die de tolerantiedrempel in realtime kunnen aanpassen aan de weers- en verkeersomstandigheden. En in de plannen van de federale regering staat nog steeds https://gocar.be/nl/autonieuws/mobiliteit/het-puntenrijbewijs-wordt-concreet-voor-belgische-automobilisten , waar experts al jaren voor pleiten en dat al sinds de jaren 1990 op de politieke agenda staat.La mariée est-elle trop belle ?L'avocat spécialisé dans les affaires de la route Bruno Gysels est plus nuancé sur les chiffres publiés et, surtout, sur leur interprétation positive. Pour lui, « une baisse de 10 tués est une bonne nouvelle, mais ce n'est pas un progrès spectaculaire non plus. Il est difficile de tirer des conclusions, alors que cette baisse tient peut-être aussi dans la meilleure sécurité des véhicules ou des aides à la conduite. » La preuve, c'est que le nombre d'accidents avec dégâts corporels est en hausse de 3 %.Is het plaatje te mooi?Bruno Gysels, advocaat gespecialiseerd in verkeerszaken, plaatst kanttekeningen bij de gepubliceerde cijfers en vooral bij de positieve interpretatie ervan. Volgens hem is “een daling met tien doden weliswaar goed nieuws, maar geen spectaculaire vooruitgang.” Het blijft volgens hem bovendien moeilijk om harde conclusies te trekken. De daling kan immers ook te maken hebben met de steeds betere veiligheid van voertuigen en de opmars van rijhulpsystemen. Dat het aantal ongevallen met lichamelijk letsel tegelijk met 3% is gestegen, lijkt die nuance te bevestigen.VIAS verklaart deze daling bovendien door de toename van verkeerscontroles. Maar ook die redenering valt te betwisten. De groeiende aanwezigheid van flitspalen zet bestuurders weliswaar aan om rustiger te rijden, maar volgens Bruno Gysels worden “de meeste automobilisten vooral in de val gelokt”. Zo heeft 70% van de snelheidsovertredingen betrekking op een overschrijding van minder dan 10 km/u. Van een echte aanpak van de gevaarlijkste profielen is volgens hem dan ook nog lang geen sprake. Juist daar ligt volgens de advocaat nog heel wat werk. “Recidivisten, echte recidivisten, worden vandaag niet aangepakt zoals dat zou moeten. Alcoholverslaving is bijvoorbeeld een ziekte. Die mensen zouden dus als patiënten moeten worden behandeld, niet als delinquenten. Dat vergt ook inzicht van het openbaar ministerie, zodat de juiste maatregelen kunnen worden genomen om recidive echt aan te pakken.”Hij verwijst daarbij naar artikel 42, dat het mogelijk maakt een rijbewijs levenslang in te trekken vanaf de dag van de uitspraak. “Voor recidivisten moeten er echte consequenties zijn.” Volgens hem ligt het probleem echter ook bij de lange doorlooptijden. “Als je drie jaar of zelfs langer moet wachten op een uitspraak, verliest de straf elke impact.”Voor Bruno Gysels gaat het om meer dan alleen sancties. “We moeten het aandurven om bij deze mensen ook hun rijvaardigheid in vraag te stellen. Tot nu toe blijken strengere straffen bovendien vaak minder streng dan ze lijken. Het intrekken van het rijbewijs van een bestuurder met een alcoholpromillage van 0,8 g/l biedt geen oplossing voor recidivisten en zware drinkers, die het echte gevaar op de weg vormen. Al ontslaat dat de andere bestuurders natuurlijk niet van hun verantwoordelijkheid.”

door David Leclercq

Audi RS 3 Competition Limited: eerbetoon aan de mythische vijfcilinder

De RS 3 Competition Limited is in de eerste plaats een viering. Audi Sport herdenkt een halve eeuw geschiedenis van zijn vijfcilinder-in-lijn, een motor die sinds de jaren zeventig het sportieve DNA van het merk mee vormgaf. Voor de gelegenheid lanceert de Duitse constructeur een reeks met de naam RS 3 Competition Limited, wereldwijd beperkt tot 750 exemplaren. Naar de dealer hollen hoeft dus niet meer, want ze zijn allemaal al verkocht.Visueel onderscheidt de compacte Audi zich van het standaardmodel met verschillende specifieke elementen. De carrosserie krijgt onder meer details in koolstofvezel, extra aerodynamische onderdelen en exclusieve velgen. Ook enkele nieuwe koetswerkkleuren, zoals het spectaculaire Malachite Green, benadrukken het speciale karakter van deze jubileumreeks. Geen extra vermogenOnder de motorkap heeft Audi uiteraard niet geraakt aan het centrale element van deze RS 3: zijn mythische 2.5 TFSI-vijfcilinder. Deze turbobenzinemotor levert nog altijd 400 pk en 500 Nm koppel, dat via de quattro-vierwielaandrijving en een S tronic-versnellingsbak met dubbele koppeling naar de vier wielen gaat.De prestaties blijven identiek aan die van een gewone RS 3. De RS 3 Competition Limited sprint van 0 naar 100 km/u in 3,8 seconden en haalt een topsnelheid van 290 km/u wanneer de begrenzer wordt opgeheven.Maar naast de cijfers is het vooral de unieke klank van de vijfcilinder die deze auto zo aantrekkelijk maakt. Dankzij zijn specifieke ontstekingsvolgorde produceert de motor een rauw en herkenbaar geluid dat liefhebbers meteen herkennen. Het RS-sportuitlaatsysteem met actieve kleppen versterkt die mechanische beleving nog. Chassis klaar voor het circuitAudi stelde zich niet tevreden met louter een visueel eerbetoon. Deze speciale editie krijgt ook verschillende technische aanpassingen die het dynamische rijgedrag verbeteren. Zo krijgt de RS 3 Competition Limited een verstelbare schroefsetophanging, gecombineerd met een stijvere stabilisatorstang achteraan. Het doel: een preciezer en scherper chassis, vooral wanneer je hem op circuit gebruikt.De RS-rijmodi laten je bovendien de vierwielaandrijving en de koppelverdeling tussen de achterwielen optimaal benutten. Dat systeem heeft de voorbije jaren sterk bijgedragen aan de reputatie van de RS 3. Exclusieve interieursfeerOok binnenin onderscheidt de Competition Limited zich met een specifieke afwerking. De RS-kuipzetels combineren leder en Dinamica-microvezel, met rugleuningen in koolstofvezel die de sportieve insteek van het model benadrukken.De bestuurder beschikt over een Virtual Cockpit Plus met een exclusieve interface, geïnspireerd op de Audi RS2 Avant uit de jaren negentig. Het scherm kan verschillende prestatiegegevens tonen, zoals vermogen, koppel, G-krachten of een rondetimer voor circuitgebruik.Elk exemplaar krijgt ook een genummerde plaat die het beperkte karakter van deze reeks onderstreept. In België kost de RS 3 Competition Limited Sportback 109.000 euro, terwijl de berline geprijsd is op 110.100 euro.

