Pandemie of handelsoorlog, niets houdt pletwals China tegen op wereldwijde exportmarkten

De Lianyungang-haven in China. – AP

De wereldeconomie wordt almaar afhankelijker van producten uit China. De Chinees-Amerikaanse handelsoorlog leidde niet tot een daling van de export vanuit China, en ook de coronapandemie lijkt de Chinese draak niet tegen te houden.

De coronapandemie verstoorde de globale toeleveringsketens. Het werd soms pijnlijk duidelijk hoe afhankelijk onze industrieën zijn van de Chinese export. Landen en bedrijven ondernamen stappen om die afhankelijkheid af te bouwen. Eerder moest de handelsoorlog van de VS met zijn economische rivaal de vleugels van de Chinese draak op de exportmarkt kortwieken.

Maar uit een onderzoek van de Nikkei Asian Review, de grootste financiële krant ter wereld, blijkt nu dat het aandeel van China in de wereldwijde export alleen maar aan het stijgen is. Nikkei analyseerde 3.800 producten en ontdekte dat er vorig jaar 320 producten waren, waarin China een aandeel van meer dan 50 procent had op de exportmarkten.

Ter vergelijking: in 2001, toen China toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie, waren dat er slechts 61. Tussen 1979 en 2017 werd de totale wereldhandel ongeveer 13 keer groter. De Chinese export werd in dezelfde periode meer dan 200 keer groter.

Handelsoorlog met VS

Vanaf 2016 is er een duidelijk waarneembaar effect van Trumps aantreden en het uitbreken van de handelsoorlog. Het exportbelang van China stagneert. Maar sinds 2019 stijgt het aantal exportproducten opnieuw waarin China een groot marktaandeel heeft. Intussen overschrijdt dat zelfs het niveau van voordat de Chinees-Amerikaanse handelsoorlog uitbrak.

Het is opvallend dat zelfs de Chinese export van techproducten nog steeds aan het stijgen is. Telecomgigant Huawei, Chipbakker SMIC, binnenkort waarschijnlijk Tencent en Ant Group, de Amerikaanse zwarte lijst blijft maar uitbreiden. Maar ondanks de strenge Amerikaanse exportbeperkingen blijven de Chinese bedrijven de internationale markten domineren.

Lockdown-effect

‘China heeft duidelijk nog handelspartners die wel bereid zijn om Chinese technologische producten te importeren’, zeggen analisten van ING daarover in het Financieele Dagblad.

Door de lockdowns wereldwijd is er namelijk een stijgende vraag naar allerlei elektronicaproducten, sportartikelen, huishoudelijke items en medische producten zoals mondkapjes. Allemaal zaken die in China geproduceerd worden.

Op die manier wakkert de pandemie de Chinese export aan. Omdat Peking de pandemie onder controle had op een moment dat andere landen hun economie dichtgooiden, is China al sinds april goed voor meer dan een vijfde van de totale exportwaarde van alle OESO-landen + China. Nooit eerder voerde China zoveel uit, in verhouding met de export van de rijkelandenclub.

Historisch vrijhandelsakkoord

Die steeds groter worden afhankelijkheid van China houdt een risico in voor de importerende landen. De hele mondmaskersaga in ons land is een rechtstreeks gevolg van het feit dat Chinese producten minder beschikbaar waren door de enorme vraag wereldwijd. Japan is al begonnen met zijn bedrijven te belonen als ze hun productie verplaatsen van China naar het thuisland.

De RCEP, een belangrijk vrijhandelsakkoord tussen 15 landen in Azië en Oceanië, zal de Chinese exporthegemonie waarschijnlijk nog versterken. De facto creëert het akkoord – dat nog maar drie weken geleden ondertekend werd – een vrijhandelszone in Azië. Volgens een studie van het Peterson Institute for International Economics zal de globale export met zo’n 500 miljard toenemen door RCEP. Maar liefst de helft van die surplus zal uit China komen. Bovendien zal China op die manier nog marktaandeel afsnoepen van India, de grootste economische rivaal in Azië. New Delhi maakt namelijk geen deel uit van het akkoord.

Relatie met Europa

De Chinese toeleveringsketen is incontournable geworden. De Europese Unie is sinds corona ook de belangrijkste exportmarkt van China geworden. Dat houdt risico’s in. Europese jobs in de maakindustrie gaan oostwaarts, terwijl het Europees wereldleiderschap in de tech- of kenniseconomie nog veraf is. Bovendien staat de handelsstrategie van China ten dienste van het langetermijnplan om dé onbetwistbare economische en militaire supermacht te worden tegen 2050.

Maar het is ook een afhankelijkheidsrelatie die in twee richtingen werkt. China heeft de export naar Europa ook nodig, dus zullen beide grootmachten met elkaar moeten concurreren én samenwerken. Om samen te werken moet de EU en haar lidstaten dringend duidelijke rode lijnen en maatstaven formuleren, én handhaven. Om te concurreren met de Chinese schaal moet Europa dringend investeren in innovatie, en de samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven stroomlijnen.