Ross Brawn: “Krachtige benzinemotoren horen tot de essentie van de Formule 1”

In de toekomst zou de Formule 1 mogelijk het gebruik van waterstof kunnen introduceren als onderdeel van de inspanningen die de sport doet om zijn duurzaamheid te verbeteren. Een overstap naar een zuiver elektrische aandrijving staat daarentegen voorlopig niet op de agenda. Dat heeft Ross Brawn, directeur motorsport bij Formula One, in een interview met de Britse omroep BBC gezegd.

De Formule 1 heeft zich geëngageerd om tegen het einde van dit decennium klimaatneutraal te worden. “Die doelstelling blijft, maar de sport heeft momenteel geen plannen om van zijn hybride krachtbronnen, die verbrandingsmotoren met een elektrische aandrijving combineert – afstand te doen”, benadrukte Ross Brawn.

“De Formule 1 wordt gekenmerkt door races van anderhalf uur met auto’s van 1.000 paardenkracht. De Formule 1 is het toppunt van de autosport. Dat kan momenteel niet zonder het gebruik van fossiele brandstoffen worden gerealiseerd. Misschien kan waterstof hier een antwoord vormen, waarbij het geluid en de emotie behouden blijven, maar waarbij een andere oplossing wordt gebruikt.”

Synthetische brandstoffen

Voorlopig concentreren de duurzame inspanningen van de Formule 1 zich op de ontwikkeling van synthetische brandstoffen die gebruik maken van koolstofdioxide die uit de lucht wordt opgevangen, landbouwafval of biomassa.

De regels van de Formule 1 vereisen al dat de racewagens gebruik moeten maken van benzine die minstens 10 procent biobrandstof bevat. Dat aandeel zal in de toekomst wellicht nog worden opgevoerd. Maar ook synthetische brandstoffen en biobrandstoffen produceren nog altijd koolstofdioxide.

Milieuactivisten beweren dan ook dat deze producten niet kunnen worden beschouwd als een langetermijnoplossing voor de strijd tegen de opwarming van de aarde.

Brawn erkende dat het vervangen van fossiele brandstoffen voor de Formule 1 een bijzonder grote uitdaging betekent. Hij merkte daarbij op dat de sport synoniem staat voor snelheid, kracht en acceleratie. Brown voerde daarbij aan te vrezen dat een elektrische aandrijving niet is staat zal zijn om dat prestatieniveau over een race van negentig minuten aan te bieden.

“We willen niet dat coureurs naar energiebesparende strategieën moeten kijken en moeten proberen om de batterij lang genoeg te laten meegaan om het einde van de race te halen of de batterij tijdens grote delen van de wedstrijd te sparen om de laatste vijf ronde op volle kracht te kunnen doorgaan”, betoogde Brawn. “Dergelijke opties zullen niet in staat zijn om de fans enthousiast te maken. Er lijkt vandaag voor de Formule 1 geen elektrische oplossing.”

Toenemende druk

Desalniettemin gaf Brown toe dat de Formule 1 onder toenemende druk staat van coureurs, teams, fabrikanten en fans om zijn ecologische inspanningen te verbeteren. “We kunnen geen sport hebben die als een dinosaurus wordt bestempeld en uit de pas loopt”, erkende hij. “Daar zullen we altijd rekening mee houden.”

De Formule 1 schat dat slechts 0,7 procent van zijn uitstoot van de racewagens zelf afkomstig is. Nagenoeg de helft van de emissies van de activiteiten is gelinkt aan de logistieke operaties die moeten worden opgezet om materiaal en personeel naar de verschillende races te brengen.

Dit seizoen staan op de kalender van de Formule 1 een recordaantal van drieëntwintig races. “Het is echter uitgesloten dat er minder wedstrijden zouden worden georganiseerd om de uitstoot te verminderen”, gaf hij echter aan. “Een dergelijke ingreep zou zware financiële gevolgen hebben.”

“Uiteindelijk is de Formule 1 een zakelijke onderneming. We moeten inkomsten genereren om de evenementen te kunnen blijven organseren. Hoe meer races we op de kalender kunnen zetten, hoe meer winsten er kunnen worden gegenereerd. Dat is duidelijk.”

(evb)

Lees ook: F1-kenner Bas Leinders: “Formule 1 volledig elektrisch? Dat is niet voor meteen”

Meer
Lees meer...
Markten