Werkloosheidsgraad in de eurozone daalt tot 6,2 procent in maart


Key takeaways

  • De werkloosheid in de eurozone blijft dalen en bedroeg in maart 6,2 procent.
  • Jeugdwerkloosheid blijft een hardnekkig probleem in de hele EU, met percentages die hoger liggen dan die bij de algemene bevolking.
  • Ondanks de positieve algemene trends wijzen genderongelijkheid en het veelvuldig voorkomen van weekendwerk op aanhoudende problemen binnen de EU-arbeidsmarkt.

De werkloosheidscijfers in de eurozone dalen, waarbij het werkloosheidspercentage in de eurozone in maart is gedaald tot 6,2 procent. Dit betekent een daling ten opzichte van zowel februari 2026 als maart 2025. Ook het werkloosheidspercentage in de EU bleef stabiel op 6 procent. Die cijfers, gepubliceerd door Eurostat, geven aan dat in maart 2026 ongeveer 13,2 miljoen mensen in de EU werkloos waren, waarvan 10,9 miljoen in de eurozone. Dat meldt het Europese statistiekbureau Eurostat.

Jeugdwerkloosheid blijft een uitdaging

Hoewel de totale werkloosheid daalt, laat de jeugdwerkloosheid een ander beeld zien. In maart zag de EU de jeugdwerkloosheid stijgen tot 15,4 procent, terwijl de eurozone stabiel bleef op 14,9 procent. Ondanks de daling van de totale werkloosheid onderstrepen die cijfers de aanhoudende uitdagingen voor jongeren die de arbeidsmarkt betreden.

Verdere analyse brengt genderongelijkheid op de arbeidsmarkt aan het licht. In maart kenden vrouwen in de EU een iets hoger werkloosheidspercentage van 6,2 procent dan mannen (5,7 procent). Binnen de eurozone bleven de werkloosheidspercentages voor zowel mannen als vrouwen stabiel op respectievelijk 6 procent en 6,5 procent.

Sectorale verschillen in weekendwerk

Het is cruciaal te beseffen dat traditionele werkloosheidscijfers slechts een gedeeltelijk beeld van de arbeidsmarkt geven. De prevalentie van weekendwerk biedt waardevolle inzichten in de aard en organisatie van de werkgelegenheid in de EU. Uit gegevens van 2025 blijkt dat 21,3 procent van de werkenden in de leeftijd van 15-64 jaar regelmatig in het weekend werkte.

Weekendwerk komt vooral veel voor in specifieke sectoren, zoals dienstverlening en verkoop (47,6 procent), geschoold landbouwwerk (47,2 procent) en laaggeschoolde beroepen (25,7 procent). Interessant is dat zelfstandigen een aanzienlijk hoger percentage weekendwerk vertoonden in vergelijking met werknemers in loondienst.

Bijna een op drie Grieken werken in het weekend

Tussen de EU-lidstaten zijn duidelijke verschillen in de prevalentie van weekendwerk waarneembaar. Griekenland noteerde met 31,5 procent het hoogste percentage werknemers dat in het weekend werkte, gevolgd door Cyprus en Malta. Omgekeerd rapporteerden Litouwen, Polen en Hongarije de laagste percentages.

Concluderend kan worden gesteld dat, hoewel dalende werkloosheidscijfers wijzen op positieve economische trends, een holistische beoordeling van de arbeidsmarkt vereist dat er rekening wordt gehouden met factoren die verder gaan dan alleen de werkgelegenheidscijfers. De prevalentie van weekendwerk wijst op de voortdurende noodzaak van discussies over de balans tussen werk en privéleven, flexibiliteit en de algehele kwaliteit van de werkgelegenheid binnen de EU. (fc)

Volg Business AM ook op Google Nieuws

Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

Voeg businessam.be toe als preferred source op Google
Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.