De Belgische bouwsector haalt adem. De opluchting is echter van korte duur.
Vorige week berichtte De Tijd over de economische prognoses van beroepsfederatie Embuild: de activiteit in de bouwsector groeit dit jaar met 1,3 procent. Voor het eerst sinds 2022. Een opsteker, dat zeker. Maar wie de cijfers meer in detail bekijkt, ziet ook wat er achter dat getal schuilgaat. Het herstel is eenmalig en gedreven door een handvol grote projecten. Volgend jaar dreigt er alweer een terugval.
Niko Demeester, gedelegeerd bestuurder van Embuild, formuleert het scherp: het herstel dreigt meteen in de kiem gesmoord te worden door internationale spanningen en een terugval van de overheidsinvesteringen in infrastructuur. Je hoeft geen econoom te zijn om te begrijpen wat hij bedoelt. De onzekerheid die de voorbije maanden de internationale markten beheerst, laat ook de bouwsector niet ongemoeid. Investeringsbeslissingen worden uitgesteld. Vergunningen liggen te wachten. Projecten worden niet opgestart.
En toch: er zijn ook signalen die moed geven. De Vlaamse renovatieplicht, die kopers van energieverslindende woningen verplicht binnen zes jaar minstens het EPC-label D te halen, blijkt wel degelijk activiteit in gang te zetten. Woningrenovatie groeit dit jaar met 2 procent in toegevoegde economische waarde. Dat is geen toeval. Het is het gevolg van een duidelijk wettelijk kader, ook al is dat kader intussen al afgezwakt door de huidige Vlaamse regering.
Precies daar knelt het schoentje. Want de renovatieplicht legt bloot wat de sector al langer weet: er is vraag genoeg, de behoefte is er, maar het beleid is te wankel om de markt echt in beweging te brengen. Embuild rekent voor dat jaarlijks zo’n 205.000 woningen grondig gerenoveerd zouden moeten worden om tegen 2050 aan de Europese energienormen te voldoen. Vandaag zit de sector aan amper 0,8 procent van de woningvoorraad per jaar. Die kloof tussen wat nodig is en wat er effectief gebeurt vul je niet op met eenmalige maatregelen.
Vanuit de gevelrenovatiemarkt zien wij dat dagelijks bij Trespa. Architecten, aannemers en bouwheren kennen allemaal dezelfde frustratie: de wil en de middelen zijn er, maar er is prangende onzekerheid. Eigenaars stellen beslissingen uit omdat ze niet weten wat morgen van hen gevraagd zal worden. Aannemers kunnen moeilijk plannen omdat de vraag te grillig is. En de overheid trekt zich terug net op het moment dat de markt nood heeft aan houvast.
De mogelijke oplossing zijn bekend. Embuild pleit al jaren voor een verlaging van het btw-tarief op renovatiewerken aan de enige eigen woning van 21 naar 6 procent en voor gerichte fiscale maatregelen voor verhuurders die investeren in energiezuinigheid. Het zijn maatregelen die elders in Europa al werken. Ze verlagen de drempel voor gewone gezinnen en geven de sector de continuïteit die hij nodig heeft om te investeren in mensen en materieel.
Dat is immers ook een realiteit die de Embuild-cijfers in de verf zetten: tegen 2050 moeten er in België 900.000 woningen bijkomen. Om een bevolkingsgroei van naar schatting 800.000 mensen op te vangen, meer singles en eenoudergezinnen, en een groeiende groep ouderen die langer zelfstandig wil wonen. Dat vraagt een sector die kan plannen op lange termijn., geen sector die van het ene kwartaal naar het andere holt en moet rekenen met een lichte groei en dan weer een krimp.
De opleving van dit jaar is een kans die we moeten durven grijpen. Wie wil dat de bouwsector zijn rol kan spelen op het vlak van betaalbaar wonen, energietransitie en een leefbare gebouwde omgeving moet nu kiezen voor beleidsstabiliteit, niet als de volgende dip zich aandient.
Dirk Boesmans, Head of BELUX bij Trespa

