Lancia wil de Gamma opnieuw tot leven wekken. Die naam verwijst naar een grote berline die tussen 1976 en 1984 gebouwd werd. Hij werd getekend door Pininfarina en moest het Italiaanse topsegment belichamen tegenover de Duitse concurrentie. De ambitie was groot, het resultaat veel minder. Een weinig overtuigende motor, een fragiele betrouwbaarheid en een vroegtijdig einde van zijn carrière: in acht jaar tijd werden amper iets meer dan 15.000 exemplaren verkocht. De Gamma was nooit een pijler van de Lancia-legende. De comeback roept dus twee vragen op. Niet alleen wordt de naam nu geplakt op een elektrische SUV die niets meer te maken heeft met het oorspronkelijke model, hij verwijst zelfs niet naar het echte gouden tijdperk van het merk.
Je mag niet vergeten dat Lancia zijn reputatie niet opbouwde met comfort en luxe, maar met techniek en autosport. De Stratos, de 037, de Delta S4 en later de Integrale zorgden voor een uniek palmares in de rallysport. Het merk experimenteerde met gewaagde architecturen, ontwikkelde nieuwe oplossingen en durfde een eigen karakter te tonen. Fiat nam al in 1969 een belang in het merk en liet die geest nog twee decennia leven, tot de identiteit in de jaren negentig langzaam verwaterde in een meer statusgerichte positionering zonder echte passie.
De nieuwe Gamma betekent dus opnieuw een breuk. Niet omdat hij elektrisch is – daar gaat het hier niet om – maar omdat hij past in een logica van recyclage die opnieuw, en nogal onhandig, een sterke naam, een modieuze koetswerkvorm en een gedeelde technische basis combineert. Hetzelfde recept zagen we al elders. Ford bracht de Capri opnieuw op de markt als elektrische SUV. Het resultaat: een commercieel fiasco. De fabriek in Keulen moest zelfs terugschakelen naar één enkele shift en ongeveer 1.000 banen schrappen. Officieel krijgt uiteraard de conjunctuur de schuld. Maar niet het product.
Gebrek aan zelfkritiek
Dat gebrek aan zelfkritiek is intussen een gemeenschappelijk kenmerk van grote autogroepen. Men lanceert opnieuw, herpositioneert, belooft een stap hogerop in het gamma. En wanneer de volumes uitblijven, wijst men naar de markt. DS is een ander voorbeeld. Het merk werd voorgesteld als de Franse rivaal van Audi en BMW, maar heeft nooit echt zijn plaats gevonden. In 2024 verkocht het wereldwijd amper 40.000 auto’s. In 2025 daalden de Europese verkopen opnieuw met ongeveer 23%. De naam DS verwees ooit naar een monument van innovatie, maar zoals bekend hebben de huidige modellen dat niveau nooit gehaald.
A new Chapter for Lancia at Melfi.
— Lancia (@lancia_official) November 5, 2024
In 2026, the new #LanciaGamma will begin production at Stellantis’s historic Melfi plant. Designed in Italy on the STLA Medium platform, Gamma will embody Lancia’s commitment to quality, defining premium, and sustainable mobility for the future. pic.twitter.com/bABMLQ9aR8
Lancia verdient ongetwijfeld beter dan deze gemakkelijke oplossing. Een historisch embleem nemen en het op een generieke SUV plakken, herstelt geen geloofwaardigheid. Het voedt alleen de illusie van een glorieus verleden terwijl het dat verleden tegelijk verder uitholt.
Antonio Filosa moet in mei 2026 een herstructureringsplan voorstellen. De vraag is dus eenvoudig: heeft hij de moed om de merken van de Stellantis-groep opnieuw een duidelijke ruggengraat te geven, desnoods door sommige in slaapstand te zetten? Zo doorgaan betekent dat industriële erfenissen veranderen in lege hulzen.

