Zaken doen buiten het Westen wordt meer en meer een heikele zaak

Zaken doen buiten het Westen wordt meer en meer een heikele zaak
Software van Huawei herkent gezichten van Oeigoeren (Isopix)

Volgens Larry Fink, ceo van ’s werelds grootste vermogensbeheerder, Blackrock, luidt de oorlog in Oekraïne en daaropvolgende sancties “het einde van de globalisering” in. Zaken doen buiten het Westen – en landen die als westerse bondgenoten bekend staan – was echter buiten de huidige context van grote internationale spanningen en sancties al moeilijker aan het worden voor ondernemingen van hier. Dan spreken we niet enkel over Rusland, maar ook zeker ook over China.

Zo kwam de Europese Commissie de dag voor Poetin zijn oorlog startte met haar langverwachte voorstel voor een EU-richtlijn die aan bedrijven oplegt om er voor te zorgen dat er in hun toeleveringsketens geen mensenrechtenschendingen of schadelijke acties voor het milieu voorkomen. Dit op straffe van boetes – te bepalen en op te leggen door de lidstaten – alsook burgerrechtelijke aansprakelijkheid van bestuurders, al is op dit moment wel voorzien dat zij hieraan ontsnappen als ondernemingen zich contractueel hebben ingedekt en ook maatregelen hebben genomen om de naleving te controleren van de overeengekomen waarborgen met toeleveranciers. 

Een verbod op de import van goederen die geproduceerd zijn op basis van dwangarbeid werd nog niet voorzien, hoewel het Europees Parlement, dat hierover nog een zeg krijgt, dit had gevraagd. De Commissie wil dit in de komende jaren wel voorstellen, maar focust zich nu eerst op deze nieuwe verplichtingen, die voornamelijk echt grote bedrijven – met meer dan 500 werknemers en een wereldwijde netto-omzet van 150 miljoen euro – zullen bezwaren.

Ook bedrijven met 250 tot 500 werknemers en een jaaromzet van meer dan 40 miljoen euro die actief zijn in sectoren met een hoog risico zullen aan de nieuwe «due diligence»-regels moeten voldoen, zij het op een vereenvoudigde manier en slechts drie jaar nadat de EU-landen de richtlijn van de Commissie in hun eigen nationale wetgeving hebben omgezet. Verwacht wordt dat de EU sectoren als textiel, voeding, mijnbouw, de metaalsector, de sector van de bouwmaterialen en de chemische sector als sectoren met een hoog risico zal aanmerken.

Ook in België is nieuwe regelgeving op komst

Ook Belgische Parlementsleden hebben een dergelijke due diligence-wetgeving voorgesteld «houdende de instelling van een zorg- en verantwoordingsplicht voor de ondernemingen, over hun hele waardeketen heen», op nationaal niveau dan.

Dit voorstel komt van de linkerzijde, maar in februari 2021 schreven 60 Belgische bedrijven een opiniestuk ter ondersteuning van zo’n verplichting. Daarbij verwezen ze naar «de ramp met de textielfabriek van Rana Plaza in een buitenwijk van de Bengaalse hoofdstad Dhaka», waarbij 1.132 kledingarbeid(st)ers omkwamen bij de instorting van een fabriekscomplex. Specifiek betreurden zij daarbij «dat slechts 37 procent van de bedrijven aan ketenzorg doet», althans volgens een studie door de Europese Commissie. 

Ondernemersfederatie VBO-FEB stelt zich in dit verband constructief op. Het pleit voor een “genuanceerde, pragmatische houding” en schoof een aantal beginselen naar voren geschoven waaraan moet worden voldaan om dergelijke wetgeving performant te maken, waaronder proportionaliteit, het vermijden van rechtsonzekerheid en versnippering, het kiezen voor een sectorale aanpak, te vertrekken vanuit een inspanningsverbintenis en niet vanuit een resultaatsverbintenis, alsook vermijden dat bedrijven aansprakelijk worden gesteld voor zaken waarop zij geen invloed hebben.

Het stelt daarbij dat zo’n «benadering dus [afwijkt] van het wetsontwerp ingediend door PS en Vooruit, dat zich toespitst op de verantwoordelijkheid en de aanklachten.» 

