Zuid-Korea luidt de alarmbel over humanitaire crisis bij noorderburen

(Korean Central News Agency/Korea News Service via AP/Isopix)

Door de pandemie dreigen voedseltekorten en een economische instorting voor de bevolking onder het dictatoriaal regime van Kim Jong-un in Noord-Korea. Aartsrivaal Zuid-Korea vindt dat het tijd is om het nut van de economische sancties in vraag te stellen.

Een jaar geleden zette de Noord-Koreaanse leider een stolp over zijn land, in een poging om te vermijden dat zijn uiterst fragiele gezondheidssysteem het onder de druk van het coronavirus zou begeven.

Het is twijfelachtig of hij daarin geslaagd is, aangezien de meeste ziekenhuizen gebouwd werden in de jaren 60 en 70. Volgens getuigenissen is de toegang tot zorg er voor gewone Noord-Koreanen zeer beperkt. Het communistische regime beweert dat het zorgsysteem er uitgebreid is en gratis is voor iedereen. Officieel heeft er trouwens nog geen enkele coronabesmetting plaatsgevonden in het land.

Hulplijnen doorgesneden

Maar sinds een jaar geleden alle grenzen toe gingen, slibde ook de Noord-Koreaanse levensader met China dicht. Waarnemers waarschuwen voor vergelijkbare omstandigheden zoals in de jaren 90, toen naar schatting 3,5 miljoen Noord-Koreanen stierven door een hongersnood. Die werd getriggerd omdat er vanuit de ter ziele gegane Sovjet-Unie geen voedsel en kunstmest meer geleverd werd.

Ook Zuid-Korea is bezorgd dat er een humanitaire crisis aan de gang is bij de noorderburen.

De Zuid-Koreaanse minister van Vereniging Lee In-young, verantwoordelijk om de banden met Pyongyang aan te halen, zegt in de Financial Times dat het ‘minder waarschijnlijk is’ dat de situatie zo’n extreme vormen zal aannemen als toen. Het land heeft volgens hem sindsdien enige vooruitgang geboekt. Maar hij benadrukt wel dat er dringend internationale hulp nodig is om de schade, veroorzaakt door de voedselonzekerheid en de economische crisis, voor de Noord-Koreaanse bevolking te beperken.

Nut van de sancties?

Daarbij stelt hij openlijk de zware economische sancties in vraag, die de Verenigde Staten, de Zuid-Koreaanse bondgenoot, sinds 2016 zwaar opdreef na enkele rakettesten van de geïsoleerde kernmacht. Die belemmeren belangrijke humanitaire hulpprogramma’s namelijk al jaren. Zo is het zeer moeilijk voor Amerikaanse hulporganisaties om actief te zijn in Noord-Korea.

‘We hebben nu al vijf jaar van zware sancties achter ons, misschien is het tijd om na te gaan of dergelijke maatregelen een positieve bijdrage hebben geleverd aan het succesvolle denucleariseringsproces van Noord-Korea’, zei Lee in de Britse zakenkrant. Er zijn nauwelijks signalen dat het regime zijn kernprogramma daadwerkelijk heeft afgebouwd de voorbije jaren.

Een teken dat de humanitaire situatie zeer slecht moet zijn in Noord-Korea was de knieval die Kim Jong-un afgelopen zomer deed. De anders ‘onfeilbare leider’ gaf toen ‘het enorme falen’ van zijn economische beleid toe, om daarna zijn greep op de economie te verstevigen. (mah)