‘Nieuwe verkiezingen betekenen het einde van België’

‘Nieuwe verkiezingen, dat is gewoon bullshit, want mensen hebben al gekozen. De kaarten liggen op tafel.’ Sp.a-voorzitter Conner Rousseau dringt aan op een snelle federale regering in 2020. Daarbij zit z’n eigen partij lastig: ‘Het is heel moeilijk om aan de mensen uit te leggen dat de sp.a niet in die Vlaamse regering zit, maar wél in die federale regering. Wij zijn niet verantwoordelijk voor je bus die niet op tijd komt, maar wij zijn vanaf nu wel verantwoordelijk voor je trein die niet op tijd komt?’ Eén ding is alvast zeker, de jonge partijvoorzitter gaat echt niet z’n frisse stijl veranderen: ‘Ik ga nu toch niet mij aanpassen omdat er een aantal oude sasa’s of conservatieven dat eisen?’

‘2019 was voor mij persoonlijk een heel bijzonder jaar. Een rollercoaster. Ik ging van partijmedewerker, achter de schermen, tot lijsttrekker, parlementslid, fractieleider, kandidaat-voorzitter, nu voorzitter. Dus er is toch wel veel gebeurd op één jaar tijd.’

Had u enig besef toen u op 1 januarivoornemens had voor dit jaar, dat het daar zou eindigen? Of een stiekeme droom?

‘Nee, echt niet. Ik wist wel dat ik lijsttrekker was, dus ik ging er ook van uit dat ik in het Parlement ging zitten. Maar ik was eigenlijk vooral gefocust op een goeie uitslag in mei. En ook voor de partij.’

Wat was dan het kantelpunt waarop u zei: Ik ga die partij in handen nemen?

‘Deze zomer. Er zijn journalisten over begonnen na mijn eerste tv-debat tegen Bart Somers (Open Vld) en Liesbeth Homans (N-VA). Plots werd er wel wat positiefs geschreven, kwamen er in de politieke wereld wat positieve berichten. Ik werd ontdekt, om het zo te zeggen. Mensen kenden mij plots. Toen werd er wat geschreven over het voorzitterschap. Ik lachte daar toen mee. In de zomer zelf was de partij aan het zoeken: ‘Wat gaan we doen?’ Ik was toen plots Vlaams fractieleider en ik zat toen in België in alle kerngesprekken van de partij erbij, met de andere fractieleiders. Ik voelde dat wat we aan het doen waren niet marcheerde. En bon, er waren wat mensen die me gestimuleerd hebben om het te doen. Toen heb ik gedacht: ‘Ik wil het niet gewoon zijn, ik wil er iets mee doen. Er is een verschil tussen voorzitter zijn en het doen, natuurlijk.’

Dat lijkt me nogal evident.

‘Ik ben het toen voor mezelf beginnen uit te schrijven. Mocht ik het nu doen, hoe zou ik het doen? Maar echt met de hypothese van: ‘Het kan ook zijn dat ik het niet doe’’

‘Dat ben ik dan beginnen uit te schrijven en tot die fameuze ‘elektroshock’ gekomen. En al de rest is een beetje geschiedenis. Op een bepaald moment zeg je: Ik ga het doen. Dan heb ik met wat mensen gebeld: ‘Wat denk je?’ En ik dacht: zelfs als ik het niet haal, is het een fors statement dat iemand van 26 jaar het nog maar in zijn kop haalt om dat te doen. Dat was eigenlijk de bedoeling.’

Het klinkt wel heel beredeneerd, wat u nu allemaal vertelt. Het is niet zomaar impulsief, het is eigenlijk een stappenplan.

‘Als je mij gaat leren kennen, ga je wel weten dat ik niet zomaar impulsief aan dingen begin. Dat ik toch graag voorbereid ben als ik dingen doe. Dat lijkt misschien zo niet.’

Ik had het beeld van een 26-jarige spring-in-t-veld die ervoor gegaan is…

‘Er was ook een enorme Sturm und Drang, maar je wordt niet voorzitter van een partij door op Instagram alleen maar te zetten dat je dat wilt doen.’

Nee?

‘Niet alleen.’

