Zomerse heropleving voor de Belgische cabriolet: nu een renaissance, later een tekort?

© Gocar
door Gocar.be - David Leclercq
gepubliceerd op om

Ook al leven we in een land waar je maar beter altijd een paraplu bij de hand hebt, de cabriolet is nooit uit het hart van de Belgische automobilist verdwenen. Elke zomer, zodra de zon zich laat zien, stijgt de interesse in tweedehands cabriolets soms verrassend snel. Die seizoensgebonden heropleving – misschien ook gevoed door de warmere zomers van de voorbije drie jaar – kennen we. De inschrijvingen bevestigen ze jaar na jaar. De cijfers van FEBIAC tonen dat aan.

In januari 2026 wisselden slechts 1.142 tweedehands cabriolets van eigenaar, in juni waren dat er 2.299: meer dan twee keer zoveel en meteen de beste maand van het jaar. In de eerste zeven maanden werden in ons land meer dan 12.200 tweedehands cabriolets ingeschreven. Maar er bestaat nog een andere barometer voor de Belgische cabriolet, die niet zichtbaar is in deze officiële statistieken en een verhaal vertelt dat een halfjaar achterloopt. Dat van het aanbod dat staat te wachten. Gocar Data, onze analysetool die alle Europese automarktplaatsen in realtime volgt, maakt het mogelijk om alleen de Belgische advertenties eruit te filteren. Dat levert een nooit eerder geziene blik op het werkelijke aanbod op. En die roept ook vragen op.

Het bekende beeld

Volgens FEBIAC is de markt voor tweedehands cabriolets in de eerste zeven maanden van 2026 met 5,5% gedaald. Dat is meer dan het gemiddelde van de tweedehandsmarkt, die in dezelfde periode slechts 3,8% verloor. Met het mooie weer keert het enthousiasme terug, midden in de zomer bereikt het een piek en met de komst van de herfst en winter zakt het weer weg. De Fiat 500 blijft volgens FEBIAC de meest gezochte tweedehands cabriolet van het land, vóór de Mini en de Mazda MX-5, gevolgd door de BMW Z4 en 3 Reeks. Hetzelfde podium als vorig jaar. Dat is het zichtbare deel. Wat deze cijfers niet vertellen, is wat er bij de verkopers gebeurt wanneer de koper zijn zonnebril heeft opgeborgen.

Wanneer het aanbod blijft staan

Eind februari blijft de Belgische verkoper achter met een voorraad cabriolets waar niemand nog naar kijkt. Het aantal cabriolets in advertenties volgt namelijk een cyclus die precies tegengesteld is aan de kooplust. De gegevens van Gocar Data brengen die beweging in cijfers. Van bijna 5.866 advertenties op het hoogtepunt op 1 augustus 2026 slinkt het Belgische aanbod van cabriolets tot 4.830 op 23 februari, het dieptepunt, om met de mooie dagen weer toe te nemen.

“Er is duidelijk een seizoenseffect op het aantal gepubliceerde advertenties”, merkt Marc Gros, verantwoordelijke voor de data bij Gocar Data. “Zodra de zomer voorbij is, daalt het aantal, bereikt het eind februari zijn laagste punt en begint het daarna weer te stijgen.” Hij verwacht trouwens dat dit patroon zich de komende weken herhaalt. Maar let op voor deze valkuil: het gepubliceerde aanbod is geen verkoopvolume. Het is een momentopname van alles wat op een bepaald ogenblik op de Belgische markt aangeboden wordt.

De prijzen bewegen daarentegen niet. Ondanks het aanbod dat met de seizoenen stijgt en daalt, blijft de mediaanprijs van een tweedehands cabriolet opvallend stabiel. De mediaanprijs schommelde in die periode met minder dan 2.000 euro: van 15.999 euro in september 2025 tot 17.950 euro in mei 2026. Je zou nochtans het omgekeerde verwachten. Een overvloedig aanbod midden in de zomer zou de prijzen moeten drukken, terwijl een schaars aanbod in februari ze zou moeten opdrijven. Maar dat gebeurt niet. Wie op de kalender gokt om een koopje te vinden, kiest dus de verkeerde strategie, want noch de winterse dip noch het ruime zomeraanbod creëert een buitenkans. 

69 dagen

Door het mediane aantal dagen te meten dat een advertentie online blijft, toont Gocar Data ook hoe snel het aanbod werkelijk doorstroomt of, anders gezegd, hoe moeilijk het is om een koper te vinden. En een cabriolet blijft onvermijdelijk langer staan. Midden in de winter, op 13 januari 2026, wachtte een cabriolet 69 dagen op de parking, tegenover amper 41 dagen in de lente. Dat is meer dan twee maanden wachten. Ter vergelijking: in januari werd een stadswagen in 39 dagen verkocht. Een cabriolet heeft dus bijna dubbel zoveel tijd nodig om een koper te vinden. “Dat toont aan dat het echt moeilijk is om kopers te vinden”, verduidelijkt Marc Gros.

Binnenkort een zeldzaam goed?

Er blijft één onbekende boven deze hele markt hangen. De nieuwe cabriolet verdwijnt namelijk in sneltempo uit de catalogi. In 2026 zijn er op de Europese markt nog maar 8 nieuwe vierzitscabriolets beschikbaar, tegenover 22 in 2020, een daling van bijna twee derde in zes jaar. Peugeot, Renault, Opel, Volkswagen en Ford: de generalistische merken hebben een voor een hun cabrioversies geschrapt en laten het terrein over aan de premiummerken. De Audi A5 Cabriolet verdween begin 2025 en de Mercedes C-Klasse Cabriolet enkele maanden eerder. 

Het plezier van open rijden schuift langzaam op richting luxe. Nu het aanbod van nieuwe cabriolets opdroogt en het enthousiasme elke zomer weer oplaait, dringt zich voor de Belgische tweedehandsmarkt een belangrijke vraag op: hoelang kan de mediaanprijs op hetzelfde niveau blijven? De kans bestaat dus dat de prijzen uiteindelijk stijgen en er een vorm van schaarste ontstaat. Wordt vervolgd.

Meer

Lynk & Co 07 GT (2027): een grote hybride break uit China

Even een korte opfrissing voor wie het merk nog niet kent: Lynk & Co werd eind 2016 opgericht door de Chinese Geely-groep als joint venture met Volvo (dat ook deel uitmaakt van de Geely-groep). Het hoofdkantoor bevindt zich in Göteborg, Zweden, en het merk kwam in 2021 naar België met zijn SUV 01.Vandaag biedt Lynk & Co bij ons drie modellen aan: de plug-inhybride SUV 01 van het eerste uur (4,55 m lang), de compacte elektrische cross-over 02 (4,46 m) en de grote plug-inhybride SUV 08 (4,82 m). Nu stelt het Chinese merk deze grote hybride break 07 GT voor, die in oktober op het autosalon van Parijs zijn Europese debuut maakt.Break uit het D-segmentDeze break werd deze zomer in China gelanceerd en is afgeleid van de 07-berline, die daar sinds 2024 verkocht wordt. Deze breakversie heet GT en is ongeveer 4,85 m lang, waarmee hij in het D-segment valt, naast andere plug-inhybride breaks zoals de BYD Seal 6 Touring en de Volkswagen Passat Variant.Het lijnenspel is behoorlijk elegant en ook de koffer van deze Chinese break is interessant: het volume varieert van 614 liter met de achterbank rechtop tot 1.665 liter met de achterbank neergeklapt.Tot 530 pkDe precieze kenmerken van de Europese versie zijn nog niet bekend, maar die zou dicht bij de Chinese versie moeten aanleunen. Daar begint het gamma met een voorwielaangedreven plug-inhybride van 408 pk/615 Nm, die een 1.5-turbobenzinemotor van 163 pk/255 Nm combineert met een elektromotor van 245 pk/350 Nm, gevoed door een LFP-batterij van 28,3 kWh. Lynk & Co belooft een elektrisch rijbereik tot 200 km en meer dan 1.400 km gecombineerd met de benzinemotor.De 07 GT bestaat ook met vierwielaandrijving. Die voegt op de achteras een tweede elektromotor toe (122 pk/155 Nm) en levert in totaal 530 pk/765 Nm. Deze versie met vierwielaandrijving haalt een elektrisch rijbereik van 170 km.Typisch Chinees interieurBinnenin is het typisch Chinees, met een strak dashboard zonder fysieke knoppen. Ook een groot panoramisch glazen dak is van de partij. In China zijn zetels in Alcantara verkrijgbaar. Begin 2027, wanneer de Europese versie bij ons op de markt komt, zouden we meer moeten weten over de prijs en de kenmerken.

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Oldtimer van de week: Volkswagen Corrado, de halve flop die nochtans verschrikkelijk hard ging

De essentieDe Corrado werd van 1988 tot 1995 bij Karmann gebouwd, in ongeveer 97.500 exemplaren.De G60 levert 160 pk, terwijl de bijzonder gegeerde Europese VR6 met 2,9 liter goed is voor 190 pk.In België vertonen de exemplaren die nog te koop worden aangeboden al aanzienlijke prijsverschillen naargelang de motor en de staat.Eind jaren tachtig heeft Volkswagen al een coupé in het gamma: de Scirocco. Wanneer de Corrado in 1988 wordt voorgesteld, beslist Wolfsburg echter om zijn oude model niet meteen te vervangen. De nieuwkomer mikt eerder een klasse hoger, ook al staat hij op de basis van de Golf II, die weliswaar grondig werd herwerkt. De Corrado is verfijnder, krachtiger en ook duurder. Bovendien krijgt hij al snel een mooi motorenaanbod. Zelfs de assemblage heeft een exotisch kantje: hij wordt bij Karmann in Osnabrück gebouwd.Van 115 tot 190 pkHoewel zijn commerciële carrière niet het verhoopte succes opleverde, met minder dan 100.000 geproduceerde exemplaren tot 1995, had de Corrado heel wat troeven om te verleiden. Vier zitplaatsen in een koetswerk van amper iets meer dan 4 meter lang, een grote achterklep die toegang geeft tot 300 liter kofferruimte, een aantrekkelijke en eigentijdse lijn en vooral een uitgebreid motorenaanbod. Van de 2.0 viercilinder met 115 pk (vanaf 1993) tot de 2.9 VR6 met 190 pk (vanaf 1991), via de bijzonder originele G60 (een viercilinder met compressor en 160 pk) en de viercilinders met 16 kleppen en 136 pk: de Corrado bood keuze genoeg.Het detail dat het verschil maaktEn dan is er nog het onmisbare gadget: de achterspoiler die bij hoge snelheid automatisch omhoogkomt. Destijds was het behoorlijk spectaculair om een Volkswagen helemaal zelf zijn aerodynamische hulpstuk te zien uitklappen. Het leek wel een Porsche 911!Achter het stuurVerwar de Volkswagen Corrado vooral niet met een Peugeot 205 GTI: dit is geen ballerina die met een speelse achteras van bocht naar bocht danst, maar een GT die stevig op de weg staat. De zitpositie is laag maar comfortabel en de auto heeft een goede geluiddemping. De voortrein is geen vlijmscherp scalpel zoals die van de Franse pocket rocket, zeker niet met de VR6 erbovenop, maar het geheel voelt coherent aan voor wat sterk op een kleine, burgerlijke coupé lijkt.En de motoren? De 2.0 met 8 kleppen is soepel en aangenaam, maar mist wat spierballen. De 16-kleppers zijn gretiger, maar minder soepel, terwijl de G60 dankzij het indrukwekkende koppel bij middelhoge toerentallen veel groter aanvoelt dan hij werkelijk is. De VR6? Dat is een heel andere partituur, met edelere manieren en een mooiere stem, plus een zeer overtuigende souplesse. Maar hij verstoort het evenwicht van het geheel wel een beetje…Goed om te weten voor je kooptHet grootste gevaar schuilt vandaag misschien niet in ontwerpfouten (die zijn er eigenlijk niet echt), maar in de… dertig jaar die intussen verstreken zijn. Begin jaren 2000, toen ze bijna niets meer waard waren, werden veel Corrado’s aangepast en verlaagd, vaak met een bedenkelijke smaak en wisselend vakmanschap. Daar komt nog bij dat deze van oorsprong erg betrouwbare auto’s soms in handen kwamen van eigenaars met weinig middelen, die ze verwaarloosden. Vandaag is het duidelijk: geef absoluut de voorkeur aan een exemplaar in perfecte originele staat, ook als je daarvoor meer dan de gemiddelde marktprijs moet betalen.Hoewel de auto behoorlijk goed beschermd is tegen corrosie, controleer je toch best de dorpels, wielkasten en bevestigingspunten van de achterophanging. Wat de motoren betreft, is de 2.0 met 8 kleppen de sterkste. De compressor van de G60 gaat niet eeuwig mee en bij de VR6 kunnen de geleiders van de distributieketting problemen geven. Als er aan dit fraaie stukje techniek gewerkt moet worden, kan het budget snel oplopen.Qua prijs moet je grofweg rekenen op 8.000 tot 20.000 euro, afhankelijk van de versie en vooral de staat. Kortom, de tijd dat je een Corrado kocht voor de prijs van een afgeleefde Golf lijkt definitief achter ons te liggen.Zijn we verkocht?Ja, ook al hebben we sterk het gevoel dat we de trein gemist hebben, want de Corrado wordt vandaag voor behoorlijk stevige prijzen verhandeld. Waarom vallen we er dan toch voor? We houden van zijn discrete lijn, veelzijdigheid, betrouwbaarheid en typische Volkswagen-sfeer uit de jaren negentig. Hoewel de G60 een uitstekende keuze is, met koppel bij de vleet en een wendbare voortrein, is het moeilijk om ongevoelig te blijven voor de charmes van de VR6. Maar blijf absoluut weg van ‘getunede’ exemplaren.Vind je volgende oldtimer op Autoclassic.beEen vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA

door François Piette
© Gocar

Begrotingscrisis: gaan luxueuze bedrijfswagens op de schop?

