Opel stopt nog dit jaar met productie van topmodel Insignia 

Nog voor het einde van dit jaar stopt autobouwer Opel met de productie van zijn topmodel Insignia. Dat hebben woordvoerders van de Duitse constructeur, inmiddels onderdeel van de autogroep Stellantis, bevestigd. De Insignia is een van de weinige modellen van Opel waar de klant geen optie op een elektrische aandrijving heeft. Er wordt gewerkt aan een opvolger die deze mogelijkheid wel biedt.

“Door de voorschriften rond de uitstoot van broeikasgassen en de focus op de verdere ontwikkeling van drie modellen die op alternatieve energiebronnen zijn gebaseerd, zal de productie van het model Insignia in het hoofdkwartier van Opel in Rüsselsheim worden stopgezet”, bevestigt de woordvoerder.

In Rüsselsheim zou de productie zich in de toekomst toespitsen op de productie van de modellen Astra, Astra Sports Tourer en de DS4 van het Franse zustermerk DS Automobiles.

Toekomstig elektrisch vlaggenschip

Analisten wijzen erop dat Opel inmiddels werkt aan een nieuw model dat geschikt zou zijn voor het marktsegment dat nu door de Insignia wordt bediend, maar waarbij ook een elektrische aandrijving zal worden aangeboden.

“Opel wil over zes jaar een puur elektrisch merk zijn geworden en bereidt zich voor op de lancering van verschillende ultramoderne elektrische modellen”, merkt de woordvoerder op. “In dat aanbod zal ook een toekomstig elektrisch vlaggenschip zijn begrepen.”

Daarbij maakt de woordvoerder meteen duidelijk dat de bezettingsgraad in de fabriek van Rüsselsheim, waar momenteel ongeveer tweeduizend mensen werken, onder de uitfasering van het huidige topmodel niet zal lijden.

Door het verdwijnen van de Insignia zal de organisatie van de fabriek immers minder complex worden, waardoor de productie van de Astra, een populaire compacte familiewagen, nog beter kan worden ondersteund.

Daarbij wijst de woordvoerder er ook op dat de Insignia wordt gebouwd op een platform dat geen mogelijkheid voor een elektrificatie biedt. De Insignia is in Rüsselsheim bovendien het enige model dat nog altijd beroep doet op de technische basis van de Amerikaanse autobouwer General Motors (GM), het vroegere moederbedrijf van Opel.

Vijf jaar geleden werd Opel door het Amerikaanse concern aan de Franse constructeur PSA Group (Peugeot-Citroën) verkocht. Vorig jaar fuseerde PSA Group vervolgens met het Amerikaans-Italiaanse Fiat Chrysler Automobiles (FCA) tot het nieuwe conglomeraat Stellantis. Na een jarenlange periode met verliezen bij General Motors, is Opel inmiddels weer winstgevend geworden.

Tanende populariteit

Opel introduceerde de Insignia, een vertegenwoordiger van de grotere middenklasse, veertien jaar geleden als opvolger van de Vectra en de Signum. De huidige generatie van het model werd vijf jaar geleden gelanceerd. De architectuur die General Motors voor de Insignia had gebouwd, was echter niet voor elektrificatie geschikt.

Samen met de Crossland vertegenwoordigt de Insignia bij Opel de laatste modellen die geen elektrische versie kunnen aanbieden. Tot de opvolger van de Insignia over twee tot drie jaar op de markt kan worden verwacht, wordt de Grandland – een hybride met elektrische vierwielaandrijving – het topmodel van het Duitse merk.

In Rüsselsheim werden vorig jaar nog ongeveer 20.000 exemplaren van de Insignia geproduceerd. Aangezien de huidige generatie het einde van zijn levenscyclus – die gewoonlijk zeven jaar overspant –  nadert, moet Opel met een verdere daling van de vraag naar de Insignia rekening houden.

Analisten merken verder op dat het marktsegment waarin de Insignia zich beweegt, in vele regio’s al geruime tijd aan populariteit inboet. Zij wijzen erop dat in deze categorie eerder ook al modellen zoals de Passat (Volkswagen), Talisman (Renault) en Mondeo (Ford) uit de showrooms werden gehaald.

Het is niet duidelijk in welke fabriek de opvolger van de Insignia zal worden gebouwd. Een concrete richtdatum voor de lancering van het nieuwe model werd evenmin gegeven.

(as)

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20