Dat oneerlijke concurrentie door louche bedrijven die niet te beroerd zijn om met dwangarbeid te werken hard moet worden bestreden, is evident. Maar dat een performante wetgeving terzake best in nauwe samenspraak met de ondernemingswereld wordt uitgetekend, evenzeer. Het laatste dat gerespecteerde en goedbedoelende ondernemingen willen is dat er een productiefaciliteit in het nieuws komt door een geval van dwangarbeid. Het mag niet verwonderen dat velen onder hen dus zelf vragende partij zijn voor een regelgevend kader, maar dat moet dan wel goed vormgegeven worden. 

De Volksrepubliek China in het vizier

Het valt nog te zien hoe scherp de nieuwe Europese en Belgische regels uiteindelijk zullen worden, maar in elk geval betekenen zij een nieuwe complicatie voor ondernemingen om handel te drijven met de Volksrepubliek China, die maar al te vaak in de aandacht komt door grootschalige dwangarbeid, in het bijzonder van de in ‘heropvoedingskampen’ opgesloten Oeigoeren. 

Het zou wel eens kunnen dat dergelijke regelgeving het weer een stuk moeilijker maakt om zaken te gaan doen in China, ook al omdat heel wat industrie aanwezig is in de Chinese provincie Xinjiang, waar veel Oeigoeren wonen. Zo kwam in 2020 maar liefst 75% van alle invoer van zonnepanelen in de EU uit China en komt ongeveer 45% van de wereldvoorraad polysilicium voor zonne-energietoepassingen uit  die ene Chinese provincie, Xinjiang. De Verenigde Staten zeggen bewijzen te hebben dat er dwangarbeid plaatsvindt in de zonne-energiesector in Xinjiang, en de sector trekt blijkbaar nu wel weg uit die provincie, al gaat het maar traag en gestaag. 

Paul Wormser, vice-president technologie bij Clean Energy Associates, stelt daarover: “Als je in februari 2022 zou besluiten dat je ineens van brandschone zonne-energiebedrijven wilt kopen die niets met Xinjiang te maken hebben, dan zou je bijna geen keus hebben». Gelijkaardige Amerikaanse regels, die reeds in voege kwamen, zijn daarom blijkbaar een grote uitdaging voor de Amerikaanse zonne-energie-sector, ook al vanwege de strafheffingen van de vorige Amerikaanse President Donald Trump, nu verlengd door zijn opvolger Joe Biden. Ook voor de Belgische zonne-energie-sector, geplaagd door de afschaffing door de overheid van grootschalige subsidies, zou dit dus wel eens een belangrijke zorg kunnen worden. 

Reputatieschade en juridische aansprakelijkheid 

Als gevolg van dit soort regels moeten ondernemingen niet enkel vrezen voor reputatieschade wanneer slavenarbeid wordt ontdekt in hun productieketens, maar riskeren ze ook juridisch aansprakelijk te worden gesteld. Zeker temeer daar in de VS eind 2021 ook nieuwe strenge wetgeving in voege kwam waarbij import vanuit de provincie Xinjiang eenvoudigweg werd verboden. Zeker voor kleinere ondernemingen worden de nieuwe beperkingen en vereisten inzake handel buiten het Westen zo meer en meer heikel.  

Sommigen denken dat de westerse sancties tegen Rusland het land dichter naar China toe zal duwen, waardoor er een soort tweedeling binnen de globale economie komt. Dat is allicht overdreven. China geniet bijlange niet de graad van vertrouwen die nodig is om de wereldreservemunt aan te kunnen bieden, en het is duidelijk dat Rusland ook al niet op al te sterk China zal moeten rekenen als het op zaken als hoogwaardig medisch materiaal aankomt. 

Ten gronde mag men globalisering en handel met autoritaire landen als China of Rusland – een goede zaak, zolang er geen excessieve afhankelijkheid is voor strategische goederen, want wederzijdse afhankelijkheid helpt conflicten vermijden  – niet verwarren met tolerantie voor allerlei soorten oneerlijke handelspraktijken. Dat gaat dan van lichte inbreuken, zoals subsidies, tot zware mensenrechtenschendingen bij industriële productie, zoals dwangarbeid. Dat laatste is onaanvaardbaar en het is goed dat hier orde op zaken wordt gesteld.


De auteur Pieter Cleppe is hoofdredacteur van BrusselsReport, een webstek die zich richt op nieuws en analyse met betrekking tot EU-politiek.

Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.

07:00