De salariswagen is een gevoelig thema in België. Het voordeel moet het zware overheidsbeslag op loon compenseren en heeft er mee voor gezorgd dat ons land als de beste van Europa aan het elektrificeren is. Dat CD&V-voorzitter Sammy Mahdi zich liet ontvallen dat hij nog liever een gloeilamp inslikt dan de bedrijfswagen af te schaffen, vat het zo ongeveer samen. Bijna zestig procent van de nieuw verkochte personenwagens in ons land is vandaag een bedrijfswagen. Maar voor alle duidelijkheid: het vizier van de besprekingen richt zich niet op de bestelwagens of pick-ups die koeriers en bouwvakkers gebruiken om hun job te doen. Het gaat om de salariswagen die onderdeel uitmaakt van het loon en die werknemers vooral gebruiken om naar het werk te pendelen.“Excessen aanpakken”Het staat zo goed als vast dat de regering zal bekijken hoe het munt kan slaan uit de heilige koe van de salariswagen. En in de aanloop naar deze moeizame gesprekken wordt de toon alvast wat bijgestuurd. Mahdi bond al een stukje in en beweerde dat de “excessen moeten worden aangepakt”. Hij vindt het niet kunnen dat bedrijfsleiders of managers met een luxeauto van 100.000 euro rondrijden op kosten van de maatschappij. Statistieken geven hem geen ongelijk, want 70% van het fiscale voordeel bij de twee grootste inkomenscategorieën terechtkomt. Met andere woorden, begoede burgers krijgen het grootste deel van de subsidie.Waarom de bedrijfswagen zo verleidelijk is voor schatkistjagers, maken de verliezen duidelijk. Gelijkgesteld met loon loopt de staat dit jaar 4,7 miljard euro mis door het gunstregime volgens het Federaal Planbureau. Tegen 2028 loopt dat op tot 5,2 miljard euro per jaar, met een plafond van 6 miljard in een pessimistisch scenario. Theoretisch is dat bijna de helft van wat er moet worden bespaard.Afpakken is geen optieMaar wat kan de regering écht doen? De salariswagen afpakken is geen optie. Uiteindelijk vormt die onderdeel van het contract tussen werkgever en werknemer. Een prijslat leggen, die luxeauto’s van modale modellen onderscheidt, is daarom eigenlijk ook onbegonnen werk. De overheid kan enkel morrelen aan het fiscale luik. Dat heeft het de voorbije jaren al voor een stuk gedaan. Nieuw aangeschafte auto’s op fossiele brandstof komen bijvoorbeeld niet langer in aanmerking voor een aftrek, wat ervoor gezorgd heeft dat zeven op de tien elektrische auto’s in België op naam van een bedrijf staan. Maar vooral de werkgeversbijdrage en het Voordeel Alle Aard (VAA) zijn mogelijke pistes. Die laatste formule zit volgens ingewijden wellicht in het mapje van premier De Wever. Gebruikers van een salariswagen betalen een compensatie voor het privégebruik van hun auto, maar die valt momenteel gunstig uit. Naast de catalogusprijs wordt de berekening van het VAA bepaald door CO2-uitstoot en de leeftijd van de auto (ze is dus degressief). Omdat elektrische modellen geen CO2-uitstoot hebben ligt dat bedrag zelfs bij dure luxauto’s laag. Voor een bedrijfswagen van zo'n 800 euro per maand, betaalt de werknemer belasting op amper een kwart daarvan, zo'n 200 euro.Naar een duurder VAA?Het ziet ernaar uit dat het VAA mogelijk duurder zal uitvallen in de toekomst. Helemaal onlogisch zou dat niet zijn. Vlaanderen heeft de fiscale voordelen voor elektrische auto's intussen zelf al teruggeschroefd. Sinds januari betalen nieuw ingeschreven elektrische auto’s opnieuw BIV en jaarlijkse verkeersbelasting. Vanaf mei 2027 komt daar bovendien het wegenvignet bij.Toch zijn de politici en de experten het erover eens dat de bewegingsruimte beperkingen heeft en compensaties deel uitmaken van de beslissing. Als er toch een methode moet gezocht worden om bijvoorbeeld luxeauto’s te weren als salariswagen, dan kan dat volgens Mahdi alleen binnen het kader van een hervorming die de loonkost verlicht. En dan is het weer de vraag hoeveel een afschaf de schatkist echt oplevert, want dan gaan er inkomsten uit arbeid verloren. En die laatste kun je niet gebruiken om de gemiddelde CO2-uitstoot van het nationale wagenpark te doen dalen … 

door Piet Andries
© Gocar

Moet je echt kiezen voor een elektrische auto met 800 V?

Lange tijd werd de elektrische auto verkocht op basis van één cijfer: het rijbereik. Daarna begonnen kopers langere afstanden af te leggen en beseften ze snel dat er nog heel wat andere zaken spelen, met name laden. Wat op de snelweg irriteert, is niet de afstand, maar wel de tijd die je stilstaat om opnieuw elektronen te ‘tanken’. Zo is ook laden uitgegroeid tot een echt aankoopcriterium én marketingargument.Wat het laden betreft, zijn niet alle elektrische auto’s gelijk. De laadsnelheid hangt voor een groot deel af van de spanning van het boordnet, een parameter waar de koper vaak nauwelijks naar kijkt, meestal door een gebrek aan informatie. 400 volt vind je nog altijd in de overgrote meerderheid van de elektrische auto’s, maar 800 volt wint terrein. Twee auto’s met bijna identieke technische fiches kunnen aan de laadpaal een heel andere ervaring bieden. Maar hoe spectaculair de laadsnelheid ook is, een hogere spanning verandert nog veel meer. Ook het gewicht van de auto, zijn werkelijke rijbereik, de motor en zelfs de levensduur van de batterij worden erdoor beïnvloed.De wet die alles bepaaltAlles begint bij een eenvoudige vergelijking. Het vermogen dat een batterij ontvangt, hangt af van twee grootheden: de spanning en de stroomsterkte. Je hoeft die alleen met elkaar te vermenigvuldigen. Sneller laden betekent dus het vermogen verhogen. Daarvoor zijn er twee mogelijkheden: ofwel verhoog je de spanning, ofwel voer je de stroomsterkte op.Daar tonen beide systemen hun verschillen. Om het nodige vermogen te leveren, moet een 400V-systeem veel stroom laten vloeien, terwijl een 800V-systeem vooral gebruikmaakt van de hogere spanning en voor hetzelfde resultaat maar half zoveel stroom nodig heeft. Stroom wekt warmte op. Hoe hoger de stroomsterkte, hoe warmer de kabels, connectoren en batterij worden. En die warmte loopt snel op. Als je de stroom verdubbelt, verdubbelt de warmteontwikkeling niet, maar verviervoudigt ze. Zo wordt het zwakke punt van 400 V snel duidelijk. Om oververhitting te voorkomen, moet zo’n netwerk tijdens het laden het vermogen terugschroeven.Wat de laadpaal verteltWat betekent dat concreet? Aan een snellader van 350 kW kan een 800V-model zoals de Hyundai Ioniq 5 tot 235 kW opnemen en in ongeveer achttien minuten van 10 tot 80% laden. Aan dezelfde laadpaal blijft een 400V-model zoals de Volkswagen ID.4 steken op ongeveer 175 kW en heeft hij voor dezelfde oefening dertig tot veertig minuten nodig.In de praktijk vallen de cijfers op papier echter wat anders uit. Vaak vergelijkt een koper twee auto’s door alleen naar de grote cijfers te kijken, zoals 250 kW of 300 kW. Die denkt vervolgens dat zijn auto met dat vermogen zal laden. In werkelijkheid gaat het om een piek die maar enkele seconden beschikbaar is, waarna het batterijpakket zelf vertraagt om zich tegen slijtage te beschermen. De batterij kan dus veel stroom opnemen wanneer ze bijna leeg is, maar remt af naarmate ze voller raakt. De echte gemeten prestatie hangt dus niet af van die kortstondige piek, maar van de snelheid die de auto tijdens de volledige laadbeurt kan volhouden. En op dat vlak behoudt 800 V het voordeel. Het laadvermogen neemt later en geleidelijker af. Een 400V-systeem warmt sneller op en moet het laadvermogen veel eerder terugschroeven.Maar dan moet de laadpaal natuurlijk kunnen volgen. Bij een laadvermogen van 50 of 100 kW staan beide technologieën op gelijke voet en maakt 800 V alleen echt het verschil voor wie veel kilometers aflegt.Een uitzonderingEén constructeur die technologisch nochtans vooroploopt, weigert deze beweging te volgen. En dat gaat hem prima af. Het volledige Tesla-gamma is namelijk bij 400 V gebleven, terwijl Porsche, Audi, Hyundai en Kia volop voor 800 V kozen. Een Tesla haalt aan zijn Superchargers tot 250 kW, waar de meeste andere 400V-modellen afhaken. Zijn geheim? Een feilloos thermisch beheer, dat de constructeur dankzij miljoenen auto’s voortdurend heeft kunnen testen en verbeteren. Zijn auto’s naar 800 V omschakelen zou Tesla een fortuin kosten, terwijl daar niet echt behoefte aan is.Andere voordelenMaar zoals gezegd hebben 800V-architecturen niet alleen voordelen bij het laden. Minder stroom betekent immers ook minder warmteverlies tijdens het laden én tijdens het rijden. De auto verspilt iets minder energie, wat hem enkele kilometers extra rijbereik oplevert zonder dat een batterij met een grotere capaciteit nodig is. De winst blijft weliswaar bescheiden, maar je profiteert er wel voortdurend van.Voor het gewicht geldt dezelfde logica. Een kabel die half zoveel stroom vervoert, kan dunner zijn en er is tot drie keer minder koper nodig in de auto. Daardoor wordt hij lichter, wat ook het rijbereik ten goede komt. Ten slotte is een motor die op hoogspanning werkt compacter, waardoor krachtigere motoren in dezelfde ruimte kunnen worden ontworpen.Tegen welke prijs?800V-architecturen zijn onvermijdelijk wat duurder om te produceren, omdat ze robuustere vermogenselektronica vereisen die duurder is dan die van een 400V-systeem. Maar die meerprijs wordt niet altijd doorgerekend, want constructeurs moeten competitief blijven. Bovendien daalt hij naarmate er meer modellen verschijnen en de productievolumes stijgen.Moet je dan een veelrijder zijn om voor 800 V te kiezen? Nee. De technologie blijft in het dagelijkse gebruik efficiënter en toont haar nut zodra je op vakantie vertrekt of een verlengd weekend plant. Maar vooral: ze beschermt de restwaarde van de auto. Wanneer je hem weer verkoopt, komt een 800V-model moderner over en spreekt zijn hogere laadsnelheid in zijn voordeel, waardoor hij gemakkelijker een koper zal verleiden. Tesla blijft de uitzondering, met een netwerk dat niemand heeft kunnen evenaren. Maar bij een gelijke prijs zijn er weinig goede redenen om een auto met 400 V te kopen.

door David Leclercq
© Gocar

Krijgt de baas van Skoda Volvo én Gent weer op de rails?

Weinig autobazen hebben zowel sportwagens van meer dan tweehonderdduizend euro verkocht als gezinswagens voor krappe budgetten. Klaus Zellmer is er een van. Hij ging in 1997 aan de slag bij Volkswagen en bracht er bijna dertig jaar door zonder ooit de groep te verlaten. Eerst werkte hij meer dan twintig jaar bij Porsche, waar hij het merk in Duitsland leidde en daarna tot 2020 de Noord-Amerikaanse activiteiten. Daarna nam hij de wereldwijde marketing en verkoop van Volkswagen onder zijn hoede. Sinds juli 2022 staat hij aan het roer van Skoda. Een indrukwekkend parcours dat één grote troef blootlegt: Zellmer kent zowel het premiumsegment als de wereld van volumewagens.Die kwaliteiten zijn Volvo duidelijk niet ontgaan. Het merk zoekt een opvolger voor zijn huidige topman, Håkan Samuelsson, die intussen 75 jaar is. Hij werd in 2025 in allerijl teruggehaald om het merk, dat aan het wegzakken was, weer op de rails te krijgen. Zijn mandaat loopt ten einde. Volvo had iemand nodig die het ingezette werk kon voortzetten. Klaus Zellmer voldeed aan alle voorwaarden, onder meer dankzij zijn kennis van de Amerikaanse markt, die voor het Zweedse merk van doorslaggevend belang blijft. Skoda als voorbeeldDe cijfers die hij achterlaat, spreken voor zich. Onder zijn leiding sloot Skoda de eerste helft van 2026 af met een rendabiliteit van 8,5%, ruim drie keer de marge van het merk Volkswagen, terwijl de verkoop met 9,1% steeg. Binnen een Duitse groep die de problemen opstapelt, is het Tsjechische merk uitgegroeid tot het voorbeeld dat de rest moet volgen. Maar waarom vertrekt hij dan? Omdat de plaatsen aan de top van Volkswagen schaars en al bezet zijn. Volgens verschillende Duitse bronnen bekleden Oliver Blume, Thomas Schäfer en Michael Leiters de topposities, waardoor een mogelijke promotie voor Zellmer van de baan was. Door te vertrekken kan hij dus een stap verder zetten. En een heel andere uitdaging aangaan.Het echte werkMaar de weg die Zellmer kiest, wordt allesbehalve eenvoudig. Volvo komt uit een rampzalig boekjaar 2025, waarin de operationele marge van 5,6% naar 0,1% zakte. Die klap is het gevolg van de Amerikaanse extra heffingen en Europese invoerheffingen op elektrische auto’s uit China. Ook het modellengamma begint te verouderen. De 40-reeks, nog altijd de kern van de verkoop, rust op fundamenten van bijna tien jaar geleden, terwijl Chinese concurrenten met gloednieuwe modellen op de markt komen. Dat verklaart mee waarom de wereldwijde verkoop tussen juni en augustus 2026 met 7,4% daalde. De raad van bestuur heeft als doel gesteld om opnieuw een operationele marge van minstens 8% te halen en besliste om af te stappen van de volledige omschakeling naar elektrisch rijden in 2030, die nog altijd een deel van de klanten afschrikt. Zellmer zal een delicaat evenwicht moeten vinden tussen volume en het behoud van de marges. Dat is precies wat hij bij Skoda heeft klaargespeeld, maar het valt nog te bezien of hij dat hier opnieuw kan.Gent ook?Meer volume zou ook de fabrieken van de groep ten goede komen, te beginnen met die in Gent. Volvo kan in Europa bijna 800.000 auto’s per jaar bouwen, maar verkocht er vorig jaar iets meer dan 330.000. Een fabriek die op een laag pitje draait, kost echter een fortuin en de site in Gent dreigde daar onlangs nog het slachtoffer van te worden. Gelukkig hebben de 6.000 werknemers zopas uitstel gekregen: mede dankzij een subsidie van 119 miljoen euro wordt de fabriek een productiesite die onder contract modellen van andere merken van de Geely-groep zal bouwen. Als Zellmer erin slaagt de volumes weer op te krikken, kan de fabriek in Gent eindelijk weer op volle toeren draaien. Maar als hij faalt en de overcapaciteit blijft duren, komt de toekomst van de fabriek in Gent opnieuw op tafel.

door David Leclercq
© Gocar

Toyota: binnenkort 400.000 robots in de fabriek

Net als veel andere autoconstructeurs (Hyundai, Renault, Mercedes, Tesla enzovoort) heeft de Japanse gigant Toyota veel belangstelling voor robots voor zijn fabrieken. Het doel is natuurlijk om de productiekosten te verlagen, maar soms ook om een personeelstekort of de vergrijzing van de bevolking op te vangen, zoals in Japan.Toyota pakt het meteen groots aan en kondigde aan dat er uiteindelijk 400.000 robots in zijn fabrieken zullen komen. Dit project zou vanaf 2028 starten en de constructeur 6,4 miljard dollar per jaar kosten.Volgens de eerste informatie zullen zo’n 150.000 robots in de Toyota-fabrieken ingezet worden en gaan er 250.000 naar partnerbedrijven en leveranciers van het merk.Humanoïde robot van 50 kilo…Ze komen er in alle soorten. Traditionele vaste robots, mobiele robots die niet humanoïde zijn, maar ook humanoïde robots.De humanoïde robot die Toyota ontwikkelde, heet ELEY, wat staat voor Embodied Learning for Enhanced Yield (ervaringsgericht leren om het rendement te verhogen). Deze robot loopt niet, maar beweegt op wielen, wat volgens Toyota efficiënter zou zijn. ELEY weegt 50 kilo en heeft maar twee vingers aan elke hand.…die de mens imiteertToyota heeft nog niet in detail uitgelegd welke taken de nieuwe robots precies zullen uitvoeren, maar gaf wel aan dat ze mensen moeten helpen bij hun werk. ELEY zal zijn taak leren door ervaren menselijke werknemers te observeren en te imiteren. Tests hebben al aangetoond dat hij in twee weken en 1.500 werksessies leerde om wasgoed bijna perfect op te vouwen. Hij zou dus goed overweg moeten kunnen met werkzaamheden die een zekere precisie vereisen. Zodra de robots hun taak geleerd hebben, is het de bedoeling dat zij op hun beurt de nieuwe menselijke werknemers opleiden.“We willen een wereld creëren waarin robots naast mensen bestaan, in plaats van een wereld waarin ze hen vervangen”, verzekert Hiroki Nakajima, executive vicepresident van Toyota. Laten we hopen dat hij gelijk heeft…Robots in de Toyota-fabrieken zijn op zich niet nieuw, maar dit nieuwe project is veel grootschaliger. De robots zouden in verschillende fabrieken over de hele wereld ingezet worden.

