‘We moeten dit land hertimmeren: we hebben een 21ste-eeuws federalisme nodig’

‘Je hebt die twee wegen. Ofwel versterk je, vereenvoudig je, maak je het meer helder op federaal vlak, zoals in een aantal andere landen. Zoals Zwitserland en zelfs Duitsland. Ofwel ga je naar de exit met dit land’. Peter Mertens (PVDA) heeft een droomjaar achter de rug: zijn communisten haalden een klinkende overwinning op 26 mei. Maar hij wil dat er dringend werk gemaakt wordt van een ander België. ‘Ik geloof niet meer in de status quo. Dat is een strategie van verrotting. Ik denk dat vooral Vlaams Belang daar heel hard bij gebaat is.’

‘Ik kan alleen maar tevreden terugblikken op dit jaar. Ik herinner mij die verkiezingsavond heel goed. We hebben die overwinning eigenlijk geboekt in de drie delen van het land. En tot dan toe werden wij niet te veel uitgenodigd door de traditionele pers.’

‘Die avond zelf was er nog een groot voorzittersdebat in het Vlaams Parlement en er was geen pupiter voor mij voorzien. Maar uiteindelijk heeft de VRT dan de pupiter van Phara de Aguirre, die iets breder was dan de pupiter van al die anderen, moeten verschuiven en ben ik toch nog kunnen aanschuiven. Typeert een beetje wat er gebeurd was.’

Dat is eigenlijk wel symbolisch: de plaats afgedwongen.

‘We waren er niet bij. Men had het ook niet verwacht. En meteen komen wij hier dan met die twaalf verkozenen binnen. Ook in het Vlaams Parlement hebben we vier verkozenen. Ik denk dat vriend en vijand nu toegeeft dat wat Jos D’Haese en Tom De Meester daar doen, dat die wel voor enig poeder in het Vlaams Parlement zorgen.’

Was dat dan hét moment van 2019 voor u? Heel symbolisch, dat ze die pupiter erbij zetten?

‘Ja, dat zijn zo van die dingen die bijbleven.’

‘Dat dezelfde toondichters die ons land hebben bestuurd, nu lessen gaan uitdelen aan de outsiders in de politiek, dat is een nieuw gegeven’

Want het is natuurlijk wel zo, dit is een strijd die u jaren hebt gevoerd en waar velen van zeiden: ‘Hij gaat nooit in het parlement raken’. Een persoonlijke overwinning?

‘Ja, dat was belangrijk. In 2012 waren wij voor het eerst in de gemeenteraad doorgebroken op lokaal vlak en had je het succes van mijn boek ‘Hoe Durven Ze’.’

‘In 2014 is het dan net niet gelukt, maar ik ben er zelf wel vertrouwen in blijven hebben dat het ons ging lukken. Dat gaat dan niet alleen over mij, maar ook of er in Vlaanderen plaats is voor authentiek links. Zeker op het moment dat je de sociaaldemocratie verder ziet afsterven en afkalven.’

‘In Brussel en Wallonië, daar was iedereen het wel over eens dat er plaats was voor ons. Maar ook in Vlaanderen, dat we die plaats namen, daar was ik heel tevreden over. Die pupiter die bijgezet is, symboliseert dat.’

De vraag is natuurlijk wel: Wat doet u daar dan mee? In Franstalig België en in Wallonië hebben jullie toch even onderhandeld met de PS. In Brussel hadden jullie misschien ook de kans, maar uiteindelijk zijn jullie wel nergens in coalities gegaan.

‘Nee, nee, nee. In Wallonië had dat eventueel gekund…’

Raoul Hedebouw, uw kopstuk daar, is naar buiten gekomen in die onderhandelingen om z’n ongenoegen te uiten in een interview. Elio Di Rupo en Paul Magnette stonden te luisteren: hun gezicht kreeg alle kleuren van de regenboog. Dat was wel een heel symbolisch moment: Hoe PTB zich losscheurt van PS en daar eigenlijk absoluut geen zaken mee wil doen.

Ik stond er ook naast, toen dat gebeurde. Die onderhandelingen waren redelijk ontluisterend. Omdat je de hele tijd het gevoel had dat er zelfs binnenskamers niet alle kaarten op tafel werden gelegd. Het was Stratego voor gevorderden en nu moet je één ding aan de PS wel toegeven, die zijn er verdomd goed in. Dat zijn meesterstrategen.’

‘Achteraf hebben wij bijvoorbeeld ook gehoord dat de uitverkoop van de intercommunale op datzelfde moment bezig was. En dan binnenskamers, op onze vraag ‘hoe zien jullie nu de publieke dienstverlening in Wallonië? Zijn jullie voor al die uitverkoop en wat met al die schandalen?’

