Waarom het een slecht idee is om uw geld weg te stoppen onder uw matras

Geld onder een matras steken – Shutterstock

Uit een analyse van de Europese Centrale Bank (ECB) blijkt dat we sinds de start van de coronacrisis meer geld oppotten. Veel mensen doen dat om wat extra reserve te hebben voor een noodsituatie. Maar is dat wel een goed idee?

De totale waarde van het aantal eurobiljetten dat circuleert, is eind vorig jaar toegenomen tot 1.435 miljard euro. Dat is een stijging van 11 procent tegenover een jaar eerder. Volgens de analyse van ECB-onderzoeker Alejandro Zamora-Pérez hamsteren gezinnen cash geld in een reactie op de economische onzekerheid van de pandemie, een fenomeen dat ook bij andere crises vaak voorvalt.

Het depositogarantiestelsel

Gezinnen willen op die manier als het ware een noodspaarpotje aanleggen, maar wie zijn geld weghaalt bij de bank stelt zich bloot aan een aantal risico’s. Om te beginnen riskeert u een deel van uw deposito’s te verliezen als u uw spaarkapitaal thuis bewaart. Dat is niet het geval als uw kapitaal op een spaar- of zichtrekening bij een bank staat.

Daarenboven wordt uw spaargeld beschermd door het depositogarantiestelsel. Dat betekent dat u tot maximaal 100.000 euro terugkrijgt indien de bank waar u het kapitaal aanhoudt over de kop gaat.

Wie over meer spaargeld beschikt, kan bij verschillende banken een spaarrekening openen. De bescherming geldt per rekeninghouder en per bank. Hou er wel rekening mee dat dat niet het geval is wanneer u uw kapitaal verdeelt over een bank en haar dochteronderneming(en). Dat is bijvoorbeeld zo bij BNP Paribas Fortis en de dochterondernemingen Fintro en Hello Bank.

Overzicht en elektronisch betalen

Een extra troef is dat u een mooi overzicht over uw financiën kunt behouden. Dankzij de Europese richtlijn PSD2 is het bij sommige banken, zoals KBC, al mogelijk om uw financiën bij andere banken te raadplegen in één app. In de nabije toekomst zullen ongetwijfeld andere banken of fintechspelers met soortgelijke oplossingen over de brug komen. Dankzij PSD2 krijgen de banken toegang tot uw betaalgegevens, mits uw toestemming.

Daarenboven betalen we almaar vaker met onze bankkaart of smartphone. De coronacrisis heeft de overschakeling naar digitaal geld versneld. Zo doen we sinds vorig jaar almaar vaker een beroep op contactloos betalen. Uit de jaarcijfers die Bancontact Payconiq Company in februari heeft bekendgemaakt, bleek dat het aantal contactloze betalingen met de kaart in 2020 is toegenomen met 42 procent.

Het aantal transacties die online voltooid worden met behulp van de smartphone is in datzelfde jaar gestegen met 68 procent. Om die transacties te kunnen doen, moet er wel geld op uw zichtrekening staan.

Verlies koopkracht

Wie zijn spaargeld thuis bewaart, ontvangt ook geen spaarrente. Daardoor knibbelt de inflatie aan uw koopkracht. Wie zijn geld op een spaarboekje parkeert, ontvangt daarvoor een spaarrente. In ons land bedraagt de minimale spaarrente 0,11 procent, bestaande uit een getrouwheidspremie van 0,1 procent en een basisrente van 0,01 procent.

Spijtig genoeg is da ook niet voldoende om het hoofd te bieden aan de huidige inflatie. In februari bedroeg die in ons land 0,46 procent, of vier keer meer dan de minimale spaarrente. De reële rente (het verschil tussen de rente en de inflatie nvdr.) bedraagt dus -0,35 procent. Wie zijn geld oppot, verliest 0,46 procent aan koopkracht.

Bovendien zijn er nog enkele spaarboekjes in ons land die uw spaarinspanningen belonen met een hogere spaarrente. Klanten met een Light-abonnement bij de neobank Aion, dat maandelijks 3,9 euro kost, komen sinds kort in aanmerking voor een spaarboekje met een rente van 1 procent, bestaande uit basisrente van 0,1 procent en een getrouwheidspremie van 0,9 procent. Dat spaarboekje is dus voornamelijk interessant als u uw spaarkapitaal minstens twaalf maanden kunt missen.

Maandsparen Max van MeDirect en Vision+ van Santander Consumer Bank vervolledigen de top 3 van de meest lucratieve spaarboekjes. Die spaarrekeningen geven een rente van respectievelijk 0,7 en 0,6 procent.