‘Alle politiekers zijn likehoeren’

Wat is dan hét moment van 2019? Als u zo binnen twintig jaar gaat terugblikken, wat onthoudt u?

‘Voor mezelf? Ik denk de dag dat ik aankondigde dat ik voorzitter wou worden. Het jaar was sowieso al een rollercoaster, maar die dag heb ik van 5u30 ’s ochtends tot 23u30 ’s avonds mezelf moeten promoten.’

Dan moet men toch enigszins een ego hebben?

‘Hebben we dat niet allemaal? Ik heb mezelf al een likehoer genoemd, dus ik heb daar geen problemen mee.’

Een likehoer?

‘Alle politiekers zijn dat.’

Maar er zijn er weinig die het toegeven. Dat is misschien het verschil.

‘Ik ben eerlijk, hè. Maar dat gaat zelfs niet zozeer over ego. Ik weet nog dat ik die nacht heel weinig geslapen had. En dat ik probeerde het allemaal te relativeren. Ik zei tegen mezelf: ‘Die aardbol zweeft hier al vijf miljard jaar door. Dat gaat niet stoppen met draaien of ik dat nu goed of slecht doe’. Om mijn stress een beetje te temperen.’

Dat is wel heel filosofisch.

‘Wat boeit het de mensen? Ze gaan naar de supermarkt, hun kinderen halen van de school. En of het nu Conner Rousseau is of iemand anders die de sp.a leidt, dat maakt op zich de wereld niet.’ ‘Maar dat was wel even mijn wereld die dag, dus ik dacht: ‘Oké, ik moet hier het beste van mezelf laten zien en een niveau halen waar ze van zeggen: Die gast kan iets’. Dat was voor mij wel mijn moment van 2019.’

‘Ik kreeg toen best wel moeilijke, zware vragen. ‘Ben je niet te jong?’ ‘Je hebt geen ervaring?’ Al het negatieve kwam boven. Ik ben daar toch heel positief mee kunnen omgaan. Toen hebt ik wel echt een visitekaartje afgegeven, die dag. Omdat ik in alle media was. Ik heb alle tv-studio’s gedaan, ik denk dat ik alle radiostudio’s gedaan heb. ’s Avonds heb ik nog bij Danira gezeten en dat was ook eigenlijk heel plezant. Ik moest daarvoor nog bijna overgeven van vermoeidheid. Ik was volledig op. En ik kreeg zelfs niets meer binnen om te eten. En toch lukte het. Ik was blij voor mezelf dat ik een knop kon omdraaien. ‘Okay, let’s go for it.’ Het moment dat ik op die scène stapte, was ik gewoon een totaal andere mens. En daarna was ik echt volledig op. Ja, zo’n dag, dat is stress, dat is iets nieuws. Maar het is wel gelukt.’

‘Voor mij was die dag, nog meer dan de dag dat ik ook echt voorzitter werd, hét moment. Want toen, op die dag, wist ik niet hoe erop gereageerd ging worden. Hoe gaan mensen daarmee om? Ik denk dat iedereen wel gezien heeft toen dat er iets stond en dat er iets meer achter zat dan gewoon ‘just a boy with an Instagram account’.’

U bent nu voorzitter, plots ook die verantwoordelijkheid. Waar gaan we met dat land naartoe?

‘Dat is een heel goeie vraag. Momenteel zijn er twee hoedanigheden toch in één persoon, dat ben ik, voor alle duidelijkheid.’ ‘Je hebt iemand die eigenlijk vindt dat het allemaal heel rap vooruit moet. Die vindt dat politiekers hun job moeten doen. Dat er naar oplossingen moet gezocht worden. Ik hoor elke dag maar iedereen communiceren wat men niet wil. Misschien is het tijd om eens te zeggen wat we wel willen? Wij proberen dat te doen.’ ‘Langs de andere kant ben ik ook de voorzitter van een partij die wel moet afwegen: waar eindigt de verantwoordelijkheid en waar begint de zelfkastijding? Dat zijn twee hoedanigheden die wel met elkaar te rijmen zijn.’

Maar wat zegt u dan eigenlijk? De sp.a wil liever niet in een regering?

