Wanneer je een woning wilt kopen, moet de huidige eigenaar je een EPC-attest kunnen geven. Op basis van dat certificaat kan je nagaan hoe energiezuinig het huis of appartement is. Al blijkt dat het verplichte energieprestatiecertificaat niet altijd even betrouwbaar is.
EPC-score woning is niet altijd even betrouwbaar

Waarom is dit belangrijk?
Wie een huis wil verkopen, is verplicht om de energiescore met de potentiële kopers te delen. Controleurs kijken bij de bepaling van de EPC-score naar allerhande factoren, van isolatie tot de aanwezigheid van duurzame technologieën, waaronder zonnepanelen. Hoe beter de score, hoe meer de woning waard is.De context: Vastgoedkopers hebben meer en meer aandacht voor de EPC-score. Dat label heeft dan ook een niet te onderschatten impact op de prijs.
- Cijfers die de vastgoedspecialist Trevi eerder dit jaar deelde, tonen aan dat het 2 tot 4 weken duurt om een woning met een EPC-score van A, B of C te verkopen. Die doorlooptijd loopt op tot gemiddeld 2 tot 3 maanden voor panden met een EPC-score lager dan C. Er zijn verschillende redenen waarom duurzame woningen meer in trek zijn.
- Door de energiecrisis in het najaar van 2022 hebben meer mensen aandacht voor de energiescore van een woning. Hoe energiezuiniger die is, hoe lager de energiefactuur.
- In Vlaanderen zijn de mensen die een woning met een EPC-label E of F kopen, verplicht om die binnen de vijf jaar duurzamer te maken. De renovatiewerken moeten resulteren in minstens een EPC-label D. Aan dergelijke ingrepen, hangt een stevig prijskaartje vast. Veel mensen geven dan ook de voorkeur aan een woning die duurzamer is. Daarom kan de vraagprijs van een energieverslindende woning tot 10 procent lager liggen.
Ook dit nog: Tegen 1 januari 2024 moet elk appartementsgebouw in Vlaanderen beschikken over een energieprestatiecertificaat (EPC) voor de gezamenlijke delen. Die verplichting gold tot nu toe enkel voor gebouwen met vijf of meer woonunits.
EPC-score niet altijd betrouwbaar
Details: Architecten waarschuwen dat je een EPC-attest niet altijd kunt vertrouwen, melden de media van DPG Media. “Vraag 12 EPC-verslaggevers, en je krijgt 13 verschillende resultaten”, klinkt het.
- “Ik zou niet blind vertrouwen op zo’n energiecertificaat”, zei architect Gommer Saldien dinsdagavond tegen VTM Nieuws. “Er worden soms fouten gemaakt waaraan een stevig prijskaartje vasthangt.”
- Hij haalt het voorbeeld aan van een woning die een EPC-score B heeft gekregen, maar waarvan het dak maar half geïsoleerd was. De nieuwe eigenaars hebben dat pas achteraf ontdekt. “Normaal zou de EPC-score in zo’n geval dalen tot vermoedelijk D”, voegde Saldien er nog aan toe.
- Een van de grote problemen is dat veel EPC-controleurs geen bouwtechnische opleiding hebben genoten. Sommigen komen zelfs niet langs om de woning te controleren. Ze baseren zich dan op facturen om de energiescore van een huis of appartement te bepalen.
- Voorts zetten de vastgoedverkopers de controleurs onder druk zetten om de woning zo’n hoog mogelijke EPC-score te geven. Dat geeft hen de kans om de verkoopprijs op te trekken.
- Saldien adviseert vastgoedkopers om altijd technisch advies van een architect in te winnen alvorens een woning te kopen.
Meer kritiek op de EPC-certificaten
Terugblik: Het is niet de eerste keer dat er kritiek komt op de EPC-certificaten.
- Enkele Brusselse parlementsleden hebben eerder dit jaar ook al de betrouwbaarheid van de energiecertificaten in vraag gesteld. Zij verwezen toen naar een onderzoek van RTBF-programma #Investigation, waarin vijf EPB-certificateurs dezelfde woning controleerden. Wat bleek? Het gebouw kreeg vijf verschillende waarden.
Nog een pijnpunt: Het energiecertificaat is een Europese verordening, maar is in ons land een regionale bevoegdheid. Dat betekent dat er verschillen zijn tussen de certificaten van de drie gewesten, bijvoorbeeld wat de energieklassen (A tot G) betreft.
- “In Brussel wordt een woning als energieverslindend beschouwd vanaf een jaarlijks verbruik van 276 kWh/m², tegenover 426 en 401 in respectievelijk Wallonië en Vlaanderen”, zei Christophe De Beukelaer (Les Engagés) destijds tegenover Bruzz.be. “Er zijn dus drie maten en gewichten, en Brussel is het strengste gewest.”
- Volgens sommigen is zo’n harmonisering geen optie. “Zo’n harmonisering wordt beperkt door de Europese norm”, aldus Alain Maron, de Brusselse minister van Klimaat. “Die eist dat de EPB-klassen in verhouding staan tot het gemiddelde gebouwenbestand, en dat gemiddelde is in Brussel niet hetzelfde als in Vlaanderen en Wallonië.”