En ondertussen waren ze gewoon bezig achter uw rug?

‘Achter de rug. En dat hebben wij de hele tijd aangevoeld. Dus na twee of drie gesprekken van uren zeg je dan: ‘Beste vrienden, ofwel leggen jullie hier alle kaarten op tafel en kunnen we ernstig onderhandelen, ofwel is dit alleen maar voor de frim, voor de schijn, voor de tribune. En dan stoppen we er beter mee’. Toen zijn wij inderdaad gestopt met die onderhandelingen.’

‘Was dat tactisch verstandig? Wij hebben erover getwijfeld, hè.’

Ik zie u nog twijfelen, eigenlijk.

‘Bon, de opiniepeilingen geven ons eerder gelijk. De PS had gehoopt dat het na die episode gedaan zou zijn met de opgang van de PVDA in het zuiden van het land, maar dat is niet zo.’

Maar die fundamentele vraag blijft zo wel wat onbeantwoord, natuurlijk. Bij de gemeenteraadsverkiezingen In Vlaanderen raakte u in welgeteld één coalitie. U dreigt zelfs een beetje in een cordon sanitaire te geraken. Want CD&V, Open Vld en N-VA die willen eigenlijk met u geen zakendoen.

‘Bon, ik denk dat de krachtsverhoudingen in ons land wel grondig aan het veranderen zijn. En ik begrijp dat het afsluiten van een bepaald tijdperk niet simpel is. De traditionele partijen, de drie groten die het land decennialang hebben bestierd, die de vakbonden hebben gecontroleerd, de mutualiteiten hebben gecontroleerd, die zijn teruggevallen op een derde van de stemmen, een dik derde. En volgens de laatste peilingen nog dertig procent.’

‘Maar dat dezelfde toondichters die ons land hebben bestuurd, nu lessen gaan uitdelen aan de outsiders in de politiek, dat is een nieuw gegeven. En ik denk dat zij toch meer aan introspectie moeten doen. Er zal gebeuren wat er zal gebeuren.’

‘Wij zijn op zich bereid om coalities aan te gaan, want dat is de meer fundamentele vraag. En ik besef heel goed dat dat betekent dat je op een aantal punten compromissen zult moeten sluiten. Compromissen, ja.’

‘Maar natuurlijk niet om geen breuk te maken met twintig jaar neoliberalisme. Daar zijn we heel duidelijk in. Wij gaan niet een sp.a-bis worden, wij hebben daar geen enkele ambitie voor. Wij willen echt een authentiek linkse volkspartij worden.’

Maar bij de onderhandelingen voor de Vlaamse regering zetten jullie zo de N-VA eigenlijk in een zetel. Jullie hadden een alternatief kunnen vormen, voor een Vlaamse regering zonder N-VA.

‘Maar de deur staat open. Wij doen aan politiek om zaken te veranderen. Ik geloof ook wel echt dat de druk van onderuit en het mobiliseren van mensen rond thema’s ook even hard verandering afdwingt, maar daar zullen we het seffens over hebben. Maar wij zijn bereid om een aantal dingen aan te pakken.’

Zijn jullie dan een systeempartij die mee in het bestuur gaat? Of een drukpartij, een zweeppartij die zegt: ‘We gaan verandering ‘vanonder uit’ organiseren’?

‘Nee, maar de essentie van de partij zoals wij nu zijn, in deze fase, is een anti-establishmentpartij die zweept en die van onderuit thema’s op de agenda zet.’

‘Ik herinner mij heel goed dat wij twee jaar geleden in Bredene op ons jaarlijkse feest voor tienduizend mensen de campagne voor 1.500 euro nettopensioen hebben afgekondigd. En dat toen iedereen in de politieke wereld unisono zei: ‘Wat een zot idee’.’

En nu ligt het op tafel.

‘Nu ligt het op tafel bij iedereen en dan denk ik: ‘Oké, de geesten rijpen’. Er zijn agendapunten die wij naar voren schuiven. Ik meen ook begrepen te hebben dat bijvoorbeeld de eerstelijnsgeneeskunde gratis maken één maatregel is die men wil nemen. Dat kost trouwens niet zo heel veel. Mensen denken dat het een heel dure maatregel is.’

700 miljoen, heb ik mij laten vertellen. Op kruissnelheid een miljard.

‘Iets minder, volgens mij. 370 miljoen. Maar goed.’

Maar het klopt dat het op tafel ligt. Dat stond inderdaad in het voorstel van de PS.

