Key takeaways
- Door hoge schulden, stijgende rente en hardnekkige inflatie hebben regeringen nog maar weinig ruimte om de energiecrisis op te vangen.
- De voorgestelde marktinterventies zijn bedoeld om onrust op de obligatiemarkten te voorkomen, zonder dat centrale banken de indruk wekken dat ze overheidsschuld aan het financieren zijn.
- Omdat de foutmarges verdwijnen, kunnen zelfs rijke economieën plots te maken krijgen met een vertrouwenscrisis waarbij beleggers afhaken en regeringen tot pijnlijke bezuinigingen worden gedwongen.
Een economische analyse van denktank Bruegel onderzoekt de energiecrisis die in 2026 uitgroeide tot de dominante economische schok van dat moment, veroorzaakt door een wereldwijd energietekort na de sluiting van de Straat van Hormuz. In tegenstelling tot de verstoringen van 2022, waarbij handelsroutes werden verlegd, gaat het in 2026 om een daadwerkelijk verlies van aanbod door de sluiting van deze cruciale zeeroute. Een dergelijk fysiek tekort zou meer destabiliserend zijn dan de olieschokken van de jaren 70, voornamelijk omdat het een wereldeconomie treft die al gebukt gaat onder systeemkwetsbaarheden.
Fiscale kwetsbaarheid
Moderne regeringen opereren met aanzienlijk hogere overheidsschulden en hogere financieringskosten in vergelijking met vroegere tijdperken. Deze fiscale kwetsbaarheid komt duidelijk tot uiting in de enorme tekorten van Japan, het Verenigd Koninkrijk en de VS, evenals in de interne onevenwichtigheden binnen de eurozone. Bijgevolg is het vermogen van staten om grootschalige noodhulp te financieren tijdens een externe schok ernstig aangetast.
Bovendien blijft de huidige kerninflatie, in tegenstelling tot de lage-inflatieomgeving van de pandemie of de crisis van 2008, hardnekkig hoog, wat een conflict creëert waarbij begrotingsuitgaven verdere prijsstijgingen en hogere rentetarieven zouden kunnen veroorzaken.
Monetair en fiscaal beleid op ramkoers
Deze omgeving leidt tot een gevaarlijke wrijving tussen monetaire en fiscale autoriteiten. Terwijl regeringen waarschijnlijk subsidies zouden invoeren om burgers te beschermen tegen stijgende energiekosten, zouden centrale banken gedwongen zijn de rente te verhogen om de inflatie te bestrijden.
Zonder een gecoördineerde strategie zouden deze tegengestelde krachten kunnen leiden tot een “niet-coöperatief evenwicht”, waarbij overheidsleningen worden verdrongen door stijgende rendementen en marktinstabiliteit.
Gerichte ingrepen om een marktcrisis af te wenden
Om dit te verzachten, stelt de Bruegel-analyse een gerichte coördinatiestrategie voor met “Yield Anchor Operations”. Onder dit plan zouden centrale banken de overheidsuitgaven niet rechtstreeks financieren of alle rentetarieven onderdrukken; in plaats daarvan zouden ze selectief obligaties kopen in specifieke looptijdsegmenten, doorgaans het midden van de rentecurve, om paniek te voorkomen. Deze aanpak is erop gericht het financiële systeem te stabiliseren, terwijl het lange einde van de curve nog steeds inflatieverwachtingen en de houdbaarheid van de schuld aan beleggers kan signaleren.
Wanneer markten hun vertrouwen verliezen
Het succes van een dergelijke interventie hangt volledig af van de mate waarin markten geloven dat de centrale bank zich blijft inzetten voor de bestrijding van inflatie. Als beleggers de aankoop van obligaties zien als het monetariseren van schuld, zou de strategie averechts kunnen werken en leiden tot valutacrashes en hogere risicopremies. Hoeveel speelruimte een centrale bank daarbij heeft, verschilt sterk per land: de VS heeft de meeste flexibiliteit vanwege de status van de dollar als reservevaluta, terwijl het VK als zeer kwetsbaar wordt beschouwd.
In het VK zou een vicieuze cirkel van valutadepreciatie en stijgende energiekosten het tijdsbestek voor effectieve interventie kunnen terugbrengen tot slechts enkele weken.
Verschuiving in mondiale financiële dynamiek
De analyse wijst ook op een verschuiving in de mondiale financiële dynamiek. De traditionele “petrodollar”-recycling, waarbij olie-exporteurs staatsschulden ondersteunden, zou wel eens kunnen verdwijnen. In plaats daarvan zouden Aziatische reservebeheerders obligaties kunnen verkopen om hun eigen valuta’s te beschermen. Deze volatiliteit zou gedwongen liquidaties van activa kunnen veroorzaken in financiële sectoren met een hoge hefboomwerking, waardoor de crisis nog ingewikkelder wordt.
Wanneer een fout oordeel de financiële ineenstorting versnelt
Bovendien zouden centrale banken voor de zware taak komen te staan om in realtime onderscheid te maken tussen verschillende soorten marktspanningen. Het zou moeilijk zijn om te bepalen of stijgende rendementen worden veroorzaakt door inflatievrees, liquiditeitstekorten of zorgen over solvabiliteit. Een misrekening in dit opzicht zou de financiële ineenstorting kunnen versnellen of de geloofwaardigheid van de bank kunnen vernietigen.
Wanneer de foutmarge verdwijnt en het crashrisico toeneemt
Uiteindelijk stelt de analyse twee uitkomsten tegenover elkaar: een gecontroleerde aanpassing waarbij inflatie en stabiliteit worden gehandhaafd, of een “sudden stop” vergelijkbaar met een crisis in opkomende markten. In het laatste geval dwingt een verlies aan vertrouwen van beleggers regeringen tot drastische bezuinigingen tijdens een economische neergang, terwijl centrale banken de rente blijven verhogen. Dit suggereert dat zelfs de meest ontwikkelde economieën niet langer immuun zijn voor dergelijke volatiliteit wanneer hoge schulden, aanhoudende inflatie en energieschaarste samenkomen.
De kernboodschap is dat de ruimte voor beleidsfouten verdwenen is: in een wereld van hoge schulden, hardnekkige inflatie en energieschaarste kunnen zelfs de grootste economieën snel in de gevarenzone belanden.
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

