De onsexy troef van de Belgische economie: slimme tech die het saaie werk doet

Cybersecuritybedrijf Intigriti – vooral bekend van ethisch hacker Inti De Ceukelaire – werd bekroond tot Rising Star – foto Intigriti

De Belgische techsector mag dan al geen wereldmerken als Spotify (Zweden) of Adyen (Nederland) voortbrengen, toch ogen de toekomstperspectieven gunstig. Typisch voor onze groeibeloften: een focus op de digitale bedrijfsklusjes.

Van Collibra over Showpad en Odoo tot team.blue (Combell): de rode draad die de succesvolste techbedrijven van België verbindt is dat ze op een rigoureuze manier digitale diensten aanbieden aan zakelijke klanten (business-to-business of B2B). Bij Collibra gaat het om databeheer en bij team.blue om het beheer van domeinnamen en websiteruimte. Dat zijn voor het grote publiek niet meteen de meest sexy activiteiten, maar wel de diensten waar talloze andere bedrijven op steunen om de dienstverlening naar hun eigen klanten performanter te maken.

Ook de techtoppers van morgen mikken vooral op dat zakelijke segment, zo blijkt uit jongste ranglijsten van consultancygroep Deloitte. Het rekruteringsplatform proUnity kwam uit de bus als snelste groeier, terwijl het cybersecuritybedrijf Intigriti – vooral bekend van ethisch hacker Inti De Ceukelaire – tot Rising Star werd bekroond. Dat is een onderscheiding voor het meest veelbelovende techbedrijf jonger dan 4 jaar.

Tech + B2B = goud

Tech en B2B is een gouden combinatie in barre coronatijden, zegt Sam Sluismans, partner bij Deloitte. Samen met Veroniek Collewaert, professor ondernemerschap bij Vlerick Business School, neemt hij de jonge techgroeiers onder de loep in de jaarlijkse Rising Star Monitor. Ze zijn optimistisch gestemd over de nieuwe generatie techbedrijven die eraan komt.

Sluismans: ‘We stellen vast dat de Belgische techsector heel crisisresistent is. Dat komt omdat de coronacrisis veel bedrijven ertoe dwingt om versneld hun back-endprocessen te digitaliseren. Denk aan retailers die een webwinkel opzetten, of accountingdiensten die vanop afstand moeten gebeuren. Dat laatste verklaart de snelle groei van het Gentse Silverfin, een cloudplatform voor accountants.’

‘De coronacrisis is dus vaak een enorme accelerator. De enige negatieve impact op de techsector is dat hun klanten elke euro moeten omdraaien en soms geen geld hebben voor een techproject.’

Onnodig bescheiden

Op internationale pitchsessies kan je de Belgen er zo uithalen, zegt techpionier en investeerder Jürgen Ingels (Smartfin). ‘Hun presentaties zijn toch altijd hoekiger dan die van hun concullega’s uit Nederland of de Angelsaksische landen. En ook: de Belg gaat altijd ook de feature van zijn technologie vermelden die nog niet werkt. Terwijl een Amerikaan dat weglaat en alle focus legt op de features die wél werken.’

Ook uit de Rising Star Monitor blijkt dat Belgische techondernemers onnodig bescheiden zijn. Zo heeft slechts 38 procent van de startende ondernemers met een hoog potentieel, dat Vlerick inschat op basis van enkele criteria, ook hoge groeiambities.

Collewaert: ‘Het is een fenomeen dat we elk jaar zien. Bij bijna vier op de tien techbeloften liggen de groeiambities lager dan hun potentieel.’

Op eigen houtje

De helft van de jonge groeibedrijven probeert het ook volledig met eigen middelen te redden. Het overgrote deel daarvan heeft zelfs geen moeite gedaan om een subsidie aan te vragen of om geld bij externe financiers zoals business angels of durfkapitalisten te zoeken.

Collewaert: ‘Dat is om twee redenen. De ondernemers denken dat ze er alleen maar tijd mee gaan verliezen, bijvoorbeeld als het gaat om een subsidieaanvraag, een lening bij de bank of het organiseren van crowdfunding. Ten tweede vrezen dat ze de controle over hun bedrijf deels gaan moeten afstaan als ze bij een business angel of durfkapitalist aankloppen.’

Sluismans: ‘Is externe financiering een must? Nee. Maar als een bedrijf snel wil groeien, raden we toch aan om de opties te bekijken. Er zijn mogelijkheden om dat zo te organiseren dat er geen controleverlies is. In veel techsectoren is schaal nodig om internationaal te kunnen concurreren en gaat de ‘window of opportunity’ snel dicht.’