‘Zaak Nokia’ bewijst enkel dat wat politici ‘waanzin’ noemen in het kapitalisme de norm is

(Foto:ROMUALD MEIGNEUX/SIPA/Isopix

De Finse techreus Nokia gaat zijn Franse activiteiten verder afslanken. De manier waarop dat gebeurt, geeft aan dat de post-covidwereld er niet veel anders zal uitzien dan degene die we kennen van vroeger.

In de zondagskrant Le Journal du Dimanche schreven twee Franse volksvertegenwoordigers en een ex-minister een opiniestuk. Daarin pleiten ze voor het behoud van de tewerkstelling in het Franse filiaal.

Nokia legde zich tot 2013 voornamelijk toe op de productie van telecomapparatuur. Toen Microsoft in 2013 de mobiele tak van het bedrijf overnam, richtte het Finse bedrijf in sterk afgeslankte vorm zijn focus op netwerkinfrastructuur, navigatiediensten en de ontwikkeling van nieuwe technologieën. In 2016 nam Nokia het Franse bedrijf Alcatel-Lucent over, waardoor het in omvang verdubbelde.

Maar in Frankrijk wil Nokia nu één op drie banen schrappen op twee verschillende sites. In totaal gaat het om 986 jobs. Die worden geherlocaliseerd naar India en Polen, maar ook naar de VS en Finland zelf.

Jaar na jaar een nieuwe ontslagronde

Sinds de overname van Alcatel-Lucent in 2016 heeft Nokia jaar na jaar afslankingen uitgevoerd. Daarbij zijn in totaal al 1.300 jobs gesneuveld.

De ontslagrondes zijn opmerkelijk, omdat Nokia zich na het afstoten van zijn telecomafdeling steeds nadrukkelijker heeft gemanifesteerd als een concurrent voor de Chinese specialisten in 5G. Recent heeft Nokia ook nog ’s massale investeringen in zijn Onderzoeks- en Ontwikkelingsafdeling aangekondigd. 

Volgens Arnaud Montebourg, voormalig Frans minister van Economie, worden alle brevetten die in Frankrijk worden ontwikkeld om fiscale redenen naar Finland versluisd. Op die manier betaalt het bedrijf in Frankrijk geen belastingen. Terwijl het wel in de Franse subsidiepot grabbelt om zijn onderzoeksactiviteiten te financieren. De voorbije 4 jaar heeft Nokia ook nog eens 5 miljard euro aan zijn aandeelhouders uitbetaald.

Uiteraard rijst hier de vraag wat er aan is van de plannen die president Macron al verschillende keren heeft herhaald. Hij wil de EU in het algemeen en Frankrijk in het bijzonder minder afhankelijk maken van buitenlandse machten voor de eigen veiligheid. Ook in België is dat verhaal al meermaals verteld.

‘We moeten de controle over deze zaken heroveren’

Bij het uitbreken van de coronacrisis had Macron zijn landgenoten al beloofd om een einde te maken aan ‘het uitbesteden aan derden van onze voedselketen, onze bescherming, onze capaciteit om voor elkaar te zorgen, onze leefomgeving’. Hij had die situatie als ‘waanzin’ omschreven. ‘We moeten de controle over deze zaken heroveren.’

De ontslagronde bij Nokia bewijst enkel dat dit makkelijker gezegd is dan gedaan. ‘We weigeren de toekomst van Frankrijk verder op te offeren aan de aandeelhouders en beslissingsnemers van Nokia. […] Hoe kan men de sanitaire en industriële soevereiniteit uitroepen wanneer we ondertussen strategische industrieën, die de fundamenten vormen van het relanceplan, laten vertrekken? 

Men kan toch niet negeren dat de Amerikanen maar al te graag de hand zouden leggen op Nokia om over een waardige concurrent voor Huawei te beschikken,’ schrijft het trio in de Franse zondagskrant.

Ook de kloof tussen politiek en ondernemingswereld is groot

Politici gaan graag op jacht met de fanfare op kop, blijkt nogmaals. Het regende de voorbije maanden aankondigingen van Europese overheden en bedrijven die – in de nasleep van de coronacrisis – hun productie vanuit het buitenland zouden terugbrengen. Maar de kapitalistische structuur van multinationals is niet gewijzigd. De aandeelhouders blijven tot op vandaag grote, internationale investeringsfondsen die voorstander blijven van globalisering, diversificatie en transnationaal handelsverkeer. 

Productiebedrijven terugbrengen zal moeilijk gaan zonder staatshulp, lees belastinggeld. En de Europese belastingbetaler lijkt niet direct bereid daarvoor op te draaien. Als overheden arbeidsintensieve activiteiten weer naar Europa willen halen, zullen daar subsidies, belastingverlagingen of andere steunmaatregelen voor nodig zijn. Sommige zullen ook groen licht van Europa vergen. 

De ‘zaak Nokia’ bewijst nogmaals dat het terugbrengen van cruciale activiteiten de uitzondering op de regel zal blijven. Wat politici ertoe aanzet nog meer inmenging van overheidswege te eisen. ‘De Staat beschikt over voldoende hefbomen om tussen te komen’, schrijven de drie. ‘Daarom is een onmiddellijke tussenkomst nodig om het bestaande plan tegen te houden.’ De kloof tussen de burger en de politiek is groot, die tussen de ondernemingswereld en de politiek is zo mogelijk nog groter.