De cijfers die veiligheidsinstituut VIAS heeft gepubliceerd zorgden voor een “aangename” verrassing: in 2025 kwamen 445 mensen om het leven op de wegen van ons land, tegenover 455 een jaar eerder. Dat is een daling met tien slachtoffers, of 2%. In absolute cijfers blijft die daling bescheiden, maar opvallend genoeg gaat het wel om het laagste aantal sinds het begin van de officiële statistieken. De neerwaartse trend is bovendien zichtbaar in het hele land: Vlaanderen telt nog 234 verkeersdoden (−14) en Wallonië 191 (−6). Alleen Brussel vormt een opvallende uitzondering, met een verdubbeling van het aantal doden: van 10 naar 20, het slechtste resultaat sinds 2022.
Kwetsbare weggebruikers, de grote vooruitgang
Een van de opvallendste conclusies uit deze recente statistieken is de duidelijke daling van het aantal slachtoffers onder de zogenoemde kwetsbare weggebruikers, zoals fietsers en voetgangers.
Het aantal dodelijke slachtoffers onder voetgangers daalde van 70 naar 52, het laagste niveau ooit. Ook bij fietsers tekent zich een gunstige evolutie af: het aantal doden viel terug van 86 naar 79.
Er is slechts één categorie weggebruikers waarbij de cijfers verslechteren: de bestuurders van elektrische steps. In 2025 kwamen dertien van hen om het leven, tegenover vier het jaar voordien, meer dan een verdrievoudiging in amper één jaar. Deze stijging houdt verband met de explosieve groei van het aantal ritten met elektrische steps, maar ook met het vaak onervaren profiel van de gebruikers en de nog altijd moeilijke co-existentie met het autoverkeer.
Meer ongevallen met letsel: zoek de fout
Het totale aantal ongevallen met gewonden is daarentegen in 2025 met 3% gestegen, van 35.605 naar 36.621 in het hele land. Hoe valt deze stijging te verklaren, gezien de daling van het aantal dodelijke slachtoffers? De verklaring ligt in feite in de ernst van de ongevallen, die voortdurend afneemt. In 2016 waren er 16 doden per 1.000 ongevallen met lichamelijk letsel, en in 2025 is dat aantal gedaald tot 12. Aanrijdingen vinden vaker plaats bij lage snelheden.
Repressie: eindelijk een positief resultaat?
Hier wordt het debat interessant. VIAS wijst expliciet op de rol van strengere handhaving in deze gunstige evolutie. Zwaardere sancties voor rijden onder invloed, een intensere strijd tegen het gebruik van de smartphone achter het stuur en meer snelheidscontroles zouden het rijgedrag hebben veranderd. Automobilisten zouden dus trager en voorzichtiger rijden … al lijkt dat moeilijk te rijmen met de stijging van het aantal ongevallen.
Het repressieve arsenaal zal bovendien nog verder worden uitgebreid. ANPR-camera’s, die vandaag al worden ingezet om nummerplaten te detecteren, zullen straks ook bestuurders kunnen identificeren die hun gsm in de hand houden. Ook vaste en mobiele radars worden geavanceerder, met systemen die de tolerantiedrempel in realtime kunnen aanpassen aan de weers- en verkeersomstandigheden. En in de plannen van de federale regering staat nog steeds https://gocar.be/nl/autonieuws/mobiliteit/het-puntenrijbewijs-wordt-concreet-voor-belgische-automobilisten , waar experts al jaren voor pleiten en dat al sinds de jaren 1990 op de politieke agenda staat.
La mariée est-elle trop belle ?
L'avocat spécialisé dans les affaires de la route Bruno Gysels est plus nuancé sur les chiffres publiés et, surtout, sur leur interprétation positive. Pour lui, « une baisse de 10 tués est une bonne nouvelle, mais ce n'est pas un progrès spectaculaire non plus. Il est difficile de tirer des conclusions, alors que cette baisse tient peut-être aussi dans la meilleure sécurité des véhicules ou des aides à la conduite. » La preuve, c'est que le nombre d'accidents avec dégâts corporels est en hausse de 3 %.
Is het plaatje te mooi?
Bruno Gysels, advocaat gespecialiseerd in verkeerszaken, plaatst kanttekeningen bij de gepubliceerde cijfers en vooral bij de positieve interpretatie ervan. Volgens hem is “een daling met tien doden weliswaar goed nieuws, maar geen spectaculaire vooruitgang.” Het blijft volgens hem bovendien moeilijk om harde conclusies te trekken. De daling kan immers ook te maken hebben met de steeds betere veiligheid van voertuigen en de opmars van rijhulpsystemen. Dat het aantal ongevallen met lichamelijk letsel tegelijk met 3% is gestegen, lijkt die nuance te bevestigen.
VIAS verklaart deze daling bovendien door de toename van verkeerscontroles. Maar ook die redenering valt te betwisten. De groeiende aanwezigheid van flitspalen zet bestuurders weliswaar aan om rustiger te rijden, maar volgens Bruno Gysels worden “de meeste automobilisten vooral in de val gelokt”. Zo heeft 70% van de snelheidsovertredingen betrekking op een overschrijding van minder dan 10 km/u. Van een echte aanpak van de gevaarlijkste profielen is volgens hem dan ook nog lang geen sprake.
Juist daar ligt volgens de advocaat nog heel wat werk. “Recidivisten, echte recidivisten, worden vandaag niet aangepakt zoals dat zou moeten. Alcoholverslaving is bijvoorbeeld een ziekte. Die mensen zouden dus als patiënten moeten worden behandeld, niet als delinquenten. Dat vergt ook inzicht van het openbaar ministerie, zodat de juiste maatregelen kunnen worden genomen om recidive echt aan te pakken.”
Hij verwijst daarbij naar artikel 42, dat het mogelijk maakt een rijbewijs levenslang in te trekken vanaf de dag van de uitspraak. “Voor recidivisten moeten er echte consequenties zijn.” Volgens hem ligt het probleem echter ook bij de lange doorlooptijden. “Als je drie jaar of zelfs langer moet wachten op een uitspraak, verliest de straf elke impact.”
Voor Bruno Gysels gaat het om meer dan alleen sancties. “We moeten het aandurven om bij deze mensen ook hun rijvaardigheid in vraag te stellen. Tot nu toe blijken strengere straffen bovendien vaak minder streng dan ze lijken. Het intrekken van het rijbewijs van een bestuurder met een alcoholpromillage van 0,8 g/l biedt geen oplossing voor recidivisten en zware drinkers, die het echte gevaar op de weg vormen. Al ontslaat dat de andere bestuurders natuurlijk niet van hun verantwoordelijkheid.”

