Fransman Michel Siffre probeerde na 205 dagen zelfisolatie uit pure wanhoop vriendschap te sluiten met een muis. Zonder succes, helaas. Wat doet beperkt sociaal contact met ons brein? Neurowetenschappers en psychologen over mentale work-outs, krimpende hersenen en mimiek met mondmaskers. ‘Socializen is als fietsen. Het voelt stroef na een lange pauze, maar je verleert het niet.’
Als je de cactus wilt vragen hoe zijn dag was, euforisch wordt van drie woorden smalltalk bij de bakker of niét wegzapt wanneer Céline Dion ‘don’t want to be all by myself anymore’ verzucht op de radio, besef je: beperkt sociaal contact, het doet wat met een mens. In het goede oude 2019 snakten we misschien naar meer me-time, een jaar later staat bij velen een ongelimiteerde portie we-time op het verlanglijstje. Al helemaal met de feestdagen in het verschiet.
Als het een geruststelling mag zijn: je bent (nog) niet gek aan het worden. ‘Mensen zijn sociale wezens’, verklaart professor sociale psychologie en neurowetenschappen Frank Van Overwalle (VUB) aan de telefoon. ‘We hebben contact met anderen nodig om te overleven. De sociale breinhypothese, ook wel the survival of the friendliest genoemd, stelt dat mensen als soort geëvolueerd zijn door sociale vaardigheden te ontwikkelen, zoals vriendelijkheid, tolerantie en samenwerking. De homo sapiens was fysiek misschien niet de sterkste soort, maar het sociale aspect heeft ons volgens die theorie evolutionair voordeel opgeleverd.’ Logisch ook, als je bedenkt dat een mammoet neerleggen voor het avondeten bezwaarlijk in je eentje zal lukken. De perceptie deel uit te maken van een grotere groep, maakt dat we ons veilig en verbonden voelen.
Hippocampus-hypotheses
Het is een hypothese die ondersteund wordt door de grootte van ons brein, vervolgt Van Overwalle. ‘Ons hersenvolume is door de evolutie heen steeds groter geworden door meer sociale contacten te ontwikkelen. Vandaag is ons sociale brein het grootste van alle primaten. Mensen zijn daardoor in staat om een stabiel sociaal netwerk van gemiddeld 150 mensen uit te bouwen, het zogenaamde ‘getal van Dunbar’.’ Wat er met zo’n groepsdier gebeurt wanneer die sociale contacten ingeperkt worden, is al langer voer voor wetenschappers. Studies bij onder meer ex-gevangenen, kluizenaars, ruimtereizigers en ouderen met beperkt sociaal contact laten een licht schijnen over de consequenties van (sociale) isolatie op hersenfuncties en menselijk gedrag. Zo voerden Duitse wetenschappers vorig jaar MRI-scans uit bij negen poolonderzoekers die veertien maanden lang geïsoleerd op Antarctica doorgebracht hadden. De onderzoekers stelden vast dat bepaalde delen in hun hersenen met 7 procent gekrompen waren. Het ging om de gyrus dentatus, een onderdeel van de hippocampus die verantwoordelijk is voor het vormen van nieuwe herinneringen.
Voor kinderen en jongeren is face-to-facecontact essentieel, omdat hun sociale vaardigheden zich nog moeten ontwikkelen
Een ander bekend experiment is dat van de Franse wetenschapper en avonturier Michel Siffre, die zich in 1972 vrijwillig meer dan zes maanden in zelfisolatie zette in een grot in Texas. Gedurende die 205 dagen hield hij nauwgezet een dagboek bij waarin hij onder meer noteerde dat hij nauwelijks nog helder kon nadenken. Na vijf maanden was hij zo wanhopig op zoek naar sociaal contact dat hij naar eigen zeggen tevergeefs vrienden probeerde te worden met een muis. Uit onderzoek bij gevangenen die na lange tijd opsluiting opnieuw in de maatschappij proberen te functioneren, weten we dat ze angstiger en prikkelbaarder kunnen zijn, het moeilijker hebben met gezichten herkennen en agressief gedrag kunnen vertonen.
