Belgische werkgelegenheid blijft steken op 72,8 procent: doel van 80 procent blijft veraf


Key takeaways

  • België telt ruim 5 miljoen werkenden, maar met een werkgelegenheidsgraad van 72,8 procent blijft de doelstelling van 80 procent tegen 2029 nog ver weg.
  • De kloof tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt is kleiner dan ooit, terwijl Vlaanderen steeds verder uitloopt op Wallonië en Brussel.
  • De grootste uitdaging zit niet bij de werklozen, maar bij de meer dan 3 miljoen niet-beroepsactieven, van wie steeds minder de overstap naar werk maken.

De Belgische arbeidsmarkt is het jaar 2026 zonder grote verrassingen gestart. Nieuwe cijfers van Statbel tonen aan dat de werkgelegenheidsgraad in het eerste kwartaal stabiel bleef op 72,8 procent, terwijl de werkloosheidsgraad licht daalde naar 6,3 procent. Op het eerste gezicht lijken dat geruststellende cijfers, maar achter de stabiliteit gaan enkele belangrijke trends schuil die bepalend zullen zijn voor de toekomst van de Belgische economie én de financiële situatie van duizenden gezinnen.

Stabiele arbeidsmarkt biedt zekerheid voor gezinnen

Volgens Statbel waren in het eerste kwartaal van 2026 ongeveer 4,94 miljoen Belgen tussen 20 en 64 jaar aan het werk. Wanneer de volledige werkende bevolking van 15 jaar en ouder in rekening wordt gebracht, loopt dat aantal op tot ruim 5,14 miljoen werkenden.

Voor gezinnen betekent die stabiliteit vooral voorspelbaarheid. Een sterke arbeidsmarkt ondersteunt de koopkracht, zorgt voor een stabiel inkomen en vermindert de druk op de sociale zekerheid. In een periode waarin veel huishoudens nog altijd geconfronteerd worden met hogere woon-, energie- en voedingskosten, blijft werk de belangrijkste bescherming tegen financiële onzekerheid.

Tegelijk blijft België nog ver verwijderd van de doelstelling die de federale regering heeft vastgelegd. Tegen 2029 moet de werkgelegenheidsgraad stijgen naar 80 procent. Met een huidige score van 72,8 procent blijft er dus nog een aanzienlijke kloof te overbruggen.

Vlaanderen trekt het gemiddelde omhoog

De regionale verschillen blijven opvallend groot. Vlaanderen blijft de sterkste arbeidsmarkt van het land met een werkgelegenheidsgraad van 77,3 procent. Daarmee nadert de regio stilaan de symbolische grens van 80 procent.

Wallonië blijft achter met 68 procent, terwijl Brussel op 63,7 procent blijft steken. Die verschillen zijn niet alleen economisch relevant, maar hebben ook gevolgen voor de overheidsfinanciën. Een hogere werkzaamheidsgraad betekent immers meer belastinginkomsten en minder uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen en andere sociale ondersteuning.

Voor beleidsmakers blijft de uitdaging dan ook om meer mensen in Brussel en Wallonië duurzaam aan het werk te krijgen. Zonder een aanzienlijke verbetering in die regio’s lijkt het nationale doel van 80 procent moeilijk haalbaar.

Historisch kleine kloof tussen mannen en vrouwen

Een van de meest opvallende evoluties is de verdere verkleining van de genderkloof op de arbeidsmarkt. De werkgelegenheidsgraad bedraagt momenteel 75,9 procent bij mannen en 69,8 procent bij vrouwen.

Daardoor zakt het verschil tot slechts 6,1 procentpunt, het kleinste niveau dat ooit werd gemeten. Dat wijst op een structurele evolutie waarbij steeds meer vrouwen actief blijven op de arbeidsmarkt, ook op latere leeftijd.

Vanuit financieel oogpunt is dat een belangrijke ontwikkeling. Een hogere arbeidsdeelname van vrouwen verhoogt niet alleen het gezinsinkomen, maar versterkt ook de individuele financiële onafhankelijkheid en leidt op termijn tot hogere pensioenrechten.

Ook bij de werkloosheid wordt het verschil tussen mannen en vrouwen steeds kleiner. De werkloosheidsgraad bedraagt 6,5 procent bij mannen en 6,1 procent bij vrouwen.

