Key takeaways
- Sinds 1 januari 2026 is er de meerwaardebelasting van regering-De Wever.
- Hierdoor zijn er nieuwe regels bij het belasten van alle financiële activa.
- Dat gaat over nieuwe tarieven, berekeningen en tips.
De regering-De Wever heeft sinds 1 januari 2026 de nieuwe meerwaardebelasting van 10 procent ingevoerd. Deze nieuwe meerwaardebelasting gaat vooral een zaak zijn voor een natuurlijk persoon, Belgisch rijksinwoner en houder van een effectenrekening bij een Belgische financiële tussenpersoon. Natuurlijk vormen sommige punten nog steeds een bron van onzekerheid. Het is belangrijk voor de bevolking om te weten wat die meerwaardebelasting precies inhoudt.
Wie valt onder die nieuwe regels?
Enkel natuurlijke personen onderworpen aan de personenbelasting in België en bepaalde rechtspersonen die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting, zoals stichtingen en bepaalde vzw’s. Rechtspersonen die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting en niet-inwoners vallen buiten het toepassingsgebied van deze Belgische taks. In het kader van deze belasting worden de volle eigenaars en de naakte eigenaars als belastingplichtige voor deze taks beschouwd.
Tarieven in drie categorieën
Deze taks bevat drie verschillende tarieven naargelang de categorie waartoe het vermogen behoort. De eerste is het standaardregime van 10 procent met vrijstelling. Dat percentage is van toepassing op meerwaarden gerealiseerd bij de verkoop, vanaf 1 januari 2026, van financiële activa in de ruimste zin van het woord: aandelen, obligaties, deelbewijzen van beleggingsfondsen, cryptovaluta, beleggings- en spaarverzekeringen tak 21 en 23, derivaten. Er is een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per persoon, geïndexeerd. Gebruikt iemand die vrijstelling een jaar niet volledig, dan kan ze oplopen tot maximaal 15.000 euro. Een concreet voorbeeld hiervan is als iemand ETF’s verkoopt met een meerwaarde van 12.000 euro. De eerste 10.000 euro is vrijgesteld. Op de resterende 2.000 euro betaalt een persoon 10 procent, wat neerkomt op 200 euro.
De tweede categorie is de interne meerwaarden van 33 procent. Dit gaat over de verkoop van aandelen aan een vennootschap die iemand controleert. Het tarief van 33 procent is zonder enige vrijstelling. Naaste familie betekent hier dan een echtgenoot, kinderen, ouders, broers en zussen (en die van de echtgenoot). Een concreet voorbeeld hiervoor is de verkoop van aandelen van een bv aan een holding die iemand samen met zijn of haar echtgenoot controleert. De belasting op de volledige meerwaarde is 33 procent. Er is één ding waar mensen op moeten letten. Verkopen ouders aandelen aan een holding van de kinderen, waarbij de ouders zelf geen controle meer uitoefenen over die holding, dan valt dit niet onder de interne meerwaarden. Mogelijk geldt dan het aanmerkelijk belang-regime of het standaardregime.
De derde categorie is het aanmerkelijk belang van 0 procent tot 10 procent. Dit is een progressieve belasting. Als iemand persoonlijk minstens 20 procent van de aandelen in handen heeft van de vennootschap waarvan hij of zij verkoopt, dan valt die persoon onder het aanmerkelijkbelangregime. Het gaat om iemands persoonlijk aandeel en niet iets cumulatiefs met familie of via een holding. Er is een vrijstelling voor de eerste 1.000.000 euro aan meerwaarden, maar dat kan een persoon slechts eenmaal per vijf jaar gebruiken. Een concreet voorbeeld hiervan is wanneer iemand aandelen aan een vennootschap buiten de Europese Economische Ruimte (EER) verkoopt. Dan geldt een afzonderlijk tarief van 16,5 procent op het deel boven 1.000.000 euro.