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Fiat Cinquecento Sporting vs Mini Cooper 1.3i: 54 pk tegen 63 pk, de outsider tegenover de referentie

Twee kleine auto’s, maar zo’n 35 jaar technisch verschilWanneer de Cinquecento Sporting in 1994 verschijnt, geeft hij wat extra pit aan het Cinquecento-gamma dat drie jaar eerder gelanceerd werd. Hatchbackkoetswerk, vijfversnellingsbak, moderne uitrusting: de Cinquecento heeft alles wat je begin jaren negentig van een eigentijdse kleine auto verwacht. Met zijn dwarsgeplaatste motor/voorwielaandrijving neemt hij bovendien een architectuur over die de Mini al 35 jaar eerder op grote schaal populair had gemaakt.De Mini is dan weer een echt rijdend fossiel. In de jaren negentig stond onze Cooper 1.3i nog altijd op een basis die terugging tot… 1959. Rover had de voorvader weliswaar verfijnd, maar de piepkleine afmetingen, de vierversnellingsbak en de ophanging met rubberen veerkegels waren er nog altijd… Op de MPI-versies die eind 1996 verschenen, blaast multipointinjectie nieuw leven in de stokoude gietijzeren motor, maar dat is wel een van de weinige toegevingen aan de moderniteit.Motor en prestaties: gelijkspelOnder het piepkleine motorkapje van de Mini schuilt de eerbiedwaardige 1.275 cm³ grote A-Series-viercilinder. In deze laatste evolutie levert hij 63 pk en 95 Nm, zowat twaalf pk minder dan sommige Cooper S-modellen uit de jaren… zestig. Gelukkig behoudt hij zijn diepe brom. En met ongeveer 700 kg om mee te sleuren, volstaat dat ruimschoots. Vermijd wel langdurig hoge toerentallen: daar houdt hij niet van.De Cinquecento antwoordt met een veel modernere motor: de bekende 1.108 cm³ grote FIRE, goed voor 54 pk en 86 Nm. Dit vinnige, gretige motortje profiteert vooral van een handgeschakelde vijfversnellingsbak met vrij korte verhoudingen.Met andere woorden: ondanks 9 pk minder blijft de Italiaan de Brit bijna op de hielen zitten. De ene giert hoog in de toeren, de andere bromt in het middengebied, maar de prestaties zijn over het algemeen vergelijkbaar: rond 150 km/u en ongeveer 13 tot 14 seconden om 100 km/u te bereiken. Gelijkspel.Rijplezier: (licht) voordeel MiniEen technische fiche vertelt natuurlijk niet alles. En hier haalt de Mini zijn geheime wapen boven. Je zit vlak boven de grond, met het stuur bijna horizontaal voor je, en bestuurt een kleine schoendoos in de houding van een vrachtwagenchauffeur. De wielen lijken op de vier hoeken van het koetswerk geplant, de besturing is direct, de koetswerkbewegingen blijven beperkt en elke rotonde lijkt plots op de banking van Daytona. Heerlijk, tot het eerste steentje je ruggengraat aan diggelen rijdt. En sindsdien hebben we auto’s met een betere geluidsisolatie gekend, om het zacht uit te drukken…De Cinquecento is minder karikaturaal. Hij helt meer over, heeft een conventionelere rijhouding en filtert de weg beter. Toch heeft de Sporting een communicatieve besturing, een precieze voortrein en vooral dat kleine FIRE-motortje dat voortdurend op zijn donder wil krijgen.De Fiat is duidelijk het efficiëntst op onze typisch Belgische wegen, maar de Mini maakt van elke verplaatsing een gebeurtenis. Voordeel Engeland.Dagelijks gebruik: voordeel FiatHier bestaat geen twijfel over. Hatchback, vijf zitplaatsen, gemakkelijker instappen, een vijfversnellingsbak en een ontwerp dat écht uit de jaren negentig dateert: de Fiat steekt er met kop en schouders bovenuit. De Mini komt uit een ander tijdperk, met zijn gedateerde rijhouding, ergonomie van een andere tijd en piepkleine koffer. Als je een van beide wilt lenen om er een paar dagen op uit te trekken, is de Fiat oneindig veel praktischer.Betrouwbaarheid: voordeel Fiat, maar…Goed nieuws: geen van beide hoeft je echt schrik aan te jagen. De Fiat is solide, courante onderdelen blijven goedkoop, maar let wel op het koelsysteem en de algemene staat, want heel wat exemplaren hebben een hard leven achter de rug.De Mini profiteert van een ronduit gigantisch netwerk van specialisten en een uitstekende beschikbaarheid van onderdelen. Toch blijft er één groot probleem: roest kan enorme schade aanrichten. En nu we toch bezig zijn: vergeet ook niet dat de motor in de jaren vijftig werd ontwikkeld en maar drie krukaslagers telt… Doe het dus rustig aan met hoge toerentallen. Ook de koeling is niet zijn sterkste punt…Budget: enorm voordeel FiatDe Fiat wint met knock-out. We zeiden het al: de Mini is een echt verzamelobject. Mooie exemplaren gaan gemakkelijk boven 10.000 euro en kunnen afhankelijk van de versie, staat en historiek zelfs 20.000 euro benaderen of overschrijden. Dat maakt elke pk wel erg duur… De Fiat Cinquecento Sporting is veel betaalbaarder: je koopt nog exemplaren rond 3.000 tot 6.000 euro. Maar dan moet je er natuurlijk wel een vinden.Goed nieuws: de eerste exemplaren zijn intussen ouder dan dertig jaar, de grens om in België het oldtimerstatuut te krijgen.Conclusie: voordeel… FiatHet is duidelijk: het hart schreeuwt Mini! Hij is onweerstaanbaar, heeft meer historisch gewicht en is nog leuker om mee te rijden. Als beide evenveel zouden kosten, was de keuze waarschijnlijk snel gemaakt, zeker als verzamelauto. Maar hoe kun je de prijs negeren? In alle eerlijkheid: de Cinquecento Sporting is zeker niet twee keer minder goed dan de Mini. Integendeel: hij is praktischer, veelzijdiger en comfortabeler, en bovendien de beste keuze als tweede auto.Als budget geen rol speelt, wordt het natuurlijk een heel ander verhaal: de Mini is te charmant om hem niet te verkiezen… Hoe dan ook zijn dit eenvoudige machines die je altijd een glimlach bezorgen en die je volledig kunt benutten zonder de wet te overtreden. Welke supercar kan dat zeggen?Vind je volgende oldtimer op Autoclassic.beEen vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA

door François Piette
© Gocar

Discrimineert zelfrijdende technologie voetgangers op huidskleur en beperking?

De autonoom rijdende auto leek enkele jaren terug zijn verwachtingen niet in te lossen en liep vertraging op omdat hij te veel moeite ondervond met het ‘correct lezen’ van zijn omgeving in het verkeer. Maar net op het moment dat de autofabrikanten hun plannen afzwakten, bracht artificiële intelligentie de ontwikkeling plots weer in een stroomversnelling. Door dat nieuwe, geavanceerde interpreteringsvermogen trok de zelfrijdende auto zich uit het slop.Minder ruimte Maar met die AI duikt er een nieuw probleem op. Een recente studie van King's College London toont aan dat grote taalmodellen systematisch vaker doorrijden bij zwakke weggebruikers die tot een bepaalde demografische groep behoren. Dat lees je goed: sommige mensen krijgen van deze systemen opvallend minder vaak de ruimte om veilig over te steken. Dat ruikt naar vooroordelen. Je zou het zelfs racisme kunnen noemen.Om tot deze vaststelling te komen, werden vier grote visuele taalmodellen gevoed met 3.157 identieke verkeersscenario’s. De enige parameters die werden veranderd, waren de demografische kenmerken van de overstekende voetganger. In een tweede scenario moesten vier modellen zelf beoordelen of een voetganger wou oversteken, waarop het systeem een stopbeslissing moest nemen. In totaal verwerkten de onderzoekers 23.812 unieke verkeersmomenten.Blanken en vrouwenHet meest consistente - en meest verontrustende - resultaat betrof echter niet mensen met een andere huidskleur, maar wel diegenen met een beperking. Alle geteste taalmodellen stopten significant minder vaak voor voetgangers die als "paralyzed" werden omschreven. Het slechtst presterende model stopte slechts in 10 procent van de gevallen, tegenover een mediane stopratio van 70 procent. Zelfs het best presterende model, Llama-3.1, dat bijna altijd stopte, zakte naar 95 procent efficiëntie. Ook wat etnische afkomst betreft, blijken de computermodellen niet elke mens over dezelfde kam te scheren. In de meeste gevallen wordt er vaker gestopt voor blanke voetgangers dan voor andere bevolkingsgroepen. Ook religie en geslacht hebben een invloed op het remgedrag. Eén systeem stopte veel vaker voor voetgangers van joodse afkomst dan voor sikhs, moslims of katholieken (al is het niet helemaal duidelijk in welke mate deze religies werden afgebeeld) en een ander bleek zich heel wat galanter op te stellen jegens vrouwen. Nu, wie denkt dat het vooroordeel gebaseerd is op westerse denkpatronen, heeft het mis. Meerdere systemen bleken voetgangers van Indiase toekomst dubbel zo vaak voorrang te verlenen als bij een blanke huidskleur. Die inconsistentie compenseert niets. Het bewijst dat elke AI zijn eigen onvoorspelbare vooroordelen meedraagt.Meerdere oorzakenDat zulke bias een rol speelt in artificiële intelligentie is al langer bekend. De oorzaken zijn veelvuldig. In het geval van zwakke gebruikers met een beperking: de computermodellen worden overwegend getraind op lopende mensen, omdat ze de meerderheid uitmaken. Daardoor hebben de systemen moeite om rolstoelgebruikers te herkennen. Voor mensen met een donkere huidtint speelt bijvoorbeeld ook het omgevingslicht een rol. Op de camerabeelden die deze modellen gebruiken, zijn witte mensen bij avond of nacht makkelijker te onderscheiden. Het gaat dus niet per definitie over aangeleerde selectie uit politieke overweging, al valt dat tijdens het trainen niet helemaal uit te sluiten.Het goede nieuws is dat de geteste modellen momenteel niet commercieel worden ingezet. Het is dus voorlopig software zonder hardware. Aanbieders van robotaxi’s, zoals Waymo of Tesla, gebruiken modellen die ze met hun eigen data hebben getraind. Toch is het onderzoek relevant, omdat de autonome technologie steeds vaker experimenteert met deze "common sense”-taalmodellen die besluitvorming menselijker moet maken. Hierdoor stijgt het risico op overgenomen vooroordelen. De conclusie is duidelijk: zelfrijdende technologie wordt niet minder autonoom door deze bevindingen, maar wel minder neutraal dan we dachten. En dat laatste is toch een voorwaarde voor de verkeersveiligheid.

door Piet Andries
© Gocar

Elektrisch, benzine of diesel: hoeveel kost het per 100 km in België?