door Maxime Hérion
© Gocar

Renault R-Space Lab: voorproefje van de elektrische gezinswagen van morgen

Al tientallen jaren koestert Renault het concept van de ‘voiture à vivre’, een auto die in de eerste plaats ontworpen is voor het comfort en de flexibiliteit van de passagiers. Met de R-Space Lab herinterpreteert de Franse constructeur die filosofie in het elektrische tijdperk. De concept car kiest voor de architectuur van een moderne monovolume, een formaat dat ooit het handelsmerk van het merk was met modellen zoals de Espace en de Scénic.Met een lengte van ongeveer 4,5 m en een hoogte van 1,5 m heeft het concept compacte proporties die tegelijk geoptimaliseerd zijn voor de binnenruimte. Zijn vloeiende silhouet valt op door een erg korte motorkap, een ver naar voren geplaatste voorruit en een gebogen daklijn die eindigt in een bijna verticale achterruit. Grote wielen en uitgesproken wielkasten geven dit typisch familiale profiel een dynamisch accent.Het design is ook geïnspireerd op recente concept cars van het merk, zoals de Emblème, met scherp getekende oppervlakken en een futuristische lichtsignatuur. Maar in tegenstelling tot sommige puur stilistische prototypes gebruikt de R-Space Lab ook elementen die dicht bij serieproductie staan, vooraan en achteraan. LeefruimteHoewel het exterieur de aandacht trekt, vormt vooral het interieur het hart van het project. Renault bedacht een licht en modulair interieur dat zich kan aanpassen aan tal van dagelijkse situaties.Het dashboard wordt gedomineerd door een groot panoramisch openR-scherm dat over de volledige breedte loopt. Dat versterkt het hightechkarakter en maakt tegelijk meer ruimte vrij. Het stuur heeft een yoke-vorm en werkt met steer-by-wire, dus zonder mechanische verbinding met de wielen.De binnenarchitectuur zet sterk in op moduleerbaarheid. Achterin staan drie individuele zetels met identieke breedte die kunnen schuiven en kantelen, wat heel wat configuraties biedt. De neerklapbare rugleuningen en opklapbare zittingen maken het bijvoorbeeld mogelijk om genoeg ruimte vrij te maken voor een fiets of andere grote voorwerpen.De voorste passagierszetel kan bovendien tot aan de tweede zitrij naar achteren schuiven om het contact met passagiers of kinderen achterin te vergemakkelijken. Het multifunctionele handschoenkastje kan zelfs veranderen in een beensteun, zodat er een echte ontspanningsruimte ontstaat. Technologisch uithangbordZoals zijn naam al doet vermoeden, fungeert de R-Space Lab ook als laboratorium voor verschillende veiligheids- en rijhulpsystemen. Een daarvan is een geïntegreerde alcoholtester in de auto, bedoeld om jonge bestuurders bewust te maken en de verkeersveiligheid te verbeteren.Het concept beschikt ook over een ingebouwde kunstmatige intelligentie die kan optreden als digitale copiloot. Die AI-assistent kan rijadvies geven, bepaalde functies van de auto uitleggen of gepersonaliseerde aanbevelingen doen aan de bestuurder. Nieuw platformOnder zijn koetswerk introduceert de R-Space Lab het toekomstige platform RGEV Medium 2.0, dat vooral ontwikkeld is voor elektrische voertuigen. Deze architectuur kan een grote batterij huisvesten, goed voor een rijbereik dat in sommige configuraties tot ongeveer 800 km kan oplopen.Renault voorziet ook de mogelijkheid van een range extender: een kleine verbrandingsmotor die als generator dient om de batterij op te laden. In alle gevallen gebeurt de aandrijving door een elektrische motor van een nieuwe generatie die zo’n 266 pk ontwikkelt, goed voor een stijging van ongeveer 25% tegenover de huidige motoren van het merk. Voor 2028Renault presenteert de R-Space Lab officieel als een verkenning van de auto’s van de jaren 2030. Toch zullen verschillende technische elementen veel vroeger op de markt verschijnen, namelijk met de introductie van het nieuwe elektrische platform rond 2028.Dit concept kan dus een voorbode zijn van de volgende generatie grote gezinsmodellen van het merk, en misschien zelfs van een terugkeer naar een meer authentieke interpretatie van de monovolume, in een markt die vandaag sterk gedomineerd wordt door SUV’s.