‘Wel, dat is inderdaad een beetje egoïstisch misschien? Kijk, ik heb beloofd dat ik eerlijk ging zijn. Het is heel moeilijk om bijvoorbeeld aan mijn oma of aan anderen uit te leggen dat de sp.a niet in die Vlaamse regering zit, maar wél in die federale regering. Mensen kennen dat verschil al moeilijk. En twee, concreet, wij zijn niet verantwoordelijk voor je bus die niet op tijd komt, maar wij zijn vanaf nu wel verantwoordelijk voor je trein die niet op tijd komt. Dat is een heel moeilijk ding in ons land. Het zit heel ingewikkeld in elkaar. Heel veel zit met elkaar verweven.’

‘Waar ik echt voor wil gaan, is een heldere boodschap, een verhaal, een heldere inhoud voor mijn partij zetten. Maar om met zo’n combinatie dan een juiste boodschap te zetten? De kiezer heeft niet echt het signaal gegeven dat sp.a er moet bij zijn, dus misschien moeten we toch aan de kant?’

‘Natuurlijk, dat is de tweede stap, federaal is niet alleen Vlaanderen. Federaal is de socialistische familie de grootste familie van het land. Hate it or love it, maar dat zijn de feiten. En dus kan je niet gewoon zeggen: Wij doen niet mee, punt. Dat zou niet constructief zijn en dat zou het helemaal al niet vergemakkelijken.’

Maar het is een beetje tussen hangen en wurgen?

‘Ja, maar ik denk dat die houding wel kan. Wij zeggen: ‘Voor ons moet er niets’. En dat geeft mij wel de ruimte om te bewegen. Er zijn tijden geweest dat de sp.a er alles aan deed om zichzelf in de regering te wurmen en posten te hebben. Voor mij moet er niets en voor de partij ook niet. Dat is een hard to get-positie, waar ik graag speel.’ ‘Wij kunnen vandaag helder zijn: ‘Dit is waar wij voor staan’. Het gaat over inhoud. ‘Willen jullie ons erbij? Dan is dat de inhoud.’ En wat we vragen is niet zo zot. Het gaat over betere pensioenen, over gezondheidszorg, over veiligheid, over klimaat. Ik denk dat de Vlaming daar best wel beter van wordt.’

Ondertussen kunnen we ook niet echt zeggen dat die Vlaamse regering goed functioneert op dit moment.

 ‘Ze hangt niet samen, hè. De N-VA stuurt op Facebook gesponsorde posts de wereld in om Open Vld aan te vallen in het Vlaams Parlement. Dat is toch wel du jamais vu, dat coalitiepartners bij de start van de regering zoiets doen. Hoelang zijn ze bezig, een paar maanden? Er geld tegenaan smijten om elkaar zwart te maken. Dat toont wel aan dat de sfeer niet goed zit.’

‘Ik weet wel waarom die sfeer niet goed zit. Het is een gedrocht van een regeerakkoord. Als je nu kijkt: besparingen op zelfmoordpreventie terwijl er 28 mensen een zelfmoordpoging ondernemen elke dag. Dat krijg je aan niemand uitgelegd. Ze krijgen het blijkbaar aan elkaar niet meer uitgelegd, en dan komt er ruzie van. ‘

‘Er is een bepaalde verrottingsstrategie bezig’

Naar het federale dan. Er staat meer op het spel dan een regeringsvorming, het lijkt wel of het systeem niet meer functioneert?

‘Het is natuurlijk te zien vanuit welke hoek je het bekijkt. Met name, het zijn zij die zeggen dat het niet meer functioneert, die ook willen dat het niet meer functioneert. En het zijn zij die willen dat het niet meer functioneert, die het niet doen functioneren. Er is een bepaalde verrottingsstrategie bezig. Maar ik denk dat je wel gelijk hebt dat het om meer gaat dan over: ‘Welke partijen gaan er met elkaar een akkoord vinden en welke maatregelen gaan ze uitvoeren?’.’

‘Voor ons is dat duidelijk, het moet sociaal en rechtvaardig zijn. Het gaat hier wel over de toekomst van het land. Elke dag dat er geen oplossing komt, is een dag dat de extremen gevoed worden. Als er opnieuw verkiezingen komen, voor mij geen probleem. Ik kan dan eens volle gas zien of het nieuwe voorzitterschap van sp.a rendeert. Maar wat los je daarmee op? Niets, integendeel. Je gaat verder uit elkaar komen te staan, extremen gaan groter worden en dus gaat er meer naar die extremen geluisterd worden.’

