De auto met range extender staat opnieuw in de belangstelling. Vooral in China is deze technologie erg populair en de verkoop blijft er stijgen. Het gaat om meerdere miljoenen exemplaren die de voorbije drie jaar verkocht werden. Deze modellen zijn dus allesbehalve een niche in termen van marktaandeel.
Constructeurs zoals Li Auto, Xpeng of Zeekr hebben een groot deel van hun succes zelfs gebouwd op deze architectuur: een 100% elektrische aandrijving, gevoed door een batterij met gemiddelde capaciteit, maar ondersteund door een benzinemotor die alleen elektriciteit opwekt wanneer de batterij leeg is. In deze configuratie kan de verbrandingsmotor de wielen niet rechtstreeks aandrijven zoals bij een plug-inhybride, maar fungeert hij uitsluitend als generator.
Het succes van EREV-modellen in China komt vooral doordat ze de rijbereikangst wegnemen en tegelijk de flexibiliteit van een tankbeurt behouden. Dat stelt bestuurders gerust die nog twijfelen over volledig elektrische auto’s. Auto’s met range extender worden bovendien gezien als betaalbaarder en profiteren van een gunstiger wettelijk kader.
De grootste automarkt ter wereld beïnvloedt uiteraard ook andere regio’s. En we zien dat Europese constructeurs niet langer onverschillig blijven. Verschillende groepen onderzoeken deze piste nu ook voor Europa, met een potentieel dat op 5 tot 10% van de Europese markt wordt geschat in de komende vijf tot tien jaar. Dat is geen enorm volume, maar wel genoeg om productstrategieën te beïnvloeden.
Volkswagen in de val
Europeanen stonden lange tijd sceptisch tegenover de range extender. Sommigen maakten er zelfs openlijk grapjes over, vooral wanneer het over Chinese modellen ging. Nog niet zo lang geleden bekritiseerde Stephan Wöllenstein, toen CEO van Volkswagen China, de range extender (EREV) publiekelijk en noemde hij hem zelfs niet ecologisch. Ook zijn directeur R&D deed er nog een schep bovenop door deze oplossing te bestempelen als “een verouderde technologie met beperkt potentieel”.
Begin maart veranderde Volkswagen echter van koers en startte het met de productie van een benzinemotor die als generator moet dienen voor de toekomstige Chinese elektrische SUV met range extender, de ID. Era 9X.
Dat detail ontging Li Auto, een van de grootste producenten van EREV-modellen, uiteraard niet. Op sociale media maakte een leidinggevende zich vrolijk over deze Duitse ommezwaai en feliciteerde hij Volkswagen sarcastisch met de industrialisering van een “verouderde” technologie. De sfeer was meteen gezet. Maar het toont vooral één ding: technische keuzes worden minder door overtuiging bepaald dan door de echte vraag van de markt.
Oud systeem?
Technisch gezien is het principe van de EREV helemaal niet nieuw. De Chevrolet Volt en Opel Ampera gebruikten deze technologie al, net als de BMW i3 REX (Range Extender) en de Fisker Karma, bijna vijftien jaar geleden.
Maar waar zit dan het economische voordeel van deze formule? Dat zou vooral te maken hebben met de kleinere batterij, doorgaans tussen 30 en 50 kWh, veel minder dan de 100 kWh van sommige elektrische SUV’s. Volgens verschillende analyses zou die configuratie de productiekosten met ongeveer 6.000 dollar per auto kunnen verlagen. Dat is natuurlijk een aanzienlijk bedrag, maar op een model van 50.000 euro is het niet gigantisch.
Constructeurs wijzen ook op verbeterde verbrandingsmotoren die een rendement van ongeveer 50% zouden halen. Dat klinkt goed, maar vergeleken met een moderne viercilinder betekent dat slechts een verbetering van een tiental procent. Mooi meegenomen, maar onvoldoende om de energiebalans echt te veranderen. En al helemaal niet om te concurreren met het rendement van een 100% elektrische auto, dat tussen 90 en 95% ligt.
Vermomde hybride?
De fundamentele vraag blijft dus: is de EREV een echte technologische vooruitgang of gewoon een ‘marketingherdefinitie’ van de plug-inhybride? In de praktijk blijft de auto immers uitgerust met een benzinemotor, een brandstoftank, een uitlaatsysteem en het bijhorende onderhoud. Zodra de batterij leeg is, verbruikt hij brandstof en stoot hij CO₂ en fijnstof uit.
De ervaring met plug-inhybrides in Europa nodigt bovendien uit tot voorzichtigheid: veel bestuurders laden ze nauwelijks op. Niets garandeert dat het gedrag van gebruikers anders zal zijn met een range extender, zeker als publiek laden omslachtig blijft.
Laat er geen misverstand over bestaan: bij Gocar houden we van verbrandingsmotoren. Maar we houden ook van logica en technologische relevantie. En eerlijk gezegd lijkt het ons weinig zinvol om een verbrandingsmotor te gebruiken om een batterij op te laden. Zeker omdat liefhebbers van mechanische puurheid nooit het karakter van een zescilinder – of zelfs een goed ontwikkelde viercilinder – zullen terugvinden in een generator die op een constant toerental draait.

