Key takeaways
- Door verouderde openbare scheepswerven is bijna 40 procent van de onderzeeërs van de Verenigde Staten niet inzetbaar.
- Chronisch tekort aan arbeidskrachten en verouderde infrastructuur zorgen voor enorme achterstanden bij het onderhoud.
- De huidige moderniseringsplannen bieden geen oplossing voor de dringende behoefte aan een goed functionerend reparatiesysteem.
De Amerikaanse marine kampt met een tekort aan operationele nucleaire aanvalsonderzeeërs, en hoewel de achterstand bij de nieuwbouw vaak wordt benadrukt, vormt het falen van de reparatie-infrastructuur een nog dringender bedreiging.
Onderhoud
Ongeveer 37 procent tot 40 procent van de huidige aanvalsvloot is op elk willekeurig moment niet inzetbaar door onderhoudsachterstanden. Bijgevolg is het aantal schepen dat daadwerkelijk gevechtsklaar is aanzienlijk lager dan het totale aantal schepen doet vermoeden.
Deze crisis blijkt uit de ‘onderhoudsachterstandsdagen’, een maatstaf die bijhoudt in hoeverre reparaties de geplande opleveringsdata overschrijden. Gegevens van het Government Accountability Office wijzen op een schrikbarende toename van de stilstandtijd, met meer dan 33.700 extra onderhoudsdagen die sinds 2014 zijn opgebouwd. Deze vertragingen betekenen een strategische mislukking; elke onderzeeër die vastzit in een scheepswerf is een vaartuig dat geen inlichtingen kan verzamelen of de bewegingen van de tegenstander kan volgen, waardoor de slagkracht van de vloot in feite wordt uitgehold.
Verouderde infrastructuur
De oorzaak van het probleem ligt in de verouderde infrastructuur. De marine is afhankelijk van slechts vier openbare scheepswerven – Pearl Harbor, Puget Sound, Portsmouth en Norfolk – die allemaal meer dan een eeuw oud zijn. Sommige faciliteiten, zoals Droogdok 1 in Norfolk, zijn in de jaren 1830 ontworpen voor zeilschepen. Deze verouderde werven zijn fundamenteel niet toegerust om aan de complexe eisen van moderne nucleaire revisies te voldoen.
Verschillende factoren versterken deze systeemfouten nog. Ten eerste is de werkelijke toestand van verouderde schepen vaak pas bekend als ze worden opengemaakt, wat leidt tot veelvuldig ongepland werk. Ten tweede is er een ernstig tekort aan vakmensen; hoewel er meer mensen worden aangenomen, duurt het jaren om de gespecialiseerde expertise te verwerven die nodig is voor nucleaire certificering, en gaan ervaren werknemers sneller met pensioen dan dat ze kunnen worden vervangen. Bovendien zorgen problemen in de toeleveringsketen en een gebrek aan extra capaciteit ervoor dat een enkele vertraging bij één schip een domino-effect veroorzaakt in de gehele planning.
Enorme geldverspilling
Deze inefficiëntie heeft geleid tot enorme financiële verspilling. In het afgelopen decennium heeft de marine ongeveer 4,2 miljard dollar (3,7 miljard euro) uitgegeven aan het in stand houden van bemanningen en bevoorradingsschepen voor onderzeeërs die geen operationele waarde hadden omdat ze vastzaten in onderhoud.
De menselijke en materiële kosten zijn zichtbaar in gevallen als de USS Boise, die uiteindelijk uit dienst werd genomen na bijna een decennium wachten op reparaties, en de USS Connecticut, waarvan de terugkeer in dienst herhaaldelijk is uitgesteld.
Ondersteuning door de particuliere sector
Pogingen om werk uit te besteden aan particuliere scheepswerven zijn niet effectief gebleken. De enige twee particuliere faciliteiten die nucleair werk kunnen uitvoeren, Electric Boat en Newport News, draaien al op maximale capaciteit met de bouw van nieuwe schepen. Omdat bouw en reparatie strijden om dezelfde beperkte voorraad arbeidskrachten en materialen, lost het uitbesteden van werk aan hen de knelpuntproblematiek niet op.
Het opzetten van een nieuwe werf met nucleaire capaciteit zou meer dan een decennium in beslag nemen, een tijdschema dat niet aansluit bij de dringende noodzaak om China het hoofd te bieden.
Modernisering
De marine probeert deze problemen aan te pakken via het Shipyard Infrastructure Optimization Program (SIOP), een initiatief van 21 miljard dollar (18 miljard euro) met een looptijd van 20 jaar om openbare scheepswerven te moderniseren. Het Congressional Budget Office suggereert echter dat dit slechts een efficiëntieverhoging van 5 procent zou opleveren. Dat is veel te weinig om de beschikbaarheidskloof van 40 procent te overbruggen. Bovendien overschrijdt de lange looptijd van het project de kritieke periode voor een mogelijk conflict in de Stille Oceaan.
Uiteindelijk trekt de Amerikaanse regering weliswaar recordbedragen uit om meer onderzeeërs te bouwen, maar heeft zij het probleem van het onderhoud ervan nog niet opgelost. Zonder een radicale hervorming van het reparatiesysteem zullen nieuwe schepen simpelweg in een vicieuze cirkel van onderhoud terechtkomen, waardoor de vloot intern blijft krimpen. (fc)
Wil je meer defensienieuws ontvangen? Schrijf je in op onze wekelijkse Defensie Insider-nieuwsbrief
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