Na de forse prijsstijgingen van afgelopen voorjaar dachten we dat het ergste achter de rug lag. Maar dat was buiten de opnieuw oplopende spanningen in het Midden-Oosten en de aanvallen tussen Rusland en Oekraïne gerekend, die de wereldwijde raffinagecapaciteit onder druk zetten.In België zijn de prijzen de voorbije weken opnieuw fors gestegen. Benzine 95 kost inmiddels ongeveer 2,058 euro per liter (RON 95), terwijl diesel piekt op 2,501 euro per liter. Zulke extreme prijsschommelingen zien we al sinds 2022 en ze keren meermaals per jaar terug. Automobilisten met een benzine- of dieselwagen vragen zich dan ook telkens af wanneer de volgende prijsopstoot eraan komt.Hetzelfde scenario herhaalt zich: zodra het brandstofbudget weer stijgt, komt de elektrische auto opnieuw bovenaan het lijstje met alternatieven te staan. Maar is elektrisch rijden echt zoveel voordeliger? En vooral: zitten er geen addertjes onder het gras?100 kilometer, drie rekeningenNet als enkele maanden geleden vertrekken we van dezelfde basis om appels met appels te vergelijken. Een elektrische auto verbruikt gemiddeld 20 kWh per 100 kilometer, waarbij we ook rekening houden met het grootste deel van de laadverliezen. Voor een benzinewagen rekenen we met 7 liter per 100 kilometer en voor een diesel met 5,5 liter per 100 kilometer.Voor thuis geladen elektriciteit nemen we de Belgische all-inprijs, inclusief netkosten en belastingen. Volgens de CREG-referentie voor het derde kwartaal van 2026 bedraagt die 0,322 euro/kWh in Vlaanderen, 0,372 euro/kWh in Brussel en 0,378 euro/kWh in Wallonië. Dat geeft een nationaal gemiddelde van ongeveer 0,357 euro/kWh.De berekening is dan eenvoudig. Met een elektrische auto kom je uit op 7,14 euro per 100 kilometer. Met benzine loopt de rekening op tot 14,41 euro per 100 kilometer, terwijl diesel 13,76 euro per 100 kilometer kost.Het verschil is dus aanzienlijk: bij hetzelfde gebruik kost thuisladen bijna de helft van wat je voor brandstof betaalt. Wie jaarlijks 15.000 kilometer rijdt, kan zo gemakkelijk meer dan 1.000 euro verschil maken.Ook de kWh wordt duurderBrandstofprijzen staan overal langs de weg in gigantische cijfers aangegeven, maar met de prijs van een kWh is dat natuurlijk niet het geval. Toch is die belangrijk, want sinds eind 2025 is elektriciteit in België duurder geworden.De reden laat zich in één woord samenvatten: kernenergie. Of beter gezegd: het gebrek eraan. In 2026 produceerde België bijna geen elektriciteit uit kernenergie. De vijf oudste reactoren zijn definitief gesloten, terwijl de twee resterende reactoren, Doel 4 en Tihange 3, van april tot november stilliggen voor onderhoudswerken in het kader van hun levensduurverlenging.In 2021 was kernenergie nog goed voor de helft van de Belgische elektriciteitsproductie. In 2025 was dat aandeel al gedaald tot 10%. Daardoor nemen de stoom- en gasturbinecentrales het over, en die draaien op aardgas.Hetzelfde scenario zal zich herhalen in 2027 en vervolgens in 2028, omdat de onderhoudswerken in verschillende fases worden uitgevoerd. Ook de prijs per kWh dreigt daardoor verder te stijgen. Onze berekening steunt dan ook op één belangrijke voorwaarde: thuisladen. Aan een snellader betaal je doorgaans tussen 0,50 en 0,80 euro/kWh. Daardoor kan die 7 euro per 100 kilometer plots verdubbelen en dicht in de buurt komen van de kostprijs van benzine.Wie geen garage, eigen laadpaal of voordelig nachttarief heeft, kan het bovenstaande resultaat simpelweg niet halen. En in Vlaanderen wordt het verhaal nog wat ingewikkelder. Het capaciteitstarief wordt sinds 2023 niet alleen op basis van het aantal verbruikte kilowatturen berekend, maar houdt ook rekening met de vermogenspiek op het elektriciteitsnet, tegen ongeveer 56 euro per kW per jaar. Wie 's avonds zijn auto op vol vermogen laadt terwijl ook de oven en warmtepomp draaien, kan die piek flink verhogen en zo honderden euro's extra op zijn jaarlijkse energiefactuur krijgen. Nog andere verborgen kosten?Er zijn nog andere factoren die in het nadeel van de elektrische auto spelen. Een BA-verzekering hoeft in België niet duurder te zijn, maar bij een omniumverzekering verandert het plaatje.Die facultatieve verzekering, die ook schade vergoedt wanneer je zelf in fout bent, wordt berekend op basis van de cataloguswaarde van de auto. Een elektrische auto is nog altijd 20 tot 40% duurder in aankoop dan een vergelijkbare auto met verbrandingsmotor, terwijl de batterij alleen al tussen 8.000 en 20.000 euro waard kan zijn.Volgens een onderzoek van Knack kost dat extra risico gemiddeld 148 euro per jaar meer dan bij een benzinewagen uit dezelfde klasse. Belgische verzekeringsmakelaars spreken zelf over een omniumverzekering die 10 tot 25% duurder kan uitvallen. En dan is er nog de waardevermindering van elektrische auto's. Volgens analysebureau Eurotax AutovistaCompare behoudt een elektrische auto na acht jaar gemiddeld 28,5% van zijn waarde, tegenover 43% voor een auto met verbrandingsmotor.Met andere woorden: wat je aan de ‘pomp’ bespaart, kun je bij de verkoop weer verliezen. De elektrische auto wint dus de strijd om de energiekosten, maar misschien niet de oorlog om de totale gebruikskosten. Dat moet je geval per geval berekenen...

door David Leclercq
© Gocar

Diesel breekt door grens van 2,5 euro in België: waar eindigt deze prijsstijging?

Wie deze dinsdag gaat tanken, ziet een cijfer dat nog nooit eerder op een Belgische pomp stond. De maximumprijs van diesel stijgt tot 2,501 euro/l, een absoluut record in België. Daarmee sneuvelt het vorige record van april (2,49 euro) en ook de piek na de invasie van Oekraïne (2,29 euro/l) wordt ruim overtroffen. Om te beseffen hoe sterk de prijs is gestegen: vóór de escalatie in het Midden-Oosten kostte diesel 1,76 euro/l. Een tankbeurt van 60 liter kost vandaag bijna 44,5 euro meer dan toen. Benzine 95 blijft sinds 3 september op 2,058 euro staan, ook het hoogste niveau sinds 2022.Hormuz houdt olieprijs hoogBrentolie uit de Noordzee noteert nog altijd boven 100 dollar, nadat de prijs vorige week tegen 110 dollar aanschurkte. Het probleem is dat de factoren die de olieprijs zo hoog houden, niet verdwijnen. De oorlog in het Midden-Oosten heeft de Straat van Hormuz ontregeld, waar een vijfde van de wereldwijde oliebevoorrading passeert, terwijl de aanvallen van de Houthi’s op de Straat van Bab el-Mandeb en op Saoedische infrastructuur de chaos nog vergroten. Ook de oorlog in Oekraïne blijft gevolgen hebben door de vernietiging van raffinaderijen, wat de beschikbaarheid van olieproducten op de markt eveneens zal beperken. En wat nu? Daarover is niemand het eens. Sommige modellen gaan ervan uit dat de olieprijs vanaf de herfst weer daalt, andere voorspellen nieuwe records. Voorlopig heeft de Belgische automobilist geen enkele reden om op beterschap te hopen.Het pijnlijke cijferBij elke prijsopstoot duikt door het groeiende ongenoegen hetzelfde idee weer op. Het heet het omgekeerde cliquetsysteem, een mechanisme waarbij de accijnzen verlaagd worden om de prijsstijging te compenseren en de portefeuille van de automobilist te ontzien. Maar minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) heeft de rekening gemaakt en het resultaat tempert het enthousiasme. Volgens de eerste simulaties van zijn administratie zou een verlaging met 0,35 euro/l gedurende dertig dagen, om de brandstofprijs weer rond 2 euro te brengen, ongeveer 200 miljoen euro per maand kosten. Elke dag zou benzine alleen al bijna 113.824 euro opslorpen en diesel meer dan 152.249 euro. Een prijskaartje waar maar weinig mensen rekening mee hadden gehouden.Dat cijfer komt precies op het moment dat de regering het begrotingsoverleg wil starten, een oefening waarbij over elk miljoen gediscussieerd wordt. Elke maand 200 miljoen euro vinden om de rekening aan de pomp te verlichten, lijkt een onmogelijke opgave. Jambon zelf spreekt van een aanzienlijke budgettaire kost zodra je echt impact wilt hebben. De kans dat de Belgische overheid de automobilist aan de pomp tegemoetkomt, lijkt dan ook bijzonder klein...

door David Leclercq

Volkswagen ID.3 Neo krijgt GTI-versie in 2027

De Volkswagen ID.3 werd inderhaast geboren met enkele kinderziektes, maar kreeg onlangs een reeks updates (Neo-versie) waardoor hij eindelijk volwassen en aantrekkelijk voor de dag komt. Om hem nog leuker te maken, steekt Volkswagen hem volgend voorjaar in een sportief GTI-jasje. Natuurlijk staat de ‘I’ niet langer voor injectie, want deze ID.3 is volledig elektrisch... Deze versie neemt de motor van de voormalige ID.3 GTX over, maar dan met een mythische naam en een sportievere look.Sportieve lookHet GTI-logo begint bij een sportieve look. De constructeur stelt hem voor in Tornado Red. Vooraan zijn de ledkoplampen met elkaar verbonden door een transparante lichtstrip waarin het verlichte Volkswagen-logo verwerkt is. Net boven die strip hebben de designers een rode lijn aangebracht, geïnspireerd op het rode biesje in de grille van de allereerste Golf GTI uit 1976. De bumper krijgt een luchtinlaat met honingraatstructuur.In profiel vallen de nieuwe 20-duims aluminium velgen op, die Wörthersee heten als eerbetoon aan de beroemde bijeenkomst van Volkswagen GTI’s in Oostenrijk. De behuizingen van de buitenspiegels en de in glanzend zwart gelakte dorpels maken het silhouet compleet.Interieur in rood en zwartVanbinnen gaan rood en zwart hand in hand. Over de volledige breedte van het dashboard loopt een fijne rode lijn, terwijl de nieuwe sportzetels rode accenten en een ruitjesmotief (Superclark) krijgen. Ook bovenaan het sportstuur, op 12 uur, zit een rode markering. Onderaan datzelfde stuur, op 6 uur, vind je de verlichte GTI-knop: die activeert de nieuwe GTI-modus, die alle rijparameters (motor, besturing, gestuurde demping) op hun sportiefste stand zet.326 pk en Launch ControlMet de rode knop op het stuur kun je ook de nieuwe Launch Control activeren. Die stuurt de volle 326 pk en 545 Nm van de motor achteraan naar de achterwielen.. Deze Volkswagen GTI is immers een achterwielaandrijver. De sprint van 0 naar 100 km/u duurt dan 5,6 seconden. Deze elektrische GTI haalt daarentegen maximaal 200 km/u, om zijn batterij niet te snel leeg te trekken.De motor wordt gevoed door de grootste batterij uit het gamma: een lithium-ionbatterij met een nettocapaciteit van 79 kWh. Die zou een WLTP-rijbereik van maximaal 601 km bieden. Bij sportief rijden uiteraard een stuk minder… De batterij kan snelladen met 183 kW gelijkstroom, waardoor je in de beste omstandigheden in 29 minuten van 10 tot 80% zou kunnen laden.Wat het chassis betreft, krijgt deze ID.3 GTI een specifieke gestuurde demping en een ‘progressieve’ besturing met een tandheugel met variabele vertanding (de overbrenging wordt steeds directer naarmate je het stuur verder draait). Het is nog niet bekend of je het ESP volledig kunt uitschakelen, wat het mogelijk zou maken om met deze elektrische Volkswagen GTI te driften… Over enkele maanden weten we meer en volgt ook de prijslijst.

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Lotus Elise van 400.000 euro: gaat de restomod te ver?

Philip Kadoorie is een echte autoliefhebber uit Hongkong met een aanzienlijk fortuin. Aan hem danken we trouwens de 911K van Tuthill, die tot 11.000 tr/min draait. Ook dit project op basis van een Lotus Elise S1 komt uit zijn koker. Ongeveer een jaar geleden vingen we er al iets over op, maar nu kennen we alle details en is de productie gestart. Het oorspronkelijke model viert zijn dertigste verjaardag en heeft intussen met glans zijn intrede gemaakt in de verzamelaarswereld. En welk mooier eerbetoon kun je deze pure sportwagen geven dan een versie die zijn filosofie nog verder doordrijft? Alleen heeft Analogue Automotive zich niet beperkt tot een paar kilo’s afslanken of de schokdempers vervangen…Eén zetel en verder nietsDe donorauto wordt volledig ontmanteld tot op zijn beroemde chassis van geëxtrudeerd en verlijmd aluminium. Daarrond wordt vrijwel alles hertekend. Het originele koetswerk maakt plaats voor panelen in carbon, het onderstel wordt herwerkt, de kabelboom vereenvoudigd, de brandstoftank aangepast en de remmen krijgen carbon-keramische onderdelen. Zelfs bij de wielen wordt obsessief op elke gram gejaagd. En dan is er nog het opvallendste detail: het interieur telt nog maar één zetel, in het midden. Voor egoïstisch rijplezier, denk je? Uiteraard, al bestaat er een precedent met de eenzitters van de Elise die begin jaren 2000 in competitie werden ingezet.Die drastische afslankkuur heeft uiteraard effect: ongeveer 600 kg rijklaar, bijna 100 kg minder dan een standaard Lotus Elise S1, die al als een pluimgewicht geldt.De juiste motor, maar grondig herwerktOnder de motorkap achteraan heeft Analogue alvast de verleiding van een spectaculaire motorswap weerstaan: geen Honda-motor, geen buitenmaatse turbo en al helemaal geen elektromotor, want die is sowieso niet meer in de mode. De Rover K-Series blijft op post, maar ook hier gaat het uiteraard niet meer echt om de motor zoals die uit de fabriek kwam… De cilinderinhoud stijgt van 1,8 naar 1,9 liter, met gesmede interne componenten en tal van specifieke onderdelen. Het vermogen klimt tot ongeveer 250 pk, nog altijd atmosferisch. Een handgeschakelde vijfbak met korte verhoudingen en een sperdifferentieel maken het geheel compleet. Slechts 250 pk? Ja, maar in een auto van ongeveer 600 kg levert dat meer dan 400 pk per ton op.400.000 euro, is dat wel serieus?400.000 euro (exclusief belastingen) voor deze herwerkte Lotus Elise, terwijl je op de tweedehandsmarkt exemplaren vindt voor prijzen die meer dan tien keer lager liggen? Dat is toch behoorlijk veel geld per verloren gram, niet? Ja… en nee. Gezien het geleverde werk, de gebruikte materialen en de beperkte productie is die prijs uiteindelijk niet onlogisch. Zeker omdat de donorauto in de prijs inbegrepen is.Is de restomod te ver gegaan?Dan blijft de volgende vraag: hoever kan een restomod gaan? Spreken we nog altijd over een restauratie die de donorauto moderniseert, of over een creatie die van nul (of bijna nul) vertrekt en daarvoor de administratieve goedkeuring nodig heeft? Vandaag zien we immers een echte vlucht vooruit: Singer bouwt steeds exclusievere en duurdere 911’s, Alfaholics biedt zelfs een Giulia uit de jaren zestig met 240 pk en carbon onderdelen aan en Kimera gaat helemaal los door een V8 van… Koenigsegg te monteren in wat ooit een Lancia Beta Montecarlo was.Het woord ‘restomod’ is misschien gewoon te vaag geworden: oorspronkelijk omschreef het vrij goed een oldtimer die gerestaureerd en vervolgens gemoderniseerd werd. Vandaag neemt bij de ambitieuzere projecten het ‘mod’-gedeelte zoveel plaats in dat het moeilijk wordt om nog echt van een restauratie te spreken. Singer is waarschijnlijk eerlijker door over een ‘heruitgevonden’ 911 te spreken.De discussie is ongetwijfeld eindeloos, maar we moeten toch toegeven dat Analogue hier heel goed begrepen lijkt te hebben wat een Lotus Elise S1 is. Deze VHPK presenteert zich als een Elise waarbij alle parameters op maximaal staan… Had Lotus zelf zo’n machine kunnen bouwen? Waarschijnlijk wel. Dat maakt de term ‘restomod’ niet correcter, maar deze creatie wellicht wel legitiemer in de ogen van de puristen… Met deze conclusie: hoever kun je gaan? Waarschijnlijk zo ver mogelijk, zolang je het fundamentele idee van de originele auto blijft respecteren.Vind je volgende oldtimer op Autoclassic.beEen vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA

door François Piette
© Gocar

Chinese autobouwer BYD wil 4 fabrieken in Europa

De essentieBYD wil binnen vijf jaar drie extra Europese fabrieken naast zijn Hongaarse vestiging: twee voor autoassemblage en één voor batterijen, bij voorkeur via overnames.Vooral bestaande fabrieken in Frankrijk en Spanje interesseren BYD, omdat lokale productie invoerheffingen omzeilt en meteen toegang geeft tot ervaren personeel en gevestigde toeleveranciers.Ook SAIC, Leapmotor, Dongfeng, Chery en Geely bouwen Europese productiecapaciteit uit, waarbij vooral Spanje Chinese investeringen aantrekt terwijl de Europese autosector zelf met overcapaciteit kampt.Bij hun veroveringstocht op de Europese automarkt passen de Chinezen dezelfde strategie toe als ze in eigen land hebben gedaan: snel groeien door zoveel mogelijk expertise van elders op te nemen.Om lokaal te produceren nemen ze dus liever bestaande fabrieken over van lokale spelers dan er zelf nieuwe neer te zetten. Liefst 3 stuks, vertelde BYD’s Europese adviseur en Fiat-oudgediende Alfredo Altavilla aan het persagentschap Reuters. De Italiaan loopt op luchthavens naar eigen zeggen steeds dezelfde toplui van andere Chinese autobouwers tegen het lijf, op weg van en naar dezelfde bestaande autofabrieken over het ganse continent, op zoek naar mogelijke samenwerkingen of overnames.De grootste fabrikant wereldwijd van elektrische auto’s wil zijn productie-apparaat snel uitbreiden om geen invoerheffingen meer te moeten betalen in de Europese Unie. Temeer omdat in Brussel gewerkt wordt aan de zogenaamde ‘Made in Europe’-regelgeving, die minimumpercentages vooropstelt voor het aantal onderdelen dat binnen de EU vervaardigd moet zijn.Liever kopen dan bouwenDe bouw van een nieuwe autofabriek is peperduur en complex. De moeilijkheid is niet zozeer het neerzetten van de infrastructuur, maar wel snel voldoende mensen vinden die meteen kunnen werken volgens de enorme kwaliteitsvereisten die nodig zijn om meteen goed werkende producten te maken. En dat geldt niet enkel voor het eigen personeel, maar ook voor de toeleveranciers in de regio.Daarom is het niet noodzakelijk voordelig om een volledig nieuwe fabriek neer te zetten in het land waar de lonen het laagst zijn, maar waar geen traditie is in de autobouw. Dat lijkt althans de redenering te zijn van BYD, dat in eerste instantie kijkt naar overnames in Frankrijk en Spanje.Daar wil het met enkele gerichte investeringen meteen kunnen beginnen met de productie van eigen auto’s. Italië noemt Altavilla als “plan B”, omdat Stellantis, de enige Europese groep die daar produceert, geen fabrieken wil verkopen, ondanks de enorme overcapaciteit waarmee de groep daar kampt. Eerder was er sprake van de overname van de vestiging in Cassino, die nagenoeg stil ligt momenteel.In totaal mikt BYD voor de komende 5 jaar op 3 extra fabrieken, naast degene die BYD momenteel opstart in Hongarije. Het mikt op 2 extra assemblagefabrieken, plus een batterijfabriek.Vooral Spanje is populairOok de andere grote Chinese autobouwers maken vaart met de opbouw van hun Europese productiecapaciteit. Ook voor hen lijkt Spanje daarbij de droombestemming. Eerder dit jaar kondigde SAIC bijvoorbeeld aan dat het tegen 2028 MG’s wil bouwen in het noordwesten van Spanje. Anders dan BYD kiest het wel voor een nieuwe fabriek, goed voor een jaarcapaciteit van 120.000 auto’s.Leapmotor kiest eveneens voor Spanje, waar het sinds kort produceert in Zaragoza. Dat gebeurt in een fabriek van minderheidsaandeelhouder Stellantis, waar momenteel bijvoorbeeld ook de Opel Corsa van de band rolt. Eerder bouwde Leapmotor al een tijdje auto’s in de Stellantis-fabriek in Polen.Ook Dongfeng gaat produceren in Europese Stellantis-fabrieken in Frankrijk (Rennes) en Spanje (Zaragoza).Chery is eerder al gestart met het bouwen van auto’s in een voormalige Nissan-fabriek in Catalonië. En deze zomer kondigde Ford ook aan dat het een deel van zijn fabriek in Valencia heeft verkocht aan Geely, dat er een ongebruikte lijn zal heropstarten voor eigen producten.In 2025 was de markt voor nieuwe auto’s in de Europese Unie goed voor een kleine 11 miljoen stuks. Daarvan werd 7% in China geproduceerd. De helft van de in Europa gekochte auto’s wordt vandaag geproduceerd in Duitsland, Frankrijk, Spanje en Tsjechië.

door Hans Dierckx
© Gocar

Trajectcontroles: zo wil Vlaanderen komaf maken met misbruik door gemeenten

Sinds de Vlaamse gemeenten zelf kleine verkeersovertredingen mogen bestraffen met administratieve boetes – de bekende GAS-boetes – voor kleine snelheidsovertredingen en een reeks vergrijpen die als minder ernstig worden beschouwd, staat Vlaanderen vol trajectcontroles. Voor veel gemeenten vormen die een volwaardige inkomstenbron. De cijfers zijn indrukwekkend: de Vlaamse gemeenten inden 124 miljoen euro in 2023, daarna 177 miljoen euro in 2024 en 185,5 miljoen euro in 2025, volgens cijfers die in de Vlaamse pers verschenen. In sommige gemeenten lopen die inkomsten op tot 16% van het gemeentebudget. In Lo-Reninge zou elke inwoner gemiddeld 442 euro opgebracht hebben.Die evolutie wil de Vlaamse minister van Mobiliteit, Annick De Ridder (N-VA), stoppen. Ze had studies besteld om duidelijkheid te krijgen. Die werden uitgevoerd door het Departement Mobiliteit, verkeersveiligheidsinstituut VIAS en de Universiteit Gent. Intussen zijn de studies afgerond, maar de resultaten schetsen een dubbel beeld. Zo blijkt dat een ruime meerderheid van de gemeenten (86%) minstens een deel van de inkomsten opnieuw in verkeersveiligheid investeert. Tegelijk erkent 57% dat het geld naar de algemene middelen gaat, zonder specifieke bestemming. Volgens de minister moet een trajectcontrole net tot minder overtredingen leiden en zeker niet tot meer inkomsten.Grondige hervormingenDe minister wil het systeem dan ook grondig hervormen. De gemeenten ontvangen doorgaans maar een deel van de boetes. Het beheer wordt immers toevertrouwd aan privébedrijven, die per overtreding betaald worden, soms tot 24 euro. De dienstverlener heeft er dus een rechtstreeks financieel belang bij dat automobilisten te snel rijden.De Ridder wil daarom een uitdoofscenario opleggen voor die contracten, zodat financiële belangen nooit bepalen waar er gecontroleerd wordt. Ze wil elke gemeente ook verplichten om de locatie van een trajectcontrole te verantwoorden op basis van een verkeersveiligheidsanalyse en niet van een rendementsberekening. De redenering is logisch: een systeem dat steeds meer opbrengt, is een systeem dat gefaald heeft.Bovendien moet elke trajectcontrole aangekondigd worden met een verkeersbord, een verplichting die de minister in een decreet wil verankeren. Vanaf 2027 zal een regionaal platform, het Vlaams Handhavingsplatform, gegevens centraliseren die vandaag verspreid zitten over gemeenten, politiezones en administraties. Het doel is om eindelijk een volledig beeld te krijgen en na te gaan of trajectcontroles het aantal ongevallen verminderen of alleen de kas spijzen.Niet iedereen is het eens met die beschuldiging van hebzucht. Volgens de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten blijft veiligheid wel degelijk de prioriteit van de lokale besturen. Ze kaatst de bal terug naar het gewest: in plaats van de gemeenten te verdenken, moet Vlaanderen volgens de vereniging beter de echte gaten in het systeem dichten, van recidive tot buitenlandse nummerplaten die nog altijd door de mazen van het net glippen.En Wallonië?Het zuiden van het land loopt op dit vlak wat achter. Gemeentelijke administratieve boetes komen er pas in 2028. De Waalse autoriteiten beloven nu al dat ze niet in dezelfde valkuilen zullen trappen. Maar intussen heeft Wallonië andere, dringendere problemen op te lossen. Nog voor er over inkomsten kan worden gesproken, moeten de overtredingen natuurlijk wel bestraft worden. Uit een recent rapport van het Rekenhof bleek dat 91% van de flitsen van Waalse vaste flitspalen zonder gevolg bleef, omdat ze niet aan het gerecht werden doorgegeven. Het contrast is opvallend en alweer typisch Belgisch: in het noorden wil Vlaanderen de band tussen flitspalen en de gemeentekas doorknippen, terwijl in het zuiden veel boetes niet eens verstuurd worden. Wordt vervolgd.

door David Leclercq
© Gocar

Is keuringstoerisme riskant voor automobilisten?

Sinds begin deze maand gelden er in Vlaanderen soepelere regels voor de autokeuring. Een van de belangrijkste wijzigingen is dat elke personenwagen die slaagt voor de technische controle een keuringsbewijs voor twee jaar krijgt, zonder beperking op basis van leeftijd of kilometerstand. Het contrast met Wallonië en Brussel is groot, want daar moeten oudere auto's nog altijd jaarlijks naar de keuring.In die omstandigheden kunnen Brusselse en Waalse automobilisten natuurlijk in de verleiding komen om de taalgrens over te steken en van de soepelere Vlaamse regels te profiteren. Omgekeerd kunnen ook Vlaamse automobilisten hun heil in Wallonië of Brussel zoeken, vooral vanwege de minder strenge deeltjestest voor dieselmotoren, die voor Euro 5a zelfs helemaal ontbreekt.Alleen is er één vraag die tot nu toe nauwelijks werd gesteld: brengt een automobilist zichzelf in de problemen door van die verschillen tussen de gewesten te profiteren?Twijfel heeft z’n prijsHet is belangrijk om te weten welke risico's een automobilist werkelijk loopt. Met het keuringsbewijs zelf is er geen probleem: de wet erkent het in de drie gewesten, ongeacht waar het werd afgeleverd. Maar voor de geldigheidsduur bestaat die zekerheid niet. Zoals Touring opmerkt, staat nergens expliciet vermeld of de geldigheidsduur van twee jaar die je in Vlaanderen krijgt ook van toepassing is op een auto die in Wallonië is ingeschreven. Of moet die auto na één jaar opnieuw naar de keuring, zoals de regels van het eigen gewest voorschrijven?Die juridische onduidelijkheid betekent dat een politieagent bij een controle die tweede interpretatie zou kunnen volgen en dus kan oordelen dat een Waalse bestuurder tijdens het tweede jaar zonder geldige keuring rondrijdt. Daarop staan volgens de wet bovendien boetes van 80 tot 80.000 euro en een mogelijke gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden. Die sancties verschillen niet van gewest tot gewest, want ze zijn federaal bepaald.Maar er zijn nog andere risico's. Bij een ongeval zou een verzekeraar die een verband kan aantonen tussen een technisch defect aan het voertuig en het ongeval de vergoeding kunnen verminderen of zelfs weigeren. Wanneer bijvoorbeeld defecte remmen of een probleem met de stuurinrichting een rol spelen, is het aan de bestuurder om aan te tonen dat zijn voertuig niet onveilig was. Zulke situaties zijn uiteraard zeldzaam, maar ze kunnen zich voordoen.Een Vlaamse automobilist die in Wallonië of Brussel rijdt, hoeft zich daarentegen geen zorgen te maken over de geldigheidsduur van zijn keuring, aangezien zijn auto in Vlaanderen is ingeschreven.Belgische knoopMaar bij wie kun je terecht om die juridische onduidelijkheid weg te werken? Niemand kan de knoop alleen doorhakken, en precies daar zit het probleem. Sinds 2014 bepalen de gewesten zelf de regels voor de autokeuring. Elke regio beslist dus hoe vaak een voertuig gekeurd moet worden. Daarom kan Vlaanderen een keuringsbewijs voor twee jaar invoeren, terwijl Wallonië het bij één jaar houdt.De sancties zijn daarentegen nog altijd federaal geregeld via de verkeerswetgeving en de inschrijving van voertuigen. Het resultaat? Een gewest creëert een verschil in de regels, terwijl een federale regel de bestuurder bestraft wanneer die niet in orde is.Vlaanderen kan niet voor Wallonië beslissen en omgekeerd. Tegelijk kan de federale overheid niet zomaar sleutelen aan de keuringsfrequenties, want die bevoegdheid ligt niet langer bij haar. Iedereen heeft dus een stukje van de puzzel in handen, maar niemand kan die alleen leggen.De enige mogelijke uitweg is dat de vier ministers van Mobiliteit samen rond de tafel gaan zitten. Dat is precies de rol van de Interministeriële Conferentie. Het dossier kwam daar al ter sprake, maar voorlopig zonder resultaat. Tot er duidelijkheid komt, blijft de automobilist dus met het risico achter. Een verwittigd man ...

