Werd deze peperdure schets van Hergé gestolen?

Credit: Belga

Normaal gezien wordt donderdag een origineel omslagontwerp voor Kuifjes album ‘De Blauwe Lotus’ uit 1936 geveild. Geschatte waarde: 2,3 tot 2,8 miljoen euro. Een mysterieus verhaal over mogelijke diefstal van het werk, zou de verkoop kunnen verhinderen. Óf de prijs net extra opdrijven.

Kuifje en Bobbie, verscholen in een oosterse vaas, proberen te ontsnappen aan de dreiging van een Chinese rode draak. Enkele Chinese tekens en zwierige details sieren de achtergrond van de tekening. De Belgische tekenaar Hergé schetste dit omslagontwerp snel-snel in februari 1936, met het album ‘De Blauwe Lotus’ in het achterhoofd. Vandaag zou de schets maar liefst 2,3 tot 2,8 miljoen euro waard zijn. Hoeveel exact, dat wordt normaliter nu donderdag 14 januari beslecht op een veiling bij Artcurial in Parijs. Al zou een smeuïg verhaal over de herkomst en mogelijke diefstal van de tekening roet in het eten kunnen strooien.

‘Cadeautje van Hergé’

Volgens het officiële verhaal van de familie van Jean-Paul Casterman, de inmiddels overleden zoon van de toenmalige uitgever van Hergé, maken zij aanspraak op het geld. De tekenaar himself zou de schets aan de toen 7-jarige Jean-Paul cadeau hebben gegeven, zo klinkt hun versie van de feiten. Daarop vouwde het jongetje de tekening in zes en bewaarde ze in zijn kast. Als bij wonder vond hij het kostbare kleinood decennia later terug, nog steeds netjes in zes gevouwen. Het vermeende bewijs daarvoor zijn de nog aanwezige vouwen in de tekening.

Georges Remi, bekend als Hergé, op 9 september 1976 in Brussel bij de dertigste verjaardag van Kuifje. Foto: Odette Dereze – GermaineImage

Twee kleine gaatjes als bewijs

Te mooi om waar te zijn? Waarschijnlijk wel. ‘Het is een mooie fabel, maar het is een fabel’, aldus Hergékenner Philippe Goddin aan RTL France. Twee kleine gaatjes in de linkerbovenhoek van de schets sterken Goddin in een andere verklaring. Uit een briefwisseling in 1936 tussen Hergé en Charles Lesne, toenmalig correspondent van de uitgeverij, blijkt dat de uitgever ‘De Blauwe Lotus’ nog snel voor Pasen wil uitbrengen, maar nog geen omslagontwerp heeft. Hergé schetst daarom snel de tekening, vouwt ze in zes om in de envelop te kunnen stoppen en stuurt ze per post op. Volgens de hypothese van Goddin bevestigt hij de tekening met een nietjesmachine aan zijn bijbehorende brief, vandaar de gaatjes. Scans in hoge resolutie lijken die hypothese te ondersteunen, omdat bij beide documenten de gaatjes op dezelfde hoogte zitten.

Het is een mooie fabel. Maar het is een fabel

Hergékenner

Op 15 februari 1936 krijgt Hergé een antwoord van Charles Lesne, met deze boodschap: ‘Jouw tekening (die ik je hierbij terugstuur) is geweldig, maar te duur’. Lesne vraagt Hergé daarom een nieuw, budgetvriendelijk ontwerp te maken. Tot zover het verhaaltje van de kleine Jean-Paul die de tekening zomaar ‘kreeg’. De Blauwe Lotus verscheen in oktober 1936, onder een andere omslag en zonder de gedetailleerde Chinese tekens.

‘Gestolen door familie Casterman’

Net zoals in een strip van Kuifje, verschijnt ook in dit verhaal een mysterieuze man op het toneel die het gestolen juweel uit de handen van de vermeende boeven wil lostrekken. Het gaat om Nick Rodwell, een Engelsman die getrouwd is met de weduwe van Hergé en al jarenlang probeert om de erfenis van Kuifje gereguleerd te krijgen via zijn bedrijfje Moulinsart. Volgens hem moet het werk dat donderdag geveild zou worden dan ook teruggegeven worden aan het Hergémuseum bij Brussel, en maakt de uitgeversfamilie geen aanspraak op het geld. ‘Ik ben ervan overtuigd dat de tekening gestolen is door de familie Casterman’, luidt zijn oordeel.

Fanny Rodwell, de weduwe van Hergé, met haar nieuwe echtgenoot Nick Rodwell. Credit Denis Closon / Isopix

Whodunit?

Is het originele werk wel teruggestuurd naar Hergé, zoals blijkt uit de briefwisseling met de uitgeverij? Het lijkt erop van niet. De originele schets werd toevallig gevonden door een Belgische verzamelaar in 1979, tijdens een bezoek aan het hoofdkantoor van Casterman. Blijkbaar was niemand ervan op de hoogte dat het waardevolle werk daar nog ergens lag. De schets behoort daarmee tot de grote groep ‘niet-gerecupereerde tekeningen die bij de uitgever zijn blijven liggen’. De schets werd later nog meerdere keren gereproduceerd en Hergé signeerde de werken, zonder er zich vragen bij te stellen.

Na zijn dood in 1983 werd de schets in een expo tentoongesteld, maar nooit geclaimd door de weduwe. Als ze het had willen doen, was het toen al het uitgelezen moment. Experten schatten de kans dan ook klein dat de veiling donderdag nog tegengehouden kan worden.

Het mysterieuze verhaal rond de schets is koren op de molen voor de verkoop donderdag, terwijl het werk al op een indrukwekkende 2,3 tot 2,8 miljoen euro wordt geschat. Onder de geïnteresseerden bevinden zich onder meer de Franse bankier Benjamin de Rothschild, de Franse ondernemer Raphaël Geismar die in Hong Kong woont en de Amerikaanse regisseur George Lucas, die zelf een museum over Kuifje op poten wil zetten. Mocht hij het werk toch niet op de kop kunnen tikken, behoort een whodunit-film over dit smeuïge verhaal natuurlijk ook tot de mogelijkheden. Wordt vervolgd.

Lees ook: