Angst voor toenemende inflatie: komt stagflatie van jaren 70 terug?


Key takeaways

  • Het conflict in het Midden-Oosten en de bijbehorende energiecrisis zorgen voor economisch onzekere tijden.
  • Er is een angst voor de terugkeer van een stagflatie zoals die van de jaren 70.
  • De vraag is of de Volckerschok van toen de huidige crisis zou kunnen oplossen.

De economische voorjaarsprognoses van dit jaar weerspiegelen het effect van het conflict in het Midden-Oosten op de economie van de EU. In het licht van de daarmee gepaard gaande energieschok is er een impact. Er wordt uitgegaan van een zwakkere economische bedrijvigheid tegen de achtergrond van stijgende inflatie. Als de spanningen op de energiemarkten afnemen, zal de situatie in 2027 licht verbeteren. Toch is er wat angst voor stagflatie.

Stagflatie

Stagflatie (een porte-manteau van stagnatie en inflatie) is een situatie waarin de inflatie hoog is, de economische groei vertraagt en de werkloosheid steeds hoog blijft. Het werpt een dilemma op voor het economisch beleid. Dit is omdat maatregelen met als doel voor een lagere inflatie te zorgen, de werkloosheid kunnen doen verergeren. Omgekeerd kunnen maatregelen die zich richten op werkloosheid ook de inflatie verhogen.

De bekendste stagflatie vond in alle grote westerse economieën plaats vanaf circa 1970. In West-Europa steeg de werkloosheid stapsgewijs van 2 procent in 1966 tot 10 procent in 1983. Verder was de inflatie in 1966 op een dieptepunt van ca. 2,5 procent, maar deze piekte op bijna 13 procent in 1975. Dit werd veroorzaakt door een reeks van andere crises.

Oorzaken

Einde Bretton Woods-systeem

Een van de oorzaken van die stagflatiecrisis was het einde van het Bretton Woods-systeem. Dat was een financieel-economisch akkoord dat in 1944 tussen 44 landen werd gesloten. Het systeem van Bretton Woods voorzag in de invoering van een stelsel van vaste wisselkoersen. Opvallend was dat alleen de dollar tegen een vaste hoeveelheid goud kon worden ingewisseld bij de Amerikaanse Centrale Bank. Voor alle andere valuta werd wel een vaste wisselkoers met de dollar bepaald, maar deze waren niet direct inwisselbaar tegen goud.

In de jaren 70 begonnen heel wat Westerse landen de vaste koers ten opzichte van dollars ongedaan te maken. Regeringen begonnen hun dollarvoorraden om te zetten in goud. Daardoor kromp de eens zo grote goudvoorraad in de Verenigde Staten sterk. Een van de grootste klappers kwam in 1971. Toen zette het Verenigd Koninkrijk drie miljard dollar in goud om. Dit kon het systeem niet meer aan en de Amerikanen zagen zich genoodzaakt de goudstandaard los te laten, die de Nixon-schok genoemd wordt.

Het loslaten van de goudstandaard en de oplopende inflatie zorgden voor een versnelling in de stijging van de goudprijs. Ook de oliecrisis en daarmee samenhangende geopolitieke spanningen deden de goudprijs nog verder oplopen. Voor beleggers is een vlucht naar goud ten tijde van stagflatie een logische stap, dus een soort safe haven.

Oliecrisis jaren 70

Een andere belangrijke oorzaak is de oliecrisis van de jaren 70. De Arabische landen verhoogden in 1973 de olieprijs met 70 procent en verminderden de olieproductie elke maand met 5 procent, zodat de prijs per vat explosief steeg. Tegen een aantal landen die Israël direct hadden gesteund bij de Jom Kipoeroorlog werd bovendien een volledige olieboycot ingevoerd. De Verenigde Staten, Nederland en een aantal andere West-Europese landen waren de voornaamste doelwitten van deze boycot. Verder werden ook landen als Japan en Canada getroffen.

