In België is niets zo toegankelijk als drinkwater. Gewoon even de kraan opendraaien en dan stroomt er meteen gezond en verfrissend water in ons glas. Zolang we geen vreemde kleur, slechte geur of vervelend smaakje merken, gaan we er automatisch van uit dat alles in orde moet zijn. Maar is het niet vreemd dat we ons zo weinig vragen stellen over de inhoud van ons drinkwater? Zeker nu we zo hard focussen op een gezonde levensstijl.
Laten we beginnen met een zekerheid: de kwaliteit van het drinkwater in België is van uitstekend niveau. Dit is dan ook geen betoog om kraantjeswater niet meer te vertrouwen. De normen voor drinkwater liggen bijzonder hoog, waterbedrijven investeren veel geld in technologie om de beste kwaliteit te garanderen, en de overheid voert regelmatig strenge controles uit.
Met dat in het achterhoofd lijkt het geen verrassing dat de meeste Belgen niet wakker liggen van drinkwaterkwaliteit. Uit eigen onderzoek blijkt dat drie op vier Belgen vertrouwen hebben in de kwaliteit van hun drinkwater. Twee op drie stellen zich zelfs nooit vragen. Pas als het ergens eens verkeerd gaat, worden we wat kritischer. Recent was er in België bijvoorbeeld veel ophef rond PFAS. Dat is een verzamelnaam voor door de mens aangemaakte stoffen die zo moeilijk afbreken dat ze ook wel ‘eeuwige chemicaliën’ worden genoemd.
Dit soort berichten zet mensen aan het denken, maar over het algemeen zijn we nauwelijks bezig met waterkwaliteit. En dat is een gemiste kans. In plaats van ons af te vragen hoe veilig drinkwater is, kunnen we ons ook de vraag stellen hoe goed ons drinkwater eigenlijk kan zijn? Wat zit er in dat water en hoe kunnen we de juiste keuzes maken met oog op onze gezondheid?
Meer transparantie, bewustere keuzes
Het vertrouwen in ons drinkwater is dus zeker niet misplaatst. Maar vertrouwen is niet hetzelfde als transparantie. Op de vraag of ze zich voldoende geïnformeerd voelen, antwoordt de helft van de Belgen in ons onderzoek negatief. Liefst negen op tien vinden bovendien dat waterbedrijven en overheden beter moeten communiceren over drinkwater.
Transparantie vormt nochtans een rode draad door alles wat we consumeren. Denk maar aan de uitgebreide informatie die je vandaag terugvindt op voedseletiketten. Of aan nutri-scores die de voedingswaarde van producten in kaart brengen. Ook elementen die niet aan voedsel gerelateerd zijn, krijgen de nodige transparantie. Energielabels informeren consumenten bijvoorbeeld over de energieprestaties van een product, zodat ze een bewuste keuze kunnen maken.
En daar draait het om: bewust kiezen. Vertrouwen is belangrijk, maar transparantie zorgt ervoor dat we keuzes kunnen maken waar we ons goed bij voelen. In het geval van drinkwater zou het een bevestiging bieden dat ons vertrouwen gerechtvaardigd is. Want geef toe: het is toch niet logisch dat we exact weten hoeveel calorieën en welke voedingsstoffen er in een potje yoghurt zitten, maar dat we bijna niets weten over het drinkwater dat we dagelijks gebruiken? Water is wellicht het meest geconsumeerde voedingsmiddel, maar tevens één van de minst besproken.
Tijd voor een waterlabel?
Natuurlijk is die informatie over ons drinkwater wel beschikbaar, maar weinig mensen begrijpen wat dit echt betekent. Een duidelijk waterlabel zou dit kunnen oplossen. Dat label moet dan meer vertellen over specifieke factoren zoals de waterhardheid, het mineraalprofiel, de hoeveelheid PFAS, de smaakkenmerken en de compliance-status. Vaak verschillen die factoren per regio.
Een label zou de ervaring van consumenten naar een hoger niveau brengen. Veel verontreinigende stoffen kunnen we immers niet vaststellen door te proeven of te ruiken. We weten dat we normaal nooit ziek zullen worden van ons drinkwater, maar die aanvullende informatie kan wel nuttig zijn voor gevoelige doelgroepen. De samenstelling van mineralen is belangrijk voor personen die met gezondheidsproblemen kampen. Ook de leeftijd kan hierin een rol spelen. Zeker voor ouders van kleine kinderen is transparantie over drinkwater een troef om de juiste keuzes te maken.
Waterfilters garanderen 99,999% zuiverheid
Maar zelfs een waterlabel biedt geen absolute garantie op de beste kwaliteit. Uiteindelijk gaat dit enkel over de status van het water dat vanaf de bron naar de consument wordt gestuurd. Bij die consument zelf spelen andere factoren een rol. Verouderde leidingen en installaties kunnen de kwaliteit en de smaak van het water aanzienlijk beïnvloeden.
Wie echt zeker wil zijn van de beste kwaliteit, installeert een pure en veilige wateroplossing. Zeker in de bedrijfswereld is dit intussen ingeburgerd, maar bij consumenten thuis blijft de vraag beperkt. Ook dat heeft deels te maken met een gebrek aan informatie. Moderne systemen zijn in staat om tot 99,999% van de schadelijke stoffen te verwijderen. Een techniek zoals omgekeerde osmose haalt eerst alles uit het water en voegt daarna de mineralen toe.
Het is zeker niet nodig om zo’n wateroplossing in woningen te verplichten, want in veel gevallen zal de huidige kwaliteit van het drinkwater zeker volstaan. Maar net daarom is die transparantie zo belangrijk. Voor consumenten is het een kans om de bestaande normen rond drinkwater niet als eindpunt te beschouwen, maar een stap verder te gaan. Om bewuste keuzes te maken over kwaliteit en oplossingen. En om niet langer gewoon de vraag te stellen “Is mijn drinkwater veilig genoeg?”, maar te focussen op een vraag van hoger niveau: “Hoe kan het nóg beter?”
Marta Díaz Cruces, de Managing Director van Culligan Belgium
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