door Maxime Hérion
© Gocar

Deze Aston Martin uit de tv-serie Dynasty staat te koop

Deze Aston Martin V8 Volante werd met de hand gebouwd in Newport Pagnell in het Verenigd Koninkrijk. De auto dateert uit 1980 en behoort tot de Series 2. Hij maakt deel uit van de 849 cabriolets die van deze versie gebouwd werden door het Britse merk, wat hem vandaag al tot een relatief zeldzaam model maakt.Onder de lange motorkap schuilt een atmosferische V8-motor van 5,3 liter, gevoed door vier Weber-carburateurs en goed voor 275 pk. Het vermogen gaat naar de achterwielen via een automaat met drie verzetten, gekoppeld aan een sperdifferentieel, een typische configuratie voor luxueuze GT’s die destijds op de Amerikaanse markt verkocht werden.De V8 Volante belichaamt de Britse GT-geest: een auto die sterke prestaties combineert met comfort en elegantie. Het exemplaar dat via het platform SBX Cars van influencer Supercar Blondie verkocht wordt, valt op door zijn Storm Red-koetswerk in combinatie met een Natural Tan-lederen interieur, een combinatie die perfect past bij de luxueuze stijl van Aston Martin uit die periode. Ster van het kleine schermDat deze Aston Martin vandaag de aandacht van verzamelaars trekt, komt vooral door zijn verschijning in de televisieserie Dynasty. Die reeks, uitgezonden in de jaren tachtig, draaide rond de rivaliteit binnen een steenrijke familie uit Denver, in een wereld vol luxe, spectaculaire villa’s en uitzonderlijke auto’s.De V8 Volante was een van de auto’s die in de serie te zien waren en droeg zo bij aan het glamoureuze en ostentatieve imago dat Dynasty op het scherm neerzette. In een tijd waarin de auto een belangrijk statussymbool was, paste een cabriolet van Aston Martin perfect bij de extravagante levensstijl van de personages.Die link met een tv-serie die vooral bij vijftigplussers een blijvende indruk heeft nagelaten, geeft de auto vandaag een bijzondere historische waarde dankzij zijn plaats in de populaire cultuur. Buitengewone herkomstDe auto die nu geveild wordt, heeft ook een interessant verhaal naast zijn passage op het scherm. Volgens het platform SBX Cars stonden er ongeveer 38.711 miles (iets meer dan 62.000 km) op de teller op het moment dat hij in de catalogus werd opgenomen.Zijn parcours door de jaren heen is vrij atypisch. Na zijn verschijning op televisie was hij eigendom van modeontwerper Bijan Pakzad, die zelf bijna een rol in Dynasty had kunnen spelen, gezien zijn kleding vooral gericht was op een bijzonder vermogende klantenkring. Na vele jaren in zijn bezit werd de auto tentoongesteld in het beroemde Petersen Automotive Museum in Los Angeles.De historiek van deze Aston Martin is dus bijzonder duidelijk en de auto verkeert nog altijd in perfecte staat, zowel qua presentatie als werking. Vorig jaar werd hij al eens te koop aangeboden op de veilingsite Bring a Trailer, maar toen wisselde hij niet van eigenaar omdat het hoogste bod van 113.000 euro de minimumprijs niet haalde. Waarde beïnvloed door bekendheidAuto’s die een rol hebben gespeeld in films of televisieseries kennen vaak een bijzonder lot op de veilingmarkt. Het bekendste voorbeeld blijft wellicht de Aston Martin DB5 van James Bond, uitgegroeid tot een van de meest mythische auto’s uit de filmgeschiedenis.De V8 Volante uit Dynasty bereikt natuurlijk niet dat niveau van beroemdheid, maar hij geniet wel een duidelijke aantrekkingskracht bij verzamelaars. Door zijn verschijning in deze cultserie ligt zijn waarde hoger dan die van een ‘gewone’ V8 Volante. Het lijkt er trouwens op dat de huidige eigenaar daar een mooie financiële slag uit wil slaan door hem tegen een zo hoog mogelijke prijs te verkopen.Los van zijn televisieroem blijft de V8 Volante vooral een iconische Aston Martin. De Aston Martin V8-modellen die tussen 1969 en 1989 gebouwd werden, staan symbool voor het gouden tijdperk van de Britse GT’s, met krachtige motoren en een tijdloze elegantie.

door Maxime Hérion
© Gocar

De koe als bouwsteen van batterij van de toekomst?

Stel je voor: een batterij die je in enkele seconden oplaadt, meer dan dertig jaar meegaat, en waarbij runderen de sleutelcomponenten leveren. Klinkt als een malle uitvinding uit een of andere fictieserie op tv, maar toch is dit wetenschap die in alle ernst wordt onderzocht.Onderzoekers van de University of California in Los Angeles (UCLA) hebben een opmerkelijke nieuwe batterijchemie gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift ‘Small’. Het uitgangspunt? Eiwitten die overblijven als bijproduct van de vleesindustrie. In technische termen uitgedrukt: runderserumalbumine, alias het meest voorkomende eiwit in het bloed van onze loeiende weidebewoners.Edison had het al doorHet verhaal begint eigenlijk meer dan honderd jaar geleden. In 1900 reden er in Amerika meer elektrische auto’s rond dan benzinewagens. Thomas Edison geloofde heilig in de nikkel-ijzerbatterij als de toekomst van de automobiel: duurzaam, krachtig en met een voor die tijd best puik rijbereik van 160 kilometer. Maar de technologie haalde het niet, want de verbrandingsmotor won het pleit en de nikkel-ijzerchemie strandde ook omwille van enkele nadelen. Maar het internationale onderzoeksteam van UCLA heeft die vergeten Edison-chemie weer bij de horens gevat. Het resultaat is veelbelovend: hun prototype laadt op in seconden in plaats van uren en overleefde meer dan 12.000 laad- en ontlaadcycli. Dat is het equivalent van meer dan dertig jaar dagelijks opladen (dus van nul tot honderd procent, in de praktijk houdt ze het dus nog veel langer uit), een ongeziene levensduur. Ter vergelijking: de veelgebruikte NMC-technologie uit de huidige elektrische auto’s kan 800 cycli aan.Moleculaire architectMaar hoe zit dat met die runderen? Het klassieke probleem bij nikkel-ijzerbatterijen is dat metaaldeeltjes in de elektroden samenklonteren, wat de efficiëntie enorm verlaagt. Voor hun oplossing haalden de onderzoekers hun inspiratie bij de natuur: botten en schelpen worden ook gevormd via eiwitten die als steiger dienen voor mineraalafzetting. Het wordt even technisch. De rundereiwitten fungeren als een soort moleculaire mal, waarbinnen nikkel- en ijzerionen zich kunnen nestelen met atomaire precisie. De metaaldeeltjes die zo ontstaan, zijn kleiner dan 5 nanometer (om een idee te geven: je hebt tot 20.000 van die clusters nodig om de breedte van een menselijk haar te overbruggen). Die minideeltjes worden vervolgens gemengd met grafeen en gebakken op hoge temperatuur, waarbij de eiwitten verkolen en de metaalclusters insluiten. Het resultaat is dat alle atomen deelnemen aan het laadproces, vandaar de sterk verhoogde prestaties. De kleinere leveren een veel betere verhouding tussen celoppervlakte en -volume. Daarnaast moeten de ionen ook minder ver over en weer gaan tijdens het laden en ontladen, wat de efficiëntie verder verhoogt.Straks in onze auto’s?Alhoewel snel laden een belangrijke kwaliteit is voor de moderne batterij, is er een offer. De energiedichtheid van het prototype haalt nog niet die van hedendaagse lithium-ionbatterijen, wat betekent dat de autonomie achterblijft. De bronnen geven geen exacte cijfers, maar een beetje rondsurfen op het wereldwijde web leert dat de waarde doorgaans tien keer lager ligt. Dat rijbereik uit Edisons tijd zou dus amper beter zijn, mocht de technologie in auto’s worden gebruikt. De winst in betrouwbaarheid en laadsnelheid zou dan verdampen.Los daarvan zijn er ook ethische en klimaatgerelateerde vragen te stellen bij het gebruik van de veestapel als energiebron, ook al gaat het om restafval. Maar voorlopig telt vooral het idee. Het team onderzoekt intussen ook alternatieven voor de rundereiwitten: natuurlijke polymeren die goedkoper en makkelijker op te schalen zijn. De koe als kostbare batterijgrondstof is misschien al geslacht tegen de tijd dat het allemaal zover komt.

door Piet Andries
© Gocar

Volkswagen in zwaar weer: 50.000 banen geschrapt en laagste winst sinds dieselgate

Het cijfer komt als een mokerslag: 6,9 miljard euro nettowinst in 2025. Hoewel dit bedrag op het eerste gezicht indrukwekkend lijkt, betekent het in werkelijkheid een forse terugval van 44% op jaarbasis voor de Volkswagen Group. Bovendien is dit het laagste niveau sinds dieselgate, het schandaal rond gemanipuleerde motoren in 2015. Maar hoe valt deze tegenvallende prestatie te verklaren? In werkelijkheid gaat het om een samenloop van factoren waar de constructeur onvoldoende grip op heeft gekregen. Horror. Aber gewollt: Die grüne Saat fängt richtig an zu blühen: Deutschlands DEindustrialisierung beschleunigt sich rapide: 50 000 Stellen bei VW futsch. Einst Wohlstandsgarant, jetzt verlässt der Autobauer das industriefeindliche Energie-Teuer-Land: 50000 Familien, die ihre… pic.twitter.com/oczTISm2Ab— Julian Adrat (@JulianAdrat) March 10, 2026 9 miljard kosten in één jaarWaarom zo’n grote daling? In 2025 heeft de Volkswagen Group voor 9 miljard euro aan uitzonderlijke kosten moeten boeken, wat zwaar op de resultaten heeft gewogen. Het grootste deel daarvan (ongeveer 5 miljard euro) houdt verband met de mislukte elektrische strategie van Porsche, dat zijn plannen grondig moest herzien.Daarnaast hebben de door Donald Trump opgelegde douanerechten de groep nog eens 3 miljard euro gekost. De interne herstructurering bij Volkswagen slokte het resterende miljard op. Concreet heeft de groep ongeveer evenveel auto’s verkocht als voordien (zo’n 9 miljoen voertuigen), maar veel minder verdiend per verkochte wagen. De winstmarge is gedaald tot 2,8%, tegenover 5,9% een jaar eerder: meer dan een halvering. Wereldkaart met barstenDe verkoopcijfers tonen overigens sterk uiteenlopende evoluties. Terwijl Europa en Zuid-Amerika nog steeds een groei van 5 tot 10% laten zien, stellen de twee grote strategische markten van de Volkswagen Group teleur.In Noord-Amerika hebben douanebarrières het verkoopvolume met 12% doen dalen. En in China, dat vroeger de belangrijkste groeimotor van de groep was, blijft de concurrentie van lokale constructeurs bijzonder hevig. De verkoop daalde er met 6%, ondanks de inspanningen van Volkswagen om samen te werken met XPeng om sneller voertuigen te ontwikkelen die beter aansluiten bij de verwachtingen van Chinese consumenten.50.000 banen geschraptMaar deze financiële aardverschuiving gaat gepaard met nog een andere donderslag: de groep is van plan om tegen 2030 tot 50.000 banen in Duitsland te schrappen. Dit cijfer omvat de 35.000 banen die eind 2024 al op de tocht stonden bij het merk Volkswagen zelf, en daarbovenop komen nu nog bijkomende ontslagen bij Audi, Porsche en de softwaredochter Cariad.In zijn brief aan de aandeelhouders rechtvaardigt bestuursvoorzitter Oliver Blume deze besparingsmaatregelen met de noodzaak om tegen 2030 meer dan 6 miljard euro per jaar te besparen. In 2025 hebben deze inspanningen al ongeveer 1 miljard euro opgeleverd. Oliver Blume 2026: onzekerheid als vooruitzichtVoor het lopende boekjaar waarschuwt de Volkswagen Group dat de druk op de marges niet zal afnemen. En dat is niet zonder reden: de grondstofprijzen stijgen, de wereldwijde concurrentie neemt toe en bovendien dreigt er mogelijk een nieuwe energiecrisis. Toch mikt Volkswagen op een stijging van zijn operationele marge tot tussen 4 en 5,5%.De vraag die veel automobilisten zich stellen, is welke impact deze financiële crisis zal hebben op de vernieuwing van de modellen. Op het eerste gezicht zou die impact beperkt moeten blijven. In 2025 lanceerde de Volkswagen Group immers nog dertig nieuwe modellen, wat aantoont dat de industriële machine blijft draaien. In 2026 gaat de productie van de Volkswagen ID. Polo van start in Martorell, in Spanje. De eerste leveringen worden tegen het einde van het jaar verwacht. Het model zal vanaf ongeveer 25.000 euro worden aangeboden op het nieuwe MEB A0 platform en moet rechtstreeks concurreren met de Renault 5 E-Tech Electric en de Peugeot e-208.Het echte grote nieuws ligt echter elders: het SSP-platform, de elektrische architectuur van de volgende generatie. De eerste modellen op dit platform hebben al vertraging opgelopen. Zo wordt de elektrische negende generatie van de Volkswagen Golf — vaak aangeduid als de ID. Golf — nu pas rond 2030 verwacht. Geduld is een schone zaak.