Een groot verschil met de huidige energiecrisis is dat de oliecrisis van de jaren 70 slechts een aanvoerprobleem was ten gevolge van een bewuste boycot. De huidige komt door ook een aanbodprobleem, waarbij olie-installaties beschadigd zijn door de oorlog in Iran.

Paul Volcker als redder in nood

Een belangrijke figuur die de stagflatie van de jaren 70 aanpakte, was Paul Volcker. Hij was een Amerikaans econoom en centraal bankier. Bovendien was hij onderminister van het Amerikaanse ministerie van Financiën van 1969 tot 1974 en president van de Federal Reserve Bank van New York van 1975 tot 1979.

De inflatie die tijdens de jaren 70 ontstond, bereikte zijn hoogtepunt in 1981 met 13,5 procent. Fed-voorzitter Paul Volcker kondigde in 1979 een dramatische verschuiving in het monetair beleid aan. Daarbij verhoogde hij de rente om de economie af te remmen en de inflatie te beteugelen. De “Volcker Shock” verhoogde de federale fondsenrente van ongeveer 11 procent in 1979 tot een piek van rond de 20 procent in juni 1981. Dit bracht de inflatie uiteindelijk omlaag van ongeveer 14 procent eind jaren zeventig tot onder de 4 procent in 1983. Maar het leidde tot 10 procent werkloosheid en een recessie in 1980-1982.

Door deze “Volckerschok” was er de ernstige economische crisis in jaren. Op lange termijn zorgde dit wel voor een economische groei van twintig jaar, tot 2007.

Rentetarieven

Volgens de meest recente CNBC Fed Survey wordt verwacht dat Kevin Warsh de huidige rentetarieven tijdens zijn eerste ambtstermijn als voorzitter van de Federal Reserve ongewijzigd zal laten. Een groep van 32 financiële experts, waaronder strategen en economen, voorspelt dat de tarieven tot en met 2027 stabiel zullen blijven. Een aanzienlijke meerderheid, 88 procent, verwacht echter dat de Fed deze week haar officiële taal zal herzien om signalen te verwijderen dat een renteverlaging op handen is.

Hoewel Warsh werd voorgedragen door een president die vaak pleitte voor lagere financieringskosten, maken de huidige economische druk dergelijke verlagingen onwaarschijnlijk. De inflatie, verergerd door geopolitieke spanningen met Iran en de invoering van invoerheffingen, heeft renteverlagingen uit de onmiddellijke prognose verdrongen.

Inflatieprognoses

Economische cijfers laten echter een verontrustende trend zien. De prognoses voor de totale inflatie zijn gestegen van 2,7 procent naar 3,6 procent en de kerninflatie is gestegen naar 3,3 procent. De consumentenprijsindex voor mei bereikte met 4,2 procent het hoogste niveau in drie jaar, terwijl de kern-PCE-index, de belangrijkste maatstaf van de Fed, voor mei naar verwachting zal stijgen tot 3,5 procent.

Door die druk heeft de Fed haar prognose voor de bbp-groei voor dit jaar licht verlaagd naar 2,2 procent en verwacht zij dat het werkloosheidspercentage zich zal stabiliseren op 4,3 procent.

Volcker-methode terug uit de kast halen?

De vraag is of landen de methode van Volcker terug moeten toepassen om de huidige crisis op te lossen. Sommige economen zeggen dat centrale banken gevangen zitten tussen de ‘stop-and-go’-fouten van Arthur Burns uit de jaren 70 en de harde recessie van Volcker. Ze beklemtonen dat de inflatie pas echt zal dalen zodra de geopolitieke situatie stabiliseert en niet door de rente in te drukken. Als men de rente gaat verhogen tot boven de inflatie, zou dat druk leggen op de staatsschuld. In die zin is de Volcker-methode niet bepaald de oplossing. De huidige crisis is dan vooral ook een aanbodcrisis en geen monetaire verhitting zoals in de jaren 70.

(mv)

Volg Business AM ook op Google Nieuws

Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

Voeg businessam.be toe als preferred source op Google
Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.