Nieuwe verkiezingen zijn geen oplossing?

‘Nieuwe verkiezingen zijn het einde.’

Het vreemde in de redenering van ‘het land bijeen moeten houden’, is dat men dan uitkomt bij formules waar uitgerekend N-VA ook mee in de regering zou moeten. Best paradoxaal.

‘Het is paradoxaal. Daarom onze houding: ‘Wij kijken naar de inhoud. Je hoeft geen toppoliticus of topjournalist te zijn om te weten dat onze voorkeur altijd richting paars-groen zal gaan, naar iets ethisch progressief, iets wat vooruitgaat. Maar wij sluiten niemand uit, omdat het proces gewoon al te moeilijk is. Alleen, laat ons geen twintig jaar tijd besteden aan dat land te splitsen. En dan nog, lukt dat ooit? Laat ons kijken binnen de context hoe we alles kunnen verbeteren. Want er moet heel veel verbeterd worden, absoluut.’

‘Ik denk dat mensen niet zo bezig zijn met wie er juist in de regering zit. Die willen dat er een regering is. Dat er bestuurd wordt en dat er problemen worden opgelost. En dat is ook de oproep geweest die ik gedaan heb. Stop alsjeblieft met al die spelletjes. Al die politiekers. Doe je job, doe waar je voor betaald wordt. Doe waar je voor verkozen bent. Nieuwe verkiezingen, dat is gewoon bullshit, want mensen hebben al gekozen. De kaarten liggen op tafel.’

U bent nieuw, maar veel van uw collega-voorzitters ook. Vertel eens iets over die menselijke relaties in politiek?

‘Politiekers zijn mensen zoals iedereen. Zoals je dat in een school hebt, zoals je dat op het werk hebt, heb je dat hier ook. Met bepaalde mensen klikt het gewoon sneller goed.’

Met wie klikt het dan, als ik dat mag vragen?

‘Ik zal zeggen dat ik een enorme bewondering heb gekregen op heel korte tijd voor onze premier, Sophie Wilmès (MR). Ik kende haar eigenlijk niet goed, ik had ook in Vlaanderen nog niet veel van haar gezien. Ik wist natuurlijk dat ze minister van begroting was en dacht: ‘Oei, minister van begroting. Dat is dan precies toch niet zo goed gelopen in België’. Maar eigenlijk vind ik dat een heel straffe madam.’

Maar wel een liberaal?

‘Als ik alleen maar met socialisten zou mogen overeenkomen… Als je ziet hoe laag we nu peilen, dan zal ik niet veel vrienden overhouden.’ (lacht)

U kon even goed Meyrem Almaci gezegd hebben, bijvoorbeeld.

‘Daar kom ik ook mee overeen. Maar ik heb speciaal een Waal gekozen. Om te tonen dat ik ook over de taalgrens heen kijk.’

Is Wilmès dan bijvoorbeeld iemand die kandidaat-premier is, misschien?

‘Dat kan. Van mij mag ze het blijven. Ik ben niet zo bezig met wie die post krijgt. Maar ik snap voor een deel de kritiek van: ‘Het moet een Vlaamse premier zijn’. Liefst toch een Vlaamse premier.’

Toch, ja? Waarom is dat relevant?

‘Eigenlijk is dat niet relevant. Dat is symboliek. Maar ik begrijp wel dat na twee Walen het wel eens goed zou zijn dat het terug een Vlaming is.’

Moet het niet gewoon de sterkste figuur zijn die de boel trekt?

‘Als je kijkt naar ‘moet dat de sterkste figuur zijn’, als je puur rationeel daarnaar kijkt, dus de gevoelens van Vlaming of Waal weglaat, denk ik dat zij zeker een sterke kandidate is. Ik weet niet wie er allemaal kandidaat-premier is?’

Ik kan u de lijst geven.

‘Geef me de lijst.’ (lacht)

Gwendolyn Rutten (Open Vld), Koen Geens (CD&V), misschien Paul Magnette (PS) zelf. Of Bart De Wever (N-VA)?