Onderwijs blijft de sterkste bescherming tegen werkloosheid

De cijfers bevestigen opnieuw hoe belangrijk scholing blijft op de arbeidsmarkt.

Bij hooggeschoolden bedraagt de werkgelegenheidsgraad maar liefst 86,3 procent. Voor middengeschoolden ligt die op 66,7 procent, terwijl slechts 46,3 procent van de laaggeschoolden aan het werk is.

Hetzelfde patroon zien we bij de werkloosheid. Slechts 3,7 procent van de hooggeschoolden is werkloos, tegenover 7,3 procent bij middengeschoolden en 15,8 procent bij laaggeschoolden.

Voor werknemers en gezinnen bevat dat een duidelijke boodschap. Investeren in opleiding en bijscholing blijft één van de meest effectieve manieren om de eigen arbeidsmarktpositie te versterken. Zeker nu technologische veranderingen en digitalisering steeds sneller verlopen, groeit het belang van levenslang leren.

Jongeren blijven kwetsbaar

Hoewel de algemene werkloosheid beperkt blijft, vormt de jeugdwerkloosheid nog steeds een aandachtspunt.

Bij jongeren tussen 15 en 24 jaar bedraagt de werkloosheidsgraad 18,2 procent. Dat ligt bijna drie keer hoger dan het nationale gemiddelde. Bij de groep van 25 tot 49 jaar bedraagt de werkloosheidsgraad 5,9 procent, terwijl die bij 50-plussers zelfs daalt tot 3,9 procent.

Een moeilijke start op de arbeidsmarkt kan langdurige gevolgen hebben voor de financiële toekomst van jongeren. Studies tonen aan dat langdurige werkloosheid op jonge leeftijd vaak leidt tot lagere loonontwikkeling en minder carrièrekansen op langere termijn.

Minder inactieven vinden de weg naar werk

Misschien wel de meest interessante ontwikkeling zit verborgen in de zogenaamde arbeidsmarkttransities. Statbel volgt daarbij hoe mensen evolueren tussen werk, werkloosheid en niet-beroepsactiviteit.

Opvallend is dat steeds minder niet-actieve personen de stap naar een job zetten. Van de 3,33 miljoen niet-beroepsactieven die er een jaar geleden waren, vond slechts 7,9 procent een baan. Dat aandeel daalt inmiddels al meerdere kwartalen op rij.

Dat is een belangrijk signaal voor de Belgische arbeidsmarkt. De grootste reserve aan potentiële arbeidskrachten bevindt zich niet langer onder de werklozen, maar onder de groep mensen die momenteel niet actief deelnemen aan de arbeidsmarkt. Denk daarbij aan langdurig zieken, personen met zorgtaken, studenten of mensen die ontmoedigd zijn geraakt in hun zoektocht naar werk.

Voor de overheid vormt precies die groep de sleutel om de werkgelegenheidsgraad richting 80 procent te krijgen.

Werkzekerheid

Positief is dat werknemers die eenmaal een job hebben, die doorgaans ook behouden. Van alle personen die in het eerste kwartaal van 2025 werk hadden, was 93,2 procent een jaar later nog steeds aan de slag.

Slechts 2 procent werd werkloos en 4,8 procent verliet de arbeidsmarkt volledig.

Dat hoge niveau van jobbehoud wijst voorlopig nog altijd op een relatief stabiele arbeidsmarkt. Ondanks de economische onzekerheid blijft de vraag naar arbeidskrachten in veel sectoren overeind.

Vooruitzichten

De Belgische arbeidsmarkt blijft dus opmerkelijk veerkrachtig. De werkgelegenheid blijft stabiel, de werkloosheid blijft laag en de kloof tussen mannen en vrouwen wordt kleiner dan ooit.

Toch schuilt achter die positieve cijfers een structurele uitdaging. België telt nog steeds meer dan drie miljoen niet-beroepsactieven, terwijl steeds minder mensen uit die groep de overstap maken naar werk. Net daar ligt de grootste hefboom om de werkgelegenheidsgraad richting 80 procent te duwen. Zonder een succesvolle activering van die reserve aan arbeidskrachten dreigt de doelstelling voor 2029 buiten bereik te blijven.

Volg Business AM ook op Google Nieuws

Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

Voeg businessam.be toe als preferred source op Google
Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.