door David Leclercq
© Gocar

AI in oldtimers: 5 verrassende toepassingen

De essentieTijdens het concours d’élégance Lugano Elegance 2026 was een van de juryleden een… AI-robot. En zijn keuze was niet dezelfde als die van de mensen…Kan AI binnenkort een mechanisch defect herkennen aan het geluid of automatisch de stappen van een restauratie registreren? Dat is geen sciencefiction meer…Oude archieven profiteren enorm van AI, met toepassingen die vandaag al heel concreet en bijzonder nuttig zijn.We hoeven er niet omheen te draaien: als we artificiële intelligentie en auto’s met elkaar associëren, denken we eerder aan een zelfrijdende auto vol sensoren dan aan een MGB met twee SU-carburateurs… Maar als je er wat langer over nadenkt, vormt de wereld van de oldtimer bijna het ideale speelterrein voor deze technologieën. Natuurlijk is er ook de speelse kant, om je ideale collectie samen te stellen of een leuke foto van je eigen auto in een exotische omgeving te maken… Maar AI kan veel verder gaan: denk aan onvolledige plannen, verdwenen referenties, onleesbare archieven of zelfs het restauratieproces. Op al die vlakken kan AI echt een nuttige rol spelen.1. Kan een computer smaak hebben?We beginnen met de meest aparte toepassing… en waarschijnlijk ook de minst nuttige. In 2026 verwelkomde Lugano Elegance een behoorlijk onwaarschijnlijke ‘indringer’ in de jury: een robotjurylid aangedreven door AI. Een wereldprimeur. De computer moest uiteraard niet alleen koetswerklijnen vergelijken, maar ook historische informatie, culturele context en de geschiedenis van de voertuigen combineren voordat hij zijn eigen prijs uitreikte.Zijn keuze? Een Ferrari 365 GTC/4 uit 1972, die in 1975 door Willy Felber en Michelotti omgebouwd werd tot een knotsgekke strandauto met twee zitplaatsen en zonder deuren. De menselijke jury had de Best of Show dan weer toegekend aan een uiterst zeldzame ATS 2500 GTS uit 1964. Kortom: tussen perfect gerestaureerde auto’s met een bijzonder serieuze historische achtergrond viel AI voor het gekste exemplaar van het stel.2. AI leert naar je motor luisterenAls je een oldtimer hebt, vertellen we je wellicht niets nieuws: een nieuw geluid is meestal een voorteken van een nakend defect. Maar wat staat je dan precies te wachten? Een schroef van het dashboard die je moet aandraaien of een vastgelopen drijfstanglager? Goed, we schetsen het wat zwart-wit, maar voor een leek is het zonder diagnosestekker niet altijd eenvoudig om het verschil te horen. En precies daar probeert AI een rol te spelen… Sommige toepassingen kunnen mechanische geluiden analyseren. De akoestische signalen worden opgedeeld en geanalyseerd, waarna de toepassing automatisch probeert te herkennen welke situatie ermee overeenkomt.Natuurlijk ontbreken de gegevens om te weten of het ‘tik-tik-tik’ van een De Dion Bouton verontrustend is. Maar naarmate de geluidsdatabanken groeien, onder meer door het geluid van een motor vóór en na een ingreep te vergelijken, kan deze technologie betrouwbaarder worden, zeker voor de populairste modellen. Maar verwacht geen wonderen: het oor van een gespecialiseerde mecanicien met dertig jaar ervaring heeft nog altijd een bijzonder grote voorsprong…3. Een restauratie die zelf haar geschiedenis schrijftDit is waarschijnlijk de minst ‘visuele’, maar zeker een van de indrukwekkendste toepassingen. Portugese onderzoekers, onder meer verbonden aan NOVA en Iscte, ontwikkelden de Charter of Turin Monitor, een systeem dat de restauratie van een oldtimer zeer nauwkeurig documenteert volgens de principes van het Charter van Turijn van de FIVA.Kort samengevat? Sensoren registreren tijdens de restauratie gegevens om te bepalen waar de auto zich bevindt en welke gereedschappen gebruikt worden. Daar komen de gegevens bij die het atelier invoert, zoals foto’s en andere documenten die bij elke ingreep horen. Het doel? Een restauratie nauwkeurig documenteren, hoe lang die ook duurt. Voor een auto met een waarde van zes cijfers is dat beslist geen onbeduidende toepassing…4. Een verdwenen onderdeel weer tot leven brengen of ontdekken waarvoor het dientMisschien is dit wel de toepassing waarvoor we de nieuwe technologie het snelst dankbaar zullen zijn. Je hebt een gebroken steun in handen waarvan de referentie al 35 jaar verdwenen is? Systemen voor visuele herkenning kunnen de vorm en details nu al vergelijken met enorme beeldbanken. Combineer dat met een 3D-scan en door AI aangedreven ontwerptools en je bent goed op weg om het onderdeel opnieuw te maken. AI kan het ontwerp uiteraard ook verfijnen om een zwak punt van het originele onderdeel te versterken.Op een andere schaal maken digitale reconstructietechnologieën het ook mogelijk om verdwenen koetswerken opnieuw te creëren op basis van fotoarchieven. Morgen kan AI dus de brug vormen tussen drie oude foto’s en een gebroken as om een driedimensionaal model te maken dat nauwkeurig genoeg is zodat de vakman weer aan de slag kan.De kers op de taart? Er bestaan door AI aangedreven toepassingen die het omgekeerde doen. Je hebt in een oude schoendoos een motoronderdeel gevonden en hebt geen flauw idee waar het vandaan komt of waarvoor het kan dienen? Er bestaan al toepassingen die de herkomst en functie ervan kunnen achterhalen. Natuurlijk ontbreken er nog gegevens om de tool echt betrouwbaar te maken, maar hij kan wel een aanwijzing geven. Ook hier kan het aanvullen van de gegevens op lange termijn helpen.5. Archieven voor de geschiedenis of om te reparerenDe laatste toepassing is waarschijnlijk ook die waarin AI het betrouwbaarst zal blijken. Het Revs Institute, een van de grote Amerikaanse centra voor autogeschiedenis, bezit een digitale bibliotheek met ongeveer 724.000 foto’s. Archiefdirecteur Arthur Carlson legt uit dat de instelling samenwerkt met partners die AI gebruiken om snel te identificeren welke racewagen op een oude foto staat die achteraan in een lade werd teruggevonden.Nog relevanter om onze oldtimers rijdend te houden: oude werkplaatshandboeken en andere gedigitaliseerde technische publicaties. In plaats van in kwetsbare oude boeken te bladeren op zoek naar een procedure, volstaat het om je vraag aan AI voor te leggen. Die bezorgt je de informatie in een handomdraai, in de taal van je keuze en eventueel in eenvoudigere bewoordingen. Natuurlijk vraagt dit alles veel digitaliseringswerk, maar voor enkele modellen is dat al gebeurd…Vind je volgende oldtimer op Autoclassic.beEen vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA

door François Piette
© Gocar

Door de dure brandstof schrapt Italië de verkeersbelasting. En België?

De voorbije weken gaan Europese automobilisten met steeds meer tegenzin tanken. Door de spanningen in het Midden-Oosten is de prijs van een vat Brentolie fors gestegen, en daarmee ook de prijzen aan de pomp. De situatie is zorgwekkend, want de brandstofprijzen stijgen nu sneller dan de olieprijs, vooral door de inflatie en het gebrek aan raffinagecapaciteit voor aardolieproducten (door aanvallen en het stilleggen van installaties).In die context heeft een Europees land een beslissing genomen die op zijn minst radicaal lijkt. De Italiaanse ministerraad heeft namelijk beslist om de verkeersbelasting voor auto’s met minder dan 80 kW (ongeveer 110 pk) en voor alle motorfietsen en scooters voor heel 2027 op te schorten. In totaal gaat het om 14,5 miljoen voertuigen, uiteraard maximaal één per belastingplichtige en het minst krachtige voertuig van het gezin. Giorgia Meloni (Fratelli d’Italia) stelt de maatregel voor als de afschaffing van een van de meest gehate belastingen van het land, precies op het moment dat de forse stijging van de brandstofprijzen de portemonnee van gezinnen leegzuigt. Op papier is de maatregel inderdaad spectaculair.Het cijfer dat de aankondiging relativeertDie beslissing verbaast dus. En je kunt je afvragen of de Italiaanse staat, waarvan de financiën er niet bepaald rooskleurig uitzien, zichzelf hiermee niet in de problemen brengt. Helemaal niet, zo blijkt. De maatregel zal immers ‘maar’ 2,3 miljard euro kosten. Diezelfde belasting brengt Italië jaarlijks ongeveer 7,4 miljard euro op. Door zeven op de tien voertuigen vrij te stellen, moet Rome dus minder dan een derde van die inkomsten opgeven.Meloni en haar adviseurs hebben het slim aangepakt: in Italië stijgt de belasting mee met het vermogen. En omdat de regering beslist heeft om wie het minst betaalt vrij te stellen, offert ze dus het minst rendabele deel op, terwijl ze tegelijk de grootste groep bereikt. Een mooie rekensom.Het gemiddelde ‘cadeau’ bedraagt ongeveer 160 euro per jaar, wat voor veel Italiaanse gezinnen mooi meegenomen blijft. Opmerkelijk genoeg kondigde Meloni de maatregel aan als structureel (en dus terugkerend), maar andere politici trekken dat in twijfel, want de maatregel is alleen voor 2027 gepland... net als de volgende parlementsverkiezingen. Toeval bestaat niet.De echte krachttoer zit elders: tot nu toe steunde Rome zijn automobilisten met een korting op diesel, een rechtstreekse korting aan de pomp. Zo’n steunmaatregel is echter een bodemloze put en niemand weet vooraf hoe zwaar hij op de begroting zal wegen. Precies daarom wordt die korting dit najaar stapsgewijs verlaagd, van 0,17 euro naar 0,06 euro, om daarna te verdwijnen. Door de steun te verschuiven naar de verkeersbelasting, ruilt Giorgia Meloni een open uitgave in voor een vaste uitgave. Zo weet de regering precies hoeveel de maatregel kost en blijven de uitgaven onder controle. Het is dus vermomde gulheid.Een optie voor België?De vraag is of de Italiaanse formule navolging kan krijgen in de rest van Europa. Heel wat regeringen staan immers onder druk door de forse prijsstijgingen. Ook België ontsnapt daar niet aan, want de MR wil de activering van het omgekeerde cliquetsysteem op tafel leggen tijdens het volgende begrotingsconclaaf.In België is de verkeersbelasting een gewestelijke bevoegdheid en volgens de recentste cijfers waarover we beschikken, haalde Wallonië er in 2023 541 miljoen euro uit, terwijl de inkomsten in Vlaanderen rond 1,2 tot 1,3 miljard euro liggen. Voor Brussel zijn er geen gepubliceerde cijfers, maar voor de 400.000 ingeschreven voertuigen kunnen we de opbrengst op iets minder dan 100 miljoen euro ramen. In totaal gaat het dus om circa 2 miljard euro. Dat is de verkeersbelasting. Daarnaast is er de fiscaliteit op brandstoffen en die brengt veel meer geld in het laatje. Alleen al de accijnzen brachten in 2025 5,5 miljard euro op en daar komt de btw nog bovenop. De Belgische automobilist wordt dus bijna drie keer zwaarder belast op wat hij verbruikt dan op wat hij bezit.Mogelijk legt ook de Belgische regering het initiatief van de regering-Meloni op tafel. Laten we niet vergeten dat de federale regering in 2022, op het hoogtepunt van de energiecrisis, de accijnzen met 17,5 cent per liter verlaagde, wat 1,3 miljard euro kostte. In werkelijkheid zelfs veel meer, want de maatregel werd twee keer verlengd. Een vrijstelling van de verkeersbelasting voor een deel van het wagenpark zou ook een goed idee kunnen zijn, rekening houdend met het begrotingstraject dat gerespecteerd moet worden. Italië heeft dus een antwoord klaar. Nu is het afwachten wat de Belgische regering ermee doet.

door David Leclercq

Nissan: een SUV en een stadswagen Made in Europe

Nissan houdt zich vrij discreet op onze markt: sinds januari staat het Japanse merk op de 21ste plaats in de rangschikking van de inschrijvingen van nieuwe wagens in België, achter merken als MG en BYD. Nissan leverde ongeveer tien keer minder auto’s (iets meer dan 3.500) dan marktleider BMW (meer dan 32.000).Om marktaandeel te winnen, rekent Nissan op zijn nieuwe Micra, een kloon van de Renault 5 E-Tech, maar het merk lanceert ook twee volledig nieuwe modellen: de kleine hybride SUV Kicks en de elektrische ministadswagen Pixo. Beide worden in Europa geproduceerd.Kicks: een kleine hybride SUV zonder stekkerNissan heeft een probleem: de huidige kleine Juke met verbrandingsmotor (benzine of hybride) wordt binnenkort vervangen door een nieuwe volledig elektrische Juke (gebaseerd op het platform van de Renault Scénic E-Tech). Sommige Europese klanten zijn echter nog altijd niet klaar om alleen elektrisch te rijden. Daarom heeft de Japanse constructeur beslist om in 2027 een nieuwe kleine hybride SUV uit het B-segment te lanceren als aanvulling op de toekomstige elektrische Juke.Deze kleine hybride SUV heet Kicks en is in het buitenland geen nieuwkomer: de tweede generatie van het model is sinds 2024 al op de markt, onder meer in Amerika en Japan. Deze SUV staat op het CMF-B-platform van de Renault Captur, de Dacia Duster en… de huidige Nissan Juke. De Kicks is 4,13 m lang en dus een tikje korter dan de huidige Juke.We kennen nog niet alle details van de Europese versie van de Kicks, maar Nissan kondigt aan dat hij een hybride e-Power-aandrijflijn op benzine en elektriciteit krijgt, vergelijkbaar met die van de Qashqai. Dat betekent dat alleen de elektromotor de wielen aandrijft, terwijl de verbrandingsmotor als generator dient om de batterij van stroom te voorzien. Deze techniek zorgt voor een bijzonder soepele rijervaring, omdat er geen klassieke versnellingsbak met meerdere versnellingen aan te pas komt. In plaats daarvan gebruikt de Kicks een vaste overbrenging, waardoor het schakelen en de bijbehorende schokken wegvallen. De Nissan Kicks voor de Europese markt worden geproduceerd in de Engelse fabriek in Sunderland, naast de Qashqai, Juke en Leaf.Pixo: de neef van de TwingoNissan bevestigde voor 2027 ook de terugkeer van zijn stadswagen uit het A-segment: de Pixo. Maar de nieuwe generatie rijdt niet langer op benzine: hij wordt volledig elektrisch. Het wordt in feite een technische neef van de Renault Twingo E-Tech en Dacia Spring. De nieuwe Pixo wordt op 23 september onthuld en rolt in Slovenië van de band.

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Kunnen de eerder opgeofferde kleine auto’s nu de markt redden?