door David Leclercq

Brandstofcrisis: elektrisch rijden is goedkoper en dit zijn de interessantste koopjes op de tweedehandsmarkt

De wereldpolitiek blijft duidelijk onrustig. Ook al spelen sommige gebeurtenissen zich ver van ons af, hun impact voelen we hier wel degelijk. De oorlog in Iran leidt de laatste dagen tot stevige spanningen op de oliemarkt. De prijs van een vat steeg boven de 100 dollar en schommelt momenteel rond 90 dollar. Dat is 20 dollar meer dan tien dagen geleden. Uiteraard veroorzaakt dat een kettingreactie die ook de prijzen aan de pomp beïnvloedt. In amper enkele dagen tijd is het verschil al opvallend. Het spreekt voor zich dat deze stijging vroeg of laat gevolgen heeft voor de eindafrekening. Zo ver is het nog niet, maar de herinnering aan 2022 – toen diesel tot 2,30 euro per liter steeg – ligt nog vers in het geheugen van veel automobilisten. Zij vrezen een nieuw rampscenario. Van een echte energiecrisis is voorlopig nog geen sprake, maar zoals we weten kan de situatie snel kantelen. Het is dus altijd goed om te weten welke alternatieven er bestaan.In de huidige context blijft de kostprijs per kilometer een doorslaggevende factor. Met een liter benzine aan 1,67 euro en een liter diesel aan 1,93 euro kost 100 km rijden met een compacte auto met verbrandingsmotor respectievelijk ongeveer 11,70 euro en 10,60 euro, uitgaande van een realistisch verbruik. Ter vergelijking: een vergelijkbare elektrische auto die 18 kWh/100 km verbruikt en thuis wordt opgeladen aan gemiddeld 0,31 euro/kWh, komt uit op ongeveer 5,60 euro per 100 km, wanneer je 15 tot 20% laadverlies meerekent. Zelfs in een minder gunstig scenario – met een kWh-prijs van 0,37 euro – blijft de kostprijs onder 8 euro. Het verschil is dus aanzienlijk.Natuurlijk wijzen sommigen erop dat elektrische auto’s nog altijd duidelijk duurder zijn dan modellen met een verbrandingsmotor. Dat klopt, maar alleen bij nieuwe auto’s. Op de tweedehandsmarkt speelt momenteel een paradox: er zijn veel elektrische auto’s beschikbaar, maar ze verkopen moeilijker. Daardoor komen de prijzen onder druk te staan. Voor het eerst kan een particuliere koper dus twee voordelen combineren: lage gebruikskosten én een veel toegankelijkere aankoopprijs. Waarom zijn tweedehands EV’s in prijs gedaald?De prijsdaling komt niet uit het niets. Eerst en vooral is er de massale instroom van ex-leasingwagens uit de periode 2020 tot 2023, waardoor het aanbod sterk groeit. Daarnaast blijft de exportcapaciteit voor elektrische auto’s voorlopig beperkt, waardoor een deel van de voorraad in Europa blijft hangen. Tot slot speelt ook de vrees voor technologische veroudering een rol: een elektrische auto van drie of vier jaar oud wordt soms al als achterhaald beschouwd, ook al is de technische realiteit vaak genuanceerder.Paradoxaal genoeg wordt die snelle waardedaling – een probleem voor de eerste eigenaar – net een voordeel voor de tweede. Een groot deel van het waardeverlies is al gebeurd. Het risico is niet volledig verdwenen, maar wel duidelijk kleiner dan bij een nieuwe aankoop. En precies daar wordt de economische rekensom opnieuw interessant.Welke tweedehandsauto’s kiezen?De tweedehandsmarkt voor elektrische auto’s is niet overal even sterk gedaald: vandaag zitten de meeste interessante koopjes bij een beperkt aantal modellen, vooral degene die de voorbije jaren massaal als bedrijfswagen werden ingezet. Dit zijn volgens ons de modellen met de beste balans tussen prijs en relevantie.1. Volkswagen ID.3De Volkswagen ID.3 is wellicht het duidelijkste voorbeeld van deze marktcorrectie. Vandaag vind je exemplaren vanaf 13.800 euro, al liggen de meeste aanbiedingen eerder tussen 17.000 en 22.000 euro voor modellen uit 2020 tot 2023 met ongeveer 70.000 km op de teller. Deze elektrische compacte auto blijft een van de meest logische keuzes voor dagelijks gebruik: compact van formaat, voldoende ruim en met een rijbereik dat ruim volstaat voor de meeste Belgische verplaatsingen. De eerste productiejaren kregen wel kritiek op de ergonomie en de reactiesnelheid van het multimediasysteem. Iets om rekening mee te houden… 2. Tesla Model 3Los van Elon Musk blijft de Tesla Model 3 een bijzonder geval op de tweedehandsmarkt. Exemplaren duiken op vanaf 13.490 euro, maar dan met hoge kilometerstanden rond 190.000 km. Het hart van de markt ligt eerder tussen 23.000 en 25.000 euro voor modellen uit 2021 met 70.000 tot 100.000 km. Ondanks de recente prijsdaling blijft de Amerikaanse berline sterke troeven hebben: een uitstekende efficiëntie, hoge prestaties en een laadnetwerk dat lange ritten eenvoudig maakt (Superchargers). Daartegenover staan een minimalistisch interieur en enkele ergonomische keuzes die niet iedereen zullen aanspreken, net als de vrij stevige ophanging. 3. MG ZSDe MG ZS EV is vooral een pragmatische auto. Exemplaren verschijnen al vanaf 13.645 euro en de meeste aanbiedingen schommelen rond 16.000 euro voor modellen uit 2023 met ongeveer 40.000 km. Zijn belangrijkste troef is de verhouding tussen prijs en prestaties: een ruime SUV, correct uitgerust en eenvoudig om dagelijks te gebruiken voor een relatief beperkt budget. 4. Fiat 500De elektrische Fiat 500 speelt een heel andere rol. Met prijzen vanaf 11.990 euro en meestal tussen 16.000 en 18.000 euro voor modellen uit 2022 of 2023 met 20.000 tot 30.000 km wordt hij een van de meest betaalbare elektrische stadswagens op de markt. Hij blijft echter vooral geschikt voor stadsgebruik en biedt binnenin beperkte ruimte. 5. Mini Cooper EDe elektrische Mini Cooper volgt een vergelijkbare logica als de Fiat 500, maar met een dynamischer karakter. Je vindt hem vanaf 15.100 euro, al liggen de meeste zoekertjes rond de 18.000 euro voor modellen uit 2021 met ongeveer 30.000 km. Zijn grootste troef blijft het rijplezier, met een precieze besturing en een wendbaar rijgedrag. Het rijbereik en de binnenruimte beperken echter zijn mogelijkheden voor lange ritten. 6. Jeep AvengerDe elektrische Jeep Avenger vertegenwoordigt een recentere generatie die nu al met waardeverlies te maken krijgt. De eerste zoekertjes beginnen rond 22.190 euro, terwijl de meeste exemplaren eerder rond 24.000 euro liggen voor modellen uit 2023 met ongeveer 20.000 km. Hij is compact en wendbaar, ideaal voor de stad en randgemeenten, met een hogere zitpositie en een formaat dat goed past in stadscentra. Op de snelweg kan het verbruik echter duidelijk stijgen, waardoor het rijbereik bij hogere snelheden sneller daalt. Hij richt zich dus vooral op dagelijks gebruik en minder op wie vaak lange afstanden rijdt. 7. BYD Atto 3De BYD Atto 3 neemt een interessante tussenpositie in. De prijzen beginnen rond 25.500 euro en liggen meestal tussen 25.000 en 32.000 euro voor modellen uit 2023 met ongeveer 40.000 km. Hij is goed uitgerust en ruim, en biedt een overtuigend comfortniveau in het segment van de compacte SUV’s, al zal zijn onderstel niet iedereen bekoren. Maar voor deze prijs… 8. Polestar 2De Polestar 2 sluit deze selectie af en speelt eerder in het premiumsegment. De laagste prijzen liggen rond 21.000 euro, maar de meeste zoekertjes zitten tussen 24.000 en 25.000 euro voor modellen uit 2021 met ongeveer 50.000 km. De kwaliteitsindruk, het strakke rijgedrag en het uitgesproken imago zijn de belangrijkste troeven. Daar staat tegenover dat zijn relatief beperkte bekendheid een rol kan spelen bij een latere doorverkoop. Goede deal of valkuil?De tweedehandsmarkt voor elektrische auto’s biedt echte kansen, maar vraagt wel een doordachte aanpak. De laadmogelijkheden vormen de eerste filter: zonder eenvoudige oplossing thuis of op het werk verdwijnt het economische voordeel snel. Controleer ook altijd de staat van de batterij (er bestaan vandaag verschillende tools om dat te doen). Tot slot nog dit: niet alle elektrische auto’s staan onder dezelfde prijsdruk. Sommige modellen van Kia (EV6), Hyundai (Kona of Ioniq), BMW (i4) of Renault (Mégane E-Tech) behouden nog altijd een sterke restwaarde. De echte koopjes vind je vooral bij modellen die de voorbije jaren massaal geproduceerd werden. Met een beetje gezond verstand zijn er vandaag dus zeker mooie kansen te grijpen.

