Key takeaways
- De wettelijke minimumrente op het aanvullende pensioen is voor volgend jaar vastgelegd op 2,5 procent.
- Werkgevers moeten eventuele tekorten zelf dekken als verzekeraars dit rendement niet halen.
- Bij verticale regelingen geldt dit minimumrendement voor het volledige saldo, terwijl het bij horizontale regelingen alleen geldt voor nieuwe bijdragen.
De FSMA heeft aangekondigd dat het gegarandeerde minimumrendement voor aanvullende pensioenen voor 2027 op 2,5 procent blijft. Volgens de Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) moeten de bijdragen van werkgevers gedurende de gehele looptijd van het pensioen van een werknemer een specifiek jaarlijks minimumrendement behalen. Dat cijfer wordt elk jaar op 1 juni berekend voor het volgende jaar, op basis van de Belgische langetermijnrentes van de voorgaande twee jaar, op voorwaarde dat het resultaat tussen 1,75 procent en 3,75 procent ligt. Hoewel de langetermijnrente is gestegen, hebben specifieke afrondingsregels ervoor gezorgd dat het percentage voor 2027 stabiel is gebleven op 2,5 procent, een stijging ten opzichte van de ondergrens van 1,75 procent die tussen 2016 en 2024 gold.
Werkgevers moeten bijpassen als minimale rendement niet wordt gehaald
De verantwoordelijkheid voor het waarborgen van dit minimumkapitaal ligt bij de werkgever. Indien een externe verzekeraar of pensioenfonds het vereiste rendement niet behaalt, moet de werkgever het tekort dekken. Deze garantie wordt doorgaans afgewikkeld wanneer een werknemer met pensioen gaat of van werkgever verandert.
De methode die wordt gebruikt om dat minimum te berekenen, hangt af van het type pensioenregeling:
Huidig minimumrendement geldt niet altijd voor oudere inlagen
Bij “horizontale regelingen”, zoals tak21-verzekeringen met gegarandeerde rente, wordt de rentevoet vastgelegd op het moment van de inleg.
Bijgevolg blijven inlegbedragen die tussen 2016 en 2024 worden gestort, de op dat moment geldende rentevoet van minstens 1,75 procent opleveren, en heeft de nieuwe rentevoet voor 2027 alleen gevolgen voor toekomstige inleg.
Daarentegen wordt bij “verticale regelingen”, waaronder pensioenfondsen of tak23-verzekeringen, het huidige minimumrendement toegepast op de gehele opgebouwde reserve. Dat betekent dat het totale saldo van het pensioenfonds in 2027 onderworpen zal zijn aan het minimumrendement van 2,5 procent.
Werkelijke rendementen liggen vaak hoger dan minimumrente
Ondanks deze wettelijke minimumpercentages liggen de werkelijke rendementen vaak aanzienlijk hoger. Uit gegevens van PensioPlus blijkt dat pensioenfondsen de afgelopen 41 jaar een gemiddeld jaarlijks rendement van 6,2 procent hebben behaald, wat ruim boven het wettelijke maximum van 3,75 procent ligt.
Ook de tak21-verzekeringen slaagden erin om tussen 2016 en 2024 het minimum van 1,75 procent te handhaven, zelfs toen de marktrente negatief werd, door gebruik te maken van winstdeelnames bovenop het gegarandeerde rendement.
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!
(ns)