‘Ja, maar ik ken ze niet allemaal zo goed. Ik heb Sophie Wilmès een aantal keren ontmoet en dat was heel warm. Oké, dat is iemand waar je je portemonnee aan zou geven, denk ik. Alhoewel… Minister van Begroting geweest, het is dus dubbel. (lacht) Paul Magnette ook, maar dat zou te voorspelbaar zijn als socialist. Ik heb die de laatste weken leren kennen en ik vind dat echt een topper. Ik hoop dat mensen daar niet alleen naar kijken als ‘dat is de PS en de N-VA en ik vind dat slecht.’ Hij is een heel verstandige, wijze man die goeie dingen doet. En van wie ik als nieuweling echt wel kan leren.’

‘Mensen in mijn familie hebben psychische problemen gehad. Daar staan we nog mijlenver van waar we moeten staan’

Vertel eens iets over de groenen. Socialisten hebben natuurlijk altijd een speciale relatie: jullie hebben samen coalities gemaakt, kartels gemaakt. Sommigen droomden van één partij. Hoe kijkt u daarnaar?

‘Ik denk dat wij natuurlijke bondgenoten zijn. Wij werken op heel wat vlakken heel goed samen. Ik zie dat in het Vlaams Parlement ook, ik heb daar met de groene fractie echt wel een goede samenwerking. Maar er is toch een deel een verschil. Als je kijkt naar op welke manier je de samenleving organiseert, als het dan gaat over het klimaatprobleem, dan proberen wij toch vooral in het collectieve te denken. Hoe ga je niet een persoon individueel raken, maar hoe probeer je dat collectief te doen. Ze hebben ook een andere stijl dan wij. Bij mij mag het allemaal iets scherper zijn. Ik denk dat het daar bij hen heel braaf is.’ ‘Maar wij staan echt wel dicht bij elkaar en ik hoop ook, en dat meen ik, dat in de toekomst niet de ene groeit ten koste van de andere, maar dat we samen kunnen groeien. Ik denk dat dat goed is.’

Maar ‘één en één is drie’ is niet altijd de redenering?

‘Nee. Ik denk dat we elk de beste versie van onszelf moeten worden. En als we die beste versie zijn, op het beleid moeten wegen. Ik denk niet dat we moeten samenvloeien. Misschien op termijn.’

‘Je gaat zien… Als die peilingen waarheid worden, ga je naar een herkaveling komen van het politieke landschap. Maar laat mij nu eerst mijn eigen partij op orde krijgen, voor ik heel het politieke landschap op orde probeer te krijgen.’

Maar het is wel een thema, natuurlijk. Hoe ver kan je zakken als traditionele partij? En moet er op een gegeven moment niet eens nagedacht…

‘We zijn, voor alle duidelijkheid, geen traditionele partij meer.’

Ah nee, sinds Conner Rousseau is dat anders?

‘We hebben drie traditionele partijen vanaf nu, Wouter. Vanaf 2020. Dat zijn N-VA, Open Vld en CD&V. Dat zijn de traditionele partijen.’

Ik was nog niet helemaal mee in de framing.

‘Bij dezen weten de kijkers en lezers het.’

Uw ambities dan als voorzitter: waar moet de sp.a in 2020 naartoe?

‘Wij moeten eerst en vooral intern een geoliede machine worden. De sterkste versie van onszelf. Dat boeit niemand, maar ik zeg het toch even.’

Mag Louis Tobback nog interviews geven?

‘Iedereen is vrij om te doen en te zeggen wat ze willen. Maar als ze lid willen zijn van de partij, moeten ze wel de partijlijn verkondigen. Maar als het ideologisch gaat, denk ik dat Louis Tobback een heel sterke ideologische socialistische visie heeft. Dus dat gaat het probleem niet zijn.’

Maar het blijft venijnig. Weer zo’n uithaal naar John Crombez, uw voorganger… Bart Tommelein (Open Vld) zei het: ‘In een café waar gevochten wordt, wordt niet gedronken’.