door David Leclercq
© Gocar

Deze stijlvolle Kever kan meer dan je denkt

Wolfgang Denzel lanceert zijn eerste auto’s in Wenen aan het einde van de jaren veertig. Eerst gebruikt hij Volkswagen-componenten, maar al snel ontwikkelt hij zijn eigen mechanische en structurele verbeteringen. In 1952 verschijnt de Denzel 1300 Sport, een kleine roadster met een specifiek chassis met dubbele langsliggers en een bijzonder lichte aluminium carrosserie.De techniek is gebaseerd op een 1.3 viercilinder boxermotor van Volkswagen met ongeveer 65 pk, gekoppeld aan een manuele versnellingsbak en een achterin geplaatste motor. Dankzij een laag gewicht van iets meer dan 600 kg bood deze roadster voor die tijd zeer behoorlijke prestaties, met een topsnelheid boven 160 km/u, afhankelijk van de configuratie.Qua design doet de auto sterk denken aan de eerste Porsche 356 en dat is geen toeval. Beide constructeurs lieten zich inspireren door Volkswagen-techniek en ontwikkelden een compacte, lichte en efficiënte auto. Sommige Denzels bleken in de autosport zelfs geduchte tegenstanders voor Porsche. Sportwagen die ook in races schitterdeOndanks zijn kleinschalige productie bewees de Denzel 1300 al snel zijn waarde in de autosport. Een van de opvallendste prestaties blijft een twaalfde plaats algemeen tijdens de 12 Uren van Sebring 1954, een opmerkelijk resultaat tegen veel grotere en gevestigde constructeurs.Het merk liet zich ook opmerken in Europese rally’s, onder meer dankzij Wolfgang Denzel zelf, die in 1954 de Alpine Rally won, een wedstrijd van meer dan 3.000 kilometer over de bergwegen van Europa. Die prestaties versterkten de reputatie van het merk, maar de productiecapaciteit bleef beperkt. In totaal zouden slechts enkele tientallen exemplaren van de Denzel 1300 gebouwd zijn, wat hun extreme zeldzaamheid vandaag verklaart.Portugese geschiedenisDe auto die door RM Sotheby’s geveild wordt, is een WD Denzel 1300 uit 1954 met chassisnummer DK28. Hij wordt op 24 en 25 april 2026 aangeboden in Monaco. De geschatte waarde ligt tussen 180.000 en 220.000 euro, een prijs die de zeldzaamheid van dit model weerspiegelt.Deze auto werd nieuw gekocht door de Portugese piloot Joaquim Filipe Nogueira. Hij schreef hem regelmatig in voor lokale races, waar hij verschillende titels in zijn klasse won. De auto bleef in zijn land van oorsprong en kende meerdere eigenaars voordat hij bij zijn huidige eigenaar terechtkwam. De motor is niet origineel, maar de auto wordt wel geleverd met een volledig historisch dossier dat alle fases van zijn bewogen leven documenteert. Vergeten rivaal van PorscheHoewel Porsche uitgroeide tot een van de grootste sportwagenconstructeurs ter wereld, had de geschiedenis ook anders kunnen lopen. In de jaren vijftig waren Denzels soms duurder dan bepaalde Porsches en boden ze vergelijkbare prestaties dankzij hun lage gewicht en ambachtelijke constructie.Maar het kleine Oostenrijkse bedrijf beschikte niet over het commerciële netwerk of de industriële capaciteit om de groei van zijn concurrenten te volgen. De productie stopte uiteindelijk in 1959, waarna er slechts enkele honderden auto’s overbleven.Vandaag zijn deze roadsters echte verzamelobjecten geworden. En het exemplaar dat RM Sotheby’s aanbiedt, is bijzonder zeldzaam op de markt. De biedingen zullen dus waarschijnlijk hoog oplopen.

