Nederlandse cowboys vallen Vlaams winkellandschap aan: wat trekt hen zo aan?

Het Mega World-verhaal liep af op een sisser. – Ruben Van Lent

Telkens opnieuw duiken er Nederlanders op in overnamedossiers rond Vlaamse winkels. Afgelopen week ook weer bij E5 Mode. Opvallend is dat die meestal niet de beste reputatie hebben als het over ondernemen gaat. ‘Ach, cowboys heb je overal, in Nederland zoeken ze alleen makkelijker de media op.’

Alvast twee Nederlanders, Lex Hes en Martijn Rozenboom, hadden interesse in een overname van E5 Mode, maar ze trokken zich terug na negatieve mediaberichten. Rozenboom dook echter ook op bij FNG. En ook Blokker werd in België overgenomen door de Nederlander Dirk Bron. Ons land is populair bij onze noorderburen. Vier redenen waarom.

1. Nederlanders zoeken altijd naar nieuwe kansen

‘Wij staan al van oudsher bekend als handelaars’, zegt de Nederlandse retailexpert Paul Moers. ‘Nederlanders zijn altijd op zoek naar kansen en komen zo ook wel eens in de buurlanden terecht.’

Gino Van Ossel, marketingprofessor aan de Vlerick Business School, bevestigt dat. ‘Als je wil uitbreiden naar het buitenland, is dat altijd makkelijker in een buurland’, zegt hij. ‘België doet dat in Luxemburg, Nederland in Vlaanderen. En dat geldt ook bij overnamekansen.’

Maar Nederlanders hebben wel een andere manier van ondernemen dan wij. ‘De Nederlandse cultuur draait iets meer om handel drijven in bedrijven dan in goederen’, zegt Van Ossel. Dat wordt duidelijk als we naar de kandidaat-overnemers van Vlaamse winkels kijken. Stuk voor stuk lijken dat mensen te zijn die in eigen land de reputatie te hebben van bedrijven in moeilijkheden op te kopen en ze dan in stukken door te verkopen. ‘Waar op zich niets mis mee is. Het geheel is vaak minder waard dan de aparte onderdelen en dus is dat niet abnormaal. Maar het moet natuurlijk wel maatschappelijk verantwoord gebeuren.’

2. Nederlandse winkellandschap zit vol

In heel wat landen staat de retailmarkt onder druk en is er geen ruimte meer om uit te breiden. Zo ook in Nederland. ‘Heel het Nederlandse landschap zit vol. Daarom zoeken bedrijven hun heil in het buitenland’; weet Moers.

Dat zien we ook met Nederlandse ketens als Albert Heijn, Jumbo en Rituals die naar ons land trekken en maar blijven uitbreiden. Jumbo wil het aantal filialen in ons land verdubbelen het komende jaar. ‘Sterker nog’, zegt Van Ossel. ‘Hema kwam naar Vlaanderen met twee kleine winkeltjes, nam een andere winkelgroep over en groeide uit tot wat het nu is.’

Is er in Vlaanderen dan zoveel meer plaats dan in Nederland? ‘Nee, zeker niet’, zegt Els Breugelmans, retailprofessor aan de KU Leuven. ‘In studies over de nabijheid van supermarkten komt Vlaanderen altijd ergens bovenaan uit. Maar dat lijkt buitenlandse ketens niet tegen te houden om zich ofwel in bestaande panden te vestigen of uit te breiden.’

3. We houden van Nederlandse producten

We gaan graag naar de Albert Heijn of de Jumbo, zo blijkt. Anders zouden de ketens niet jaar na jaar uitbreiden in ons land. Enerzijds omdat we de ietwat exotischere Nederlandse producten als drop graag kopen, maar ook omdat Nederlandse ketens erom bekend staan dat ze stevig lage prijzen hanteren.

Moers vindt dat jammer. ‘België is een rijk land, de mensen kunnen en willen voldoende uitgeven. Dat merk je ook aan de restaurants, die veel bourgondischer zijn dan die in Nederland. Die race to the bottom is dus echt niet nodig, want daar wordt geen enkel bedrijf uiteindelijk beter van.’ In zijn nieuwe boek ‘F*ck de prijs’ pleit Moers ervoor om de prijzen omhoog te halen en meer te investeren in service.

4. Relatief eenvoudig qua taal en logistiek

Het is vanuit een logistiek standpunt ook logisch dat Nederlandse bedrijven interesse tonen in ons land. ‘De taal is in Vlaanderen al dezelfde, dus de communicatie kan voortgezet worden, maar ook leveren gaat relatief makkelijk. Het is bij wijze van spreken soms verder om vanuit een magazijn in het zuiden van Nederland te leveren naar Groningen dan naar Antwerpen’, vertelt Breugelmans.

Dat zien we ook bij bedrijven als Coolblue en bol.com, die magazijnen opzetten vlak aan de Belgische grens en op die manier zowel heel België als heel Nederland kunnen beleveren.

Maar: cultuurverschillen zitten soms in de weg

Al lukt het niet altijd voor Nederlandse ondernemers om te slagen in ons land. Het verhaal van Mega World, het voormalige Blokker België, liep zo bijvoorbeeld op een sisser af. Dat is deels te wijten aan cultuurverschillen tussen België en Nederland.

Een groot verschil is de werkwijze bij een overname waar we het al eerder over hadden. ‘We moeten ze niet allemaal over dezelfde kam scheren, maar er blijkt toch een hardnekkig clubje Nederlanders te zijn dat zich met dat soort zaken bezighoudt’, klinkt het in vakbondskringen.

Moers is het daarmee eens. ‘Het zijn cowboypraktijken waar ik geen goed woord voor over heb. In Nederland gaat dat trouwens ook eindeloos mis en dan gaan die figuren hun geluk beproeven in Vlaanderen. Het is totaal de foute insteek en daar schaam ik me voor.’

Zo liet Martijn Rozenboom, die de activiteiten van het Mechelse FNG in Nederland overnam, zijn bedrijven verkommeren en betaalde hij op een bepaald moment zelfs geen lonen meer uit. Praktijken die hem op veel kritiek kwamen te staan van de vakbonden en collega-ondernemers. ‘Het is een man waar je liever geen zaken mee doet’, weet een ingewijde ons te vertellen.

Maar dat is niet per se typisch Nederlands, volgens Van Ossel. ‘Dat rauwe kapitalisme komt in Nederland iets vaker voor dan bij ons, maar ook in ons land zijn dat soort cowboys aanwezig. Nederlanders zijn alleen iets voortvarender en komen dus ook vaker in de pers’, besluit hij.