Key takeaways
- Elektrische voertuigen vormen een groter risico op aanrijdingen voor voetgangers en fietsers vanwege hun stille motoren.
- Door inconsistente normen van fabrikanten zijn de huidige kunstmatige geluidswaarschuwingen onvoldoende voor de veiligheid.
- Regelgevende instanties moeten geluidsfrequenties en -volumes standaardiseren om visueel gehandicapte burgers te beschermen.
Elektrische voertuigen (EV’s) zijn relatief vaak betrokken bij aanrijdingen met kwetsbare weggebruikers. Uit gegevens blijkt dat bij 42 procent van de ongevallen met EV’s voetgangers of fietsers betrokken zijn, een aanzienlijke stijging ten opzichte van de 27 procent die voor alle voertuigtypes geldt.
Stille motoren
Omdat elektromotoren bij lage snelheden vrijwel geruisloos zijn, zijn ze moeilijker te lokaliseren en waar te nemen dan traditionele verbrandingsmotoren. Hoewel de Europese wetgeving voorschrijft dat het Acoustic Vehicle Alerting System (AVAS) kunstmatig geluid moet genereren om dit te compenseren, suggereert een recent onderzoek van het Instituut Vias dat die maatregelen vaak ontoereikend zijn.
Inconsistentie in normen van fabrikanten
Het onderzoek wijst op een gebrek aan consistentie tussen fabrikanten. Tijdens testritten op het circuit met verschillende manoeuvres bleek dat verbrandingsmotoren bij 10 km/u een constant geluidsniveau van ongeveer 55 dB behouden, terwijl de geluidsniveaus van elektrische voertuigen sterk variëren.
Aangezien fabrikanten aanzienlijke speelruimte hebben bij het ontwerpen van het type en het volume van hun AVAS – zolang ze maar aan de minimumvereisten voldoen – is de effectiviteit van die waarschuwingen inconsistent.
Testen van auditieve waarneembaarheid
In het onderzoek werd ook gebruikgemaakt van audiotests met 70 deelnemers, waarvan de helft slechtziend was, om te bepalen hoe goed verschillende voertuigen te horen waren bij wisselende niveaus van achtergrondgeluid.
Uit de bevindingen bleek dat bij 10 km/u zowel elektrische als hybride auto’s minder goed waarneembaar waren dan traditionele voertuigen. Interessant genoeg waren hybride modellen bij 20 km/u het moeilijkst te horen: 18 procent bleef onopgemerkt, vergeleken met 11 procent voor auto’s met verbrandingsmotor en 7 procent voor elektrische voertuigen.
Risico’s in stedelijke omgevingen
De resultaten wijzen erop dat in stedelijke omgevingen met veel omgevingslawaai veel voertuigen onopgemerkt blijven totdat het te laat is, wat gevaarlijke situaties oplevert voor mensen die de straat oversteken.
Dit gebrek aan auditieve waarschuwing is een belangrijke bron van angst voor blinden en slechtzienden, die afhankelijk zijn van geluid om zich veilig te kunnen verplaatsen.
Voorgestelde wijzigingen in regelgeving
Daarom pleit Vias voor een herziening van de huidige normen. Het instituut beveelt aan om de minimale geluidsdrempel te verhogen en het geluid voor alle merken te standaardiseren, zodat voetgangers het specifieke geluid van een elektrisch voertuig onmiddellijk kunnen herkennen. Door te focussen op effectievere geluidsfrequenties kan de veiligheid worden verbeterd zonder de algehele geluidsoverlast aanzienlijk te vergroten.
Pleidooi voor inclusieve mobiliteit
Dit streven naar inclusieve mobiliteit wordt gesteund door de Ligue Braille, die stelt dat de huidige stilte van EV’s de zelfstandigheid en veiligheid van visueel gehandicapte burgers beperkt.
Ook de federale minister van Mobiliteit, Jean-Luc Crucke (Les Engagés), heeft verklaard dat de overstap naar schonere energie weliswaar van cruciaal belang is, maar dat dit niet ten koste mag gaan van de veiligheid. Hij steunt het idee om de regelgeving aan te passen ter bescherming van kwetsbare weggebruikers en benadrukt dat een succesvolle ecologische transitie inclusief en flexibel moet zijn.
(at)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