door Maxime Hérion

Dacia Striker: veelzijdige cross-over

De Striker blijft trouw aan het DNA van Dacia en krijgt een robuust en uitgesproken design. Zijn dynamische lijnen, aerodynamisch silhouet en rechtopstaande voorzijde worden benadrukt door de nieuwe moderne daglichtsignatuur van het merk. Ook aan de details werd veel aandacht besteed, met onder meer de opvallende vormgeving van de voorportieren en de glanzend zwarte strip die de achterlichten met elkaar verbindt, afgewerkt met een technische structuur die het moderne en robuuste karakter van de auto versterkt.Het silhouet en de aerodynamica van de Striker tonen een pragmatische ingenieursaanpak. De Striker is een 4,62 m lange cross-over met meerdere aandrijflijnen die in het C-segment naast de Bigster in het gamma van Dacia komt. Samen vormen deze twee modellen een duo dat de aanwezigheid van het merk in dit strategische segment moet versterken.De Striker werd al als voorproefje voorgesteld tijdens de Strategy Day, samen met het futuREady-plan. Het model wordt in juni volledig onthuld. We weten al dat het gamma een hybride, een hybride met 4x4-aandrijving en een lpg-versie omvat. Met een startprijs onder 25.000 euro wordt de Striker bijzonder betaalbaar en belooft hij een erg interessante verhouding tussen prijs en prestaties. Nieuwe Sandero in aantochtBij de voorstelling van het futuREady-plan gaf Dacia ook enkele details vrij over de volgende generatie van de Sandero. Dit succesmodel, dat bijna twintig jaar geleden gelanceerd werd, evolueert mee met zijn tijd en wordt gebouwd op een nieuw multi-energieplatform dat ontworpen is om aan alle verwachtingen van de klanten te voldoen.Dacia kondigde aan dat de Sandero de referentie blijft op het vlak van prijs-prestaties in zijn segment, een eigenschap die een grote rol speelt in zijn succes. Nu de Renault Clio een stap hoger gepositioneerd wordt en duurder is sinds de komst van de nieuwste generatie, behoudt de Renault-groep met de Sandero een instapmodel in het gamma. Bekende technische oplossingenIn de toekomst blijft Dacia trouw aan zijn huidige technische oplossingen. Het Roemeense merk zal betaalbare, robuuste wagens blijven aanbieden en blijft ook vertrouwen op lpg, een brandstof die in België weliswaar terrein verliest maar in bepaalde landen, zoals Italië, nog altijd populair is.Dacia belooft een pragmatische, toegankelijke en toekomstgerichte mobiliteit te blijven aanbieden. Intussen kijken we uit naar meer details over de Striker, die op papier alle troeven heeft om binnen enkele maanden een bestseller te worden.

door Maxime Hérion
© Gocar

Smartphonemerken nemen de Chinese automarkt over: voorbode voor het Westen?

Twee jaar geleden was het feest bij BYD. Het merk was er op zijn thuismarkt in geslaagd de reus uit het Westen, VW, op z’n knieën te dwingen. Een overwinning die de rijping van de nog jonge Chinese merken symboliseerde. Het pakte breed uit en leidde de val van de Duitse merken in als kopmannen. Ook BMW, Mercedes en Porsche deelden in de klappen en zoeken vandaag koortsachtig naar manieren om de impact ervan op hun boekhouding te herstellen.Aan de troon zagenMaar het succes is van korte duur geweest. BYD, nog maar anderhalf jaar geleden de onbetwiste leider in zijn thuisland, zag zijn gecombineerde verkoop in januari en februari 2026 met 36 procent dalen tegenover dezelfde periode een jaar eerder. Een veelzeggende tik. In de top 20 van bestverkochte modellen in januari is nog slechts één BYD-model terug te vinden. Er wordt dus stevig aan de poten van de troon gezaagd van de pas gekroonde koning. HIMA Aito M5. Het probleem van BYD is dat er kapers op de kust zijn verschenen die onder de thuisvlag varen. De Xiaomi YU7 (een elektrische SUV van het merk dat tot voor kort vooral bekend was om betaalbare smartphones) verkocht in januari 37.869 exemplaren en greep daarmee de nummer 1-positie in China.Xiaomi krijgt gezelschap van HIMA, de merkenkoepel van Huawei die uit vijf automerken bestaat (weliswaar in samenwerking met vijf traditionele fabrikanten). Het marktaandeel van deze groep is begin dit jaar met 65,5% gestegen. Ook in dit geval gaat het om een techspeler die met een geslepen strategie nieuwe horizonten verkent op de automarkt.Verlengstuk van het digitale levenDe verkoopgetallen zijn een symptoom. Maar de echte verschuiving zit dieper: Chinese kopers, en al zeker de jonge, stedelijke generatie die de markt domineert, verwachten vandaag dat een auto functioneert als een verlengstuk van hun digitale leven. De gemiddelde YU7-koper is 33 jaar. Deze klanten willen een cockpit die aanvoelt als een premium tablet, rijhulpsystemen die hun digitale beleving versterken, ultrasnelle software-updates over-the-air, een naadloze koppeling met de smartphone en hun thuisecosysteem, en vooral het juiste merkimago dat deze waarden uitdraagt: Xiaomi en Huawei dus. Want deze spelers denken in softwarecycli, niet in modelwissels om de vijf jaar.AUDI: te veel een automerk?Ook het beste Duitse antwoord op de techgolf tot dusver bijt er zijn tanden op stuk. Nam het compleet nieuwe submerk AUDI vorig jaar nog een vliegende start (de E5 Sportback won zelfs de China Car of the Year Award), dan raakte het merk niet verder dan 605 verkochte stuks in januari. De Xiaomi YU7 verkocht meer dan zestig keer zoveel. Het lijkt erop dat zelfs het ringloze AUDI te veel met een … echt automerk wordt geassocieerd in China. Waar de vroege kopers van de E5 Sportback over klaagden? Een infotainmentsysteem vol bugs en trage rijhulpsystemen die het rijden niet vakkundig genoeg van de chauffeur overnamen. Voorlopig is dit een Chinees verhaal. Techspelers in het Westen, zoals Apple en Dyson, hebben hun plannen voor een auto opgeborgen, maar misschien wordt hun interesse opnieuw aangewakkerd omdat de grootste automarkt ter wereld nu eenmaal het laboratorium voor de auto van morgen is. Of de smaak van Europese consumenten echt anders is, zal blijken als Xiaomi volgend jaar in onze showrooms landt. Huawei houdt de boot naar Europa voorlopig aan de kade.