We herinneren het ons nog: niet zo lang geleden vond je een Suzuki Alto voor minder dan 10.000 euro en een Renault Clio of Citroën C3 voor ongeveer 11.000 euro. Die prijzen lijken uit een andere wereld te komen. Jarenlang kregen we te horen dat deze kleine auto’s langzaam zouden verdwijnen bij gebrek aan kopers. De uitleg leek logisch: de klant zou veranderd zijn en voortaan meer ruimte, een hogere zitpositie en een auto met meer uitstraling willen. Maar zo is het niet gelopen. Niet de klant keerde de kleine auto de rug toe. Het was veeleer de kleine auto die niet langer aan de klant werd aangeboden. Als hij verdween, was dat niet omdat het publiek hem links liet liggen, maar omdat hij te weinig opbracht. Een kleine auto levert een constructeur een kleine marge op, uiteraard het tegenovergestelde van een SUV. De rekening was snel gemaakt. Sinds 2017 domineren SUV’s dan ook de markt en verdwenen stadswagens één voor één uit het gamma. Zo stopte Ford met de Fiesta, Opel met de Adam en Volkswagen met de Up, om maar enkele voorbeelden te noemen. Dubbel zoveel als de inflatieConstructeurs hebben de prijsstijging lang gerechtvaardigd met de duurdere materialen en de verplichte veiligheidsnormen. Dat argument klopt gedeeltelijk, maar verbergt de kern van de zaak. Volgens de Europese organisatie Transport & Environment verhoogden de vijf grootste constructeurs van het continent de prijs van hun goedkoopste modellen tussen 2019 en 2023 met 41%, bijna het dubbele van de gecumuleerde inflatie in die periode. In België bevestigde een onderzoek uit maart 2025 die trend: er waren nog maar 13 nieuwe modellen te koop voor minder dan 20.000 euro, waarvan vier bij Dacia. Veelzeggend detail: de kleine auto’s waren het sterkst in prijs gestegen. De Sandero werd in vijf jaar 43% duurder en de Duster 49%. Als de prijsstijging alleen diende om hogere kosten te dekken, zouden de winsten echter stabiel zijn gebleven. Maar het tegenovergestelde gebeurde. De vijf Europese autoreuzen (waaronder Volkswagen en Stellantis) zagen hun winsten tussen 2019 en 2022 meer dan verdubbelen tot ruim 64 miljard euro, nog altijd volgens Transport & Environment. Recentere cijfers zijn er niet. En daar is een reden voor: sindsdien zit de Europese auto-industrie diep in de rode cijfers. Maar het bewijst wel dat de verschuiving naar duurdere modellen geen noodzaak was, maar een keuze. Neem Dacia, lange tijd kampioen van de bodemprijzen. Het merk keert lowcost echter geleidelijk de rug toe door zijn meest uitgeklede versies te schrappen en naar eigen zeggen te mikken op ‘de beste prijs-prestatieverhouding’ in plaats van op de laagste prijs. Goedkope auto’s zijn niet door het noodlot verdwenen, maar door een keuze. De Chinese stoorzenderIn werkelijkheid kon dit evenwicht standhouden zolang de Europese constructeurs zelf de prijzen bepaalden. Maar dat is voorbij, want intussen zijn Chinese constructeurs op de markt gekomen met aanbiedingen die de prijzen onder druk zetten. En de verkoop volgt. In die context is de kleine auto geen commerciële keuze meer, maar een defensieve noodzaak. Daarnaast bereidt de Europese Commissie een nieuwe categorie voor, de zogenaamde E-cars: auto’s van minder dan 4,2 m die in Europa gebouwd worden en tot 2034 voor 1,3 keer meetellen in de uitstootquota. Doel: ervoor zorgen dat deze kleine auto’s opnieuw rendabel worden, zelfs met een kleine marge. In die context hebben Stellantis, Renault en Volkswagen al modellen beloofd in deze toekomstige categorie, waarvan de precieze contouren nog vastgelegd moeten worden. Koopkracht onder drukMaar er is nog een andere reden waarover minder gesproken wordt. Kleine auto’s worden opnieuw van levensbelang omdat gezinnen zich de grote modellen niet meer kunnen veroorloven. Dat blijkt ook in België. Volgens een studie van IESEG die eind 2025 verscheen, steeg het reële inkomen per inwoner tussen 1999 en 2024 met slechts 21,5%, tegenover 33,8% in Frankrijk en 28,9% in Duitsland. Statbel stelde vast dat in 2025 bijna 38% van de Belgen moeite had om de eindjes aan elkaar te knopen. De Belgische markt werd bovendien lange tijd aangedreven door de bedrijfswagen, wat ook de vraag van particulieren naar kleine modellen deed opdrogen. Maar ook daar verandert er iets. In de eerste helft van 2026 waren privéklanten volgens FEBIAC goed voor 45,3% van de inschrijvingen van nieuwe auto’s, tegenover 41,7% in 2025 en 38,4% in 2024. Zo’n niveau hadden we al jaren niet meer gezien. Particulieren klimmen dus opnieuw in het klassement, ook omdat de vloten terugvallen door langere contracten, maar ook door vervroegde vervangingen als gevolg van wijzigingen in de fiscaliteit. Toch is deze terugkeer geen overwinning voor de consument. Gisteren verkochten constructeurs hem SUV’s omdat die winstgevend waren, morgen zullen ze hem opnieuw kleinere auto’s verkopen omdat China en de CO₂-quota hen daartoe dwingen. De automobilist zelf heeft eigenlijk nooit echt iets te zeggen gehad…

door David Leclercq
© Gocar

TEST MG IM6: de lokroep van het hogere segment

MG, voluit Morris Garages, is een automerk dat meer dan honderd jaar geleden ontstond in Oxford, Groot-Brittannië. Na grote hoogtepunten (onder meer met zijn sympathieke kleine roadsters) en diepe dalen werd het merk in 2007 overgenomen door de Chinese groep SAIC.MG gooide het daarna over een heel andere boeg en begon kleine, goedkope SUV’s Made in China te bouwen. Maar het gamma is intussen uitgebreid en kent de voorbije jaren een spectaculaire commerciële groei in Europa: de verkoop steeg van ongeveer 50.000 auto’s per jaar in 2021 naar meer dan 300.000 vorig jaar.In februari overschreed het merk de kaap van één miljoen verkochte auto’s op ons continent sinds de Chinese overname, vooral dankzij rationele modellen met een zeer goede verhouding tussen prijs en prestaties.Nu waagt MG zich aan een uitstapje naar het hogere segment. Daarvoor heeft het merk beslist om twee grote auto’s te importeren die al bekend zijn uit zijn Chinese gamma: de berline-coupé IM5 en de SUV IM6. Beide modellen worden sinds 2024 op hun thuismarkt verkocht, maar ook in enkele Europese landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Zwitserland. Nu breidt de verkoop uit naar de rest van het continent.Geen MG-logoIn China worden de IM5 en IM6 niet onder het MG-label verkocht, maar onder het merk IM, wat staat voor ‘Intelligence in Motion’. Dat is een luxueuzer merk van de SAIC-groep, opgericht in samenwerking met Alibaba.Voor hun komst naar Europa krijgen de auto’s geen MG-logo. MG steekt niet onder stoelen of banken dat de reden financieel is: een ander logo zou een nieuwe en dure homologatieprocedure vereisen.Het probleem is dat het IM-logo bij ons geen enkele uitstraling heeft, terwijl de naam MG bij autoliefhebbers nog altijd een positieve bijklank heeft. Dat geeft het merk in Europa ongetwijfeld een streepje voor op andere Chinese merken.Niet erg ergonomischVoor deze test laten we de berline IM5 links liggen en concentreren we ons op de SUV IM6. Qua uiterlijk is die laatste weinig origineel. Zijn stijl is sterk geïnspireerd op de lijnen van bestseller Tesla Model Y. De IM6 is wel 10 cm langer (4,90 m) en 5 cm hoger. De lijn is vloeiend, met frameloze deuren zoals bij een coupé en verzonken deurgrepen.Binnenin is het typisch Chinees, met een strak dashboard zonder ook maar één knop. Het digitale instrumentenpaneel van 26,3 duim toont de rijgegevens, de navigatiekaart en de beelden van de vele camera’s. Die bieden trouwens een uitstekende resolutie en dus een zeer scherp beeld van wat er achter en naast de auto gebeurt. Midden op de console staat een verticaal aanraakscherm van 10 duim waarmee je alle boordfuncties bedient. Je moet dus voortdurend door menu’s bladeren, zelfs voor de eenvoudigste handelingen, zoals de buitenspiegels verstellen, de ventilatiestroom regelen of de richting van de ventilatieroosters aanpassen. Terwijl je ogen op de complexe menu’s van dit scherm gericht zijn, kijken ze onvermijdelijk niet naar de weg…Interieur full option, maar…Het IM6-gamma is eenvoudig: er is maar één uitrustingsniveau en dat omvat een vorstelijke standaarduitrusting, met onder meer een ingebouwde gps, draadloze Apple CarPlay en Android Auto, een geventileerde draadloze smartphonelader van 50 W, een panoramische camera, verschillende automatische parkeermodi (waaronder een ‘krabstand’ die eerder een gadget dan echt nuttig is), 20- of 21-duimsvelgen, elektrisch verstelbare en verwarmde zetels (achter- en vooraan) en geventileerde zetels (vooraan), een panoramisch glazen dak en een elektrische achterklep.… niet premiumHet interieur lijkt degelijk gemonteerd en afgewerkt: er zijn geen zichtbare harde kunststoffen en het hele meubilair is bekleed met een kunstleerachtige textuur. Die voelt wel zacht aan, maar oogt wat goedkoop. Het mist de klasse van hoogwaardige stoffen, echt leder of alcantara, die bij premiumconcurrenten verkrijgbaar zijn. Deze IM6 kun je dus niet echt premium noemen. Maar een Tesla Model Y evenmin…Veel ruimte achterin, maar gemiddelde kofferZoals altijd in Chinese auto’s is de beenruimte achterin bijzonder royaal. Ook de hoofdruimte is hier zeer behoorlijk, ondanks de aflopende daklijn achteraan. De goed gevormde buitenste zitplaatsen zijn comfortabel, maar de middelste plaats is vrij smal en hard. De rugleuningen achteraan kunnen bovendien kantelen. Maar in tegenstelling tot de Tesla Model Y, Mercedes GLB of Peugeot E-5008 is er hier geen zevenzitsversie.De koffer is netjes afgewerkt, met tapijt op de zijwanden. De laadlengte is interessant, maar door de gestroomlijnde vorm is de hoogte beperkter. Met de achterbank rechtop bedraagt het volume 646 liter (vierwielaandrijving) of 665 liter (achterwielaandrijving). Dat is goed, maar gezien de buitenmaten niet gigantisch. Een Tesla Model Y biedt tot 854 liter.Met de rugleuningen achteraan neergeklapt groeit de koffer van de IM6 tot 1.621 of 1.640 liter, afhankelijk van de versie. De laadvloer is bijna volledig vlak. Deze MG-SUV heeft ook een kleine frunk van 32 liter (tegenover 117 liter voor de Model Y).Van 295 tot… 751 pkHet IM6-gamma telt drie versies:Achterwielaandrijving met achterin een motor van 295 pk/450 Nm, een LFP-batterij van 75 kWh en 400 volt en een officieel rijbereik van 450 km WLTP; 50.990 euro.Achterwielaandrijving met 407 pk/500 Nm, een NMC-batterij van 100 kWh en 800 volt; 625 km rijbereik; 57.990 euro.Tweemotorige vierwielaandrijving met 751 pk/802 Nm, een NMC-batterij van 100 kWh; 505 km rijbereik; 63.990 euro.De grote batterij werkt op 800 volt en kan aan een DC-snellader tot 396 kW aan. Volgens MG volstaan 17 minuten om de batterij van 10 tot 80% op te laden (aan een laadpaal van 350 kW), tegenover 26 minuten voor de kleinere 400V-batterij (max. 153 kW). Met wisselstroom is er een boordlader van maximaal 11 kW.Achter het stuur van de MG IM6Voor deze test hadden we alleen de topversie ter beschikking. Met 751 pk en 802 Nm keert hij je maag om en katapulteert hij deze SUV van 2,4 ton in amper 3,5 seconden van 0 naar 100 km/u.Het onderstel heeft het trouwens wat moeilijk om al dat geweld te volgen: de wegligging blijft veilig, maar voelt niet echt wendbaar aan, ondanks de standaard vierwielsturing. Ook de luchtvering (alleen op de topversie Performance) heeft moeite om de koetswerkbewegingen in bochten onder controle te houden, terwijl de besturing weinig feedback geeft.Deze Chinese SUV komt dan ook beter tot zijn recht bij een rustige rijstijl. Het comfort is dan behoorlijk en de geluidsisolatie zeer goed, dankzij de dubbele beglazing van de voorruit en zijruiten. Je kunt ook genieten van de goede audio-installatie met twintig luidsprekers (waarvan vier in het plafond) en verschillende duidelijk van elkaar onderscheiden luistermodi (concert, studio enzovoort).De achterwielsturing verkleint de draaicirkel tot 10,18 m, minder dan bij een Renault Clio. In de stad is het zicht naar achteren erg beperkt door de piepkleine achterruit, die bovendien geen ruitenwisser heeft.Er is geen one-pedalmodus, maar wel keuze uit twee recuperatieniveaus, die je via een van de vele menu’s op het scherm activeert. De warmtepomp is dan weer standaard, net als de bidirectionele lader.Tijdens onze test noteerden we bij normaal rijden een verbruik van 23 kWh/100 km, goed voor een reëel rijbereik van 420 km. De versie met één motor en achterwielaandrijving zou in de praktijk makkelijk meer dan 500 km moeten halen en lijkt ons interessanter. Zoals alle MG’s krijgt ook deze IM6 zeven jaar of 150.000 km garantie.ConclusieDe technologie is van hoog niveau (800V-batterij, achterwielsturing, luchtvering) en de uitrusting is vorstelijk, maar deze MG mist de uitstraling van een echte premiumauto. Zoals de meeste Chinese auto’s is de IM6 erg generiek en mist hij persoonlijkheid tegenover Europese elektrische SUV’s (Citroën ë-C5 Aircross, Mercedes GLB Electric, Peugeot E-5008, Skoda Enyaq/Peaq enzovoort) of Zuid-Koreaanse modellen (Kia EV5/EV6), die vermoedelijk ook een betere restwaarde zullen behouden. Vergeleken met de Tesla Model Y is deze MG bovendien minder ergonomisch en duurder. Kortom, het wordt niet eenvoudig voor deze IM6 om een plaats te veroveren op de markt van de elektrische gezins-SUV’s.De MG IM6 100 Performance AWD in cijfersMotor: 2 synchrone elektromotoren (751 pk/553 kW, 802 Nm)Aandrijving: op alle wielenVersnellingsbak: automaat met vaste overbrengingL/b/h (mm): 4.904/1.960/1.669Leeggewicht (kg): 2.410Koffervolume (l): 646-1.621Batterij (kWh): NMC, 100 bruto/96,5 bruikbaar0 tot 100 km/u (sec): 3,5Topsnelheid (km/u): 239Rijbereik (WLTP, km): 505Verbruik (WLTP, kWh/100 km): 23,4CO₂: 0 g/kmPrijs: 63.990 euroBIV: Vlaanderen: 61,50 euro, Wallonië: 2.088,01 euro, Brussel: 75,79 euro Verkeersbelasting: Vlaanderen: 107,16 euro, Wallonië en Brussel: 107,18 euro

door Olivier Maloteaux

Tellerfraude in België: vier keer minder dan beweerd?

