De groeiende aanwezigheid van de fiets in het dagelijkse verkeer verstoort het traditionele evenwicht dat enkele jaren geleden nog op de weg heerste. In België kwamen in 2024 89 fietsers om het leven (tegenover 104 in 2022), goed voor bijna 19% van alle verkeersdoden. Fietsers lopen dus een aanzienlijk risico, en dat geldt niet alleen bij ons. Ook in de buurlanden stijgt het aantal dodelijke slachtoffers, waardoor sommige steden nieuwe maatregelen uittesten. Een daarvan is de zogenaamde “Nederlandse rotonde”.
Omgekeerde logica
De ‘Nederlandse’ rotonde, die enkele decennia geleden in Nederland werd ingevoerd, onderscheidt zich door een aantal specifieke kenmerken. In tegenstelling tot de klassieke rotonde, waar alle weggebruikers zich in dezelfde cirkelvormige ruimte begeven, berust het Nederlandse model op een duidelijke fysieke scheiding van de verkeersstromen. De centrale rijbaan is voorbehouden aan gemotoriseerd verkeer, terwijl een afzonderlijk fietspad de rotonde omringt. Die ‘ring’ is doorgaans tweerichtingsverkeer en duidelijk herkenbaar dankzij een specifieke markering.
Concreet betekent dit dat automobilisten bij het naderen van de rotonde niet meteen de centrale ring oprijden. Eerst kruisen ze een voetpad en daarna een fietspad aan de buitenrand. Op beide punten moeten ze voorrang verlenen voordat ze de rotonde kunnen oprijden. Zodra het voertuig zich op de centrale rijbaan bevindt, geldt opnieuw dezelfde regel als bij een klassieke rotonde: verkeer dat al op de rotonde rijdt, heeft voorrang.
Er is echter nog een ander verschil wanneer men de rotonde verlaat. Voordat de automobilist de uitgaande weg bereikt, kruist hij opnieuw het fietspad langs de rand van de rotonde en vervolgens, afhankelijk van de inrichting, een voetgangersoversteekplaats. Ook daar moet hij voorrang verlenen aan fietsers en voetgangers.
Dit schema creëert dus twee zones waar gemotoriseerd verkeer moet stoppen: één bij het oprijden van de rotonde en één bij het verlaten ervan. Het doel is duidelijk: zijdelingse conflicten vermijden wanneer een auto rechts afslaat om de rotonde te verlaten. Een situatie die voor fietsers bijzonder gevaarlijk kan zijn.
From traffic light controlled crossing to roundabout with priority for #cyclists. Cars have to stop for cyclists and pedestrians now. The Urkerweg in city @StadEmmeloord. Van een kruispunt naar een fietsvriendelijke rotonde. pic.twitter.com/6dPhtkHibr
— Dutch Urban Index (@DutchUrbanIndex) February 8, 2018
Experimenten
Het is duidelijk dat de ‘Nederlandse’ rotonde aan een opmars bezig is. Zo heeft de stad Clermont-Ferrand er een aangelegd, met opvallende resultaten: sinds de ingebruikname werd er geen enkel ongeval geregistreerd. Ook in Rennes en Bures-sur-Yvette zijn ze inmiddels te vinden, en ook daar blijken ze goed te werken.
Het enige minpunt is de kostprijs van zo’n infrastructuur. De aanleg is complexer en de prijs ligt doorgaans tussen 280.000 en 600.000 euro. Voor een doorsnee gemeente is dat uiteraard geen klein bier.
Voor zover bekend telt België nog geen rotonde volgens het “Nederlandse model”. In Brussel werd het Montgomeryplein wel heringericht om meer ruimte te geven aan fietsers, maar dat gebeurde met vrij voorlopige middelen: een rijstrook voor auto’s werd geschrapt en naar de buitenkant van de rotonde verplaatst, zodat er binnenin plaats vrijkwam voor fietsers.
Stedenbouwkundige keuze
De aanleg van ‘Nederlandse rotondes’ vraagt bovendien meer dan een eenvoudige aanpassing. Vaak is een volledige herinrichting van de openbare ruimte nodig. Dit type infrastructuur neemt meer plaats in dan een klassieke rotonde, wat de toepassing ervan in sommige omgevingen bemoeilijkt.
In Frankrijk heeft de integratie van een dergelijke rotonde er bijvoorbeeld toe geleid dat parkeerplaatsen moesten verdwijnen. Het valt dus nog af te wachten hoe de Belgische autoriteiten met dit nieuwe fenomeen zullen omgaan.

