Britse studie: “Ongelijkheid tast de levenstevredenheid bevolking aan”

Rijke landen die de ongelijkheid hoogtij laten vieren, maken hun burgers ongelukkig. Dat blijkt uit een studie van wetenschappers van de University of Leicester, gebaseerd op een onderzoek in 78 landen over een periode van vier decennia.

“Tot nu toe werd in het algemeen aangenomen dat ongelijkheid op de levenstevredenheid geen enkele noemenswaardige impact had”, merkt onderzoeksleider David Bartram, professor sociologie aan de University of Leicester, op. “Onze nieuwe studie toont echter aan dat die veronderstelling geen enkele basis heeft.”

Achtergesteld

“Wanneer de ongelijkheid toeneemt worden immers ook vele hogere inkomens met een verlies van levenstevredenheid tonen, want zij spiegelen zich vaak aan de categorie die nog meer heeft, waardoor ze het gevoel hebben nog altijd achtergesteld te zijn”, verduidelijkt hij.

“Personen die daarentegen met een laag inkomen moeten rondkomen, lopen door de toenemende ongelijkheid anderzijds nog verder achterop. Deze groep voelt zich buitengesloten en gefrustreerd omdat ze zelfs de bevolkingsklasse met een gemiddeld inkomen niet kunnen bijbenen.”

Bartram verwijst daarbij onder meer naar het Verenigd Koninkrijk. “Het land leefde in het begin van de jaren tachtig van de voorbije eeuw in de greep van een economische recessie”, betoogt de wetenschappers.

“Er werd toen een levenstevredenheid van 77 procent opgetekend. Tijdens de daaropvolgende economische hoogconjunctuur groeide echter ook de ongelijkheid, waardoor de levenstevredenheid tegen het einde van de voorbije eeuw tot 74 procent was gedaald.”

“Toen daarop maatregelen werden genomen om de ongelijkheid te verminderen, begon de levenstevredenheid zich langzaam opnieuw te herstellen. Vier jaar geleden kon opnieuw een levenstevredenheid van 78 procent worden gemeld.”

Les voor beleidsmakers

“De Britse gegevens vinden echter een weerspiegeling in de rest van de wereld”, beklemtoonde Bartram nog. “In de rijke landen heeft een toegenomen ongelijkheid een aanzienlijk negatief effect gehad op de levenstevredenheid. In de meeste rijke landen is de ongelijkheid de voorbije decennia verder toegenomen.”

“Het negatieve verband tussen een hogere ongelijkheid en een lagere levenstevredenheid kan overal worden teruggevonden. Elk land dat daarbij van de laagste naar de hoogste ongelijkheid evolueerde, diende op het gebied van levenstevredenheid een verlies van ongeveer 4 procent te registreren.”

In India werd in het begin van de jaren negentig van de voorbije eeuw een levenstevredenheid van 67 procent opgetekend. Naarmate de ongelijkheid toenam, was dat cijfer een decennium later al tot 58 procent gedaald.

Tien jaar geleden lag de Indiase levenstevredenheid – ondanks de langdurige economische hoogconjunctuur – nog altijd onder het niveau van twee decennia voordien.

“Ook de Verenigde Staten en Australië vertoonden een uitgesproken daling van de levenstevredenheid”, wierp Bartram nog op. “Landen waar de ongelijkheid was gedaald – zoals zoals Polen, Peru, Mexico en Oekraïne – toonden in het algemeen daarentegen een verhoogd geluksniveau.”

“Dit is voor de beleidsmakers een belangrijke les”, voert Bartram aan. “Ongelijkheid doet er wel degelijk toe. Ongelijkheid is schadelijk voor de levenstevredenheid van de bevolking. Er moeten dus inspanningen worden gedaan om een grotere gelijkheid te creëren.”

(lb)

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20