De Belgische tweedehandsmarkt heeft het nog nooit zo goed gedaan. Elk jaar wisselen meer dan 730.000 voertuigen van eigenaar en voor kopers valt er heel wat te rapen: een recente berline voor de prijs van een nieuwe stadsauto, een diesel die nog jaren meekan of een eerste betaalbare droomwagen. Maar wanneer het tijd is om te tekenen, duikt altijd dezelfde hardnekkige vraag op: klopt die kilometerstand wel?Een databedrijf gaf daar onlangs zijn eigen antwoord op en dat stemt niet bepaald gerust. In Europa zou één tweedehandsauto op de vijftig een gemanipuleerde kilometerstand hebben. Alleen registreert de officiële Belgische databank er vier keer minder. Twee waarheden over hetzelfde onderwerp. Maar welke moet je geloven?Wie met die twijfel zit, zoekt houvast in cijfers en vindt er twee. Aan de ene kant is er carVertical, een bedrijf gespecialiseerd in voertuighistoriekrapporten, dat in een persbericht van september 2026 stelt dat 2,12% van de Belgische tweedehandswagens tellerfraude vertoont. Aan de andere kant staat Car-Pass, de officiële databank, die zelfs in het slechtste scenario slechts 0,50% registreert. Beide meten tellerfraude en beide hebben het over België. Het verschil zit dus niet in het onderwerp, maar in de manier waarop er wordt geteld.Welke gegevens?De opvallende cijfers van carVertical zijn afkomstig uit een enquête die verscheen op de laadpagina van de rapporten op het platform. Bijna 7.800 mensen in 18 landen zouden de vragenlijst tijdens de zomer van 2026 hebben ingevuld. Daaruit blijkt onder meer dat 76% van de Europese kopers niet zou weten bij wie tellerfraude gemeld moet worden en dat 87% eraan twijfelt of ze hun geld zouden terugkrijgen. Opvallende cijfers, maar ze zijn wel verzameld bij een heel specifiek publiek: mensen die al bezig zijn de historiek van een tweedehandswagen te controleren en dus op voorhand wantrouwig zijn.Daar zit precies het probleem van een steekproef die zichzelf selecteert. Wie mensen over fraude bevraagt die zich er voldoende zorgen over maken om voor een voertuighistoriekrapport te betalen, krijgt bijna vanzelf bezorgde antwoorden.Ook andere resultaten uit dezelfde enquête roepen vragen op. Volgens de organisatie zou bijvoorbeeld ‘één Europeaan op de drie’ geconfronteerd worden met een teruggedraaide kilometerteller. Dat klinkt enorm en zelfs weinig realistisch. Daar is een verklaring voor: het resultaat voegt twee heel verschillende groepen samen, namelijk mensen die daadwerkelijk een auto met tellerfraude hebben gekocht én mensen die gewoon iemand kennen bij wie dat is gebeurd.Hoe dan ook komt België met zijn 2,12% uit de bus als het Europese land met het laagste fraudepercentage. Dat is alvast goed nieuws. Alleen haalt carVertical dat percentage uit zijn eigen steekproef van gecontroleerde auto's. Het cijfer zegt dus niet noodzakelijk iets over de volledige Belgische markt, maar vooral over klanten die zich voldoende zorgen maken om voor een rapport te betalen.Wat zegt Car-Pass?Denken dat 2,12% van alle tweedehandswagens op de Belgische markt een gemanipuleerde kilometerteller heeft, klopt volgens de cijfers van Car-Pass niet. Sinds 2006 registreert dat systeem de kilometerstand van een voertuig telkens wanneer het bijvoorbeeld voor onderhoud, een bandenwissel of de autokeuring binnenkomt.Dat vangnet is bijzonder fijnmazig en is niet afhankelijk van iemand die vrijwillig wel of niet aan een enquête deelneemt. De uitgebreide databank identificeerde in 2025 1.466 gevallen van fraude op een markt van 855.169 transacties. Daarmee ligt het werkelijke percentage over de volledige markt eerder rond 0,17%. Op de binnenlandse tweedehandsmarkt daalt het zelfs tot 0,12%. Dat is dus heel wat minder dan één auto op vijftig.Volgens Car-Pass vormen ingevoerde tweedehandswagens het grootste risico, omdat hun buitenlandse historiek buiten de Belgische databank valt. Maar zelfs daar blijft het percentage met 0,50% ruim onder de cijfers van carVertical.Tellerfraude blijft in België dus relatief zeldzaam. Maar zeldzaam betekent niet onschuldig. Wanneer een fraudeur toch door de mazen van het net glipt, gaat het vaak om forse verschillen. Gemiddeld wordt bijna 80.000 kilometer van de teller gehaald. Het spectaculairste geval van 2025? Een auto waarvan de kilometerstand van 562.000 naar 192.000 km werd teruggedraaid, een verschil van liefst 370.000 km. En ja, dat viel uiteindelijk op...Import binnenkort beter gereguleerd?Dat tellerfraude vooral bij ingevoerde auto's voorkomt, hoeft niet te verbazen. Maar ook daar daalt het risico. In 2020 lag het fraudepercentage bij geïmporteerde voertuigen nog rond 2,4%. Sindsdien is dat cijfer bijna door vijf gedeeld. Het Belgische beschermingssysteem blijkt dus bijzonder doeltreffend.Ook Brussel heeft dat begrepen. Daarom voorziet het Europese pakket ‘technische keuring’, dat in april 2025 werd voorgesteld, in een gemeenschappelijke databank waarin de kilometerstanden uit verschillende lidstaten worden samengebracht. Zo zou het risico op tellerfraude in de hele Europese Unie drastisch kunnen worden verminderd, in het voordeel van de consument.Maar zo'n uitbreiding van het systeem naar Europees niveau zal niet iedereen goed uitkomen. Zeker niet de privébedrijven die voertuighistoriekrapporten verkopen door gegevens van onder meer autokeuringen, verzekeraars en garages samen te brengen. Die gegevens geven een deel van het verhaal, maar zullen nooit zo volledig en betrouwbaar zijn als de informatie die door Car-Pass wordt gegarandeerd.

door David Leclercq
© Gocar

Wordt het kunstmatige geluid van elektrische auto’s verboden?

Krijgen we elektrische auto’s die nog stiller zijn dan vandaag en helemaal geen geluid meer mogen maken? Die vraag dringt zich op, want de coalitie van SPD en Groenen die Hamburg bestuurt, wil een verbod op kunstmatige motorgeluiden die sommige elektrische auto’s bij hogere snelheden laten horen. Daarvoor laat ze stemmen over een motie die zo’n verbod op federaal niveau mogelijk moet maken. Met ‘hogere snelheden’ wordt meer dan 20 km/u bedoeld. Onder die snelheid blijft het AVAS-signaal verplicht om voetgangers en fietsers te waarschuwen. Maar daarboven vinden de parlementsleden dat het rolgeluid van de banden volstaat om de auto hoorbaar te maken.De goedkeuring van deze motie verandert niet meteen iets. De tekst vraagt de Senaat van Hamburg alleen om het idee op federaal niveau te verdedigen. Om elektrische auto’s het zwijgen op te leggen, is er nog een lange weg te gaan, want daarvoor moeten zowel de Duitse verkeersregels als de VN-norm aangepast worden. Maar wat stoort er nu echt? De parlementsleden willen in feite ‘autoposing’ bestrijden: bestuurders die hun auto laten grommen om op te vallen.Binnen, buiten?Constructeurs hebben van geluid een verkoopargument gemaakt. Mercedes-AMG biedt een kunstmatig V8-geluid aan, Audi een turbinegeluid op de e-tron GT, terwijl Porsche, Abarth en Hyundai elk hun eigen soundtrack laten horen. De uitleg is altijd dezelfde: sommige klanten houden van stilte, anderen willen geluid om de emotie en het plezier terug te vinden. Dat is een wens van de klant, maar heeft niets met veiligheid te maken.Maar wat zegt de wetenschap? Die is een stuk voorzichtiger. Motorgeluid geeft in de eerste plaats informatie over de snelheid: zonder auditieve feedback kan een bestuurder zijn snelheid onderschatten. Alles wijst erop dat een vermindering met 5 dB de waargenomen snelheid bij 60 km/u met ongeveer 5 km/u doet dalen. Een studie uit 2021 van de Technische Universiteit Delft, in samenwerking met Renault, toont aan dat kunstmatig geluid de indruk van dynamisch rijden versterkt en de bestuurder zelfs helpt om zijn snelheid beter onder controle te houden.Maar die resultaten volstaan om twee redenen niet om het verhaal van de merken te bevestigen. Het geluid van elektrische auto’s wordt in studio’s ontworpen en niet in laboratoria. En vooral: onafhankelijke studies blijven schaars. Bovendien geldt het weinige wat de wetenschap aantoont alleen voor de bestuurder in het interieur en niet voor voorbijgangers. Het geluid dat naar buiten wordt gestuurd, valt dus niet te rechtvaardigen.Stilte heeft ook voordelenAndere wetenschappelijke studies pleiten net voor rust. Bestuurders van elektrische auto’s hanteren immers een zachtere rijstijl, met geleidelijkere acceleraties en remmanoeuvres. Ze waarderen de rustigere sfeer. En het gaat om meer dan alleen comfort: verkeerslawaai draagt in Europa bij aan ongeveer 66.000 vroegtijdige sterfgevallen per jaar en meer dan 30% van de bevolking leeft boven de door de WHO aanbevolen drempelwaarden.Maar zoals gezegd is in Duitsland nog niets beslist. Het wordt interessant om te zien hoe dit dossier evolueert, want als het in Duitsland goedgekeurd wordt, is het niet uitgesloten dat het vroeg of laat ook op de Europese tafel belandt. Het zou dus kunnen gebeuren.

door David Leclercq
© Gocar

BEHVA aanwezig tijdens de Spa Six Hours

BEHVA Classic Car Warm UpAl vanaf donderdag 24 september organiseert Roadbook samen met BEHVA de Classic Car Warm Up: vier sessies met telkens ongeveer 45 historische voertuigen. BEHVA-leden kunnen daarbij het mooiste circuit ter wereld ontdekken en rustig achter een leading car rijden.Vanaf vrijdag vindt u ons in onze grote BEHVA-tent van 200 m², midden in de paddocks.BEHVA-leden kunnen de bon uit de laatste editie van Retro Classic News tonen om een gratis koffie en een BEHVA/SPASIXHOURS T-shirt te ontvangen.Tijdens het weekend worden ook willekeurig bezoekers geselecteerd om gratis deel te nemen aan een rondleiding achter de schermen van het circuit. Vooraf reserveren is niet mogelijk.Komt u met uw historische voertuig?Parking P14 is gratis beschikbaar voor bezoekers die met een historische auto van meer dan 30 jaar komen. Van daaruit brengt een shuttle u naar het circuit. Ook de Classic Cars-tentoonstelling is daar toegankelijk.En natuurlijk draait de Spa Six Hours niet alleen om de aanwezigheid van BEHVA: historische races, legendarische auto’s, de paddocks, de zes uur durende endurancewedstrijd en de Paddock Experience zorgen het hele weekend voor spektakel.Uw ticket geeft toegang tot de tribunes, paddocks, Paddock Experience, de Classic Cars-tentoonstelling op P14 en alle races die op het circuit plaatsvinden. Bezoekers kunnen het circuit verlaten en later opnieuw binnenkomen. Kinderen tot en met 12 jaar hebben gratis toegang. Tickets : www.spasixhours.com/nl/tickets/ 

© Gocar

Volvo XC60/XC90 (2026): de plug-inhybride is nog lang niet dood

Na zijn compacte SUV’s XC40/EX40/EC40 geeft Volvo nu ook zijn middelgrote en grote SUV’s met verbrandingsmotor een update: de XC60 en XC90. Ondanks de komst van hun recente elektrische tegenhangers (de EX60 en EX90) zetten deze al wat oudere modellen hun carrière voort en krijgen ze zelfs nog een update. De belangrijkste nieuwigheid is de komst van een nieuwe (en enorme) batterij voor de plug-inhybrides.De XC60 (de bestverkochte Volvo aller tijden, met 2,5 miljoen verkochte exemplaren sinds de lancering van de eerste generatie in 2008) krijgt meteen ook een opfrisbeurt.XC60: nieuw vanbinnen én vanbuitenDe XC60 is niet meer piepjong: hij nadert zijn tiende verjaardag. Deze generatie werd gelanceerd in 2017 en kreeg al twee facelifts, in 2021 en 2025. Zoals het gezegde ‘driemaal is scheepsrecht’ luidt, krijgt hij nu opnieuw een facelift.Op het programma: een gemoderniseerde grille, aangevuld met een hertekende voorbumper, motorkap en voorspatborden. Ook nieuw zijn de koplampen met Matrix LED-technologie (nog altijd in de vorm van Thors hamer), net als nieuwe velgdesigns.Vanbinnen hangt een uitgesproken Zweedse sfeer, met een stijlvol interieur dat origineler oogt dan dat van de Duitse concurrenten. De afwerkingskwaliteit staat op een goed niveau en deze facelift brengt een nieuw dashboard en nieuwe deurpanelen, nieuwe houten sierlijsten en geventileerd Nappaleder in Cardamom-kleur. Het multimediasysteem krijgt voortaan ook Google Gemini, de AI-assistent van Google.Tot 200 km elektrisch rijbereikDe XC60 en XC90 blijven verkrijgbaar met een microhybride benzinemotor, maar de grootste evolutie is voor de plug-inhybrides (T6 en T8). Die krijgen een batterij die twee keer zo groot is als voordien: de capaciteit stijgt van 18,8 kWh bruto naar… 41,2 kWh bruto/37,9 kWh bruikbaar.Het resultaat: volgens Volvo rijdt de XC60 T6 tot 200 km volledig elektrisch, tegenover 180 km voor de XC60 T8 en 160 km voor de grote XC90 T8 met zeven zitplaatsen.Daarmee kun je de meeste dagelijkse ritten afleggen zonder een druppel benzine te verbruiken (terwijl je dan wel onnodig het gewicht van de 2.0 benzinemotor meesleept), terwijl je voor lange ritten dankzij de benzinemotor over een zeer groot totaal rijbereik beschikt. De prijzen van de vernieuwde XC60 en XC90 zijn nog niet bekend.

door Olivier Maloteaux

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.