door Piet Andries
© Gocar

Porsche Cayenne S Electric: nog een elektrische SUV in het gamma

Met de Cayenne S Electric wil Porsche een ideaal compromis bieden tussen hoge prestaties, een royaal rijbereik en een luxueuze uitrusting. Het resultaat is een model dat het sportieve DNA van het merk combineert met dagelijkse veelzijdigheid.Onder zijn carrosserie schuilt een architectuur met twee synchrone elektromotoren met permanente magneten, één op elke as. Deze configuratie zorgt voor vierwielaandrijving en een vermogen van 544 pk.Maar zoals wel vaker bij Porsche kan dat vermogen nog stijgen dankzij dynamische functies. Met Launch Control loopt het vermogen op tot 666 pk. De SUV sprint van 0 naar 100 km/u in slechts 3,8 seconden en haalt een topsnelheid tot 250 km/u. Deze cijfers plaatsen de Cayenne S Electric duidelijk in de categorie van de sportieve top-SUV’s. Toch blijft het rijbereik een belangrijk argument: 653 km (WLTP) zou voor een veeleisend publiek ruim moeten volstaan. Ultrasnel ladenDe Cayenne S Electric deelt met de andere versies in het gamma een batterij met een brutocapaciteit van 113 kWh. Die kan bijzonder snel laden: tot 400 kW aan een compatibele snellader. In ideale omstandigheden kan de batterij van 10 naar 80% laden in minder dan 16 minuten.Porsche werkte ook aan de duurzaamheid van het elektrische systeem. De achterste motor krijgt een directe oliekoeling, een oplossing die de warmte rechtstreeks afvoert bij de onderdelen waar de stroom door loopt. Deze technologie verbetert het vermogen van het systeem om langdurig hoge belastingen te verdragen. Andere stijlVisueel onderscheidt de Cayenne S Electric zich met verschillende specifieke elementen. De voor- en achterbumpers krijgen een afwerking in Volcano Grey Metallic, terwijl de inzetstukken en de diffuser in koetswerkkleur gespoten zijn. De 20-duims Cayenne S Aero-velgen maken het geheel af en geven het model een sportievere uitstraling dan de instapversie.Zoals altijd bij Porsche speelt personalisatie een centrale rol. Klanten kunnen kiezen uit dertien exterieurkleuren en verschillende combinaties voor het interieur en de afwerking. Tegelijk met de lancering van deze nieuwe versie introduceert Porsche ook een nieuwe personalisatieformule die ontwikkeld werd door Porsche Exclusive Manufaktur.Het zogenoemde Interior Style Package luidt een reeks creaties in die ‘Director’s Cuts’ worden genoemd en ontworpen zijn door de designstudio Style Porsche. Dit pakket biedt een exclusieve interieurwereld, afgestemd op de exterieurkleur Mystic Green Metallic. Binnenin valt een tweekleurige bekleding op in zwart leer en Delgada Green, die ook de deurpanelen en de comfortzetels met elektrische verstelling in veertien richtingen bekleedt.Groene details duiken overal op: decoratieve stiksels, veiligheidsgordels en zelfs het Porsche-logo dat op de hoofdsteunen geborduurd is. Decoratieve aluminium inzetstukken in Izabal Green zorgen voor een modern contrast met de lederen oppervlakken. Het GT-sportstuur, bekleed met zwart leer, krijgt een markering op twaalf uur en groene kruisvormige stiksels.Tot slot zijn de dorpels uitgevoerd in zwart geanodiseerd aluminium met een verlichte inscriptie. Een centrale armsteun met Porsche Exclusive Manufaktur-opdruk benadrukt deze exclusieve afwerking, net als een sleutel die in een specifieke etui wordt geleverd. Chassistechnologie van de TurboPorsche biedt op de S Electric ook verschillende uitrustingen aan die tot nu toe voorbehouden waren aan de Cayenne Turbo. Een daarvan is Porsche Torque Vectoring Plus (PTV Plus), dat de rijprecisie verbetert door het koppel tussen de achterwielen te laten variëren.De SUV kan ook uitgerust worden met Porsche Active Ride, een hoogwaardig ophangingssysteem dat de koetswerkbewegingen bijna volledig compenseert om stabiliteit en comfort te garanderen. Liefhebbers van sportief rijden kunnen bovendien kiezen voor de optionele Porsche Ceramic Composite Brake (PCCB)-remmen, herkenbaar aan hun gele remklauwen, of voor het Pack Sport Chrono.Een functie met de naam Push-to-Pass maakt het zelfs mogelijk om gedurende tien seconden 90 kW extra vermogen vrij te maken, ideaal voor een inhaalmanoeuvre of een bijzonder krachtige acceleratie. Ten slotte optimaliseert een Track-modus het thermische beheer van de batterij om maximale prestaties op het circuit te garanderen.De Cayenne S Electric kan nu al besteld worden. In België begint de prijs bij 129.704 euro inclusief btw.

door Maxime Hérion

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.