Voetbaltransfers: de grootste economische en sociale mobiliteit ter wereld

Kai Havertz verhuisde van Bayer Leverkusen naar FC Chelsea. – Oli Scarff/AP

In het wereldwijde voetbal zijn het voorbije jaar 35.744 grensoverschrijdende transfers gebeurd. Daar waren naast 18.112 professionele spelers ook 17.632 amateurs bij betrokken. Dat blijkt uit het transferrapport van de FIFA. De organisatie wijst er daarbij ook op dat het voetbal de grootste mobiliteit binnen de sportwereld kent.

‘Bovendien is er in de hele wereld geen enkele economische of sociale sector die een grotere verhuis van personen genereert,’ aldus de internationale voetbalfederatie. De grootste transferactiviteit werd het voorbije jaar opgetekend in Europa, gevolgd door Zuid-Amerika en Azië.

Daling

Bij de transfers waren in totaal 10.465 clubs betrokken. Tegenover het jaar voordien was er in het aantal transfers, onder impact van de coronacrisis, wel sprake van een daling met 5,37 procent. Tegenover de andere jaren van de tweede helft van het voorbije decennium kon wel van een verdere toename gewag worden gemaakt. Bij de transfers waren spelers van 180 verschillende nationaliteiten betrokken.

De directe invloed van de coronacrisis op de transferactiviteit kon duidelijk worden gevoeld. In januari, toen het virus zich nog niet over de wereld had verspreid, werden 9,2 procent meer transfers geregistreerd dan dezelfde maand het jaar voordien. Die trend was bij de transferperiode in juli echter niets meer terug te vinden. Een nieuwe piek daarentegen kon in de maand september worden opgetekend.

Een overgang van spelers tussen twee clubs vertegenwoordigden het voorbije jaar 11,6 procent van het totale aantal transfers. Spelers zonder contract vertegenwoordigden daarentegen 62,5 procent van de totale activiteit. Beide types van transfers hebben de voorbije jaren wel aan belang verloren. Daarentegen is het aandeel van verhuur opgelopen tot 25,9 procent.

Niet bij alle transfers wordt echter geld betaald. Het voorbije jaar was er sprake van een bedrag van 5,63 miljard dollar, tegenover een omzet van 7,35 miljard dollar het jaar voordien. De transfersom was teruggevallen tot het laagste niveau in vier jaar tijd. Vijf jaar geleden was er sprake van een bedrag van 4,72 miljard dollar.

Brazilië

De duurste transfer van het voorbije jaar was Kai Havertz, die van Bayer Leverkusen naar Chelsea FC verhuisde. Daarna volgen Arthur Melo, Victor Osimhen, Bruno Fernandes, Ruben Dias, Mauro Icardi, Miralem Pjanic, Leroy San, Alvaro Morata en Thomas Partey. Samen vertegenwoordigden deze spelers bijna 15 procent van alle transfergelden die het voorbije jaar werden betaald. De tachtig duurste overgangen kwamen overeen met de helft van alle betaalde transfersommen.

Transfers hadden vooral betrekking op spelers tussen achttien en drieëntwintig jaar (7.369) en voetballers tussen vierentwintig en negenentwintig jaar (6.981). Er waren ook nog 2.387 transfers van spelers tussen dertig en vijfendertig jaar. Een beperkt aantal transfers had betrekking op spelers onder de grens van achttien jaar (231) en boven de vijfendertig jaar (109).

Vooral Brazilië was ook het voorbije jaar weer een grote bron van internationaal voetbaltalent. Er veranderden 2.008 Braziliaanse spelers van competitie. Argentinië eindigde op de tweede plaats met 899 spelers, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk (817), Frankrijk (684), Spanje (558), Nigeria (493), Colombia (487), Ghana (445), Servië (431) en Portugal (365).

Wanneer naar de betaalde transfersommen wordt gekeken, staat Brazilië met een bedrag van 734 miljoen dollar eveneens op de eerste plaats. Spanje staat hier echter als twee met een bedrag van 612,6 miljoen dollar, gevolgd door Duitsland (395,2 miljoen dollar), Portugal (393,6 miljoen dollar) en Frankrijk (319,5 miljoen dollar). België palmt hier met een bedrag van 144,1 miljoen euro de tiende plaats in.