Europa moet investeren in eigen chipindustrie; tekort kost Europese autosector 100 miljard euro

Geen enkele industrie is door het tekort aan chips zo zwaar getroffen als de autosector. Het gebrek aan bevoorrading heeft de autoproductie tot nu toe al een verlies van 18 miljoen voertuigen gekost. Vooral de Europese automakers krijgen harde klappen. De halfgeleidercrisis kost de autosector in Europa vorig jaar en dit jaar al ongeveer 100 miljard euro. Dat staat in een rapport van kredietverzekeraar Allianz Trade.

“De autoconstructeurs hebben de problemen voor een deel zelf over zich afgeroepen”, stelt de kredietverzekeraar. “Om de klap van de coronapandemie op te vangen, voerden autofabrikanten forse bezuinigingen door. Dat gebeurde onder meer door voorraden en bestellingen van halfgeleiders te minimaliseren.”

Alternatieven

“Dit had echter tot gevolg dat vele chipfabrikanten hun heil elders zochten en hun productie afstemden op sterke markten zoals die van computers en datacenters”, stelt Johan Geeroms, directeur risico-analyse bij Allianz Trade Benelux. “Toen de automarkt weer aantrok, bleek er nog maar een beperkte hoeveelheid chips beschikbaar voor de auto-industrie.”

De voertuigproductie daalde in Europa tot een ongekend laag niveau van 13 miljoen voertuigen. Na tekenen van herstel eind vorig jaar en begin dit jaar, werd de productie opnieuw afgeremd. Dit keer moest worden gewezen naar de toeleveringsproblemen vanwege aanhoudende lockdowns in China en de Russische aanval op Oekraïne.

“Volgens onze berekeningen heeft het chiptekort vorig jaar en dit jaar in Europa bijna 100 miljard euro aan toegevoegde waarde gekost”, werpt Johan Geeroms op. “Positief is dat historisch lage voorraadniveaus bij de retailers op een groot opwaarts potentieel van de automobielsector lijken te wijzen.”

Geeroms voegt er wel onmiddellijk aan toe dat de toelevering van chips in Europa nog lange tijd een onzekere factor zal blijven. 

Haalbare doelstellingen

Eerder dit jaar besloot de Europese Commissie om tientallen miljarden euro te reserveren om de eigen chipindustrie te stimuleren. “Europa moet niet denken binnen vijf of tien jaar zelf genoeg chips te kunnen produceren om volledig aan de eigen vraag te voldoen”, geeft Geeroms aan.

“Beter is het om de Europese steun te richten op haalbare doelstellingen. Dan moet worden gekeken naar producten waarvoor Europa zelf zowel een grote producent als eindmarkt is. De auto-industrie is daarvan een prima voorbeeld. Daar zou de eigen chipproductie zich op moeten richten.” Volgens Geeroms is het ook raadzaam om joint ventures met grote mondiale chipmakers op te zetten.

Dat de toepassing van semiconductors in auto’s alleen maar verder toeneemt, staat volgens Allianz Trade buiten kijf. De kredietverzekeraar noemt hiervoor drie ontwikkelingen. In eerste plaats is er het streven naar connectiviteit. Chips moeten hier immers zorgen voor onder meer de verbinding met het netwerk van de fabrikant en de telefoons van bestuurders ondersteunen.

Daarnaast is er echter ook de veiligheid, waarbij hulpmiddelen zoals bewegingssensoren en dodehoekdetectie eveneens een belangrijke markt voor halfgeleiders zijn. Tenslotte heeft ook de elektrificatie van de mobiliteit een aanzienlijke impact. Elektrische wagens hebben immers twee keer zoveel halfgeleiders als voertuigen met een verbrandingsmotor.

Johan Geeroms wijst erop dat in een auto gemiddeld voor ruim 600 euro chips zijn ingebouwd. “Daarmee is die waarde de voorbije tien jaar meer dan een verdubbeling gekend”, merkt hij op. “Deze trend zet zich bovendien alleen nog maar verder door.”

(bg)

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20