Gelukkig door hormonen
Neurowetenschapper Steven Voges, verbonden aan het Social Brain Lab van het Nederlands Herseninstituut, bevestigt dat isolatie veranderingen in het brein veroorzaakt, omdat we ook daar onze sociale vaardigheden ontwikkelen. Zelf doet hij onderzoek naar empathie en spiegelneuronen in ons brein. ‘Het probleem met dit soort onderzoeken bij mensen is dat het vaak om casestudy’s gaat’, legt hij uit in een skypegesprek. ‘Bovendien is het heel moeilijk om oorzakelijke verbanden te leggen, omdat er zo veel factoren meespelen. Neem nu die onderzoekers uit Antarctica. Het klopt dat bepaalde delen in hun hippocampus gekrompen zijn. Maar een andere verklaring kan zijn dat ze veertien maanden in een omgeving met weinig prikkels gezeten hebben, wat ook de hersenactiviteit in dat gebied doet afnemen.’ Om die reden vindt Voges dieronderzoek interessanter om na te gaan wat er exact in de hersenen gebeurt bij isolatie. ‘Bij muizen en ratten zie je heel duidelijke en al snel vrij extreme veranderingen.
Als je muizen weghaalt bij hun broers en zussen en je plaatst ze later terug, vertonen ze agressief gedrag. Ratten worden dominanter, individualistischer, krijgen meer stress en worden minder empathisch. Het opvallende is dat dat al na één week isolatie gebeurt.’ Veel heeft volgens Voges te maken met de vorming en aanwezigheid van bepaalde hormonen. ‘De serotoninebalans raakt bij geïsoleerde muizen en ratten verstoord, een stof die bekendstaat als ‘gelukshormoon’. Dat maakt hen vermoedelijk agressiever en angstiger. Hetzelfde gebeurt met de niveaus van oxytocine bij muizen en ratten in isolatie. In sommige hersenregio’s vinden we te veel van de stof terug, op andere plekken te weinig.’ Die laatste stof staat bekend als het ‘knuffelhormoon’, omdat het onder meer aangemaakt wordt onder invloed van liefdevolle aanrakingen. Het reguleert onze gevoelens van verbondenheid, veiligheid en vertrouwen in anderen.
Een work-out voor je brein
Muis of mens: we hebben sociaal contact en het daaruit voortkomende gevoel van verbondenheid met anderen broodnodig voor ons mentale welzijn. Maar vanzelf komt dat er niet. Vriendschap is – net als liefde – een werkwoord, zo blijkt uit onze hersenactiviteit. Sociaal contact hebben is een van de meest complexe dingen die we kunnen vragen van ons brein. We moeten voortdurend snelle, intuïtieve interpretaties maken van een ingewikkeld samenspel van woorden, gebaren en gezichtsuitdrukkingen, en daar vervolgens gepast op reageren. Wie dat complexe proces gedurende een langere periode niet oefent, kan die opgebouwde sociale vaardigheden doen verslappen, meent de Amerikaanse professor Craig Haney, die aan de universiteit van Californië de effecten van isolatie op gevangenen bestudeert. Zie het als een mentale work-out, waarbij het trainingsschema bestaat uit voldoende in contact staan met anderen. ‘In het brein leg je voortdurend verbindingen tussen cellen’, verduidelijkt Voges. ‘Hoe vaker je die gaat gebruiken, hoe sterker ze worden. Zodra bepaalde verbindingen geen nut meer hebben, worden ze niet meer actief. Ik kan mij in zekere zin voorstellen dat ons sociale brein in een soort ‘pauzemodus’ komt als we weinig sociaal contact hebben, omdat die verbindingen verslappen.’
Omgekeerd zien we ook dat verbindingen zich verstevigen bij wie vaak sociaal is. ‘Als we veel sociaal contact hebben, vergroot het volume van dat specifieke deel in de hersenen dat instaat voor sociaal gedrag’, legt prof. Van Overwalle uit. ‘Hoe meer je sociale vaardigheden oefent, hoe beter je erin wordt. Onderzoek uit ons lab heeft aangetoond dat mensen met een groot sociaal netwerk – die vermoedelijk veel sociale ervaring hebben – minder hersenactiviteit vertonen in de prefrontale cortex als ze nieuwe mensen leren kennen. Het lijkt hen met andere woorden minder mentale inspanning te kosten. Opvallend is wel dat ze dit hersengebied juist meer gaan activeren als ze informatie over bekenden of zichzelf te verwerken krijgen. Dan doen ze er schijnbaar een extra inspanning voor.’
Vijftien sigaretten per dag
Veel spontane mentale training zit er deze maanden niet in, met één of twee hechte knuffelcontacten en vier andere vaste contacten in de buitenlucht. Verschrompelt ons sociale brein dan ook door te weinig te ‘oefenen’ tussen de vier muren van ons huis? ‘Dat lijkt me een wel heel apocalyptische visie’, nuanceert Van Overwalle. ‘Je kunt onze huidige situatie niet vergelijken met die van een gevangene in een isolatiecel of een kluizenaar. Wij kunnen wel nog met iedereen contact houden via videogesprekken, door te bellen of door een wandeling te maken. Onze hersenen worden zelfs extra uitgedaagd, omdat we verplicht worden om te leren omgaan met die nieuwe virtuele vormen van communiceren.’
Wel zijn er bepaalde risicogroepen waarbij dat virtuele of beperkte contact niet voldoende of moeilijker is. ‘Voor kinderen en jongeren is het heel belangrijk dat ze veel face-to-facecontact hebben met leeftijdsgenoten, omdat ze hun sociale vaardigheden nog aan het ontplooien zijn’, legt Voges uit. ‘Dat deel van hun brein is nog in volle ontwikkeling. Daarom is het een goed idee om scholen zo veel mogelijk open te houden.’ Ook aan de andere kant van het leeftijdsspectrum bevindt zich een extra kwetsbare groep. ‘Oudere mensen die minder bedreven zijn in dat virtuele contact, voelen zich nu nog meer alleen. En we weten dat eenzaamheid rechtstreeks de werking van de hippocampus verstoort. Het verhoogt het risico op bijvoorbeeld dementie, angst en depressieve gevoelens, maar heeft ook invloed op het kunnen begrijpen van andermans emoties.’ De Amerikaanse professor psychologie Harry Taylor, die sociale isolatie bij ouderen bestudeert, noemt eenzaamheid voor je gezondheid ‘het equivalent van vijftien sigaretten per dag roken’.
Los van spontane praatjes mag ook de invloed van weinig aanraking op onze hersenen niet onderschat worden tijdens deze crisis, vult Van Overwalle aan. En daar spelen de eerder genoemde ‘knuffel-en gelukshormonen’ een belangrijke rol. ‘Een knuffel, een spontane schouderklop, een handdruk … Dat kan nu niet zomaar. Terwijl we weten dat aanrakingen zorgen voor stoffen in de hersenen die onze stress- en angstgevoelens wegnemen. Voor singles is deze periode daarom extra zwaar. Dat kun je met virtueel contact alleen niet oplossen.’
Opnieuw met de fiets leren rijden
De subtiele effecten van een lockdown op dezelfde lijn zetten met extreme situaties zoals een gevangenschap, zou te kort door de bocht zijn. Toch wijzen verschillende elementen erop dat ook ons toekomstige sociaal contact stroever kan verlopen zodra die beperkte bubbels weer zullen openploppen. De cocktail van langdurig aanhoudende stress, angst voor het virus en beperkte gevoelens van verbondenheid zouden ons – net als muizen en ratten – wat prikkelbaarder en agressiever in de omgang kunnen maken. Bovendien zijn we mogelijk een tijdje wat minder empathisch, aldus Voges. ‘We weten uit onderzoek dat mensen die zelf kiezen voor sociale isolatie nog steeds empathisch blijven naar hun medemens toe. Is de afzondering niet vrijwillig – en zo percipiëren de meesten dat in deze fase van de pandemie – dan zullen hun gevoelens van empathie naar anderen afnemen en worden ze afstandelijker.’
Voges verwacht ook dat het uitputtend kan worden om ons oude sociale leven weer op te pikken. ‘Die eerste paar maanden zullen vreemd zijn. Sociaal zijn kost veel mentale energie, en we zijn dat niet meer gewoon. Ik kan me voorstellen dat je doodop thuiskomt als je voor het eerst weer naar een groot feest geweest bent. We zullen weer rustig moeten opbouwen en opnieuw moeten wennen.’ De Amerikaanse psycholoog en sociaal wetenschapper Ty Tashiro, die bekend werd met zijn boek Awkward: Waarom sociale handigheid eigenlijk een pluspunt is, maakt de vergelijking met fietsen. ‘Als je opnieuw op een fiets kruipt na maanden inactiviteit, voelt dat onwennig’, legt hij ons uit in een skypegesprek. ‘Je zit wankel op je zadel, het stuur is verroest en het gaat allemaal wat moeizamer. Maar je zult het nooit helemaal verleren en pikt het ook snel weer op.’ Een tendens die ook Voges in experimenten met muizen en ratten ziet: ‘Als je de diertjes na een sociale isolatie opnieuw in de groep zet, is alles na een paar weken weer als vanouds. Ze zijn opnieuw sociaal en herkennen elkaar weer. Hoe we ons als mensen zullen gedragen na een lockdown, dat is koffiedik kijken. Pas over enkele maanden en jaren zullen we de gevolgen op ons sociaal gedrag kunnen analyseren. En dan nog zullen er grote individuele verschillen zijn – op basis van je karakter, hoe zwaar de crisis je viel en hoeveel sociaal contact je bent blijven houden.’
Emotionele ogen
Volgens prof. Van Overwalle wordt de grootste mentale uitdaging om communicatie via nieuwe signalen te interpreteren. ‘De mond is bijvoorbeeld een heel belangrijk onderdeel van communicatie. We leiden er – vaak onbewust – uit af of iemand al dan niet betrouwbaar is. Met een mondmasker kan dat niet meer. Als het een blijvend accessoire wordt, zullen we dat moeten leren. Wij hebben onlangs met collega’s een experiment gedaan waarbij we emoties van gezichten probeerden af te lezen door alleen naar de ogen te kijken. Het hele team vond het aartsmoeilijk. (lacht) Voor mensen met autisme bijvoorbeeld is dat extra lastig, want zij hebben het a priori al moeilijk met het herkennen van emoties en gelaatstrekken. De kleine hersenen achteraan het brein, die instaan voor het aanleren van nieuwe sociale automatismen, zijn bij mensen met autisme verstoord.’
In het lab van Voges loopt momenteel een experiment naar hoe we ons bewegen rond mensen met of zonder mondmasker op straat. Al mag hij daar momenteel nog niet veel over kwijt. ‘Opnieuw dichter bij elkaar zijn in dezelfde ruimte wordt hoe dan ook wennen’, verwacht Voges. ‘Ik schrik zelf nog altijd als ik mensen op televisie een hand zie geven. Zullen we dat ooit weer doen? We weten het niet. Mensen die sowieso niet happig zijn op fysiek contact, zullen misschien net blij zijn als dit in de toekomst wegvalt.’
Nieuwe sociale code
We zullen met z’n allen een nieuwe sociale code moeten ontwikkelen, beaamt sociaal wetenschapper Tashiro. ‘Wanneer zetten we een masker op, groeten we elkaar nog lang met zo’n elleboogshake, of wordt het weer een hand of zoen … Voor wie van nature minder vlot is in sociale contacten, zijn die vragen niet echt nieuw. Zij denken al hun hele leven op voorhand na over dit soort keuzes. Nu zal iedereen dat moeten doen.’ Om gênante situaties te vermijden eenmaal onze sociale kring opnieuw uitbreidt, is er volgens Tashiro maar één remedie: duidelijk communiceren. ‘Mensen zijn normaal gezien heel sterk in het oppikken van non-verbale signalen’, aldus de psycholoog. ‘We hoeven zelden iets expliciet te benoemen in sociale interactie om toch vlot te kunnen communiceren. Nu zullen we dat voor het eerst wél moeten doen. Verduidelijk op voorhand of je al dan niet een knuffel, hand of kus wilt geven, en respecteer ook elkaars behoeften. Beschouw iemand anders niet als conservatief of afstandelijk als die niet hetzelfde wil, maar wees tolerant. En ga vooral geen mensen mijden uit schrik om sociaal onhandig over te komen.’
Sociaal zijn vraagt veel mentale energie. Van ons eerste grote feest na de lockdown zullen we uitgeput terugkeren
In afwachting van een uitgebreidere bubbel doen we er in de tussentijd goed aan om zo sociaal mogelijk te blijven met de middelen die we hebben, benadrukken alle drie de experts. ‘Als persoonlijk contact niet kan, kies dan zo veel mogelijk voor videogesprekken, zodat je op zijn minst elkaars mimiek kunt zien’, tipt Voges. ‘Ideaal is het niet, want je mist nog steeds heel wat non-verbale signalen en er kan ook vermoeidheid optreden omdat het meer energie van ons brein vraagt dan face-to-facecontact. Maar het is beter dan niets. Besef ook dat uitsluitend chatten of whatsappen een heel beperkte vorm van sociale interactie is.’
Voor wie intussen wat sociale claustrofobie ervaart van ‘vier contacten’ en ‘één knuffelcontact’, besluit Tashiro nog met een hoopgevend weetje: ‘Uit psychologisch onderzoek komt regelmatig naar voren dat we in het leven genoeg hebben aan vier à vijf hechte, bevredigende contacten om ons goed te voelen. Allerlei sociale netwerken en technologieën doen ons geloven dat we er honderden nodig hebben, maar een handvol oprechte, bevredigende contacten volstaat. In dat opzicht kan de coronacrisis een waardevolle eyeopener zijn voor je sociale leven. Je hebt de afgelopen maanden misschien gemerkt welke mensen er écht toe doen. Het loont de moeite om actiever te investeren in dat selecte clubje, in plaats van veel energie te verspillen aan een uitgebreide collectie oppervlakkige contacten.’ Dunbar zal het niet graag horen, maar die capaciteit om er 150 te onderhouden, hebben we volgens Tashiro strikt genomen dan ook niet nodig.