‘U probeert goed, maar ik ging antwoorden op waar sp.a moet staan. De partij is voor mij geen doel, maar een middel. Een middel om een doel te bereiken. Dat wil zeggen: een soort van Vlaanderen waar je naartoe wilt, een soort van België waar je naartoe wilt. Dus als die partij groter wordt, de verkiezingen kan winnen, door goed te communiceren, door goeie inhoud, een boodschap, je te organiseren, dan heb je impact.’

‘Dat doel is om solidariteit terug tot het centrum van de politiek te maken. Elk jaar breken we records wat liefdadigheid betreft. We zien langs de ene kant een verzuring van de samenleving, en langs de andere kant zien we een record voor liefdadigheid. Daartussen zit solidariteit. Een sterke overheid die mensen beschermt tegen terroristen, een sterke overheid die een efficiënt vervoersmodel heeft, dat je niet heel je leven moet zitten vloeken in een file. Een sterke overheid die ervoor zorgt dat als baby Pia drie straten verder was geboren, dat ook zij met misschien andere ouders het redt.’

‘En voor alle duidelijkheid, respect voor die ouders. Ik vond dat een superactie, dat toont aan hoe warm men is. Maar liefdadigheid mag nooit in de plaats komen van solidariteit. En solidariteit is je deel krijgen, maar ook je deel doen. Solidariteit is dat deel. Dat is bijdragen naar vermogen en krijgen naar noden. En mensen opnieuw het gevoel bezorgen dat dat systeem werkt. Want het systeem werkt, kijk naar België. Als je gaat studeren, als je ziek bent. Mijn moeder heeft kanker gehad. Ze heeft het nog altijd, maar ze is herstellende van borstkanker. Wij hebben een fantastisch land wat betreft gezondheidszorg. Maar er zijn nog heel wat noden. Andere mensen in mijn familie hebben psychische problemen gehad. Daar staan we nog mijlenver van waar we moeten staan. Dus wij moeten solidariteit het centrum van de politiek maken. Het is gewoon gezond verstand om samen je geld in een pot te steken, in een overheid waarop je vertrouwt. En daar is nog heel veel verbetermarge, dat die overheid dat goed beheert, dat geld. Dat je erop vooruitgaat. Dat als je werkt, dat je meer beloond wordt. Als je je best doet, dat je beloond wordt. En als je een tegenslag hebt, dat je niet op een wachtlijst terechtkomt, dat je niet sukkelt, dat je je kinderen eten kunt geven op school. Dat vraagt een eerlijke bijdrage naar vermogen, maar dat zorgt er ook voor dat iedereen moet krijgen naar de noden. Ik ben er eigenlijk van overtuigd dat heel wat mensen, twijfelen of het nog klopt. Dat gaat dan over vreemdelingen, maar dat gaat ook over rijke fraudeurs. Dat gaat over van alles. Er is geen evenwicht meer in wat ze doen en wat ze er maar voor in de plaats krijgen. En ook geen evenwicht meer in wat anderen er maar voor doen en wat ze allemaal in de plaats krijgen.’

Het herstel van rechtvaardigheid?

‘Ja. Het rechten- en plichtendiscours is heel links. Dat wil zeggen: iedereen kan zijn best doen en doet zijn best. Ik ben positief, ik ga daarvan uit dat ook iedereen zijn best doet. En mensen moeten daarvoor iets terugkrijgen.’

‘Het grote verschil tussen ons en de PVDA? Wij zijn geen afgunstigen’

Goed, maar waarom zijn de communisten van PVDA dan niet het betere origineel? Die zijn nog straffer in dat verhaal dan jullie?

‘Maar wij zijn socialisten, hè.’

Als je kijkt naar de peilingen zie je wel de opgang van PVDA.

‘Als er geen oplossingen komen, dan winnen de extremen. Maar de extremen zullen nooit met oplossingen komen. En dus moet je wel naar een model werken waar je kunt samenwerken.’

Ziet u dan geen samenwerkingsmodel met de PVDA?

‘Er is bijvoorbeeld een voorbeeld in Zelzate.’

Dat is de enige coalitie waarin jullie samen zitten met PVDA.

‘Ja, maar dat is wel de verdienste van onze burgemeester daar, Brent Meuleman. Een bijzondere clevere kerel. Hij heeft het erdoor gekregen dat er een heel kleine bijdrage van de multinationals op het gebied van Zelzate komt, in combinatie met een verlaging van de belasting voor de kleine zelfstandige en voor de werkende mensen.’

Dus het kan wel om ze aan boord te nemen?

‘Het kan wel. Daar specifiek omdat ze elkaar gevonden hebben. Omdat er ook geen andere coalitie mogelijk was. Alleen is het grote verschil tussen ons en hen dat wij geen afgunstigen zijn. Wij vinden dat iedereen geld mag verdienen. Als het maar op een eerlijke manier verdiend is. Een vooruitgangsmodel voor iedereen.’

En die afgunst zit wel bij hen?

‘Ja, al ga ik voor hen niet spreken. Ik ben niet naar hier gekomen om over anderen slecht te spreken, maar het is een andere manier. Ze zijn extreem, ze zijn destructief voor een deel. En ze vertonen gelijkenissen met andere extremen, ze verspreiden ook heel veel fake news over ons, ze vallen ons aan. Maar eigenlijk, inhoudelijk, zitten er bij de PVDA ook wel heel veel goeie dingen. Wij werken ook samen, in het Vlaams Parlement hebben wij samengewerkt. Maar ik zie ook dat zij ook wel heel vaak ons als vijand opzoeken. Als je boodschap is om naar een socialer Vlaanderen te gaan, dan is sp.a niet de vijand, hè. Dan is sp.a de voortrekker, de pionier. Wij zijn altijd de pionier geweest voor een progressief sociaal Vlaanderen. Ze kunnen van ons daar nog iets in leren, hoor.’

‘Maar dat moet het verhaal moet. Als ze echt willen samenwerken, wil ik dat doen. Maar je moet die vraag aan hen stellen. Want wij werken met Brent Meuleman samen met hen. Wij moeten vooral de sterkste versie van onszelf worden en niet per se kijken naar anderen om samen te werken.’ ‘Wij moeten vechten voor solidariteit en een sterke overheid die iedereen nodig heeft. Iedereen kan ziek worden, iedereen rijdt over de wegen. Iedereen gebruikt eens het openbaar vervoer. Zelfs de verkeersleiders, de luchtleiders: iemand met een privéjet moeten laten opstijgen, dat is een overheid die moet zorgen dat het op een veilige manier gebeurt. Dus zelfs als je een privéjet hebt, zou je moeten geloven in een sterke overheid. Iedereen wordt daar beter van.’

Dus ook mensen met een privéjet moeten sp.a stemmen?

‘Natuurlijk.’ (lacht)

We gaan naar de voornemens. Wat wenst u dit land toe in 2020?

‘Heel cliché, een regering.’

En uw partij, wat wenst u die toe?

‘Ik ben er wel van geschrokken, we hebben wel best een patat gehad in mei 2019. In 2018 eigenlijk ook.’

Wanneer was de laatste keer dat sp.a een verkiezing gewonnen heeft?

‘In 2006. Antwerpen in 2006.’

Hoe oud was u toen? Als ik dat mag vragen?

‘2006. Wat is dat? Ik ben nu aan het rekenen. Dertien jaar denk ik, op dat moment.’

Dat is erg, hè.

‘En Gent in 2012. Toen ook nog, haalden we een absolute meerderheid met Daniël Termont. Maar dat is ook alweer even geleden. Dat gaat dan over personen. Je had Daniël, Patrick Janssens. Een paar personen die het verschil maken. Structureel hebben we sinds 2003 niet meer gewonnen.’

‘Ik ben niet perfect en ik heb heel veel gebreken. Maar het enige dat ik iedereen beloof, is dat ik elke dag keihard ga werken’

Dus u bent dan nu de nieuwe Messias?

Dat weet ik niet.’

De hoop van sp.a?

‘Ik ben niet perfect en ik heb heel veel gebreken. Maar het enige dat ik iedereen beloof, is dat ik elke dag keihard ga werken. Vroeg ga opstaan, laat ga slapen. En alles ga doen wat ik kan om nieuw leven in die partij te blazen. ‘We hebben twee patatten gehad. Maar de veerkracht waarmee onze leden reageren… We hebben nu twee weekends geleden ons congres gehad. Daar was duizend man. We hebben daar relatief weinig reclame voor gemaakt, daar kwam heel vlot volk naartoe. De veerkracht waarmee onze militanten, onze strijders noem ik ze, onze nieuwe strijders, daar stonden, dat die de partij zo dragen… Dat is een ideologie die je niet kapot krijgt. Dat zit in ons.’

