Coronapandemie heeft bioscoopsector nog meer naar Azië verschoven

Het Wanda Movie Park in de Chinese stad Wuhan. – Ji Handong/AP

Het voorbije jaar hebben bioscopen wereldwijd een omzet van 12,4 procent miljard dollar geboekt. Dat is 70 procent minder dan het jaar voordien, blijkt uit een rapport van het bureau Gower Street Analytics. Opmerkelijk is echter dat de regio rond de Stille Oceaan daarbij zijn marktaandeel van 41 procent tot 51 procent heeft kunnen opdrijven.

Dat fenomeen moet volgens de onderzoekers in sterke mate worden gelinkt aan de omgang met het coronavirus.

Japans record

‘Markten zoals Japan, China en Australië lijken in de strijd tegen de coronapandemie de meest succesvolle strategie te hebben gehanteerd,’ betoogt Paul Dergarabedian, analist bij Gower Street. ‘In Japan werd ‘Demon Slayer’ vorig jaar met een omzet van 322 miljoen dollar zelfs de meest winstgevende film uit de geschiedenis van het land.’

‘De film brak daarbij het record dat ‘Spirited Away’ twintig jaar geleden had gevestigd. In Japan vielen de inkomsten van de bioscopen over het hele jaar met 46 procent terug tot 1,27 miljard dollar. In de Verenigde Staten was er tijdens diezelfde periode echter een achteruitgang met 80 procent tot 2,28 miljard dollar.’

‘Twee jaar geleden steunden de inkomsten van de wereldwijde bioscoopsector nog voor 30 procent op de Verenigde Staten en Canada,’ schrijft het rapport. ‘Vorig jaar is dat marktaandeel echter tot 18 procent ingekrompen. Sinds augustus, toen de bioscopen weer gedeeltelijk werden heropend, namen Azië en de eilanden in de Stille Oceaan zelfs bijna 78 procent van de wereldwijde inkomsten voor hun rekening.’

Nieuwe producties

‘Er kunnen twee redenen voor het groeiende marktaandeel van die regio worden gevonden,’ zegt Dergarabedian. ‘Vele landen hebben daar met lockdowns, een verplichte maskerdracht en contactopsporing de verspreiding van het virus beter binnen de perken kunnen houden.’

‘Daardoor kreeg de bevolking ook meer vertrouwen om opnieuw locaties zoals een bioscoop te bezoeken. En ze kregen een aantal nieuwe films gepresenteerd. In de Verenigde Staten waren er daarentegen geen nieuwe producties beschikbaar, zelfs niet toen de bioscopen met een beperkte capaciteit werden heropend.’

‘China telde twee films – The Eight Hundred en My People, My Homeland – die een kaartverkoop van meer dan 400 miljoen dollar opleverden,’ aldus Gower Street. Beide films werden in de tweede helft van het jaar uitgebracht.’

‘In de Verenigde Staten en Canada was ‘Bad Boys for Life’ (van de Belgische regisseurs Adil El Arbi en Billal Fallah, red.) de meest succesvolle productie. De film werd in januari, voor het virus zich in de Verenigde Staten begon te verspreiden, gelanceerd en bracht 204 miljoen dollar op.’

Geen enkele film die tijdens de tweede helft van het jaar in de Verenigde Staten werd uitgebracht, kwam in de buurt van 100 miljoen dollar inkomsten.