Enkele bijzondere situaties
Er zijn bijzondere situaties bij deze meerwaardebelasting. Een van de meest besproken situaties betreft de gesplitste eigendom, waarbij het vruchtgebruik en de blote eigendom van een financieel actief bij
verschillende personen berusten. De wet bepaalt uitdrukkelijk dat gerealiseerde meerwaarden in dergelijke gevallen in principe volledig belastbaar zijn in hoofde van de blote eigenaar.
Ondanks hun burgerrechtelijke handelingsonbekwaamheid kunnen minderjarigen dus zelf als belastingplichtige worden aangemerkt in het kader van de meerwaardebelasting. De minderjarige kan daarbij eveneens aanspraak maken op de wettelijk voorziene vrijstellingen. Indien nog geen fiscaal dossier op zijn of haar naam bestaat, kan de fiscale administratie hiervoor een afzonderlijk dossier openen.
Een andere belangrijke situatie zijn de verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid. Ook feitelijke verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, zoals beleggingsclubs, culturele verenigingen of jeugdbewegingen, kunnen onder het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting vallen. Wanneer binnen dergelijke structuren een volmachthouder werd aangeduid, kunnen de gerealiseerde meerwaarden worden belast in hoofde van deze volmachthouder, naar analogie met de regeling die reeds geldt voor roerende inkomsten.
Hoe moet je die meerwaardebelasting betalen?
Er bestaan twee manieren waarop de belasting kan worden afgehandeld. Dat zijn bronheffing en opt-out. Bij bronheffing houdt de financiële instelling de belasting meteen in. Dat betekent dus dat iemand een nettobedrag uitbetaald krijgt. De storting van de belasting gaat automatisch naar de fiscus. Als iemand onder de vrijstelling van 10.000 euro blijft, kan die persoon die belasting later terugvragen via zijn of haar belastingaangifte. Bij een opt-out gebeurt het volgende. Er wordt geen belasting ingehouden. De persoon krijgt een fiscale fiche. Die regelt de belasting via de belastingaangifte. Financiële instellingen geven die informatie wel door aan de fiscus.
Winst compenseren met verlies
Bij beleggingsverzekeringen stijgt niet elk contract in waarde. Soms ontstaat er een minwaarde, oftewel verlies. Wanneer iemand bijvoorbeeld meerdere levensverzekeringen heeft, kan het gebeuren dat die persoon bij de ene winst maakt en bij de andere verliest. In sommige gevallen kan die persoon die meer- en minwaarden verrekenen. Dat kan wel complex worden wanneer er verschillende contracten zijn bij meerdere financiële instellingen. Daarom is het belangrijk om een duidelijk overzicht van al de beleggingen te bewaren.
Gerealiseerde meerwaarden kunnen worden verrekend met gerealiseerde minwaarden, zolang ze in hetzelfde belastingjaar zijn gemaakt. Dus als iemand 10.000 euro winst heeft gemaakt op de verkoop van een aandeel, maar 15.000 euro verlies op de verkoop van een ander aandeel, is het resultaat een nettoverlies van 5.000 euro. Zo wordt die persoon niet belast. Hij of zij kan verliezen niet meenemen naar volgende jaren.
Praktische tips bij deze belasting
Er zijn nog praktische tips in verband met de meerwaardebelasting. Het is belangrijk om aandelen te laten waarderen, vooral bij aandelen in een niet-beursgenoteerde vennootschap. Hier is er tijd tot eind 2027. Ook de controle van het participatiepercentage is belangrijk. Bij meer dan 20 procent in een vennootschap valt dat onder het aanmerkelijkbelangregime met gunstigere tarieven. Dat percentage wordt strikt per persoon beoordeeld. Transacties bijhouden is nodig voor de belastingaangifte. Daarnaast zijn timing, advies vragen bij complexe structuren en rekening houden met cryptoactiva ook zeer belangrijk.
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

