Europa worstelt met razendsnelle drone-innovatie


Key takeaways

  • Dronetechnologie evolueert extreem snel (om de 3 à 6 maanden), waardoor systemen vaak al verouderd zijn nog voor ze operationeel worden.
  • Europa loopt achter in de vertaling van onderzoek naar militaire toepassingen door versnipperde markten en veel lagere investeringen dan de Verenigde Staten.
  • De oorlog in Oekraïne toont dat moderne oorlogsvoering wordt gedomineerd door drones, wat een snelle inhaalbeweging in Europese defensie noodzakelijk maakt.

Door de oorlog in Oekraïne is duidelijk geworden hoe snel militaire technologie evolueert, vaak sneller dan overheden ze kunnen aankopen. Verschillende landen zetten deze toestellen in grote aantallen in, maar vaak blijkt dat de technologie erachter al verouderd is voordat ze operationeel wordt. Drones zijn uitgegroeid tot een onmisbaar onderdeel van moderne oorlogsvoering, maar Europa blijft achter.

Technologische race

Voor de Russische invasie in Oekraïne, in 2022, beschikte geen enkel Europees leger over meer dan 2.000 drones. Intussen gebruiken Oekraïne en Rusland tot wel zeven miljoen drones per jaar. De productie van drones in Oekraïne bedroeg in 2025 4,5 miljoen, terwijl dit er het jaar ervoor 2,2 miljoen waren. Intussen is het land uitgegroeid tot de testgrond van nieuwe technologieën, waarbij ze direct feedback vanop het slagveld kunnen toepassen.

Naast het aantal, is de snelheid van de technologische innovatie de echte uitdaging. Om de drie tot zes maanden evolueert de dronetechnologie. Navigatiesystemen, communicatie en software krijgen continue updates, waardoor toestellen al snel verouderd raken. Daardoor ontstaat een paradox: tegen de tijd dat een land toestellen heeft aangekocht, zijn de systemen mogelijk al achterhaald.

Van onderzoek naar toepassing

Europa blijft een goede student op het vlak van onderzoek naar technologieën zoals telecom, quantumtechnologie en artificiële intelligentie. Toch slaagt het er minder in om deze innovaties om te zetten in praktijk, wat een groot verschil is met de Verenigde Staten.

Europa investeerde over de afgelopen 10 jaar zo’n 7 miljard dollar (ongeveer 6,6 miljard euro) in defensie-innovatie, wat slechts een tiende is van de 70 miljard dollar (ongeveer 66,5 miljard euro) die de Verenigde Staten investeerden. Zo slaagde het Pentagon erin om een droneprototype te voltooien op 18 maanden tijd, terwijl dit normaal 6 jaar zou duren. Daarnaast beschikt de VS over één grote defensiemarkt die jaarlijks zo’n 900 miljard dollar (ongeveer 855 miljard euro) waard is, terwijl deze bij Europa over tientallen landen is verspreid en slechts 450 miljard dollar (ongeveer 427,5 miljard euro) bedraagt. Hierdoor treden inefficiëntie en versnippering op.

Zo’n 80 procent van de defensieaankopen gebeurt nog steeds binnen Europa, alsook 90 procent van het onderzoek eromheen. Daardoor ontbreekt snelheid en schaalgrootte. Tegelijk beschikt Europa over te weinig strategische autonomie, zoals zijn afhankelijkheid van Chinese technologie.

Inhaalbeweging

Volgens verschillende experts kan Europa deze achterstand nog inhalen, maar dit zal nog enkele jaren duren. Volgens Nikolaus Lang, directeur en senior partner bij BCG, kan het opbouwen van een onafhankelijke technologische basis voor defensie nog 5 tot 10 jaar duren. Intussen zijn verschillende initiatieven binnen de NAVO al opgestart.

Zo zijn er programma’s die zorgen voor gezamenlijke innovatie en standaardisering van defensie, zoals het DIANA-programma, dat startups en bedrijven helpt om sneller defensietechnologie te ontwikkelen.

Wil je meer defensienieuws ontvangen? Schrijf je hier in op onze wekelijkse Defensie Insider-nieuwsbrief.

Volg Business AM ook op Google Nieuws

Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.