‘Ja, dus als de PS dat voorstelt, is dat omdat wij vijf of tien jaar op die nagel kloppen. En dan denk ik: vanuit die positie, ook als oppositiepartij, kan je dus een aantal sociale thema’s op de agenda zetten. In ons groeiproces is dat nodig. Wij hebben die drukking nodig. Dus in Vlaanderen meteen met vier zetels in een regering, in een paniekregering stappen, dat is zelfmoord.’

Maar volgende keer moeten jullie klaar zijn, hoor ik u eigenlijk zeggen.

‘Volgende keer moeten wij nog sterker zijn, inderdaad, om nog meer te kunnen afdwingen.’

‘Paul Magnette is de professor van de Parti Socialiste. Hij is een meesterstrateeg, net als Bart De Wever’

Springen we naar 2020. Wat zijn de voornemens? Misschien toch een regering hebben om oppositie tegen te kunnen voeren?

‘Ja, dat denk ik dat heel wat mensen in ons land toch ook wel verwachten.’

Op wat voor kabinet hoopt u?

‘Gewoon een kabinet. Ik denk dat nu de meest logische piste paars-groen met oranje is, binnen het surrealisme dat we vandaag kennen. Want gemakkelijk is het niet, dat weet ik ook wel.’

En hoe gaat u die dan bestrijden?

‘Heel hard, dat moet ook. Wij gaan de oppositie niet aan rechts overlaten. Dat zou het domste zijn wat er kan gebeuren, dat de enige kritiek op een paars-groen-oranje regering door rechts en extreemrechts zou gebeuren. Dan zitten N-VA en Vlaams Belang natuurlijk in een zetel voor volgende keer. Dus we gaan niet het monopolie van de sociale oppositie overlaten aan rechts en extreemrechts. Het beste wat hen zou kunnen overkomen als paars-groene regering is een flinke linkse oppositie ook. En dat gaan wij doen.’

U bent gestegen in zetels op 26 mei, maar ook Vlaams Belang, extreemrechts. Die dat ook voor een stuk met een sociaal programma gedaan hebben. Hoe kijkt u daarnaar?

‘Dat is een tendens in heel Europa. Zij proberen die omslag te maken. Ik ken het Vlaams Belang toch nog veel meer van de partij van de havenbaronnen. Ik merk ook dat mensen als meneer De Winter het heel moeilijk hebben om vakbonden, de arbeidersstrijd, enzovoort, pensioenen te verdedigen als thema’s. Meneer Van Grieken probeert nu die verandering door te voeren naar het model van Marine Le Pen. Maar je ziet in de Kamer en ook in het Vlaams Parlement dat rond essentiële wetgeving zij blijven stemmen voor het establishment. Zij blijven stemmen om bijvoorbeeld de royale uittredingsvergoedingen voor parlementsleden niet af te schaffen hier. Zij blijven stemmen om de pensioenleeftijd te verhogen in de Kamer. En niet naar 65 jaar te gaan.’

‘Heel weinig mensen weten eigenlijk wat de echte standpunten rond een aantal zaken zijn van het Vlaams Belang. Maar ze meten zich nu als een wolf in schaapsvacht een heel sociaal imago aan. Niet alleen in ons land. Dat zie je echt overal. En die combinatie, proberen anti-establishment te zijn, gecombineerd met een soort primair racisme, dat is de sign of the times, dat lijkt te werken in een breder kader.’

Nog één vraag over de toekomstige regering, die u zo graag wilt bestrijden. Wie hoopt u als premier tegenover u te krijgen?

‘Goh, het zou wel goed zijn mocht er een liberale premier komen.’

Liever een duidelijke tegenstander?

‘Liever een klare, duidelijke tegenstander dan een tegenstander die met twee woorden, drie woorden, vier woorden en drie tongen spreekt. Dat is niet goed voor niemand.’

Geen Paul Magnette (PS)?

‘Nee, geen Paul Magnette. We zullen zien. Paul Magnette is de professor van de Parti Socialiste. Hij is een meesterstrateeg, net als Bart De Wever.’

Een betere strateeg dan Di Rupo?

‘Dat denk ik wel. Een strateeg die meer is aangepast aan deze tijd. Een iets jongere geest. Maar de dubbele tong die ontbreekt hem niet. Absoluut niet.’

Hij is niet uw vriend, hè.

