Gemeenten die een trajectcontrole willen op een gewestweg, moeten toestemming vragen aan het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV). Uit een parlementaire vraag blijkt nu dat deze slechts vier Ć vijf van de vijftien aanvragen voor trajectcontroles op gewestwegen heeft goedgekeurd sinds de Vlaamse regering aan de slag ging. Toen Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder haar portefeuille kreeg, duurde het overigens niet lang alvorens ze zwoer komaf te maken met de wildgroei van trajectcontroles. Niet alleen voerde ze opnieuw de signalisatie in die door haar voorgangster werd afgeschaft, ze schrapte ook 85 procent van de geplande trajectcontroles.
Rekenmethode
Bij het beoordelen van een aanvraag van een trajectcontrole hanteert het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) een rekenmethode. De zogenaamde 531-score. Dat is een objectieve verkeersveiligheidsindicator gebaseerd op letselongevallen in de voorbije drie jaar. Per dodelijk slachtoffer krijgt een traject 5 punten, per zwaargewonde 3 punten en per lichtgewonde 1 punt. Voor zwakke weggebruikers (voetgangers, fietsers, bromfietsers) geldt een verhogingsfactor van 1,7. Pas bij minstens 15 punten komt een locatie in aanmerking. Twee op de drie aanvragen strandden op deze ā531-score'.
Maar is die score te laag, dan is er nog een tweede kans via de V85-waarde: de snelheid die 85 procent van de bestuurders niet overschrijdt. Die moet minstens 6 km/u boven de toegelaten snelheid liggen. Is dat niet het geval, dan wordt het dossier geklasseerd.Ā
āGrondig bekekenā
Er ontstaat op deze manier een soms moeilijk te verkroppen neveneffect. Gemeentes die met een gevaarlijke passage worstelen, en waarvan de score net onder de cut-off valt, kunnen trajectcontroles niet inzetten als hulpmiddel. Ze moeten zich wenden tot minder frequente mobiele controles. Bovendien worden cameraās met deze invalshoek geplaatst nĆ het onheil, terwijl ze net bedoeld zijn om dit te voorkomen.
De rekenmethode lokt dan ook flink wat discussie uit in zowel de lokale als de nationale politiek. Verschillende politici willen dat het wordt herbekeken. Erik Sclep, woordvoerder van het AWV, verdedigt het systeem tegenover VRT NWS: āEr moet zowel een ongevallenproblematiek als een snelheidsproblematiek zijn. We mogen als overheid niet zomaar overal camera's plaatsen. Daarom moet elke situatie grondig bekeken worden.ā
Toch kampioen
De vraag rijst waarom Vlaanderen zo streng is voor gewestwegen, terwijl het tegelijk de onbetwiste kampioen in trajectcontroles is. Volgens cijfers die in het parlement werden onthuld, telde Vlaanderen eind 2025 maar liefst 1.233 trajectcontroles. Dat is vervijfvoudigd in twee jaar tijd. Ter vergelijking: Walloniƫ telt er nauwelijks 97 en Brussel een dozijn. In Walloniƫ komen er wel nieuwe trajectcontroles bij, maar het tempo ligt mijlenver achter op Vlaanderen.
Dat ondanks de weigering op gewestwegen Vlaanderen zoveel trajectcontroles telt, is grotendeels te wijten aan het gemeentelijk GAS-beleid (Gemeentelijk Administratief Sanctierecht). Gemeenten kunnen op hun eigen wegen ā buiten het gewestwegnet ā trajectcontroles plaatsen via private partners. Die opmars van lokale trajectcontroles, soms op zeer korte stukken of in zones 30, zorgde al eerder voor wrevel. Niet in het minst omdat die partners een flink deel van de winst opslokken en zelfs eisen dat andere veiligheidsmaatregelen, zoals verkeersremmers, verboden worden. Er wordt ook steeds vaker toegegeven dat deze controles moeten helpen om de gemeentefinanciĆ«n op orde te houden. Minister De Ridder wou dit GAS-beleid tegen de zomer van 2026 evalueren. Maar die evaluatie heeft zijn deadline gemist.

