Key takeaways
- Vanaf september wordt automatische inhouding de standaard voor verzekeringsproducten, waardoor de nieuwe meerwaardebelasting voortaan op dezelfde manier wordt verwerkt als bij effecten.
- De overgangsperiode loopt af en instellingen passen de regeling volledig toe.
- Wie niets doet, volgt automatisch de standaardregeling vanaf september, terwijl wie zelf via de aangifte wil afrekenen vooraf voor opt‑out moet kiezen.
Vanaf 1 september 2026 verandert vooral de manier waarop de nieuwe Belgische meerwaardebelasting wordt geïnd. Voor beleggers met effecten is de automatische inhouding bij verschillende banken al sinds 1 juni de standaard. Vanaf september volgt ook een belangrijke tweede stap: voor levensverzekeringen en andere verzekeringsproducten wordt de automatische inhouding eveneens de standaard bij instellingen die deze producten aanbieden. Business AM legt u uit wat er verandert.
Einde van de implementatieperiode
1 september markeert het einde van de implementatieperiode: vanaf dan passen ook verzekeraars de automatische bronheffing toe en is de volledige inning van de meerwaardebelasting operationeel.
De meerwaardebelasting zelf is niet nieuw op 1 september. De regeling geldt retroactief vanaf 1 januari 2026 en belast gerealiseerde meerwaarden op financiële activa in principe aan 10 procent. Het gaat onder meer om aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, ETF’s, goudbeleggingen en derivaten. Pensioensparen en langetermijnsparen zijn uitgesloten; ook groepsverzekeringen vallen buiten de nieuwe heffing.
Wat wordt precies belast?
De belasting viseert de meerwaarde die bij een verkoop wordt gerealiseerd, niet de winst die louter op papier bestaat. Voor beleggingen die al vóór 2026 in portefeuille zaten, geldt als uitgangspunt de waarde op 31 december 2025. De meerwaarde die vóór die datum werd opgebouwd, wordt dus niet opnieuw belast.
Er is bovendien een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per belastingplichtige. Die vrijstelling kan, wanneer ze niet volledig wordt gebruikt, beperkt worden overgedragen tot maximaal 15.000 euro. Gerealiseerde minderwaarden kunnen binnen dezelfde categorie worden verrekend, maar kunnen niet onbeperkt naar latere jaren worden meegenomen.
Voor wie een groot belang in een onderneming bezit, geldt een afzonderlijk regime. Bij een belang van minstens 20 procent is er een vrijstelling tot 1 miljoen euro en daarna een progressieve heffing van 1,25 tot maximaal 10 procent, afhankelijk van de gerealiseerde meerwaarde.
Opt-in of opt-out: de keuze van de belegger
De nieuwe regeling voorziet twee manieren om de belasting te betalen.
Bij opt-in houdt de bank of broker de 10 procent automatisch in wanneer een belastbare meerwaarde wordt gerealiseerd. Bij opt-out gebeurt dat niet en moet de belegger de gerealiseerde meerwaarden zelf opnemen in de aangifte personenbelasting. De financiële instelling moet de gegevens wel aan de fiscus bezorgen.
Belangrijk: de automatische inhouding betekent niet dat de jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro verloren gaat. Banken houden bij een opt-in in principe belasting in en de belegger kan een vrijstelling of minderwaarden vervolgens via de belastingaangifte recupereren.
Eerst effecten, nu nog verzekeringen
De automatische inning van de meerwaardebelasting is voor effectenrekeningen intussen al breed ingevoerd. KBC, KBC Brussels, CBC, Bolero, Keytrade Bank en Deutsche Bank kozen vanaf 1 juni voor opt-in als standaard. Belfius volgde halverwege juni en ook BNP Paribas Fortis schakelde over. Argenta en Crelan volgen pas op 1 september: beide instellingen passen vanaf dan automatische inhouding toe op zowel bancaire beleggingen als verzekeringsproducten, tenzij de klant vooraf voor opt‑out kiest. Wie niets doet, laat de bank dus de verschuldigde 10 procent automatisch inhouden.
Voor levensverzekeringen lag dat tijdens de overgangsperiode anders. Daar was automatische inhouding nog niet de standaard. Vanaf 1 september 2026 verandert dat: ook voor verzekeringsproducten wordt opt-in de standaard bij de betrokken instellingen. Wie de belasting liever zelf via de aangifte personenbelasting regelt, moet daarvoor actief voor opt-out kiezen.
De meerwaardebelasting zelf is niet nieuw op die datum. Die geldt retroactief vanaf 1 januari 2026 en bedraagt in principe 10 procent op gerealiseerde meerwaarden van financiële activa. Er geldt een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per belastingplichtige.
De datum van 1 september markeert dus vooral een nieuwe fase in de inning: waar de automatische inhouding voor effecten al op gang kwam, worden vanaf september ook levensverzekeringen in die standaardregeling meegenomen. De precieze toepassing kan wel per financiële instelling verschillen.
Wat moet je als belegger doen?
Wie niets doet, zal bij instellingen die vanaf 1 september opt-in als standaard hanteren, automatisch met bronheffing worden geconfronteerd wanneer een belastbare meerwaarde wordt gerealiseerd.
Wie liever zelf afrekent via de personenbelasting, moet tijdig voor opt-out kiezen. Dat kan interessant zijn voor beleggers die de jaarlijkse vrijstelling willen combineren met minderwaarden op andere beleggingen.
De keuze kan bovendien een impact hebben op de timing van de betaling. Bij opt-in wordt de belasting onmiddellijk bij realisatie ingehouden. Bij opt-out gebeurt de afrekening later via de belastingaangifte. De FOD benadrukt dat de bank of broker bij opt-out de informatie over de gerealiseerde meerwaarden wel aan de fiscus doorgeeft.
Samengevat
De meerwaardebelasting van 10 procent geldt al sinds 1 januari 2026. Sinds 1 juni hebben verschillende banken en brokers de automatische inhouding voor effecten ingevoerd, terwijl andere instellingen zoals Argenta en Crelan pas vanaf 1 september overschakelen. Vanaf die datum wordt ook de inning op verzekeringsproducten standaard via opt‑in toegepast, en wie liever zelf via de aangifte afrekent kiest vooraf voor opt‑out.
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