‘Wij kennen de Parti Socialiste ook omdat wij een nationale partij zijn. We kennen ze vanuit Luik, vanuit VOO, vanuit heel die Publipart- en Publifin-affaire. Vanuit heel die situatie waar er sommige bestuurders één miljoen euro krijgen om in die intercommunale te zetelen, mét belastinggeld.’ ‘Sommigen vergeten dat weleens, maar wij zijn de beste oppositiepartij tegenover de Parti Socialiste. De PS ligt door ons onder vuur. En heel die zelfbedieningspolitiek die ze jarenlang in stand hebben gehouden, wij nemen die mee onder vuur vanuit linkse hoek.’

Eigenlijk bent u de beste bondgenoot van Bart De Wever?

‘Nee, we zijn nog altijd de grootste tegenstander van Bart De Wever. Het maffe is dat De Wever en Magnette elkaar een beetje in evenwicht houden en dat surrealisme hier in België mogelijk maken.’

‘Blijkbaar strooien ze zelfs graag de karikaturen over elkander uit. Omdat we geen federale kieskring hebben, mag en kan Magnette van alles zeggen over de rechtse Vlamingen. Wat mij tegen de borst stuit, want ik ken heel veel sociale Vlamingen die helemaal niet denken zoals Fernand Huts. Mensen die helemaal geen zonnepaneelparken en subsidiestromen naar hen zien komen, zoals die meneer Huts. Ik ken heel wat Vlamingen die het moeilijk hebben. Dus als Magnette zegt: ‘Al die rechtse, verwende Vlamingen’, wel, dat is dikke zever. En als De Wever zegt: ‘Al die staatssteuntrekkers in Wallonië’, dat is even grote zever. Maar ze mogen dat ongestraft over elkaar zeggen.’

‘Ik denk dat Belgique à papa, het Belgisch establishment, het Belgisch systeem, nu afstervende is’

Jullie zijn de enige unitaire partij?

‘In een unitair land.’

Dat hebben ze op het paleis ook opgemerkt?

‘Het heeft lang geduurd, maar ze hebben het opgemerkt.’

Ze hebben u toch ontvangen, al een aantal keer.

‘Ze hebben mij ontvangen op een vriendelijke manier, ja.’ (lacht)

Politiek is natuurlijk ook menselijke relaties. Hoe is uw band met Conner Rousseau, de nieuwe voorzitter van sp.a?

‘Nog geen contact gehad. Met Crombez had ik een redelijk goeie band. Maar wat niet is, kan komen. Misschien zullen zijn nieuwe sloefen hem dichter en sneller bij mij brengen dan ik denk. Ik weet het niet.’

U zit ook met de weigering van CD&V, om coalities te maken. Ik veronderstel dat u Joachim Coens zeker nog nooit gesproken hebt?

‘Nee, dat is allemaal heel kort dag. Maar dat zal wel gebeuren. Banden zijn inderdaad belangrijk. Zeker in een politiek landschap dat uit mekaar aan het vallen is en waarin die drie traditionele families aan het verdwijnen zijn. Die banden zullen wel komen. Maar langs de andere kant is er ook een lichte vorm van paniek, dat zich zowel van CD&V als bij sp.a meester maakt, na die peilingen en die uitslagen. Is het misschien best dat zij eerst nu orde op zaken intern stellen.’

Wat wenst u dit land eigenlijk toe in 2020?

‘In ieder geval meer eenheid. Ik denk dat Belgique à papa, het Belgisch establishment, het Belgisch systeem, nu afstervende is en op twee manieren onder vuur ligt. Je kunt dat op twee manieren remediëren, denk ik. De status quo is niet meer mogelijk, denk ik. Dat merkt iedereen.’

Ah, zo zijn we bij de dialectiek: de status quo doorbreken.

‘Dat is interessant wat u zegt. De dialectiek is dat de status quo op twee manieren kan aangepakt worden. Ofwel zeg je: ‘We gaan nu het land naar 2024 toe naar de exit leiden’, naar een soort Vlaamse onafhankelijkheid, een soort Fernand Huts-republiek. Dat gaat massaal veel geld kosten, maar er zit een bepaalde logica in. Dus dat is wat N-VA en Vlaams Belang voorstellen.’

‘Ofwel zeg je: Oké, we moeten dit land hertimmeren. We moeten naar één federale kieskring, we moeten een aantal materies terug herfederaliseren. Het is absurd om vier ministers van klimaat te hebben die dan ruzie maken over een land dat nauwelijks een erwt groot is op de wereldbol. Laten we dat gewoon terug herfederaliseren. Net hetzelfde rond energie of mobiliteit. We hebben vier ministers van mobiliteit en die staan alle vier in de file. Absurd is dat. Dus dan heb je een nieuw soort 21ste-eeuws federalisme nodig. Waarbij ook de politieke zelfbediening, die absurd hoge partijfinanciering, waarbij je dat allemaal aan banden legt.’

