AB InBev krijgt minder zware klappen dan verwacht

AB InBev heeft in het tweede kwartaal veel minder bier verkocht door de coronacrisis, onder andere door de sluiting van de horeca in veel landen. Doorgaans zijn kroegen, hotels en restaurants goed voor een derde van de omzet van de brouwer.

AB InBev zag de biervolumes in de afgelopen periode met 17 procent dalen op jaarbasis. Vooral in april (-32,4 procent) en in mei (-21,4 procent) behaalde de brouwer mindere prestaties. In juni stegen de volumes weer licht, met 0,7 procent.

Omzet minder hard gedaald dan verwacht

De totale omzet daalde met bijna 18 procent tot 10,3 miljard dollar. Het bedrijfsresultaat zakte met 34 procent tot 3,4 miljard dollar. Analisten hadden volgens persagentschap Bloomberg echter een nog sterkere terugval verwacht, met 36,4 procent.

De brouwer noteerde daarnaast een waardevermindering van 2,5 miljard dollar als gevolg van risico’s van de coronacrisis in Afrika. Die vermindering werd gedeeltelijk gecompenseerd door de opbrengst van de verkoop van de Australische activiteiten voor een bedrag van 1,9 miljard dollar.

Opnieuw horecarestricties?

AB InBev zegt belangrijke maatregelen te hebben getroffen om te kunnen blijven investeren in de merken en een sterk herstel voor te bereiden. De geleidelijke heropstart van de horeca wereldwijd zorgde voor betere resultaten, vooral in mei en juni.

‘We verheugen ons over de terugkeer van die consumptiegelegenheden, maar blijven voorzichtig aangezien we momenteel opnieuw restricties van de horeca zien in bepaalde markten’, klinkt het. ‘Zuid-Afrika implementeerde medio juli een tweede verbod op de verkoop van alcohol, wat een impact zal hebben op onze resultaten in het derde kwartaal.’

Het aandeel van AB Inbev reageerde positief op de Bel20, daar koerste het 6 procent hoger.