Alternatief voor centenindex van vakbonden en werkgeversorganisaties schiet tekort


Key takeaways

  • Werkgeversorganisaties en vakbonden vroegen vorige week samen aan de federale overheid om de centenindex van tafel te vegen.
  • Ze stelden een alternatief plan voor, dat volgens hen evenveel zou opleveren voor de staatskas.
  • Het Planbureau en de RSZ spreken dat nu tegen. Het alternatief van de Groep van Tien levert zo’n 352 miljoen euro minder op.

Vorige week legden werkgeversorganisaties en de vakbonden samen een voorstel op tafel dat een alternatief moest bieden voor de centenindex. Ze kregen daarbij gehoor van onder andere Cd&v.
De regeringspartijen beloofden het voorstel concreet te overwegen, indien het voor gelijkaardige opbrengsten zou kunnen zorgen. Het Planbureau en de RSZ berekenden doorheen het weekend de opbrengst van de voorgestelde maatregelen. Dat leverde een rapport op dat stelde dat het plan van de sociale partners zo’n 352 miljoen minder oplevert dan nodig.

Centenindex

De centenindex werd vorig jaar door de regering-De Wever doorgevoerd. Het is een (gedeeltelijke) indexsprong voor werknemers die meer dan 4.000 euro bruto per maand verdienen. Medewerkers met een hoger loon voelen de impact dus rechtstreeks in hun loonbrief. Werkgevers moeten dan ongeveer de helft van het geld dat ze zo uitsparen, weer doorstorten aan de overheid via de loonmatigingsbijdrage. Die indexsprong zal twee keer plaatsvinden: in 2026 en 2028. Een berekening van het Planbureau schatte dat de centenindex tegen 2030 1,2 miljard euro zal opbrengen voor de staatskas.

Het voorstel

De unieke samenwerking van de Groep van Tien, het hoogste overleg tussen werkgeversorganisaties en vakbonden, bewijst de afkeer die zowel werkgevers als -nemers hebben van die indexsprong. De sociale partners willen dat de centenindex en loonmatigingsbijdrage volledig van tafel worden geveegd.

In de plaats daarvan willen ze de energieprijzen met vertraging doorvoeren in de berekening van de index. Meestal hebben gezinnen een jaarcontract met vast tarief en heeft de snelle stijging in energieprijs dus geen onmiddellijk effect op de inflatie. De energieprijzen met vertraging meenemen in de berekening van de inflatie zorgt er dus voor dat er minder snel geïndexeerd moet worden. Vanaf april 2026 zou een twaalfmaandelijks voortschrijdend gemiddelde gebruikt kunnen worden voor de energieprijzen in de index.

Bovendien zou ook een loonindexering voor extra inkomsten zorgen, omdat zij wiens loon mee-indexeert ook meer belastingen zouden betalen. Die twee zaken samen zouden volgens de sociale partners evenveel overheidsinkomsten genereren als de loonmatigingsbijdrage.

Reality Check

De rapporten van het Planbureau en de RSZ ontkrachten die claim nu echter. In 2029 zal het voorstel van de Groep van Tien zorgen voor een tekort van 352 miljoen euro tegenover de geplande centenindex; in 2030 gaat het om 158 miljoen euro.

Vicepremier en minister van Economie, David Clarinval (MR), was dit weekend in het Nieuwsblad nochtans enthousiast over het voorstel. Hij moedigde de overeenkomst tussen sociale partners aan, maar ook hij gaf al aan eerst de berekeningen van het planbureau af te wachten alvorens het voorstel in de begrotingsgesprekken in overweging te nemen. Die begrotingsgesprekken, die deze week van start gegaan zijn, zullen zich dus niet meer buigen over het alternatief. In juni en juli zullen de eerste werknemers de aftopping op 4.000 euro bruto voelen op hun loonbrief.

Volg Business AM ook op Google Nieuws

Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.