‘Maar de status quo, daar geloof ik niet meer in. Je hebt die twee wegen. Ofwel versterk je, vereenvoudig je, maak je het meer helder op federaal vlak, zoals in een aantal andere landen. Zoals Zwitserland en zelfs Duitsland. Ofwel ga je naar de exit met dit land, waar ik dan niet in geloof. Want dat gaat ons heel veel geld kosten, het probleem Brussel is niet opgelost. En op wereldschaal zijn wij erg klein om een aantal dingen aan te pakken. En als je dan ziet wat we al overgeheveld hebben naar Vlaanderen, is niet per se beter geworden. Wat betreft het milieu, we behalen onze klimaatdoelstellingen niet, de Lijn ligt er belabberd bij. In de grootsteden werkt het niet. En ga zo maar door.’

Dus dat is de fundamentele keuze waar we voor staan?

‘Ja, in het komend jaar 2020 naar 2024.’

En hoe realistisch is het dat we die keuze echt gaan maken?

‘Het probleem met niet te kiezen is dat men de facto ook kiest. Want de kritiek van heel wat mensen is ook: ‘Wordt er hier eigenlijk in dit land nog geluisterd of is dat allemaal voor de show, die politiek?’ Die roep is toch heel hard. Als die traditionele partijen verschrompelen, als we verkiezingen hebben, als mensen zeggen: ‘Die mensen in Brussel, wat doen die eigenlijk? Die roep om gehoord te worden, die smeekbede om gehoord te worden, is enorm hard. En als het dan vervolgens niet gebeurt, dat gaat iedereen dat voelen. Dat is een strategie van verrotting. En ik denk dat sommige partijen daar heel hard bij gebaat zijn. De V-partijen met name. Of de radicaalste van de V-partijen toch, met die strategie van verrotting. Maar ik denk echt niet dat het één Belg één stap vooruit zal brengen.’

Wat wenst u uzelf toe in 2020?

‘Een goeie gezondheid in ieder geval. Opnieuw, het is zwaar eigenlijk om die knokpartij, die politiek toch is geworden, elke keer aan te gaan. Dus een goeie gezondheid is altijd belangrijk. Dat is het belangrijkste dat ik mezelf toewens.’

‘Voor de PVDA een verdere doorgroei. Ik hoop dat wij ons nooit aanpassen. Wij zijn nu naar 43 bovenlokale mandatarissen gegaan. Voor ons is dat een heel belangrijke sprong geweest. We hebben heel veel nieuwe mensen moeten aanwerven hier in de verschillende parlementen. Maar wij komen hier als een anti-establishmentspartij. Dus het allerbelangrijkste voor ons is: ’Pas je niet aan aan deze bubbel van het parlement, van de instituties. Kom genoeg uit deze bubbel’. Als je te lang in deze salons rondloopt, kruipt dat in de kleren.’

Wordt dat elke maandagochtend gezegd op de fractievergaderingen in een groepskreet: ‘We zijn niet deel van het establishment?’

 ‘Uiteraard. En dinsdag, woensdag en donderdag. Dat wordt elke ochtend gezegd.’ (lacht) Wij maken hier geen deel van uit. Heel belangrijk. Maar nog belangrijker is dat de mensen genoeg op het terrein zijn. Dus als er sociale acties zijn moeten we erbij zijn. Bijvoorbeeld, een van de belangrijkste punten van vorig jaar voor ons was ook die goedkeuring van het noodfonds in de zorg. Daar was ik heel blij om. We hebben kunnen zorgen voor 400 miljoen euro extra zorgen, dankzij een amendement op de begroting. Dat is toen goedgekeurd.’

‘Maar dan zeggen wij erbij: ’Wij willen dat onze parlementsleden en onze parlementaire medewerkers zelf naar zorginstellingen gaan’. Het gaat niet alleen over die tekstjes en cijfers: hoor nu zelf eens welke handen er tekort zijn? Hoe het eraan toe gaat op een RVT, een instelling? Ga op het terrein, verlies dat contact niet. Want daar doen we het voor.’

‘Dat zijn maatregelen die wij nemen met onze parlementsleden. En dan zijn die mensen hier niet in de parlementaire gangen, maar zijn die in heel het land. En dan horen die in Luik, in Brussel, in Antwerpen, in Gent in de zorginstellingen dat die bekommernissen hetzelfde zijn. Dat is geen Vlaams-Waalse tegenstelling. Het is een tegenstelling van te weinig personeel en te weinig investeringen.’

Lees hier de andere Xmas Talk-interviews:

Meer premium artikelen
Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20