Maar ze hadden wel een nieuw verhaal nodig?

‘Ja, ik denk dat ze wel voelen dat er een nieuwe schwung in de partij is. Er is een heel sterke vernieuwing, maar ook vernieuwing die niet de anderen buiten zet. Wij hangen echt wel heel goed bijeen. We hebben John (Crombez, red.) in de bloemetjes gezet. Frank Vandenbroucke is voor het eerst terug naar een congres gekomen van ons. Die is komen spreken.’

(verbaasd) En het was gezellig?

‘Het was supergezellig. Hij is als academicus gekomen, natuurlijk.’

Dat is misschien een betere casting voor hem?

Dat zegt u. Heel belangrijk is dat we tonen wat het model is waarvoor we staan als partij in de samenleving. Namelijk, er zijn meningsverschillen. Maar niks zo mooi als van mening verschillen en daar op een volwassen manier over communiceren of dat beargumenteren. Maar klit samen en doe er iets mee. Daar ben ik echt van geschrokken: hoe snel ik nu al voel in onze partij dat die eendracht er is. Dat die goesting om echt er terug volop tegenaan te gaan, dat die is er. En die veerkracht van onze leden en militanten heeft mij daarin echt… verbaasd is niet het juiste woord, maar ik vond dat heel opvallend. Die hebben zich onbaatzuchtig altijd maar ingezet, ingezet, ingezet. Die krijgen de ene patat na de andere. En dan is er een nieuwe voorzitter, ze krijgen een klein sprankeltje hoop en van die vonk maken zij een grote vlam. Die warmte was er wel. En dat denk ik dat heel goed werkt.’

Misschien nog één ding voor u persoonlijk? Wat wenst u uzelf toe?

‘Dat ik mezelf kan blijven. Dat hoop ik. Ik zie dat iedereen, alle journalisten, aan het proberen zijn dat af te vijlen. ‘Hij mag dit niet doen, hij mag dat niet doen.’ Ik denk dan: ik ben gekozen. Ik ben gekozen door het volk, als volksvertegenwoordiger. Ik ben gekozen door mijn leden, zoals ik ben als voorzitter. Laat mij nu maar op mijn manier de dingen doen waar ik voor verkozen ben. Ik ga nu toch niet mij aanpassen omdat er een aantal oude sasa’s of conservatieven zeggen: ‘Op die manier praat je niet of op die manier doe je het niet…’’

Een professor van de Universiteit Antwerpen noemde u ‘een gevaar voor de democratie’ zowaar. Omdat u op Instagram een afspraak gepost had met de koning?

‘Ja, dan denk ik dat die niet veel buitenkomt in Antwerpen, want er zijn andere gevaarlijke dingen in die stad. Je moet je daar bijna meer gaan bukken voor de granaten die daar in het rond vliegen dan voor mijn Instagrampost. Ik zou zeggen: wake up, je bent niet goed bezig als je mij een gevaar noemt. Maar bon, laat ze het maar zeggen. Op die manier heeft hij ook de pers eens gehaald en is hij ook content.’

Dus, gewoon uzelf blijven in 2020?

‘Mezelf kunnen blijven en tijd hebben voor mijn kampen, die ik een beetje ga moeten lossen. Ik hoop dat ik met mijn twee voeten in de modder kan blijven. Waar ik uit kom: de modder van mijn festival, op een lege wei. Elektriciteit, waterleiding, hekken zetten. Met heel veel ondernemers, zelfstandigen, creatieve freelancers werken. Met mijn twee voeten in de modder ook in de jeugdzorg, in de welzijnssector. Met kinderen die het heel moeilijk hebben en met heel veel vrijwilligers samen iets opbouwen. Die kampen opbouwen. Dat ik daar toch nog een beetje tijd voor heb. Dat zou ik heel graag doen in 2020.’

Lees hier de andere Xmas Talk-interviews:

Meer premium artikelen
Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20